Redactioneel

Millennials en hun betaalgedrag: is Nederland de voorloper voor Europa?

Ah, millennials en hun betaalgedrag. We besteden er vaak aandacht aan in onze blogs. Maar waarom eigenlijk? Een kwestie van demografie. Na de babyboomers vormt de generatie die geboren is tussen 1980 en 2000 de grootste bevolkingsgroep. Ze zijn inmiddels tussen de 18 en 35 jaar en komen daarmee zo langzamerhand op het toppunt van hun economische macht. Daarmee bepalen zíj voor een groot deel hoe het betaalverkeer eruit ziet.

Betalen, nu meteen

Onderzoek van Vocalink levert een aardig doorkijkje op over hoe deze koopkrachtige groep het liefste zijn betaalverkeer wil regelen. De aanbieder van betaalsystemen heeft in de Verenigde Staten, Azië en Europa duizenden millennials laten interviewen over dit onderwerp. En, hoe aardig, ook 1009 Nederlanders werden bevraagd. Millennials zijn ‘digital natives’; ze kennen geen wereld zonder internet. Ze zien hun smart phone als een bevrijding. Ongeacht nationaliteit staat bij ‘de millennial’ één betaalwens voorop: ‘Ik wil op het moment dat ík tijd heb onmiddellijk een betaling aan een bedrijf of een persoon kunnen doen’. Dit maakt het onvermijdelijk dat ‘mobiel je financiën beheren’ dominant gaat worden.

Er blijkt een grote correlatie te bestaan tussen mobiel betalen en social media-gebruik. Wie gewend is zijn leven online te delen, ziet weinig bezwaren om zijn smart phone ook te gebruiken voor het doen van betalingen. Van de ondervraagde Nederlandse millennials zit 68% op Facebook en zegt 67% mobiel bankieren ‘gemakkelijk in het gebruik’ te vinden. Nederlandse millennials zijn internationaal gezien trendsettend: ze gebruiken hun smart phone inmiddels net zo vaak als hun computer voor het regelen van hun financiën; iets dat niet los kan worden gezien van het succes van de voor Nederland unieke betaaltechnologie iDEAL (wat een hoge naamsbekendheid van 71% heeft onder millennials). Het hebben van fysiek of telefonisch contact met je bank is in Nederland bijna uitgestorven.

‘De definitieve inburgering van mobiel betalen heeft nog een lange weg te gaan’

Nog een lange weg te gaan

Desalniettemin heeft de definitieve inburgering van mobiel betalen in alle landen, nog een lange weg te gaan voordat het uitschrijven van cheques, het posten van overschrijvingsformulieren en het in de rij staan voor een bankloket verleden tijd zijn. Van de Nederlandse millennials zegt weliswaar tweederde dat ze niet zonder smart phone door het leven kunnen, maar slechts 36% gebruikt zijn smart phone daadwerkelijk actief als betaalinstrument. Nog eens 19% heeft het geprobeerd, maar is afgehaakt en teruggekeerd naar de computer.

Hoe komt dat? Millennials die geen ervaring hebben in mobiel betalen houden de boot af omdat ze de beveiliging ervan niet vertrouwen. En millennials die wél ervaring hebben met mobiel betalen haken soms alsnog af omdat ze technische problemen ondervinden. Slechts 46% van de Nederlanders bijvoorbeeld ervaart géén problemen met mobiel betalen. En daarmee is ons land het beste jongetje van de klas; Europees gezien. De uitdaging is om mobiel betalen nóg gemakkelijker en sneller te maken dan het nu al is. Dan komt het regelmatige gebruik vanzelf op gang. Want hoe vaker een millennial mobiel betaalt, des te sneller neemt het gevoel van onveiligheid af.

Het antwoord ligt al klaar

Onze technologie is bij uitstek geschikt om millennials tegemoet te komen in hun wens om instantaan rekeningen te kunnen betalen. Onze betaalverzoeken kunnen via élk digitaal kanaal (email, sms, whatsapp, messenger, etc) verstuurd worden. Betalingen in Nederland vinden plaats via het betrouwbare iDEAL-platform waarbij de betaler meteen kan zien of zijn saldo wel hoog genoeg is om de betaling te doen. En ook in het buitenland bieden we vrijwel elke online betaalmethode aan. Na betaling verandert het betaalverzoek van kleur. Dat geeft vertrouwen en zekerheid – het enige dat iemand kan doen is de rekening voor je betalen. Vooruitgang gekoppeld aan simplificatie.

Bron: AcceptEmail

19/04/2017

Order to cash & het belang van een goede klantrelatie

Order to cash: het klinkt zo simpel… het is een kwestie van een order binnenhalen en daarna wachten tot de betaling binnenkomt, toch? Was het maar zo gemakkelijk!

In werkelijkheid is order to cash (OTC) een ingewikkeld proces dat om een serieuze strategie vraagt. Om het proces goed te laten verlopen is het belangrijk om te beseffen hoe groot de rol van klantrelaties zijn in dit geheel.

OTC als een tijdlijn

Als je het OTC proces wilt verbeteren (en hoe je daarbinnen omgaat met klanten) is het een goed idee om het proces te benaderen als een tijdslijn:

 

  • Order management
    Het aanmaken, verwerken en leveren van de bestelling.
  • Bill to cash
    Het verzenden van de factuur, monitoren, opvolgen en ten slotte boeken van de betaling.

 

Elke actie op deze tijdlijn is een vervolg van de vorige actie en als alles goed verloopt volgen de stappen erna vanzelf.

De manier waarop je met je klanten omgaat, samenwerkt, communiceert en eventuele problemen oplost bepaalt hoe soepel het order to cash proces kan verlopen.

Bouwen (en verstevigen) van de relatie

Ieder bedrijf heeft een eigen manier om ordermanagement uit te voeren, uiteraard ook afhankelijk van het product of de dienst die wordt geleverd.

De sleutel tot succes is om gedurende het gehele order to cash proces aandacht te blijven houden voor jouw klant. Bij de ontvangst van een order is het belangrijk om te weten welke wensen en eisen de klant heeft.

In het bill to cash proces moeten facturen op het juiste moment naar de juiste persoon verzonden worden. Communicatie met de klant is essentieel om de betalingen op tijd te kunnen ontvangen.

Beschouw deze stappen als kansen om een sterke relatie op te bouwen met jouw klanten. Door dit proces soepel en positief te laten verlopen moedig je meteen toekomstige business aan.

Drie snelle tips voor goede klantrelaties in O2C

Een succesvol O2C proces bereik je alleen door hard werken en toewijding. Er is ook geen gemakkelijke manier om sterke relaties met klanten op te bouwen. Dit kost tijd.

Wel hebben we een paar ideeën die je een heel eind op weg kunnen helpen:

 

  • Communiceer
    Laat geen dingen onbesproken tussen jou en jouw klanten. Houd ze op de hoogte van elke stap van het proces.

  • Manage informatie zorgvuldig
    Behandel gegevens zoals ordergegevens, contactgegevens van klanten en betalingsgegevens met aandacht. Dit betekent dat je elke wijziging bijwerkt en ook deelt indien relevant. Zo zorg je ervoor dat elke rapportage en analyse op de juiste data is gebaseerd.

  • Omarm klachten
    Klachten zijn een teken dat er iets in je O2C proces niet goed werkt. Misschien zie je ertegenop om klachten op te lossen, maar draai dit eens om! Klachten zijn een kans om jouw organisatie te verbeteren en als je het goed aanpakt kunnen ze een wezenlijke bijdrage leveren aan het opbouwen van een sterkere relatie met de klant.

 

Er zijn vele tools beschikbaar om het O2C proces te stroomlijnen en ook voor het verbeteren van klantrelaties. Jouw proces en doelstelling bepalen wat voor jouw organisatie de juiste oplossing is.

Bron: Credit Expo

 

 

06/04/2017

Checklist: kredietrisico verminderen

Als credit manager draagt u een zware verantwoordelijkheid. U beslist onder meer of uw klanten en prospecten krediet krijgen of niet en de betalingstermijn die ze daarbij dienen te hanteren. Deze checklist zegt u welke stappen u dient te doorlopen.

Checklist voor credit managers

Geen enkele klant mag u groen licht geven zonder een intensieve controle. Doe dit pas nadat u deze checklist voor credit managers doorlopen hebt.

Vink aan wat u dient te ondernemen. Per project en per klant telkens opnieuw. Elk vakje in deze checklist is een taak. Verleen geen krediet zonder de volledige lijst door te nemen. Ook al zijn sommige punten dan niet op elk moment van toepassing:

  • Ik heb de facturatiegegevens gecontroleerd en ze zijn correct (ingebracht in het interne systeem).
  • Ik heb het kredietrisico gecontroleerd aan de hand van interne databronnen.
  • Ik heb het kredietrisico gecontroleerd aan de hand van externe databronnen.
  • Ik vergelijk jaarrekeningen over een periode van minstens 3 jaar.
  • Ik heb een kredietrapport opgevraagd bij een gespecialiseerd kantoor.
  • Ik heb aan de klant een customer score of risicoklasse toegekend.
  • Ik ga na wie er aan de touwtjes trekt bij onze grootste klanten.
  • Ik keur een verlenging op onze standaard betaalafspraken pas goed na een grondige controle.
  • Ik laat klanten met een hoog risicoprofiel sneller of contant betalen.
  • Ik wacht niet op te late betalingen om in actie te komen.
  • Ik stuur automatisch een bedanking wanneer een factuur wordt betaald.
  • Ik informeer andere afdelingen over klanten die te laat zijn met hun betalingen.
  • Ik verleen steun (=financieel inzicht) aan sales om nieuwe klanten te werven.

Automatiseer kredietanalyse

Hebt u het idee dat u wel heel veel tijd moet uittrekken om elke klant door te lichten? Dan is er goed nieuws, want veel van deze taken kunt u automatiseren.

Zo hebt u bijvoorbeeld de mogelijkheid om automatisch geactualiseerde kredietanalyses toe te voegen aan uw klantendossiers. Vanuit uw CRM-systeem of uw boekhoudpakket kunt u automatisch een bedanking sturen als betalingen geregistreerd worden.

Of aanmaningen versturen als dat niet het geval is. Op die manier zult u heel wat tijd besparen en blijft u organisatorisch toch in orde.

En wat te denken van de nieuwste beslismodellen? Die zorgen ervoor dat u met één druk op de knop meteen weet of u een klant kunt accepteren, afwijzen of dient door te verwijzen. Zonder expertise, zonder interpretatie, zonder discussie.

Bron: Filip Hendrickx - Graydon

17/01/2017

Belgisch betaalverkeer onder de loep

Het Europese betaallandschap is zeer divers.

Om een beter inzicht te krijgen in de verschillen tussen de lidstaten onderling, publiceert de Europese Centrale Bank jaarlijks statistieken omtrent het aantal elektronische betalingen en de betaalinfrastructuur van een land. Benieuwd welke plaats ons land inneemt in de Europese ranking? Lees mee en ontdek!

Betalen? Met de kaart uiteraard!

Kaartbetalingen zitten overal in Europa in de lift. Uit de cijfers van de Europese Centrale Bank (ECB) blijkt dat maar liefst 47 % van de Europeanen regelmatig zijn betaalkaart bovenhaalt om een betaling te bevestigen. Ook in België wordt steeds meer elektronisch betaald: met 47,6 % vormen kaartbetalingen zelfs het belangrijkste niet-cash betaalmiddel van de Belgen. Wanneer we de cijfers in detail bekijken, blijkt dat we vorig jaar 139 keer gepind hebben voor een totaalbedrag van 6.928 euro.

Toch bestaat er nog ruimte voor meer kaartbetalingen in België. De cijfers van de ECB tonen namelijk aan dat onze groei niet meteen de groei van landen zoals Nederland, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk evenaart. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat er in ons land nog heel wat cash geld in omloop is. Veel consumenten voelen zich vandaag nog geremd om een klein bedrag met de kaart te betalen. Pas wanneer we de kaap van 50 euro bereiken, zijn we geneigd om onze betaling elektronisch te bevestigen. (Voor meer info kan u het artikel “België: cash vs. elektronisch betalen” raadplegen.)

Cash voorlopig nog niet weg te denken uit onze maatschappij

Ondanks de inspanningen van de Belgische banksector behoort België tot één van de Europese landen waar nog steeds heel wat cash geld in omloop is. Zo haalden we in 2015 26 keer geld af voor een bedrag van 3.700 euro. Hiermee bekleden we de vijfde plaats binnen Europa, na Oostenrijk (5.641 euro), Duitsland, Ierland en het Verenigd Koninkrijk (allen meer dan 4.000 euro). Nederland (2.756 euro) en Frankrijk (2.076 euro) doen het beter. Zij liggen onder het Europese gemiddelde van 2.990 euro.

Niet alleen het bedrag, maar ook het aantal cash afhalingen ligt in Nederland en Frankrijk lager dan in België. De Fransen trekken jaarlijks zo’n 25 keer naar een geldautomaat, terwijl de Nederlanders hun bezoekje aan een automaat beperken tot 20 keer per jaar.

Over hoeveel geldautomaten beschikt België?

Naast een vergelijking tussen het aantal elektronische betalingen en het aantal cash betalingen, neemt de ECB ook de betaalinfrastructuur van de verschillende lidstaten onder de loep. Wat betreft het aantal geldautomaten, met functie geldafhaling, scoort België met 751 toestellen per miljoen inwoners hoger dan het Europese gemiddelde van 673 toestellen. Portugal, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk beschikken relatief gezien over meer geldautomaten dan ons land, terwijl er in Duitsland en Nederland beduidend minder geldautomaten terug te vinden zijn.

Hoe staat het met het aantal bankkantoren in België?

Ook wat betreft het aantal bankkantoren per miljoen inwoners bekleedt België met 592 kantoren de derde plaats in de Europese Unie. Alleen Spanje (675) en Cyprus (664) beschikken over meer bankkantoren dan België. Nederland heeft, met een cijfer van 108 kantoren per miljoen inwoners, veruit het laagste cijfer van de hele Europese Unie.

Een belangrijke kanttekening die hierbij moet worden gemaakt, is de definitie die de ECB voor een bankkantoor hanteert. Een bankkantoor wordt gezien als “the number of places of business in the reporting country. … Includes only those offices … that provides payment services with cashless clearing and settlement”. Dit betekent dat voor België ook de kantoren van zelfstandige agenten in de cijfers zijn opgenomen. Dit heeft een belangrijke impact aangezien ongeveer de helft van de kantoren in België worden beheerd door zelfstandige agenten.

Bron: Febelfin.be

13/01/2017

Een factuur van vier jaar oud, nog te betalen?

U krijgt een factuur van een leverancier voor een levering van vier jaar geleden. Is dat nu niet wat lang geleden, moet u dat nog wel betalen? Hoe zit dat precies en wat vond de rechter daar uiteindelijk allemaal van?

Een factuur uit de oude doos...

Een factuur van jaren geleden. Uw leverancier deed blijkbaar een zomeropkuis. Onverwacht komt hij immers op de proppen met een factuur voor iets wat intussen al vier jaar geleden is.

Is zo’n factuur niet na één jaar verjaard? Neen, dat is jammer genoeg niet het geval. Die verjaringstermijn van één jaar geldt immers enkel tegenover consumenten (art. 2272, lid 2 BW) .

Tip. Die termijn van één jaar geldt bovendien niet als er een schriftelijk bewijs is zoals een afgetekende leveringsbon of een bestelbon. In dat geval geldt nl. ook tegenover consumenten de algemene gewone verjaringstermijn van tien jaar.

Verjaring na vijf jaar? Dat is enkel het geval als het gaat om kosten die per jaar of per maand betaald moeten worden zoals telecomfacturen, huurgelden, energieleveringen, onderhoudscontracten, enz. Die verjaren effectief na vijf jaar (art. 2277, lid 4 BW) en ongeacht of het gaat om een factuur aan een professionele klant dan wel aan een consument. De aard van de afnemer is in dit geval m.a.w. niet van belang.

Pas na tien jaar tegenover professionelen. Zo’n factuur van een leverancier is m.a.w. niet zo snel verjaard. Dat is pas tien jaar na de levering het geval. Stuurt een leverancier u nog een factuur van vier of zes jaar geleden, dan moet u die dus in principe nog altijd betalen. Het volstaat dus zeker niet om te zeggen dat de factuur te laat is.

Let op! Daar zijn wel specifieke afwijkingen op. Zo verjaren medische facturen na twee jaar, die voor het ereloon van advocaten en deskundigen na vijf jaar en die van het ereloon van de gerechtsdeurwaarder na één jaar.

Tip. Zelf kunt u dus ook nog gerust zo’n oude factuur sturen naar een klant indien u dit even uit het oog verloor.

Hoe gaat u daar dan mee om?

Ik weet niets meer van die levering? Hoe langer geleden, hoe meer uw geheugen u uiteraard in de steek laat... Krijgt u een oude factuur voor een levering waar u echt niets meer van weet, dan speelt u het best op zeker en protesteert u die zo snel mogelijk. Het is dan aan de leverancier om zelf bewijsmateriaal, zoals een leveringsbon, te tonen waaruit blijkt dat hij effectief geleverd heeft. Kan hij die documenten niet voorleggen, dan kan hij uiteraard geen betaling meer vragen.

Had ik dat toen niet cash betaald? Mogelijk weet u inderdaad nog dat er een levering was, maar gaat u ervan uit dat u dat toen direct cash betaald heeft. Dat is voor u al vervelender. Het is immers in principe aan u om te bewijzen dat u dit al betaald heeft.

Tip. Heeft u betaald via overschrijving, dan zal u in principe nog wel het bankrekeninguittreksel kunnen voorleggen. Samen met uw boekhouding moet u dat in principe immers tien jaar bijhouden.

Na zo’n zes, zeven jaar is men soms soepeler. Gelukkig maar. Uw collega kreeg een factuur zes en een half jaar nadat hij een levering ontvangen had. De rechter stelde vast dat die leverancier in die ganse periode nooit achter zijn centen gezeten had, hoewel ze regelmatig contact hadden.

Tip. De rechter vond dat dit toch wel een vermoeden creëerde dat uw collega die factuur toen cash betaald had, ook al kon hij dat na al die jaren niet echt meer zwart-op-wit bewijzen (kh. Turnhout, 07.11.2013)

27/12/2016

De creditafdeling besteedt veel tijd aan betalingen

Uit een enquête van Euler Hermes blijkt dat medewerkers op de creditafdeling meer dan 50% van de tijd besteden aan het opvolgen van betalingen.

“De resultaten van die enquête bij 150 Belgische B2B bedrijven waren heel duidelijk. Ze besteden 54% van de tijd aan het opvolgen van betalingen bij klanten en dan nog eens 25% aan het beheren van incassodossiers. Daarmee houden ze nog weinig tijd over om risico’s in te schatten of kredietwaardigheid van klanten of prospecten te behalen (19%). De laatste 2% die nog overblijft gaat dan naar het onderhoud van de klantcontacten,” zegt Yannic Weitz, business manager large accounts van Euler Hermes Belgium.

De kredietverzekeraar stelde verder vast dat bij 20% van de ondervraagde bedrijven meer dan de helft van de facturen niet tijdig betaald worden. Niet minder dan 19% verloren méér dan 2500 euro in de loop van het voorbije jaar.

Yannic Weitz zal tijdens de Credit Expo op donderdag 20 oktober in Leuven een presentatie geven over dit fenomeen. “Deze situatie is echt problematisch voor veel bedrijven. Wij willen als specialist te hulp komen om een oplossing te vinden. Binnen ons aanbod zijn er heel wat diensten die we kunnen aanbieden die een bedrijf kan gebruiken om de efficiëntie van de kredietafdeling te verbeteren.”

Voor Euler Hermes is het duidelijk dat de beste aanpak bestaat uit het voorkomen van die betalingsproblemen. Dat kan in de eerste plaats aan de hand van goede informatie over de klant en zijn context. “In onze presentatie zullen we aanvankelijk focussen op de informatiebronnen met algemene statistische gegevens over betalingen en ratio’s zoals de DSO. Het gaat dan ook over zaken als landen- en sectorrisico’s. Hiervoor hebben we een app gelanceerd – The land of payment – waarbij de gebruiker voor elk land een country report kan consulteren over de betalingsrisico’s. Hij vindt daar niet alleen gegevens over de gemiddelde betalingstermijn, maar krijgt ook inzicht in de houding van klanten. Hoe staat die tegenover die betalingstermijn? Wordt die goed gerespecteerd? En hoe reageert men op aanmaningen? In de toepassing hebben we het ook over mogelijke gerechtelijke stappen en hun kans op slagen. Die app is trouwens voor iedereen beschikbaar en kan gratis worden gedownload.”

Tijdens de presentatie neemt ook senior underwriter Alain Cappellen het woord. “Hij heeft een jarenlange ervaring met het beoordelen van kredietrisico’s en neemt elke dag beslissingen hierover. Hij geeft ook inzicht in het gradingsysteem dat Euler Hermes hanteert om de kredietwaardigheid van ondernemingen weer te geven. Het komt erop neer dat de underwriters moeten oordelen over de capaciteit van een onderneming om kortetermijnschulden terug te betalen.”

Tenslotte wil Euler Hermes de deelnemers aan het seminarie nog een aantal tips geven om bedrijven te helpen om de betalingsproblemen te voorkomen. Het gaat om een aantal ingrepen in de dagelijkse leveringsprocessen en facturatiemethoden die de positie van de leverancier ten opzichte van zijn klanten versterkt. “Op welke punten moet je letten om ervoor te zorgen dat je factuur op tijd betaald wordt? Een belangrijke zaak is bijvoorbeeld het duidelijk communiceren over de leverings- en betalingsvoorwaarden zodat daar geen twijfel over ontstaat bij de klanten. Wat ook goed helpt is om de klanten te laten tekenen voor ontvangst bij elke levering. Iedereen weet ook wel dat een snelle facturatie een groot effect heeft, maar het komt er ook op aan om het echt te doen. Groepeer de facturen niet op het einde van de maand, maar stuur de factuur meteen na de levering. Wanneer het einde van de betalingstermijn nadert, is het ook goed om vooraf contact te nemen met de klant om aan te voelen of er geen problemen zijn met de levering of de betaling. We raden altijd aan om regelmatig contact te houden met de klant,” zegt Yannic Weitz.

Uiteindelijk blijven er toch vaak een aantal klanten over die niet op tijd betalen. Hoe kan men dan best handelen om het incassoproces zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Ook daarover wil Euler Hermes zijn inzichten delen met de bezoekers van de beurs Credit Expo.

Cfr Euler -Hermes: Bart Spiessens

21/12/2016

WCO maakt veel meer doorstarts mogelijk

Het aantal ondernemingen dat een beroep doet op de WCO is sterk gedaald en het aantal ondernemingen in moeilijkheden dat met succes kan doorstarten stijgt, zo concludeert Goedele Uyttersprot uit het antwoord op de vraag die ze hierover stelde aan de minister van justitie.

De laatste vijf jaar deden 4 200 bedrijven, eenmanszaken en vennootschappen, een beroep op de WCO. Hiervan hadden er 70% personeel in dienst. Bij de vennootschappen was dit zelfs in 84,2% van de gevallen.

Ten opzichte van 2013 daalde het aantal WCO's in 2014 met 26% en in 2015 met 55%. Bij de vennootschappen is de daling het meest uitgesproken, van 811 in 2013, naar 641 in 2014 en 465 in 2015, of een daling van 57,3%. Het grote verschil tussen 2012 en 2013 ten opzichte van 2014 en 2015 is blijkbaar het gevolg van de wetswijzigingen op de WCO, die in 2013 werden doorgevoerd.

“Ook inzake de doorstart van ondernemingen - en in het bijzonder van vennootschappen met personeel - zien wij een aanzienlijke verbetering. Zo werden in 2011 277 van de 462 vennootschappen die een beroep deden op de WCO (= 60%), gered. In 2015 liep dit aantal op tot 88%, nl. 229 bedrijven met personeel op een totaal van 259 die de WCO hadden aangevraagd. Bemoedigende cijfers, mede als gevolg van de wijzigingen in 2013,” besluit Goedele Uyttersprot

De Wet op de Continuïteit van Ondernemingen (WCO) van 30.1.2009 en gewijzigd op 27.5.2013, geeft ondernemingen in moeilijkheden een adempauze voor een doorstart. De wet voorziet, door tussenkomst van de Rechtbank van Koophandel, een tijdelijke opschorting van betaling, begeleiding door deskundigen, en/of eventuele schuldherschikking/schuldvermindering.

Een belangrijk element is de vrijwaring en bescherming van de tewerkstelling in de bedrijven in moeilijkheden.

BRON: Goedele Uyttersprot

13/12/2016

Waarom moet sales zich bezighouden met klantacceptatie?

Sales richt zich in de eerste plaats op het behalen van targets. Nieuwe klanten binnenhalen, is waar het voor hen allemaal om draait. Dat verkopers daarbij weinig aandacht schenken aan jaarrekeningen en aanverwante gegevens over een klant, ligt enigszins voor de hand. Toch is het nuttig om hen te betrekken bij het beleid rond klantacceptatie. Zeker met de opkomst van beslismodellen.

Klantacceptatie is het proces waarbij beoordeeld wordt of het al dan niet verstandig is om met een bepaalde klant of prospect in zee te gaan. Tal van criteria worden daarbij onder de loep genomen. Van betaalgedrag en financiële gezondheid van een onderneming, tot de overlevingskansen op middellange en lange termijn.

Creditmanagement durft verkopers in de praktijk wel eens terug te fluiten als ze een klant binnenhalen die niet kredietwaardig blijkt te zijn. Sales krijgt dan te horen dat het, op basis van een grondige screening, niet verstandig is om zaken te doen met het bedrijf in kwestie (tenzij onder andere voorwaarden).

Om die gang van zaken te vermijden, is het nuttig om sales sneller te betrekken bij het proces van klantacceptatie. Met de inzet van een beslismodel is dat vandaag alvast heel wat eenvoudiger.

Een beslismodel maakt klantacceptatie écht eenvoudig

Een beslismodel is een online applicatie waarmee een ondernemer zijn beleid rond klantacceptatie vertaalt naar een afgelijnde set business rules. Die regels worden in het beslismodel vastgelegd. Vervolgens wordt het model ingeschakeld om beslissingen te nemen met betrekking tot klantacceptatie. Op basis van die vooraf gedefinieerde criteria, wordt de beslissing om al dan niet met een bedrijf samen te werken geautomatiseerd in overeenstemming met het eigen beleid.

Klantacceptatie laat niet langer ruimte voor interpretatie

Tot voor kort stond klantacceptatie voor een tijdsintensieve en vaak niet-gestandaardiseerde procedure. De analyse van allerlei bedrijfsgegevens en de besluitvorming was weggelegd voor een select groepje experts. Het proces verliep doorgaans traag en was duur. Daarnaast misten talloze bedrijven een afgebakende procedure, die omschreef hoe dat proces precies hoorde te verlopen. Klantacceptatie zorgde op die manier vaak voor frictie en communicatieproblemen tussen verschillende afdelingen.

Dankzij beslismodellen die vandaag bij klantacceptatie gebruikt worden, gebeurt het besluitvormingsproces op een versnelde en gestroomlijnde manier. Een beslismodel geeft een uitkomst of een advies voor een specifieke vraag: kan ik met deze (potentiële) klant zakendoen? Omdat in een beslismodel de parameters zijn vastgelegd en geoptimaliseerd, is er geen ruimte voor interpretatie of discussie. Iedereen kan er mee aan de slag en krijgt snel een advies. Ook uitermate interessant dus voor verkopers, die meteen weten hoe een gesprekspartner er werkelijk voor staat.

Geen prospects meer die in een latere fase worden afgewezen

Het gebruik van een beslismodel vermijdt dat prospects in een latere fase van het onderhandelingsproces door finance worden afgewezen. Wanneer een verkoper bij een klant of prospect binnenstapt, doet hij vooraf een screening via het beslismodel. Wordt deze onderneming op basis van de geldende voorwaarden rond klantacceptatie positief beoordeeld, dan kan hij meteen aan de slag. Zoniet, richt de verkoper zijn pijlen bij voorkeur op een andere prospect.

Inzicht in jaarrekeningen en andere cijfers is niet meer aan de orde

Een beslismodel is bedoeld om in een enkele ogenschouw een klant of prospect door te lichten. Dankzij het model komen er niet langer bedrijfsrapporten en omslachtige procedures aan te pas. Kennis van jaarrekeningen of boekhoudkundig inzicht zijn niet langer vereist om het proces van klantacceptatie op de aangewezen manier te laten verlopen.

Dankzij een beslismodel krijgt iedereen inzicht in de financiële gezondheid van een onderneming op basis van actueel cijfermateriaal.

Iedereen kan snel een klant of prospect screenen

Niet iedereen is opgeleid of bevoegd om (potentiële) klanten te beoordelen op hun kredietwaardigheid. Dat is voorbehouden voor werknemers met een specifieke functie of een zekere graad van expertise. Dat maakt het alleen maar moeilijker om een bepaald dossier binnen een redelijke termijn te beoordelen. Wanneer die persoon met vakantie of ziek is, loopt die termijn op.

Een beslismodel kan door elke werknemer gebruikt worden. Er is geen specifieke kennis of expertise voor nodig. Het beslismodel geeft meteen een uitkomst. Niet alleen heeft het daardoor een hoog democratisch gehalte, het is eveneens breed inzetbaar. De uitkomst kan niet worden betwist.

Waarom zou een verkoper geen gebruik maken van de beslismodellen die specifiek voor zijn bedrijf zijn ingericht?

BRON: Dennis Mattijssen

08/12/2016

Factuurvoorwaarden bij versnelde invordering

Bij de versnelde invordering van onbetaalde facturen kan er nooit meer dan 10% bovenop de hoofdsom geïnd worden. Uw facturen dan aanpassen of niet?

Die nieuwe incassomogelijkheid? Daar gaat het inderdaad om. Sinds 2 juli kunt u onbetaald gebleven facturen laten innen door een deurwaarder in plaats van daar eerst voor naar de rechtbank te moeten.

Een grote winst van tijd en geld dus!

U kunt wel niet zelf naar een deurwaarder stappen. Alleen uw advocaat kan deze versnelde invorderingsprocedure opstarten, dus daar moet u nog wel altijd even passeren.

Niet-betwist en klant-handelaar. Dat zijn effectief de twee belangrijkste voorwaarden. De klant mag uw factuur niet betwist hebben én hij mag geen particulier zijn. Is één van deze voorwaarden niet vervuld, dan zal u m.a.w. toch naar de rechtbank moeten als u uw factuur op geen enkele andere manier geïnd krijgt.

Maximaal 10% extra? Dat is inderdaad ook voorzien bij deze wijze van invordering. Naast de hoofdsom kan de deurwaarder m.a.w. maximaal 10% extra opeisen bij wijze van interesten en schadebeding. Van belang is dus wat u ter zake voorzien heeft in uw algemene voorwaarden.

Wat als u 12% interesten aanrekent? Dat lijkt dan inderdaad een probleem, maar dat is het niet. Die 12% is immers een tarief op jaarbasis. Laat u de deurwaarder echter zo snel mogelijk na de vervaldag in actie schieten, dan is er uiteraard nog geen jaar verstreken, maar hoogstens één of twee maanden. Het bedrag van de interesten én uw schadebeding samen zal dan m.a.w. niet meer bedragen dan 10% van de hoofdsom.

Factuurvoorwaarden aanpassen? Neen, tenminste niet wat het tarief van uw interesten en schadebeding betreft. Van belang is wel meer dan ooit om in een betaaltermijn te voorzien. De invorderingsprocedure via de deurwaarder kan immers pas opgestart worden als de factuur vervallen is of m.a.w. als de betaaltermijn verstreken is. Hoe korter u die termijn houdt, hoe sneller ermee gestart kan worden.

Voorziet u geen betaaltermijn, dan heeft de klant-handelaar sowieso 30 dagen tijd om te betalen. Ook de deurwaarder moet uw klant na die 30 dagen nog eens een maand de tijd geven. U bent dan al snel meer dan twee maanden verder. Voorzie dus een kortere termijn.

23/11/2016

3 manieren om wanbetalers effectief te benaderen

Wanbetalers zijn net mensen: ze zijn gevoelig voor emotionele prikkels. Wie geld tegoed heeft, kan daar op inspelen.

Dat blijkt onderzoek van hoogleraar Victor Lamme van de Universiteit van Amsterdam.

Gedrag kan beïnvloed worden door in te spelen op drie basale drijfveren: beloning en begeerte, angst en verlies, of sociaal bewijs (wat doet de ander). Deze benadering is volgens het onderzoek van Lamme ook toepasbaar op de communicatie met wanbetalers.

Als onderdeel van het onderzoek werden verschillende soorten brieven gestuurd naar 5.285 mensen met achterstallige betalingen op hun ziektekosten.

Eén groep kreeg de standaard incassobrief, drie andere groepen een brief die inspeelde op één van de drie genoemde emoties. Dus respectievelijk angst (de nadelige gevolgen die zouden optreden bij het niet betalen), beloning (kans om het incassobedrag dubbel terug te winnen) en sociaal bewijs (vriendelijke brief en tips van experts, met advies dat contact opnemen vaak het beste helpt).

Voor het onderzoek werd ook rekening gehouden met de verwachte kans op terugbetaling, de zogenoemde verhaalscore.

Wanbetalers: welke aanpak werkt?

Uitkomst van het onderzoek is dat de meest effectieve emotionele strategie afhangt de situatie van de wanbetalers. Grosso modo ziet dat er als volgt uit.

Een angstbrief die inspeelt op nadelige gevolgen van niet-betalen, werkt het best bij debiteuren die doorgaans goed betalen en waar de kans op terugbetaling hoog is.

Een worst voorhouden kan bij twee groepen werken. Slechte betalers met hoge schulden zijn relatief gevoelig voor beloningen, maar dit geldt ook voor goede betalers met hoge schulden. Ofwel bij hoge schulden is de beloningsprikkel het proberen waard.

Schermen met ‘sociaal bewijs’ heeft maar op een kleine groep effect: debiteuren met een lage schuld en een gemiddelde kans op terugbetaling.

Tot slot is er een specifieke groep met een lange historie van betaalachterstanden die al vaak is benaderd: bij deze groep is de standaardaanmaning vaak het meest effectief. Een formele toonzetting is in ieder geval gewenst, omdat structurele wanbetalers een brief anders niet serieus nemen.

10/11/2016

Wie beperkt het financiële risico in de verkoop?

Verkopen doet u bij voorkeur tegen een zo laag mogelijk risico. Een financiële analyse van de prospect of de klant moet u daarbij helpen. Maar is de verkoper zelf wel de aangewezen persoon om die analyse uit te voeren? Een nauwe samenwerking met het creditmanagement dringt zich op.

Data zijn cruciaal om onderbouwde zakelijke beslissingen te kunnen nemen. Het komt erop aan de relevante cijfers vooraf grondig te analyseren en om te zetten in waardevolle financiële en commerciële inzichten. Op die manier bieden ze een heldere kijk op de opportuniteiten en risico's die zich aandienen.

Analyse cijfers, een vak apart

De analyse van de cijfers blijft weliswaar een vak apart. Of de verkopers zelf de juiste personen zijn om die analyse te maken, valt te betwijfelen. Hun ambitie, kennis en kunde schuilt in de eerste plaats in zakelijke deals sluiten. Een belangrijke ondersteunde rol is daarom weggelegd voor het creditmanagement. Deze medewerkers beschikken over de skills om opportuniteiten en groeimarkten op te sporen. Om sales gericht te sturen naar de meest waardevolle prospecten. Een samenwerking maakt het mogelijk om in te zetten op verkoop tegen een zo laag mogelijk risico.

Stel dat een verkoper in onderhandeling is met een onderneming uit Zuid-Afrika. Hij vangt lovende berichten op over het bedrijf dat groeiende is. Hij beschikt verder niet over het inzicht in de cijfers om het concrete risico bij verkoopactiviteiten te kunnen inschatten. Maar hij wil uiteraard graag zijn deal sluiten. In dat geval moet het creditmanagement ondersteuning bieden. Het moet meedenken en een oplossing zoeken, zodat de verkoper zijn contract kan binnenhalen tegen een zo laag mogelijk risico.

Meer dan de jaarrekening

Het creditmanagement kijkt uiteraard verder dan de jaarrekening, het document dat doorgaans het enige instrument is waarop bedrijven zich baseren om risico's in te schatten. En dat terwijl het meestal geen correcte kijk geeft op de financiële situatie van een onderneming. De jaarrekening schetst namelijk een beeld van het voorbije jaar, terwijl de huidige toestand niet belicht wordt. Het is tot op zekere hoogte ook een maakbaar instrument. Mits wat handigheid met cijfers kan de indruk die eruit spreekt, gestuurd worden.

Om tot een correcte analyse te kunnen komen, moeten andere – en meerdere - criteria onder de loep genomen worden. Zo zegt de betaalhistoriek van een onderneming veel meer dan de jaarrekening. Wanneer telkens op negentig dagen wordt betaald, is dat veelzeggend. Een vergelijking met de sector – of zelfs de financiële situatie van het land – wordt eveneens aangeraden. Kortom, een mix van objectieve en subjectieve criteria levert de meest correcte info om te kunnen overgaan tot een onderbouwde beslissing. Het is ook wenselijk om steeds de zaakvoerder persoonlijk te spreken. Zo weet u met welk type ondernemer u te maken heeft.

Nauwere samenwerking

Graydon pleit actief voor een nauwere samenwerking tussen het creditmanagement en de verkopers. Eén van onze klanten, een groothandel in voedingsmiddelen, past deze filosofie toe door elke verkoper tijdens zijn opleidingstraject uitgebreid uit te leggen hoe credit control precies in zijn werk gaat. De creditmanager vergezelt de verkoper wanneer met een klant de balans wordt besproken. Maar de creditmanager in kwestie zal ook op andere elementen wijzen, die hij ter plaatste vaststelt. Zo krijgen de verkopers een beter inzicht in de criteria die bij credit control gehanteerd worden. En zo zal de verkoper ook eventuele risico's beter kunnen inschatten.

Eric De Clercq - Graydon

02/11/2016

Wat wint u met een streng debiteurenbeheer?

Ondernemers pakken hun crediteuren- en debiteurenproblematiek steeds professioneler aan. Ondertussen worden 7 van de 10 facturen op tijd betaald. Het aantal faillissementen blijft nagenoeg elke maand dalen. En toch is niet alles rozengeur en maneschijn.

Bij heel wat bedrijven staat het water tot aan de lippen. De reserves zijn de voorbije jaren sterk aangetast. Voor veel van die ondernemingen is het vandaag belangrijk dat ze voldoende omzet realiseren die correct en conform de afspraak betaald wordt. Over het algemeen is immers een kwart van de faillissementen te wijten is aan klanten die slecht betalen.

De drie grootste problemen

1. Kmo’s grootste slachtoffers

Zeker in tijden waarin het economisch minder gaat, zijn kleine en middelgrote ondernemingen behoorlijk kwetsbaar. Zij moeten dikwijls het langst op hun geld wachten. Klanten verkiezen om grote en belangrijke leveranciers eerst te betalen. Kleinere leveranciers, die vaak over minder reserves beschikken, komen op de tweede plaats.

2. Niet verzekerd tegen wanbetalers

Als u fors hebt geïnvesteerd in machines, dan heeft u die ongetwijfeld goed verzekerd zodat schade niet voor onverwachte kosten zorgt. Hetzelfde geldt voor uw wagenpark. U stuurt uw medewerkers op pad met een bedrijfswagen die goed verzekerd is, want een ongeluk zit vaak in een klein hoekje.

Daarom is het behoorlijk verwonderlijk dat veel ondernemers het risico op wanbetaling over het hoofd zien en te weinig rekening houden met de gevolgen ervan. U wilt uw zorgvuldig uitgebouwde bedrijf toch niet over de kop zien gaan omdat uw klanten u niet betalen?

3. Nonchalant debiteurenbeheer

Waarom springt u nonchalant om met het risico dat klanten u niet (tijdig) betalen?  Het verlies dat u hierbij slikt, zal u pijn doen. Temeer omdat u zelf aan uw verplichten moet blijven voldoen tegenover uw medewerkers, uw leveranciers en bijvoorbeeld btw. Met andere woorden: als u de betalingen van uw klanten over het hoofd ziet, dreigt u zelf weg te zakken in drijfzand, waar u niet meer uit geraakt.

Drie wins bij de strikte opvolging van onbetaalde facturen

Nonchalance bij de opvolging van facturen, is vaak het begin van moeilijkheden. In veel gevallen moet u daarna heel wat tijd en energie steken in wat op dat ogenblik eigenlijk al een verloren zaak is.

Het is dus veel beter om kort op de bal te spelen en voor een strak proces van opvolging te zorgen. Een goed uitgedachte procedure die geïntegreerd is in uw bedrijfscultuur, kan u heel wat problemen besparen.

Het betekent ook dat u op minstens drie vlakken een grote return haalt uit uw inspanningen.

1. Klanten opvoeden

Klanten weten snel dat de opvolging van uw facturen heel belangrijk is en dat ze dus hun betalingen op tijd moeten doen. Nog altijd denken bedrijven dat een strakke opvolging van de onbetaalde facturen de klantenrelatie kan verzuren. Niets is minder waar. Uw klant zal beseffen dat u de zaken ernstig neemt en dat zorgt voor een prettige en vlotte samenwerking.

2. Geld ter beschikking om te investeren

Een bijkomend voordeel is dat uw cashflow niet onder druk komt te staan. U zult met andere woorden beschikken over geld om op het juiste moment investeringen te doen. In een snel veranderende wereld waarin de concurrentie even snel als onverwacht kan opduiken, is dit een belangrijk gegeven.

3. Tijd voor uw core-business

Een strakke opvolging van de facturen zorgt er ook voor dat uw bedrijf minder tijd en energie moet verspillen aan het achterna hollen van klanten. Zo komt er tijd en energie vrij voor uw kerntaken en strategische denkoefeningen.

Debiteurenkantoor geen overbodige luxe…

Een goed uitgebalanceerd acceptatieproces en een strak debiteurenbeheer is ten alle tijde noodzakelijk. Doe een risico-analyse van uw klanten en volg wanbetalers nauwer op. Slaagt u daar zelf niet, dan schakelt u best de hulp in van een externe partij, zoals een debiteurenkantoor. Want laten we duidelijk zijn. Vandaag doen de meeste bedrijven te laat een beroep op een incassobureau. Deze experts kunnen u helpen om het invorderingsproces van uw facturen te optimaliseren.

En dat is geen overbodige luxe, want volgens cijfers van de Intrum Justitia zou het bedrag aan onbetaalde facturen in ons land in 2015 liefst 8,4 miljard euro bedragen.

27/10/2016

Wat te doen als de klant de factuur betwist

Geen nieuws, goed nieuws!

De wet stelt dat elke niet-betwiste factuur als een geaccepteerde factuur beschouwd mag worden en dus betaald moet worden door de klant. Tenminste als u een onderneming factureert, want bij facturen aan particulieren gelden andere principes. Handelaren moeten de factuur in kwestie wel binnen een redelijke termijn protesteren als ze van plan zijn om die niet te betalen.

Wat die redelijke termijn precies inhoudt, is niet gespecificeerd, maar in de praktijk wordt een termijn van ongeveer 2 weken na ontvangst van de factuur als billijk beschouwd voor tijdig protest (iets langer voor complexe facturen).

De betwisting kan ook op verschillende manieren gebeuren, bijvoorbeeld per aangetekend schrijven of per e-mail. Het is hoe dan ook geen slechte zaak om in uw Algemene Voorwaarden te vermelden hoe en wanneer klanten facturen kunnen protesteren.

Tot daar de formaliteiten, maar wat nu als uw klant uw factuur betwist?

Scenario 1: klant betwist factuur onmiddellijk met een duidelijke reden.

Stel dat de klant uw factuur betwist en hiervoor een van volgende redenen opgeeft:

  • De factuur is niet correct opgesteld of vermeldt foutieve facturatiegegevens
  • De prestaties stemmen niet overeen met wat er werd afgesproken
  • De goederen zijn beschadigd toegekomen

In deze gevallen is de betwisting relatief goed nieuws. U kan de fout namelijk vrij eenvoudig rechtzetten (nieuwe factuur opstellen, nieuwe goederen toezenden, een kopie van de gemaakte afspraken toesturen…). Meestal volstaan deze acties of elk ander commercieel voorstel om de klant alsnog de factuur te doen betalen.

Scenario 2: klant betwist factuur zonder specifieke reden.

Protesteert de klant uw factuur vrij laat of zonder duidelijke reden dan wordt alles wat complexer. De goederen of diensten zijn vaak al deels of geheel verbruikt en daardoor wordt het moeilijker om eventuele problemen of schade te detecteren. U kan in dit geval best verwijzen naar de termijn van protest die u in uw verkoopsvoorwaarden heeft gestipuleerd en hopen dat de klant dit argument van laattijdig protest accepteert. Zoniet, kan u de laattijdige betwisting alsnog voor de rechtbank beslechten, maar dat is waarschijnlijk een scenario dat u koste wat kost wil vermijden.

Sowieso kan u best even doorvragen naar de oorzaak van de ergernis en daarvoor toch een commercieel voorstel formuleren. Ook als u volledig in uw recht bent.

Hoe de kans op factuurprotest verkleinen?

Zorg voor een duidelijke verwijzing naar de factuurvoorwaarden en Algemene Voorwaarden op uw facturen. Als u de Algemene voorwaarden op de achterzijde van uw briefpapier afdrukt, kan u best op de voorzijde van uw factuur een vermelding maken dat ze op de achterzijde te vinden zijn.

Bij web shops wordt vaak expliciet gevraagd om de voorwaarden te accepteren via een opt-in alvorens een bestelling afgerond kan worden. Voor offline transacties kan u vragen dat de klant eenmalig of bij elke transactie de voorwaarden ondertekent.

Om te vermijden dat een factuur betwist wordt, is offertes, bestelbonnen en leverbonnen laten tekenen ook een verstandige zaak.

Reageer onmiddellijk als uw klant een factuur betwist. Vaak kan het probleem snel verholpen worden. Het dossier laten liggen en uw klant enige tijd negeren of alsnog beginnen aanmanen, kan een averechts effect opleveren.

Als uw klant bij zijn standpunt blijft

Verloopt het contact met uw klant moeizaam, dan is een extern bemiddelaar, zoals incasso specialist Trivion, aanstellen zeker het overwegen waard. Deze kan objectief met uw klant onderhandelen en de kans is groot dat uw klant eerlijker en vollediger zal toelichten waarom de factuur in kwestie betwist wordt. Meer informatie om mee te werken dus.

In sommige gevallen kan er afgesproken worden dat het niet-betwiste deel van de factuur al betaald wordt en het saldo van zodra er een oplossing of compromis werd gevonden. Zo heeft u toch al enige blijk van goede wil en is het financieel risico al enigszins beperkt.

Blijkt de klant onvermurwbaar dan zullen we alle invorderingsstappen doorlopen en zodoende een volledig en juridisch correct dossier samenstellen. Als de minnelijke invordering geen succes blijkt, kan u zodoende alsnog een gerechtelijke procedure opstarten.

19/10/2016

Vlaamse overheid betaalde facturen nog nooit zo slecht

In het tweede trimester van 2016 heeft de Vlaamse gemeenschap slechts 43 procent van alle facturen tijdig betaald. Bij 31 procent van de facturen was dat echter meer dan 90 dagen na de vervaldag. De Vlaamse gemeenschap kent zo de slechtste score ooit voor betaalgedrag, zo blijkt woensdag uit een barometer van bedrijfsinformatiespecialist Graydon. Daaruit blijkt ook dat voor het eerst Waalse bedrijven hun facturen beter betaalden dan Brusselse en Vlaamse bedrijven.

“De Vlaamse gemeenschap vertoont daarmee een fundamentele dip en behaalt voor betaalgedrag de slechtste score', zegt Eric van den Broele, senior manager Research and Development bij Graydon. In het eerste trimester van dit jaar betaalde de Vlaamse gemeenschap 24 procent van de facturen meer dan 90 dagen na de vervaldag.

In het algemeen betaalden Belgische bedrijven en overheden in het tweede trimester 66 procent van de facturen binnen de afgesproken termijn. In het eerste trimester was dit nog 70 procent. Die achteruitgang niet alarmerend, 'aangezien elk tweede trimester van het jaar de betalingskwaliteit achteruit gaat. Het niveau van het aantal correct betaalde facturen is vergelijkbaar met dezelfde periode een jaar eerder.'

Graydon stelt daarnaast ook vast dat voor het eerst bedrijven die in Wallonië zijn gevestigd, hun facturen beter betaalden dan Vlaamse en Brusselse. 'Het valt op dat het betaalgedrag over de verschillende gewesten steeds meer gelijk loopt', aldus Van den Broele. 'Ook binnen het Waalse gewest worden steeds duidelijkere betaalafspraken gehanteerd, waardoor het betaalgedrag inmiddels identiek en sinds kort zelfs beter is dan binnen het Vlaamse Gewest.'

In het Brusselse Gewest wordt er een scherpe daling van het aantal correcte betalingen en een flinke toename van het aantal wanbetalingen vastgesteld. De bedrijfsinformatiespecialist ziet daarvoor onder meer een verband met de aanslagen in Brussel.

Bij eXago weten ze te vertellen dat ook het opvolgen van overheden een noodzaak is. Vaak wordt dit als zinloos bestempeld maar met de juiste technieken kan je er toch voor zorgen dat je facturen sneller betaald worden.

Bron: BELGA

13/10/2016

Screen je zakenpartners

Of uw klant of leverancier binnenkort op de fles gaat, is moeilijk exact te voorspellen. Al zijn er wel belangrijke knipperlichten die u beter niet negeert.

Nu de economie het iets beter doet, daalt het aantal faillissementen in ons land. In 2015 waren er nog 10.300, bijna 1 procent van de Belgische ondernemingen. In de cijfers van de federale overheidsdienst Economie zien we al 2 jaar een dalende trend en die zet ook dit jaar door. In de eerste 6 maanden van 2016 telde Pascal Flisch, analist van Roularta Business Information, iets minder dan 5000 faillissementen, een daling met 10% in vergelijking met het jaar voordien.

Voor sommige knipperlichten moet je een beroep doen op de gespecialiseerde data van handelsinformatiekantoren, andere signalen kun je zelf oppikken in dataplatformen, zoals de Balanscentrale van de Nationale Bank of de Kruispuntbank van ondernemingen.

Verrassende cijfers

Een belangrijk knipperlicht is wanneer een bedrijf opduikt in incassodossiers. “Wij hebben partnerships met verschillende incassokantoren. Zij voeden onze database met hun dossiers. Zo hebben we een zicht op 566.000 incassodossiers van maximaal 2 jaar oud. Als we de gefailleerde ondernemingen van 2015 screenen, zien we dat 51% van de failliete ondernemingen in de laatste twee jaar een incassodossier heeft lopen”. Gevoelige sectoren voor slechte betalers zijn de klein- en groothandel, de horeca en de bouwsector. Een tweede signaal zijn de dagvaardingen door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), Fondsen voor bestaanszekerheid en sociale kassen. Die informatie is te raadplegen bij de arbeidsrechtbanken of via de kredietrapporten van handelsinformatiekantoren. 31 procent van de gefailleerde ondernemingen ontving minimaal één dagvaarding in het jaar voor hun faillissement”.

Ook het laattijdig of niet publiceren van de balans is een veeg teken. Op een totale populatie van 1,2 miljoen ondernemingen moeten 410.000 bedrijven hun jaarrekeningen publiceren. Bedrijven die acht maanden na de sluiting van het boekjaar nog niet publiceren, zijn te laat. Van de 10.300 faillissementen in 2015 moesten er 7.314 publiceren. Een jaar na sluiting van het laatste boekjaar waren 6.118 bedrijven in gebreke gebleven, dat is 84 procent. Het niet of laattijdig publiceren van de balans is zeker en vast relevant

Een knipperlicht dat meer en meer bekend wordt, is de WCO-procedure (Wet Continuïteit Ondernemingen). “609 ondernemingen hebben een WCO-procedure opgestart in de 24 maanden voor hun faillissement. Je moet ook weten dat twee op de drie bedrijven die dat doen, uiteindelijk failliet gaan. Een WCO is voor die bedrijven een laatste kans om te overleven”, zegt Flisch. “Maar het blijft moeilijk. Bedrijven doen doorgaans te laat een beroep op de WCO, al lukt het voor een derde wel.”

Duik eens in de balans

Veelzeggende indicatoren die iedereen kan terugvinden in de balansen en berekenen, zijn de solvabiliteit, de liquiditeit en de kasstroom van het laatste boekjaar. Solvabiliteit is de moeder van alle ratio’s. Het is de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. In 2015 vonden we 54.000 bedrijven met een negatieve solvabiliteit, 13 procent van het totaal. Die zijn virtueel failliet. In de databanken vindt men nog eens 50.000 ondernemingen die zwak scoren in solvabiliteit, met een ratio tussen 0 en 15 procent. Ook dat zijn ondernemingen die te zwak zijn om krediet te verdienen. Van de gefailleerde ondernemingen in 2015 heeft 73 procent een solvabiliteitsratio die kleiner is dan 15 procent.

Voor de algemene liquiditeit kun je kijken naar de current ratio. Die geeft aan of er aan de kant van de activa op korte termijn voldoende middelen zijn om de schulden op korte termijn terug te betalen. Als die ratio kleiner is dan 100 zit je met een probleem. Van de 410.000 ondernemingen die moeten publiceren, zijn er 140.000 in die situatie. Als we naar de gefailleerden kijken, gaat het om 68 procent. Hetzelfde verhaal voor de cashflow, de capaciteit om toegevoegde waarde te creëren. In 63 procent van de faillissementen had de onderneming volgens haar laatste balans een negatieve cashflow. Mijn advies aan bedrijven is: screen je zakenpartners. Geef hun geen krediet als ze in de gevarenzone zitten. Dat is spelen met je financiële gezondheid!

Bedrijven zijn veel te naïef op het gebied van betalingstermijnen. Het is niet voldoende dat je beschikt over financiële informatie van je zakenpartner. Je moet ook iets doen met die kennis. De kosten van een klant die niet of niet op tijd betaalt, kunnen hoog oplopen. Vanwege de concurrentie durven veel kmo’s geen contante betaling te eisen. Maar als je knipperlichten ziet, dan moet je dat wel durven te doen. Je moet assertief zijn, dat is zakendoen. Want als het niet goed gaat met je klant of leverancier, heb jij ook een probleem.

Je ziet veel ondernemingen, vooral eenmanszaken en zelfstandigen, die al tevreden zijn als ze omzet kunnen boeken. 85 procent van de ondernemingen wordt beheerd op het ritme van de bankrekening. Betalingen opvolgen en klanten opbellen die niet op tijd betalen, wordt te weinig systematisch gedaan. Het zijn uitzonderingen die een klant op voorhand screenen en contante betaling eisen. Er wordt met klanten en leveranciers genetwerkt, maar analyses gebeuren niet. Ondernemers zijn zich nauwelijks bewust van het feit dat betalingstermijnen een risico op zich zijn. Je speelt bankier voor je klant en aan het einde van de rit kost dat marge.

Cfr. Kurt De Cat

04/10/2016

8% rente bij betalingsachterstand

De rente staat zwaar onder druk. Het Staatsblad van 11 augustus heeft de rente die van toepassing is op betalingsachterstanden in het kader van handelstransacties tussen bedrijven en aanbestedende overheden of entiteiten verlaagd van 8,50% tot 8% voor het tweede semester.

Deze rente is ook geldig op het moment dat er geen algemene voorwaarden zijn voorzien in een overeenkomst tussen handelaren. Indien u zelf uw voorwaarden oplegt, kan u daarom ook een hogere rente bekomen. Deze bedraagt veelal 1% per maand of 12% per jaar. Voorlopig worden deze ook toegekend door rechtbanken. Het is wel de vraag of dit ook zo zal blijven.

Gemiddeld wordt één factuur op drie te laat betaald door de verschillende aanbestedende overheden van het land, wat kmo’s – die vaak krap bij kas zitten – in grote problemen brengt.

Ze kunnen zich misschien troosten met de gedachte dat ze nog altijd meer krijgen dan de fiscus – de gerechtelijke intresten in fiscale zaken bedragen immers slechts 7% – en bijna vier keer meer dan de wettelijke intrestvoet die voor het jaar 2016 werd verlaagd van 2,50% tot 2,25% (Belgisch Staatsblad 18 januari 2016).

28/09/2016

Nederland in top 3 best betalende landen

Wereldwijd krijgen bedrijven hun rekeningen steeds later betaald. 25% van de bedrijven moet nu gemiddeld 90 dagen wachten op hun geld. Nederland onderscheidt zich positief. Samen met Oostenrijk en Nieuw-Zeeland worden hier de nota’s het snelst betaald. Dat blijkt uit onderzoek van kredietverzekeraar Euler Hermes over 2015.

Bovenaan de lijst van landen die steeds trager betalen staan Griekenland, China en Italië. De gemiddelde betaaltermijn in deze landen is respectievelijk 91, 88 en 88 dagen. De betaalpraktijk in China laat de grootste uitwassen zien. 25% van de bedrijven krijgt pas betaald na 131 dagen.

Verschillen per land zijn groot

Euler Hermes onderzocht de wereldwijde Days Sales Outstanding (DSO). Hiervoor zijn de scores van 27.300 beursgenoteerde bedrijven gebruikt. De verschillen per land en sector blijken groot. Wereldwijd wordt de betaaltermijn steeds verder opgerekt, maar in West-Europa bijvoorbeeld betalen debiteuren steeds sneller. Hier komt de DSO dit jaar naar verwachting uit op 59 dagen. Oostenrijk is koploper met een DSO van 44 dagen. Nederland komt met 47 dagen in Europa op de 2e plaats. Wereldwijd gezien is alleen Nieuw-Zeeland met 46 dagen sneller.

Score per sector

Volgens Johan Geeroms, senior risk manager bij Euler Hermes Nederland, laat het betaalgedrag per sector een duidelijk kenmerk zien: “hoe dichter bedrijven bij de eindgebruiker staan, hoe sneller de betaling.” Uit het internationale onderzoek blijkt dat Electronics, Machinery & equipment en Construction de drie sectoren zijn waar bedrijven het langst moeten wachten op hun geld (respectievelijk 89, 87 en 81 dagen gemiddeld).

Aan de andere kant van het spectrum staat Retail met een gemiddelde DSO van 27 dagen in 2015. “Een kwart van de bedrijven in deze sector krijgt zelfs binnen 5 dagen betaald.” Geeroms wijst op de bouwsector. “Daar liggen de uitersten ver uit elkaar: een kwart van de bedrijven moet gemiddeld 113 dagen wachten, terwijl andere bedrijven, samen ook een kwart, binnen 40 dagen betaald krijgen.” De verschillen per sector hebben volgens Geeroms deels te maken met de aard en de lengte van de betaalketen. Ook de heterogeniteit aan betaalwijzen speelt mee.

Kredietrisico’s ontstaan door groeivertraging

Waarom er wereldwijd steeds later wordt betaald, komt volgens Walter Toemen, directeur Risk van Euler Hermes Nederland, door de groeivertraging van de economie in diverse regio’s. Hij wijst op China, Rusland en Brazilië. “In een vertragende economie genereren bedrijven minder inkomsten. Ze proberen hun liquiditeitspositie te verbeteren door betaling van hun facturen uit te stellen.” Om kredietrisico’s te vermijden zoeken leveranciers in deze landen, en dat geldt zeker ook voor kleinere economieën in opkomende regio’s, hun heil in cashbetalingen, zo stelt Toemen. “Vertrouwen binnen bedrijfstakken kan zover dalen, dat bedrijven niet meer op krediet willen leveren, maar cash-transacties verlangen. Dan weet je tenminste zeker dat je je geld krijgt.”

Europa zit ruimer bij kas

In Europa is juist een tegenovergestelde trend waar te nemen. Hier daalt de gemiddelde DSO. Toemen: “Met een economische groei in de eurozone van zo’n 1,5% ervaren bedrijven dat hun business toeneemt. De cashflow verbetert, bedrijven zitten ruimer bij kas, geld wordt sneller rondgepompt. Er wordt niet onnodig lang gewacht met het betalen van de rekeningen. Daar komt bij dat De Europese Centrale Bank bedrijven “promoot” om sneller te betalen via meer goedkoop krediet. Maar er blijven aanzienlijke verschillen tussen Noord en Zuid-Europa bestaan (DSO van 50 versus 65).”

Veel grote concerns zijn welwillend

Nederland mag dan tot de beste betalers horen, toch startte minister Kamp vorig jaar een onderzoek naar het betaalgedrag van grote concerns. Toemen: “Ook in Nederland klagen leveranciers uit het midden- en kleinbedrijf over trage betalingen. Veel van die kleinere bedrijven kampen met een beperkte kredietruimte. In 2011 is een richtlijn van de Europese Unie aangenomen die voorschrijft dat bedrijven rekeningen binnen 60 dagen moeten voldoen. Nederland zit daar ver onder. Veel grote concerns tonen zich welwillend. Vorig jaar is het manifest ‘Betaalme.nu’ gestart. Bedoeld om kleine leveranciers binnen dertig dagen te betalen. Een aantal grote concerns hebben zich daarbij aangesloten.”

Bron: Euler Hermes

22/09/2016

Onbetwiste facturen voortaan sneller te innen!

Net vóór de zomervakantie is de wet die voorziet in een versnelde invordering van onbetwiste facturen in werking getreden. Wat houdt die versnelling dan precies in en wanneer precies kunt u daar gebruik van maken?

Versnelde invordering slechte betalers

Vanwaar ‘versneld’? Omdat het in feite buiten de rechtbank om gaat. Het is in 1ste instantie een administratieve procedure die uiteindelijk alleen door de rechtbank bekrachtigd wordt. Als alles meezit, heeft u zo binnen de 2 maanden een ‘vonnis’ waarmee u uw slechte betaler kunt dwingen te betalen, veel sneller dus dan via de gewone procedure voor de rechtbank...

Deurwaarder is de spilfiguur! Het is een deurwaarder die in eerste instantie een aanmaning zal sturen naar uw slechte betaler. Deze krijgt dan 1 maand de tijd om te betalen. Gebeurt er niets, dan stelt de deurwaarder een zgn. proces-verbaal van niet-betwisting op dat hij vervolgens aan de rechtbank bezorgt. Als alles correct is verlopen, zal de rechter dat pv dan zgn. uitvoerbaar verklaren. Het krijgt dan m.a.w. dezelfde waarde als een vonnis.

Het pv kan wel ten vroegste 8 dagen na de aanmaningstermijn van één maand opgemaakt worden. Uw klant heeft dus in feite één maand en zeven dagen om te betalen.

Rol van de advocaat? U kunt niet zelf naar een deurwaarder stappen met al uw onbetwiste facturen die niet betaald worden. Het is wel degelijk uw advocaat die uw deurwaarder de opdracht moet geven om deze versnelde procedure in gang te zetten.

Procedure kan ‘verstoord’ worden. Uw klant kan inderdaad nog alle kanten uit. De deurwaarder is immers ook verplicht om een modelformulier mee te sturen naar uw klant. Die laatste kan daarmee dan alsnog uw factuur betwisten en dan is het ineens gedaan met de pret. U zal dan toch nog naar de rechtbank moeten.

Uw klant kan via dat formulier ook een afbetalingsplan vragen en dan moet daar ook rekening mee gehouden worden, maar bon, dat is dan nog altijd beter dan niets natuurlijk...

Voor welke facturen kan het?

Alleen onbetwiste facturen! Zodra de klant uw factuur betwist, kan een deurwaarder de versnelde procedure niet opstarten.

Zelfs al is de versnelde procedure opgestart door de deurwaarder, dan nog krijgt uw klant de kans om uw factuur te betwisten via dat fameuze modelformulier.

Blijkt naderhand voor de rechtbank dat uw klant uw factuur alleen maar betwist heeft om de versnelde procedure te stoppen, dan riskeert die wel dat de rechter hem veroordeelt tot een extra schadevergoeding.

Alleen vervallen facturen! De factuur moet inderdaad ook al opeisbaar zijn. Geeft u uw klanten 30 dagen de tijd om te betalen, dan kunt u m.a.w. niet reeds na 10 dagen deze versnelde procedure laten opstarten.

Aanrader: Zet waar mogelijk op uw facturen dat ze contant betaalbaar zijn. De procedure kan dan onmiddellijk opgestart worden. Staat er ter zake niets op uw facturen, dan heeft de klant standaard immers een betaaltermijn van 30 dagen.

Alleen bij klanten-handelaars! Particuliere klanten of m.a.w. consumenten kunt u zo dus niet onder druk zetten. Daarvoor zal u nog altijd naar de rechtbank moeten. Deze nieuwe regeling kan alleen als de klant zelf ook een handelaar is.

14/09/2016

Kmo-bedrijfsleiders te laks voor schuldenaars

Het is niet goed gesteld met de financiële kennis van Belgische kmo’s. Uit een online CashFlow-test die Atradius met CashFirst heeft afgenomen blijkt bijvoorbeeld dat 1 op de 3 Belgische kmo-ondernemers niet weet waar cashflow voor staat.

Christophe Cherry van Atradius is niet verbaasd over het gebrek aan financieel inzicht van nogal wat kmo-bedrijfsleiders: “Uit onze meest recente Payment Barometer blijkt namelijk dat er in België meer B2B-facturen onbetaald blijven dan in de rest van West-Europa. Gemiddeld blijft bijna 40% van de totale waarde aan B2B-vorderingen in gebreke. In België is dat 41,3%. We kunnen dus zeker nog heel wat schade inhalen.”

Een van de grootste pijnpunten bij Belgische kmo’s zijn de te lange betalingstermijnen: 47% hanteert een betalingstermijn van 60 dagen, 39% van 30 dagen en bij 14% varieert die van klant tot klant. “Hoe korter de betalingstermijn, hoe minder kans op wanbetalingen. Wij raden bedrijven daarom aan om altijd een betalingstermijn van 30 dagen te hanteren.”

Bemoedigend is wel dat de meeste ondernemers aangeven dat ze weten hoe het staat met de kredietwaardigheid van hun klanten. 60% schakelt hiervoor zelfs een debiteurenbeheerder in. Al kijkt de Belgische ondernemer de kat liever even uit de boom: bijna 40% neemt pas na het verstrijken van de vervaldatum van de factuur contact op met de debiteur. Een kwart neemt een keer per maand contact op met alle debiteuren om na te gaan waar de betaling blijft. “De Belg mag zijn uitgestuurde facturen dus zeker nog wat proactiever opvolgen.”

Slechts 1 op de 2 ondernemers laat zijn klanten een contract met de verkoopsvoorwaarden ondertekenen bij elke factuur. De ondernemers die dat niet doen, hebben daar twee redenen voor: 31% gaat ervan uit dat een goedgekeurde offerte voldoende bindend is en 17% denkt dat dit enkel nodig is bij ‘moeilijke’ klanten en prospecten.

Bij onbetaalde facturen grijpt de Belgische kmo nog altijd naar zijn telefoon. Een kwart van de ondernemers bereidt zijn waar-blijft-mijn-geld-telefoontje bovendien minutieus voor. Het gesprek zelf verloopt gemoedelijk: 29% toont begrip en 46% past zijn reactie aan de klant aan, uit vrees om de klant kwijt te geraken.

08/09/2016

8 manieren om in Credit Management uit te blinken

Credit management is met steeds weer nieuwe tools en technieken voortdurend in beweging. Tegelijkertijd is een aantal fundamentele elementen van credit management nog even relevant als 20 jaar geleden.

We hebben acht praktische tips verzameld waarmee u in credit management kunt uitblinken – en waarbij u oude en nieuwe technieken combineert.

1. Blijf op de hoogte van nieuwe wetgeving

Omdat regelgeving over risico’s, compliance en credit management continu verandert, is het belangrijk een stap voor te blijven. Een essentieel onderdeel van goed credit management is vooruit kijken en zorgen dat uw bedrijf kan anticiperen op verandering. De vraag is: hoe? Credit management organisaties bieden vaak voorlichting over wetgeving en gerelateerde onderwerpen via publicaties, opleidingen en allerlei andere middelen.

2. Ken uw klanten

Credit management gaat veel verder dan ‘alleen maar’ krediet aan een klant verstrekken. In de B2B markt kan een klant door externe of interne factoren zomaar beter of slechter gaan presteren. Het is dan ook belangrijk op regelmatige basis de prestaties van uw klanten te onderzoeken – en vergeet daarbij een evaluatie van het toekomstperspectief niet! Het doel van dit onderzoek is niet alleen preventief om financiële zekerheid voor uw bedrijf te bieden, het zorgt er ook voor dat u op de hoogte blijft van mogelijke kansen waarvan uw bedrijf kan profiteren. Een klant kan bijvoorbeeld onlangs een lucratief contract hebben gesloten of opvallend hogere winstcijfers tonen. Misschien kan uw bedrijf daardoor ook meer afzetten?

3. Houd contact met uw klanten

Voortbordurend op het vorige punt is het belangrijk regelmatig contact met uw klanten te hebben, zodat u zeker bent van een eerlijke en open communicatie. Niet alleen bouwt u hiermee aan een sterkere relatie, het maakt lastige discussies aan beide zijden ook gemakkelijker. Regelmatig contact onderhouden helpt bovendien om vroegtijdig tekenen van (financiële) problemen te spotten.

4. Vraag rond

Een van de oudste technieken om kredietrisico te vermijden, is het benutten van kennis van anderen. Vroeger betekende dit simpelweg rondvragen bij bevriende relaties, maar tegenwoordig heeft u toegang tot een veelvoud aan informatiebronnen. Zelfs de concurrentie kan helpen, want ook zij kunnen uit persoonlijke ervaring vertellen wat ze van een klant vinden. Vergeet niet, het delen van ervaringen heeft voordelen voor iedereen. Als u een concurrent vertelt over de dreigende problemen van een bedrijf, zal die concurrent hetzelfde voor u terug doen. Creditcirkels en forums kunnen ook uitstekende informatiebronnen zijn. Overigens moet u wel zeker weten dat deze fora voldoen aan alle regels, vooral die van de Wet Bescherming Persoonsgegevens en de Mededingingswet.

5. Update uw papierwerk

Externe veranderingen vragen ook intern aandacht, want als wetten veranderen is de kans groot dat de documenten waarmee u werkt (denk aan aanvraagformulieren voor kredieten) ook aangepast moeten worden. Zorg er dus voor dat u problemen voorkomt en dat al uw papierwerk aan de meest actuele wettelijke specificaties voldoet. Waar mogelijk is het verstandig juristen te vragen een aandachtig oog op uw documenten te werpen.

6. Houd de media in de gaten

Natuurlijk zijn jaarverslagen en persberichten uitstekende informatiebronnen om de financiële gezondheid van klanten te onderzoeken. Maar vergeet de pers niet in de gaten te houden! Zakelijke tijdschriften, kranten en vakbladen bieden up-to-the-minute informatie over de prestaties van bedrijven. En omdat de pers onafhankelijk is, biedt het vaak de meest evenwichtige en objectieve informatie – die bovendien vaak in een bredere context over bijvoorbeeld marktontwikkelingen wordt geplaatst.

7. Bescherm uzelf tegen fraude

Fraude is een van de grootste bedreigingen voor een succesvol credit management. Het kan bedrijven zelfs volledig ten gronde richten. Door doeltreffende due diligence processen op te zetten, kunt u zich hiertegen wapenen. Een extern kredietinformatiebureau als Graydon kan u, eventueel met ondersteuning van een fraudeopsporingsteam, kennis en inzicht bieden waarmee u uw bedrijf kunt beschermen.

8. Monitor uw klanten

Bedrijven als Graydon bieden geavanceerde klantmonitoringsystemen die u op de hoogte houden van de financiële situatie van uw klanten. Deze systemen kunnen de kredietwaardering van klanten automatisch aanpassen bij bepaalde opvallende veranderingen, zoals veranderingen in het bestuur. Met die nieuwe informatie kan het systeem u melden of de kredietlimiet die u zes maanden eerder voor deze klant had ingesteld nog steeds passend is – en kunt u dus op tijd de nodige maatregelen nemen om risico’s te verkleinen.

Bron: Lisanne Barnaart - Graydon Blog

31/08/2016

Verplichte taal factuur is ‘hinderlijk’?

In welke taal factureren? U moet uw facturen principieel opstellen in de taal van het gewest waar u met uw zaak gevestigd bent. In het Brussels gewest mag u kiezen tussen het Nederlands en het Frans, maar in Vlaanderen en Wallonië heeft u ter zake dus helemaal geen keuze.

Wie kan daar moeilijk over doen? De klant zelf. Die kan met een factuur in een andere taal dan die van uw gewest naar de rechtbank stappen en dan zal die bovendien nog gelijk krijgen ook. Een factuur opgesteld in een foutieve taal is immers nietig met als gevolg dat de klant ze dan m.a.w. ook niet moet betalen. Een factuur opstellen in de taal van de klant om hem ter wille te zijn, doet u dus beter niet.

Aanrader: U mag uiteraard wel supplementair een anderstalige versie meesturen naar de klant. Zet er dan desgevallend wel duidelijk op dat het gaat om een vertaling van de origineel in het Nederlands opgemaakte factuur van die datum met dat nummer.

Wel een storende regel... Dat is althans wat de advocaat-generaal bij het Europees Hof van Justitie daarvan vindt. Deze taalvoorwaarde wat uw facturen betreft, belemmert immers in behoorlijke mate het Europese handelsverkeer. Voorlopig is dit evenwel nog maar een advies van die advocaat-generaal en bent u dus nog altijd verplicht om te factureren in de taal van het gewest.

24/08/2016

Hoe kan u afwijken van de algemene voorwaarden?

U heeft bepaalde algemene voorwaarden voor uw verkopen of diensten, maar af en toe wilt u daarvan afwijken. Kan dat wel en hoe moet u dat dan doen? Gewoon op de bestelbon schrijven of moet dat toch iets formeler?

Afwijken van uw ‘gewone’ regels

Soms is dat nodig. U heeft standaard in uw algemene voorwaarden bepaalde regels vastliggen. Die staan ook gedrukt op de achterzijde van de bestelbon en/of factuur. Het kan echter altijd zijn dat een bepaalde bestelling van een klant iets anders is en dat u daardoor wilt afwijken van wat er in die kleine lettertjes voorzien is.

Een langere levertermijn? Mogelijk is bij een bepaalde bestelling de gewone gangbare levertermijn zoals voorzien in de algemene voorwaarden niet haalbaar.

Een hoger voorschot? Om bepaalde redenen bv. omdat de klant echt iets op maat bestelt, wilt u mogelijk afwijken en een hoger voorschot voorzien dan hetgeen standaard in uw voorwaarden opgenomen is.

Dit dan op de bestelbon zo noteren? Een collega verkocht eenmalig een occasiewagen. Hij schreef uitdrukkelijk op de bestelbon dat de klant één jaar garantie kreeg. Het leek hem duidelijk dat dit een afwijking was van de ‘gewone’ garantie die voorzien was op de achterzijde in de algemene voorwaarden.

Hoe zit het nu? De klant ziet dat echter anders en wil zich nadien toch graag beroepen op de garantie die standaard voorzien was in de algemene voorwaarden.

Dat noteren is inderdaad niet voldoende... De rechter (Mons, 12.04.2016) vond dat er verwarring mogelijk was en dat de klant zich inderdaad ook mocht beroepen op de voor hem voordeligere regeling in de algemene voorwaarden. De wet voorziet immers uitdrukkelijk dat indien er twee tegenstrijdige bepalingen zijn, de klant de regeling mag kiezen die voor hem het voordeligste is (art. 1602, lid 2 BW)

Kunt u dan niet afwijken?

Zeker, de aanpak is echter anders. Zorg dat de klant niet kan inroepen dat er een onduidelijkheid is. Wilt u afwijken van de voorwaarden, vermeld dit dan niet enkel op de voorkant van de bestelbon, maar zorg dat de bepaling in uw algemene voorwaarden ook effectief geschrapt wordt op de achterzijde van de bestelbon.

Tip. Laat die doorhaling dan ook paraferen door de klant. Op die manier kan deze nadien moeilijk beweren dat het niet duidelijk was.

Door aan te geven dat het een afwijking is. Dat is ook een andere mogelijkheid. In plaats van de bepaling echt te schrappen, kunt u ook duidelijk aangeven dat het gaat om een afwijking van de algemene voorwaarden.

Tip. Voorzie een levertermijn van x-aantal maanden “in afwijking van artikel ... van de algemene voorwaarden ”. Ook dan is het voldoende duidelijk.

Al voorzien in uw algemene voorwaarden? U kunt in uw algemene voorwaarden ook al ‘inbouwen’ dat afwijkingen mogelijk zijn. Ook zo vermijdt u dat de klant nadien de afwijking niet hoeft toe te passen.

Tip. Voorzie bv. in uw algemene voorwaarden dat een bepaalde levertermijn geldt “tenzij anders bepaald op de bestelbon ”. Zo is het duidelijk voor de klant dat de regeling op de voorzijde van de bestelbon voorrang heeft op wat de algemene voorwaarden bepalen.

19/08/2016

Correct betaalgedrag is niet altijd geruststellend

Het is niet omdat uw klant steeds correct betaalt dat dit in de toekomst ook zo zal zijn. Het kan zelfs gevaarlijk zijn om u alleen te baseren op de manier waarop uw klant uw facturen betaalt. Uw persoonlijk gevoel of uw persoonlijke ervaringen kloppen immers niet altijd met de realiteit.

Het kan best zijn dat uw klant u elke keer opnieuw correct betaalt, terwijl veel andere leveranciers steeds op hun geld moeten wachten. Voor u is er geen vuiltje aan de lucht, maar laat het toch een waarschuwing zijn. Als het bedrijf in kwestie plots failliet gaat, dan zal dit bij u inslaan als een bom. Want die klant betaalde toch altijd correct?

Betaalproblemen teken aan de wand

Betaalproblemen kunnen een teken aan de wand zijn dat een bedrijf het financieel moeilijk heeft. Als u een belangrijke leverancier bent, dan zult u daar aanvankelijk weinig hinder van ondervinden. Want als u de leveringen stopzet, dan komt de continuïteit van uw klant – bij gebrek aan werkingsmiddelen – in gevaar. U bent dan één van de laatste leveranciers die correct betaald zullen worden. De vraag stelt zich alleen hoe lang het nog duurt voor u de volgende bent die op zijn geld moet wachten. Als u het nog terugziet, want als u als belangrijkste leverancier wegvalt, dan zal uw klant wellicht snel de boeken moeten sluiten.

Betalingsproblemen tijdig opmerken is niet waterdicht op basis van uw eigen cijfers. Het geeft u een eenzijdig (subjectief) beeld, namelijk een beeld van het gedrag dat uw klant ten opzichte van u vertoont. Maak daarom in uw analyses zeker een onderscheid tussen interne en externe bronnen. Negatieve betalingservaringen bij andere leveranciers, incassodossiers en slechte cashflow zijn  enkele voorbeelden van externe knipperlichten.

Interne bronnen zijn subjectief

Interne bronnen zijn eerder subjectief, omdat ze ook beïnvloed worden door meningen en ervaringen van uw mensen. Externe bronnen zijn objectiever omdat ze gebaseerd zijn op ruimer cijfermateriaal, losgekoppeld van betrokken personen. Let op, interne bronnen blijven belangrijk. Want ook op basis van de opgebouwde historiek, kunt u verandering in betalingsgedrag opmerken. Al had u een terugval misschien sneller zien aankomen als u ook externe bronnen had geconsulteerd.

Toets aan objectieve bronnen

Gaat het betalingsgedrag van uw klant of klanten achteruit, bekijk dan eerst even uw interne processen. Bent u misschien van systeem of procedure veranderd? Of heeft u klachten gekregen over uw producten/diensten?

Maar het kan inderdaad ook zijn dat uw klant het financieel effectief moeilijk heeft om zijn facturen te betalen. Dan is het zeker aangewezen om het gedrag van uw klant te toetsen aan de hand van objectieve andere bronnen. Zo kunt u ook achterhalen hoe uw klant zijn andere leveranciers betaalt. Misschien is het een bevestiging van de signalen die u in het betalingsgedrag opmerkt.

Bij eXago zijn we gestart met een beoordeling te geven aan het betalingsgedrag van uw debiteuren. Deze beoordeling wordt tijdens de opvolging ingegeven in de opvolgingssoftware eForos. Het is de bedoeling om zo veranderd betaalgedrag tijdig op te merken en hierop gepast te reageren.

Daarenboven kan u ook een kredietlimiet in het systeem toewijzen aan iedere individuele klant. Als u dat combineert met kwalitatief goede handelsinformatie, dan hebt u een flinke stap gezet richt preventief debiteurenbeheer!

Cfr Glenn Philips – Graydon
& Philip Beckers – eXago

11/08/2016

Betaald op een foutieve rekening

Hoe wapent u zich tegen oplichters die facturen onderscheppen om dan het rekeningnummer te wijzigen?

Uw 1ste reactie is “een vergissing waarschijnlijk”... Dat is wellicht ook wat u in eerste instantie zal denken als u een rappel krijgt van uw leverancier voor een factuur waarvan u veronderstelt dat u ze al betaald heeft. Geen probleem, denkt u verder en u bezorgt uw leverancier een kopie van uw bankrekeninguittreksel waarop die betaling vermeld staat.

Het is de juiste bankrekening niet! Als dat de repliek is van uw leverancier, dan weet u dus hoe laat het is. Er zijn inderdaad weer oplichters actief die facturen onderscheppen en het rekeningnummer van de leverancier wijzigen in dat van hen. Zonder dat u het weet, betaalt u dus op een verkeerde rekening.

Uw probleem of dat van uw leverancier? Kortweg, het uwe. Juridisch gezien heeft u uw leverancier immers niet betaald. Betalen op een verkeerde rekening staat m.a.w. gelijk met ‘niet betalen’. U zal dus in het slechtste geval hetzelfde bedrag nog een keer moeten storten, maar dan op de juiste rekening van uw leverancier.

Apart te checken? Zeker. De veiligste werkwijze is uw leverancier te contacteren, via mail of telefoon, om zo het rekeningnummer te verifiëren. Vooral bij nieuwe leveranciers en/of grotere bedragen is dat geen overbodige waakzaamheid.

Let op: Vraag desnoods dat een leverancier u zijn factuur bezorgt via e-mail, dan kan dat alvast niet onderschept worden.

Let op: Verifieer desgevallend ook of er op de offerte een rekeningnummer vermeld staat en of het overeenstemt met dit op de factuur.

Vermijd dit ook naar uw klanten toe! Het mag dan op zich uw probleem niet zijn dat klanten u betalen op een verkeerd rekeningnummer, maar u moet natuurlijk nog wel aan uw centen zien te geraken. Zet daarom zelf ook uw rekeningnummer op uw offertes en stuur uw facturen desgevallend niet alleen via post, maar ook via e-mail.

Tip. Overweeg ook bij grotere bedragen om klanten een voorschot te laten betalen. Bij ontvangst van dat voorschot zit uw juiste rekeningnummer zo alvast in het pc-bankingsysteem van uw klant.

03/08/2016

Aanwerven financiële functies verloopt vrij moeizaam

België kampt met het hoogste aantal openstaande vacatures. Een financieel profiel aanwerven verloopt bovendien vrij moeizaam.

Met een vacaturegraad van 2,7%, heeft België, volgens de jongste cijfers van Eurostat, het hoogst aantal openstaande vacatures van de Europese Unie, gevolgd door Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Dit cijfer ligt een stuk hoger dan gemiddeld in de EU-28 (1,7%).

Heel wat bedrijven kampen vandaag dan ook met problemen om openstaande posities tijdig in te vullen, zo blijkt ook uit onafhankelijk onderzoek uitgevoerd in opdracht van het gespecialiseerde rekruteringsbedrijf Robert Half bij 200 Belgische CFO’s en financieel directeurs.

Uit eerder onderzoek blijkt dat negen op tien Belgische financieel directeurs en CFO’s aanwervingsplannen heeft voor de eerste helft van 2016.

Toch blijkt het aanwerven van geschikte medewerkers voor veel CFO’s en financieel directeurs een werk van lange adem. De zoektocht voor een functie op managementniveau duurt gemiddeld 7 weken. Voor een openstaande functie van boekhouder of financieel expert zoeken ze gemiddeld 6 weken naar de geknipte kandidaat voor de job.

EXago besliste daarom aanvang 2016 dat zij haar ervaren credit collectors ook (tijdelijk) outsourced om aan de eerste noden van een bedrijf te voldoen. Zeker nu cashflow & liquiditeit hoog op de agenda staan van CFO’s blijkt deze oplossing er gegeerd te zijn.

Verder blijkt ook dat bedrijven de kandidaten op personeelsniveau gemiddeld twee keer interviewen alvorens een eindbeslissing te nemen. Op managementniveau worden kandidaten tot drie keer geïnterviewd.

De langste aanwervingstrajecten zien we bij overheidsinstanties met gemiddeld 8,78 weken; een functie op personeelsniveau in de privésector kost gemiddeld 5,5 weken.

28/07/2016

Stijging kredietrisico’s in Oost-Europa door late betaling buitenlandse klanten

  • Liquiditeitspositie Oost-Europese bedrijven bedreigd door uitblijvende betaling handelsrelaties
  • Blootstelling aan kredietrisico’s stijgt met 19 procent op jaarbasis
  • 1 op 5 bedrijven bezorgd over verslechtering DSO in komende jaar

De economie in Oost-Europa blijft dit jaar naar verwachting met 1,1 procent groeien. De faillissementen laten daarentegen een grillig beeld zien. Zo worden steeds meer bedrijven geconfronteerd met te late betalingen door buitenlandse afnemers en dat heeft ingrijpende gevolgen voor hun kasstromen. Dat blijkt uit de Betalingsbarometer voor Oost-Europa van kredietverzekeraar Atradius.

Uit het onderzoek blijkt dat zo’n 20 procent van de bedrijven in Oost-Europa zich zorgen maakt over hun cashflow, in vergelijking met 16 procent in West-Europa. Dit wordt veroorzaakt door hogere kredietrisico’s als gevolg van uitblijvende betalingen door buitenlandse zakelijke klanten. De gemiddelde totale waarde van buitenlandse facturen die op de vervaldatum nog niet betaald waren, steeg met 19 procent tot 40,8 procent (vanaf 34,2 procent vorig jaar). De gemiddelde waarde van achterstallige binnenlandse rekeningen steeg met 9 procent naar 45 procent (vanaf 41,2 procent vorig jaar). Deze ontwikkeling kan volgens Atradius een negatief effect hebben op de liquiditeitspositie van bedrijven in de regio.

Hoogste percentages in Polen en Turkije

De gemiddelde totale waarde van buitenlandse facturen die na 90 dagen nog niet betaald waren, kwam boven het regionale gemiddelde van 20 procent uit in Tsjechië (22,3 procent), Turkije (26,4 procent) en Polen (29,8 procent). Langere betalingsachterstanden kunnen het risico van wanbetaling vergroten en de cashflow negatief beïnvloeden. Dit is mogelijk de reden dat 20 procent van de bedrijven in Oost-Europa zegt bezorgd te zijn dat hun DSO de komende twaalf maanden zal verslechteren. Dit percentage is het hoogst in Turkije (33 procent) en Polen (27 procent).

Domino-effect

De toename van de kredietrisico’s van buitenlandse handelspartners in Oost-Europa zorgt voor een domino-effect in de toeleveringsketen. Ongeveer 30 procent van de bedrijven in de regio – ten opzichte van 25 procent in West-Europa – betaalde de eigen toeleveranciers te laat, omdat zij niet op tijd werden betaald door hun klanten. 11 procent van de ondernemers – in vergelijking met 7,6 procent in West-Europa – zei dat te late betalingen van afnemers de groei van hun bedrijf in de weg staan.

“Naar verwachting zal in 2016 sprake zijn van een vertraging van de groei van de wereldwijde economie tot 2,4 procent, terwijl vorig jaar een groei van 2,6 procent is voorspeld. Er is nog geen duidelijke impuls voor groei en ook dit jaar hebben we te maken met veel faillissementen en een stijging van de kredietrisico’s. Terwijl in de ontwikkelde economieën het aantal faillissementen waarschijnlijk stabiel blijft, zal in de meeste opkomende markten juist sprake zijn van een toename”, vertelt Andreas Tesch, Chief Market Officer van Atradius N.V. “Het kan voor de bescherming van de winstgevendheid waardevol zijn om de risico’s op wanbetaling te beperken door een gezonde strategie voor debiteurenbeheer, zoals het inzetten van kredietverzekeringen.”

04/07/2016

Inningskansen onbetaalde factuur dalen met ouderdom

Hoe ouder uw factuur, hoe kleiner de kans dat ze ooit betaald wordt. Dat blijkt uit een grondige analyse van 7.209 B2B-incassodossiers die Graydon ontving. Hierbij keken we naar het gemiddelde incassopercentage in verhouding tot de ouderdom van de vordering.

U voelt als ondernemer wellicht ook wel aan dat er problemen kunnen opduiken wanneer een klant zijn facturen niet betaalt. Zeker als de betaling steeds weer uitgesteld wordt. En uit concrete cijfers blijkt dat dit gevoel geheel terecht is. 7.209 dossiers werden onderzocht en dit is de conclusie: time is money.

Invorderingsbureau/advocaat inschakelen

Hebt u zelf een aantal pogingen ondernomen om een onbetaalde factuur te incasseren? Zonder resultaat? Dan dient u andere maatregelen te nemen, want hoe ouder de vordering, hoe moeilijker het wordt om een openstaande factuur te incasseren. Geef uw facturen best zo snel mogelijk aan een gespecialiseerde partij zoals een invorderingsbureau of advocaat. Wil u echter een hogere succesraid vanaf de vervaldag dan is een debiteurenkantoor zoals eXago een optie. Zij maken er meteen werk van en hebben een aantal extra troeven in huis.

Inningspercentage laag tijdens eerste 30 dagen

Wanneer een debiteurenkantoor het traject inzet, dan wordt eerst een verrijking gedaan met de actuele financiële gegevens. Bij dit nazicht blijkt soms al dat de debiteur failliet is en er dus (vaak) geen geld meer gerecupereerd kan worden. Aan u als leverancier om zo snel mogelijk uw schuldvordering in te dienen.

Hebt u eerst zelf pogingen ondernomen en vervolgens uitbesteed aan een incassobureau dan betekent het ook dat er in de eerste invorderingsperiode relatief veel zaken meteen worden afgesloten. Hierdoor ligt het inningspercentage tijdens de eerste 30 dagen na de start erg laag. Slechts 31,7% van de facturen wordt hier geïnd. Eens de dossiers lopen, stijgt dit percentage. Na 31 tot 60 dagen bedraagt dit al 52,6%. Let op, ook bedrijven die in de loop van het verdere traject failliet gaan, worden hierin meegeteld.

Minder betalingszekerheid na 180 dagen

Een incassobureau boekt de beste resultaten bij facturen die jonger zijn dan 120 dagen. Van facturen met een ouderdom tussen 91 en 120 dagen wordt 63,9% geïnd. Ook nadien is er nog succes te boeken. Tot 180 dagen na de factuurdatum wordt nog 60,9% van de facturen betaald.

Laat u de factuur langer liggen dan 180 dagen, dan gaat het inningspercentage stijl bergaf. Aan de hand van de cijfers blijkt dat van de facturen die 10 maanden oud zijn, nog niet de helft betaald wordt. Na 2 jaar duikt dit zelfs onder de 30%.

De gedetailleerde cijfers vindt u in deze tabel:

Wacht dus niet te lang om onbetaalde facturen uit te besteden. Op een bepaald moment hebben uw inspanningen geen effect meer en verliest u uw geloofwaardigheid tegenover de debiteur. Hoe sneller u uw dossier overmaakt aan een externe partij, hoe groter de kans dat die het voor u kan incasseren. En zeg nu zelf: u recupereert nog altijd beter 60% dan helemaal niets.

Cfr. Jan De Moor – Graydon

29/06/2016

DSO’s verslechteren

Meer dan 40% van de Belgische B2B-facturen wordt te laat betaald, zo blijkt uit de Payment Practices Barometer van Atradius die het betaalgedrag van 3000 bedrijf in 13 landen nagaat. Uit de barometer blijkt ook dat het ondernemersklimaat in 2016 uitdagend zal blijven. Reden hiervoor zijn de daling van de grondstoffenprijzen en de vertraging van de Chinese economie.

Dit jaar wordt er geen verbetering verwacht op het vlak van faillissementen, de prognose voor het absolute niveau van faillissementen in de eurozone blijft 66% hoger dan voor de crisis van 2007.

Ongeveer 90% van de respondenten die aan de laatste editie van het Atradius-onderzoek Payment Practices Barometer voor West-Europa heeft deelgenomen, werd in het afgelopen jaar geconfronteerd met achterstallige facturen aan B2B-klanten. Gemiddeld blijft bijna 40% van de totale waarde aan B2B-vorderingen in gebreke. In België is dat 41,3%. De respondenten in Italië en Griekenland werden het meest negatief beïnvloed door laattijdige betalingen (50%).

De laattijdige betalingen van binnenlandse facturen zijn in bijna 57,9% van de gevallen te wijten aan onvoldoende fondsen bij klanten. Vorig jaar was dat nog 51,4%. Ook het percentage van de respondenten in West-Europa dat om deze reden laattijdige betaling van buitenlandse facturen meldde, steeg: 40,2% in vergelijking met 37,1% vorig jaar.

Dit heeft zo zijn gevolgen: bijna 25% van de respondenten betaalde hun eigen leveranciers te laat als gevolg van betalingsachterstanden van B2B-klanten, ongeveer 20% moest specifieke maatregelen nemen om de cashflow of verloren inkomsten te corrigeren en 15% van de respondenten moest extra financiering of een rekening-courantkrediet aanvragen

België

Christophe Cherry, Country Director België-Luxemburg, stelt in België een verslechtering van de kwaliteit van de betalingen vast, vooral in de bouwsector: "Het is duidelijk dat de significante daling van de overheidsinvesteringen een enorme impact heeft op de activiteitsgraad en dus op de liquiditeiten. We spreken absoluut nog niet van een kritieke situatie, maar we volgen dit wel van nabij op.”

Belangrijkste resultaten voor België:

  • De betalingsachterstanden bedragen gemiddeld 25 dagen, ze nemen toe en liggen hoger dan het West Europese gemiddelde (22 dagen).
  • De oninbare B2B-vorderingen komen het vaakst uit de bouwsector, de sector van de duurzame consumptiemiddelen en uit de dienstensector.
  • De eerste reden van betalingsachterstand blijft het gebrek aan liquiditeiten met 58,2%, tegen 50,3% vorig jaar (58% gemiddeld voor West Europa)
  • De DSO (Days Sales outstanding) zit op 51 dagen (gemiddelde van de studie ligt op 48 dagen), zijnde 9 dagen hoger dan één jaar geleden en 30% van de respondenten verwacht zich nog aan een verdere aftakeling in de volgende 12 maand.

Groot-Brittannië

Respondenten in Groot-Brittannië werden het zwaarst getroffen door laattijdige betalingen van hun exportklanten (46,4% van de totale waarde van de Britse export kredietverkopen werd naar verluidt te laat betaald door B2B-klanten, in vergelijking met een gemiddelde van 38,3% in West-Europa.

21/06/2016

Credit Management & de botsing tussen Cultuur en Control

Er is een wijdverbreide mythe in financieel management. Die mythe zegt: “Measure the hard and the soft stuff will follow.” Als je op de harde resultaten stuurt, krijg je vanzelf een gezond bedrijf. Alsof Daphne Schippers harder gaat lopen door de stopwatch.

De credit manager leeft in een wereld van feiten. Op papier en in systemen zit de informatie over betalingsgedrag van klanten, DSO, cashflow en resultaat. Daar houdt de credit manager ook van. Financiële informatie is lekker zeker. Nadeel is alleen dat die financiële zekerheid pas achteraf kan worden vastgesteld. En daar is vaak ook nog een vertraging door dataverwerking.

Toch wordt het succes van de afdeling met kengetallen bepaald. Dit noemen we Hard Controls. Harde data waarmee we het succes of falen van de organisatie monitoren. Op deze manier proberen we bedrijven met strategische doelen en tactische targets te sturen dat is dus ook waar de schoen wringt. Want mensen laten zich niet altijd sturen met Hard Controls. En afdelingen luisteren niet graag naar managers die het alleen maar over betaaltermijnen, cashflow en rendement hebben.

Die onzichtbare kloof tussen strategie en uitvoering wordt bepaald door Cultuur. En als de cultuur van een organisatie botst met de strategie dan wint cultuur. Het is dus onmogelijk om in control te zijn zonder daarbij gebruik te maken van de culturele context.

Dat betekent dat de credit manager inzicht moet hebben in de cultuur van zijn of haar bedrijf. Cultuur die kan variëren tussen machtscultuur en professionele cultuur. Groot verschil is waarneembaar in organisaties met een Angelsaksische cultuur en organisaties met een Rijnlands model.

Cfr Hinrich Slobbe

15/06/2016

Overheden betalen stipter

Belgische bedrijven en overheden betalen 7 op de 10 facturen (69,88%) binnen de afgesproken termijn. Ten opzichte van eind 2015 is dit een kleine achteruitgang, maar historisch blijft de situatie goed. De federale overheid betaalt beter.

Eric Van den Broele, Senior Manager Research and Development, ziet dat het betaalgedrag in België sedert begin 2015 stabiliseert op een hoog niveau: “De Graydon Betaalindex bereikte afgelopen trimester een waarde van 104,7. Hoewel minder goed dan de waarde die we tijdens het eerste trimester 2015 berekenden (105,6), gaat het nog altijd om één van de beste waarden ooit. Dit is positief economisch nieuws, want het betaalgedrag blijkt al jarenlang een goede graadmeter voor het ondernemersvertrouwen.”

Op het vlak van de zware wanbetalingen, facturen die 90 dagen te laat of helemaal niet betaald worden, noteert men een lichte stijging: van 8,56% eind 2015 naar 8,92% begin 2016. Van den Broele: “Dit is nog altijd een van de beste noteringen ooit, maar toch blijven bedrijfsleiders best attent. Ruim één factuur op 11 is een wanbetaling en élke wanbetaling betekent een aanslag op de liquiditeit van een onderneming.”

Uit de studie betaalgedrag blijkt dat het betaalgedrag over de verschillende regio’s steeds gelijker loopt. Al drie opeenvolgende trimesters wordt binnen het Waalse Gewest een betaalgedrag genoteerd dat bijna identiek is aan dat binnen het Vlaamse Gewest – terwijl voordien vooral Vlaanderen op dit vlak goede cijfers kon voorleggen. Op provinciaal niveau zien we een licht dalende tendens. Alleen in Limburg zet de verbetering, die sinds 2015 bezig is, zich voort.

De federale overheid komt haar betaalafspraken weer goed na, na een forse dip in 2015. Ze betaalde tijdens het eerste kwartaal van dit jaar 76% van de facturen op tijd en liet slechts 4% wanbetalingen noteren. Deze verbetering staat in belangrijke mate op het conto van de FOD Justitie, waar sinds begin 2016 betaalachterstanden duidelijk afnemen.

Omgekeerd stelt Graydon wel vast dat sommige regionale overheden en gemeentes duidelijk meer last hebben om hun betaalafspraken na te komen.

09/06/2016

U wil meteen een deurwaarder sturen naar slecht betalende klanten?

Uw klant betaalt niet, dus u belt…?

In principe mag iedereen een minnelijke invorderingsprocedure uitvoeren. U kan dus zelf uw wanbetalers aanpakken of een advocaat, notaris, deurwaarder of incassobureau inschakelen. Omdat er aan zo’n minnelijke invorderingsprocedure bepaalde wettelijke regels verbonden zijn waaraan elke schuldeiser zich moet houden, kiezen de meeste ondernemers eerder voor een professional. Maar kan u zomaar een deurwaarder sturen naar uw klanten?

Het verschil tussen een deurwaarder en een gerechtsdeurwaarder

U kan een deurwaarder sturen naar uw klant om onbetaalde facturen voor u te innen via een minnelijke incassoprocedure. Hierbij treedt de deurwaarder in dialoog met de niet-betalende klant om een betalingsregeling af te spreken. Hij volgt deze regeling en de bijhorende communicatie voor u op tot de schuld wordt vereffend. Deze minnelijke aanpak is precies wat u ook van een advocaat of eXago mag verwachten.

Enkel wanneer de deurwaarder een uitvoerbare titel verkrijgt, spreken we van een gerechtsdeurwaarder. Zo’n uitvoerbare titel kan bijvoorbeeld een vonnis van de rechter zijn, waarbij de schuldeiser wettelijk verplicht wordt om de openstaande schuld te betalen. De procedure verandert op dit moment van een minnelijke invordering naar een gerechtelijke invordering. Enkel indien de schuldenaar de openstaande som niet tijdig betaalt, KAN een gerechtsdeurwaarder uitvoerend beslag leggen en bijvoorbeeld de inboedel van de wanbetaler aanslaan en verkopen. U kan dus niet zomaar een deurwaarder sturen met het oog op inbeslagname van goederen zonder gerechtelijk vonnis.

Dan maar eerst naar de rechtbank voor onbetaalde facturen?

U kan een advocaat inschakelen om een gerechtelijk vonnis (bijvoorbeeld een betalingsbevel) af te dwingen, maar deze aanpak heeft enkele belangrijke nadelen:

De gerechtskosten en advocatenfacturen lopen snel op. Bevindt de wanbetaler in kwestie zich in een financieel moeilijk parket, dat verlagen die extra kosten de kans op succesvolle inning aanzienlijk.

Een gerechtelijke uitspraak laat enige tijd op zich wachten en het duurt doorgaans vrij lang tot u effectief een betaling zal zien verschijnen.

Uw klant zal dergelijke drastische maatregelen mogelijks niet appreciëren wat een eventueel toekomstige samenwerking kan bedreigen.

Tegenwoordig kan u trouwens enkel nog voor betwiste facturen naar de rechtbank trekken. De zogenoemde Potpourri-wet van Minister van Justitie Geens stelt immers dat ONbetwiste B2B-facturen voortaan eerst door een advocaat behandeld moeten worden. Die bepaalt of een dossier al dan niet in aanmerking komt voor “snelle betaling” via een gerechtsdeurwaarder. De advocaat zal een deurwaarder sturen om de schuld in te vorderen via een minnelijke procedure. Enkel indien nodig stelt die een proces-verbaal op dat eventueel alsnog in de rechtbank aangehaald kan worden bij betwisting.

Deze Potpourri wet heeft vooral als doel om de rechtbanken te ontlasten waardoor ze zich meer op hun kerntaken kunnen focussen. Ze volgt ook de Europese regelgeving inzake betalingsachterstand bij handelstransacties, die summiere rechtspleging beveelt om achterstand te bestrijden.

Kortom, voor ONBETWISTE facturen moet u voortaan eerst een advocaat aanspreken en enkel bij betwisting kan u nog bij de rechtbank terecht.

31/05/2016

Hoeveel intresten en kosten mag u aanrekenen bij late betaling?

Van zodra uw klant een factuur niet betaalt, mag u intrest en aanmaningskosten aanrekenen. Maar hoeveel bedragen die kosten juist?

“Indien u de betaling niet uitvoert, zullen wij overeenkomstig artikel 7 van onze verkoopvoorwaarden, een schadebeding aanrekenen van 10% en intresten die 1% per maand bedragen.”

Deze standaardzin vindt u op veel aanmaningen terug. Maar zijn dit realistische tarieven?

De algemene regel zegt dat u de aanmaningskosten die u in uw algemene voorwaarden hebt opgenomen mag aanrekenen. Dat is wat men ‘contractuele vrijheid’ noemt. Want uw klant is bij de bestelling van goederen of diensten immers akkoord gegaan met uw algemene voorwaarden.

Er zijn twee soorten kosten:

1. Aanmaningskosten

Dit bedrag dekt de kosten die u maakt voor de opmaak en de verzending van de aanmaningen. Realistische bedragen zijn: 4 euro, 5 euro, 7 euro of soms meer per aanmaning.

Elk bedrijf mag zelf beslissen hoeveel aanmaningskosten aangerekend worden voor achterstallige betalingen. Wanneer de aanmaningskosten niet expliciet werden opgenomen in de factuurvoorwaarden kunt u slechts de reële kosten van uw ingebrekestelling aanrekenen.

In een nieuwe richtlijn wordt bovendien bepaald dat de schuldeiser, naast dit vaste bedrag, aanspraak kan maken op een redelijke schadeloosstelling voor alle invorderingskosten welke dat vaste bedrag te boven gaan.

2. Intresten

Facturen die te laat worden betaald, kunnen verhoogd worden met een percentage op het factuurbedrag. Schadebedingen van 10 tot 15% van het factuurbedrag zijn gebruikelijk. Toch wordt er soms meer gevraagd, tot wel 20%. Spreekt u geen percentages af, dan geldt de wettelijke interestvoet voor betalingsachterstand.

Om voor kleinere facturen een serieuze stok achter de deur te houden, kunt u ook een minimumkost aanrekenen. Zo kunt u, los van de hoogte van het percentage, het factuurbedrag verhogen met bijvoorbeeld standaard 150 euro.

Check wat in uw sector gebruikelijk is qua percentages en minimumkosten.

De rechter beslist

Enkel de rechtbank oordeelt of de schadebedingen bovenmatig zijn. Al zal niet elke rechter hetzelfde oordelen. De ene rechter kan een schadebeding van 17% nog redelijk vinden, terwijl een andere rechter zo’n beding meteen nietig verklaart.

Denkt uw klant dat hij of zij teveel interesten op onbetaalde facturen moet betalen? Of daagt u zelf uw debiteur voor de rechter, dan worden de rappeltarieven zeker bekeken.

Natuurlijk zijn rappelkosten maar één middel om uw klant te doen betalen. Met een sterke aanmaning voert u de druk correct op.

Cfr. Graydon – Matthias Marck

25/05/2016

Vanaf welk bedrag is dagvaarden eigenlijk pas zinvol?

Een klant die na uw aangetekende brieven nog niet betaalt, zal u finaal voor de rechter moeten slepen. Is er dan, gelet op de kosten die daarbij komen kijken, ergens een minimumbedrag waaronder u er eigenlijk niet aan moet beginnen?

Met welke kosten rekening houden?

Ereloon advocaat? Dat is inderdaad de eerste in de rij en het vervelende is dat er geen vaste tarieven bestaan voor advocaten. Dat kan dus alle kanten uitgaan. Van belang is daarom vooral om voorafgaandelijk met uw advocaat overeen te komen wat het moet kosten om een slechte betaler voor de rechtbank te brengen.

Let op: Gaat het om een niet-betwiste factuur, dan is het doorgaans wel mogelijk om een vast bedrag af te spreken met uw advocaat. Dat geeft u dan toch al iets meer houvast dan een uurtarief.

Alle extra’s zijn voor u... ? Dat is inderdaad ook een ‘tarief’ dat u kunt afspreken met uw advocaat. Het houdt kortweg in dat u alleen uw factuur geïnd wilt krijgen en dat de eventuele interesten, schadevergoeding en zgn. rechtsplegingsvergoeding samen dan het ereloon zijn voor uw advocaat. Van belang is uiteraard wel om dit zo voorafgaandelijk en uitdrukkelijk overeen te komen.

Daarnaast ook deurwaarderskosten! Uw advocaat kan in de regel immers geen zaak aanspannen zonder een beroep te doen op een deurwaarder. Die laatste zal uw slechte betaler dan nl. officieel dagvaarden en dat op zich heeft uiteraard ook een prijskaartje. Het ‘voordeel’ van die kosten is evenwel dat die wél ‘gereglementeerd’ zijn en m.a.w. perfect in te schatten zijn.

Wat kost het om klant te dagvaarden?

Drie extra kosten! Bij een doorsnee dagvaarding komen er inderdaad drie extra kosten aan te pas. Eerst en vooral zijn dat de kosten van de deurwaarder zelf, maar daarnaast ook nog registratierechten en ten slotte ook nog de rolrechten.

Kosten deurwaarder? Dat is sowieso een bedrag van € 23,76 te vermeerderen met de verplaatsingskosten die variëren naargelang van de regio en een variabel bedrag dat afhangt van de grootte van het in te vorderen bedrag. Reken op minstens € 55 en maximaal € 128,18!

Registratierecht? Dat is eenvoudig, dat bedraagt forfaitair € 50. Bij het vredegerecht geldt dit wel alleen als de discussie over € 1.860 of meer gaat.

Rolrechten? Dat zijn échte boosdoeners. Dat begint nl. bij € 40, maar loopt al snel op tot € 100. Is uw slechte betaler zelf een handelaar, dan komt de zaak bovendien voor de rechtbank van koophandel en dan is die € 100 verschuldigd vanaf de eerste euro die u laat invorderen, ongeacht dus of het gaat om een factuur van € 500 of van € 2.500!

Factuur slechte betaler van € 500? Dat kost u dan sowieso al minstens € 240 aan dagvaardingskosten, dat is dus al quasi 50%. Naargelang van de regio kan het nog hoger worden omwille van de verplaatsingskosten. Reken daarbij nog de kosten van uw advocaat en u weet hoe laat het is...

Minstens factuur van € 1.000 dan? Op zijn minst ja, ook dan betaalt u immers die kost van € 240 en dat blijft zo tot een factuur van € 1.860. Voor die laatste is dat dan nog ongeveer 13%, toch al een heel andere verhouding.

Weet dit! De kosten van uw advocaat komen hier in alle gevallen nog bij.

Tip: Geeft u een klant een afbetalingsplan, leg de laatste schijf dan zeker niet lager dan € 1.000 en bij voorkeur op € 1.500. Zo blijft ook de laatste schijf hoog genoeg om desnoods via dagvaarding geïnd te krijgen.

17/05/2016

Redenen voor onbetaalde facturen

Debiteuren zijn vindingrijk. Dat ondervinden credit collectors dagelijks tijdens het incasseren. Klanten hebben heel wat - al dan niet terechte - argumenten om hun factuur niet op tijd betalen: andere betalingsafspraken, geen geld, klachten over leveringen, … Maar ook opmerkingen over de factuur zelf liggen vaak aan de basis van wanbetaling.

Sterke algemene voorwaarden stipuleren dat facturen geprotesteerd moeten worden binnen een welbepaalde termijn. Die termijn is altijd voor de vervaldag afgelopen. Toch sparen heel wat klanten hun opmerkingen tot een debiteurenbeheerder telefonisch contact opneemt. Volgens de letter van de wet moet een leverancier hier geen rekening mee houden. Vanuit commercieel oogpunt doet u dat uiteraard beter wel. Hieronder vindt enkele opmerkingen die dikwijls terugkomen.

Geen of verkeerd PO-nummer op de factuur

Steeds meer bedrijven werken met PO-nummers. Niettegenstaande de klant zelf het nummer dient te verschaffen, zal het gebrek aan die referentie de betaling vertragen. Bouw daarom in uw systeem een controle. Zorg voor een signaal of zelfs een blokkering op klantniveau: geen PO-nummer, geen factuur.

Factuur niet ontvangen

Terecht of onterecht, het blijft nog steeds de meest gebruikte reden om een onbetaalde factuur te verantwoorden. Controleer dan ook regelmatig de belangrijkste data van uw klanten. Er treedt immers al snel vervuiling op. Maar zelfs als de gegevens correct zijn, dan bereikt de factuur vaak niet de juiste persoon. Of dit waar is? Het is altijd mogelijk. Zolang u facturen per post verstuurt, is het in ieder geval niet te controleren. Verstuurt u elektronisch, dan heeft u quasi honderd procent zekerheid dat uw factuur bij de juiste persoon terechtkomt. En dat zijn niet de enige voordelen van e-invoicing.

Onduidelijke betalingstermijn

Is de factuur te betalen het 30 dagen na de factuurdatum of na de ontvangstdatum? Wat is de betekenis van het woord vervaldag? Is het de dag dat de factuur betaald moet zijn of betaald moet worden? Vermijd problemen en vermeld duidelijk: ‘te betalen voor x’.

Het is de opdracht van de afdeling collections om problemen te detecteren. Het is de taak van iedereen binnen de onderneming om problemen te voorkomen.

Cfr Marleen Michielsen van M.T.C.

10/05/2016

Financiële opvoeding bepalend voor geldgedrag later

Volwassenen die als kind niet van hun ouders geleerd hebben met geld om te gaan hebben twee keer zo vaak betalingsachterstanden. Betalingsproblemen komen bij deze volwassenen maar liefst drie keer zo vaak voor.

Dit blijkt uit het Nibud onderzoek ‘Financiële opvoeding & het financiële gedrag als volwassene’ dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting heeft gepubliceerd. De invloed van ouders op het geldgedrag is zeer groot, concludeert het Nibud in dit rapport. De bevindingen sluiten aan bij de theorie van Bandura dat gedrag wordt aangeleerd door observatie en het nadoen van anderen.

Jong geleerd, oud gedaan

Voor consumenten die aangeven als kind van hun ouders te hebben geleerd met geld om te gaan, geldt dat zij als volwassene:

  • Makkelijker rondkomen (59% tegen 36%)
  • Minder betalingsachterstanden hebben (29% tegen 61%)
  • Minder betalingsproblemen hebben (15% tegen 48%)
  • Vaker sparen (84% tegen 69%)
  • Verantwoorder aankoopgedrag vertonen (82% versus 70%)

Goed voorbeeld doet goed volgen

Naast het leren omgaan met geld, ziet het Nibud ook een duidelijke positieve relatie met het voorbeeldgedrag van ouders. Consumenten die vinden dat hun ouders tijdens hun jeugd goed met geld omgingen, gaan later zelf ook goed met geld om. 77% van de volwassenen zegt dat zij ouders hebben die zelf goed met geld konden omgaan. 80% van de volwassenen zegt dat zij als kind van hun ouders hebben geleerd met geld om te gaan en 80% geeft aan dat zij zak- en/of kleedgeld hebben gekregen als kind. Verder blijkt dat consumenten die zeggen van ouders te hebben geleerd met geld om te gaan, dat zij als kind:

  • Vaker zak- of kleedgeld hebben gekregen (84% tegen 64%)
  • Vaker ouders hebben gehad die goed met geld konden omgaan (90% tegen 38%)

Minder financiële problemen

Het Nibud concludeert dat kinderen die leren omgaan met geld minder kans hebben op financiële problemen dan kinderen die dat niet leren. Dat is de reden dat het Nibud meedoet aan de Week van geld. De Nibud-leerdoelen voor jongeren vormen een belangrijke basis voor verschillende lesprogramma’s die tijdens de Week van het geld op diverse scholen worden gebruikt.

Achtergronden Week van het geld

De Week van het geld 2016 vond plaats van 14 tot en met 18 maart 2016. Het doel van deze themaweek was om leerlingen te leren omgaan met geld. Deze week werd georganiseerd door platform Wijzer in geldzaken. Wijzer in geldzaken streeft naar structurele integratie van financiële competenties in het onderwijscurriculum.

Achtergronden bij het onderzoek

Het rapport ‘Financiële opvoeding & het financiële gedrag als volwassene’ is een verdieping op het onderzoek ‘Geldzaken in de praktijk 2015’ dat het Nibud in december 2015 naar buiten bracht. Dit onderzoek is uitgevoerd met een digitale vragenlijst. De respondenten zijn geworven via het panel van SSI. In totaal hebben van 30 juni tot en met 10 juli 2015 1444 respondenten aan dit onderzoek deelgenomen.

Bron: Nibud

26/04/2016

Moderne CFO is niet zomaar business partner, maar 'challenger'

Meer nog dan een business partner is de moderne CFO zelfs eerder een business challenger die ook de business modellen in vraag stelt, zo zeiden CFO’s op een CFO Forum van McKinsey.

Manik (‘Nik’) Jhangiani (CFO van Coca-Cola Enterprises), Samih Elhage van Nokia en voormalig Alstom CFO Nicolas Tissot bespraken er samen in een panel onder meer de rol van de CFO in het topteam. Het bestaande businessmodel in vraag stellen, was voor alle drie een zeer belangrijk aspect.

Volgens Nik Jhangiani bestaat er niet zoiets als een ideaal en permanent businessmodel, want daarvoor verandert de wereld om ons heen te snel, alleen al door de technologische component: “Zelfs in een business waarvan je denkt dat ze stabiel en voorspelbaar is, moet het operationeel model constant in vraag worden gesteld. Bij Coca-Cola Enterprises wordt het model jaarlijks stevig in vraag gesteld gedurende een lange-termijnplanningsproces. Bijvoorbeeld rond de manier van verkopen. Wij hebben waarschijnlijk de grootste verkoop ploeg in Europa van alle bedrijven in de business van verpakte goederen. Dat (team) moet ik echt in vraag stellen. Brengt dat team werkelijk dezelfde waarde als vijf jaar geleden? Hoeveel mensen willen dat er dagelijks een verkoper langs komt in hun winkel om orders te plaatsen en goederen te schikken, terwijl er misschien meer mogelijk is via call centers en technologie? Natuurlijk wil je het persoonlijk contact niet verliezen, maar je wil je sales ploeg ook helpen om effectiever en efficiënter te zijn en beter gefocust op wat de klant als een toegevoegde waarde ziet.” Dat veronderstelt niet altijd drastische of plotse veranderingen, het is eerder een kwestie van permanente aanpassing.

Nicolas Tissot, voormalig CFO van Alstom, is het met hem eens en denkt dat de CFO’s daarvoor trouwens het best geplaatst zijn in het executive committee, naast de CEO: “Ze staan onafhankelijk ten opzichte van operations. En ze zijn de enigen, afgezien van de CEO, met een omvattende visie op het bedrijf. De rol van de CFO gaat verder dan die van duitenkliever en dan die van business partner; hij is ook een challenger. Niet het gemakkelijkste deel van de job, maar zeker een onderdeel van de rol van de moderne CFO.”

Ook Samih Elhage van Nokia herkent dit "in een snel veranderende sector als die van Nokia, met steeds kortere technologische levenscycli. In ons geval is het transformatie-aspect een deel van ons leven. We kunnen niet definitief stellen: dit is ons proces, dit is onze business, zo verkoop ik en zo koop ik. We zitten in een continu proces van verbetering en het proces zelf moet evolueren. En het gaat daarbij niet om de kosten te drukken, maar om fundamentele wijzigingen in de processen en in de manier van opereren. In veel gevallen verander je de manier van verkopen en factureren aan specifieke klanten. Soms moet je bepaalde marktsegmenten verlaten. Toen ik bij Nokia kwam, waren we actief in tien verschillende segmenten. Sedert hebben we diepgaande en ik denk ook dappere veranderingen ingevoerd en hebben we in acht ervan gedesinvesteerd om beter te focussen op twee segmenten waarin we de operationele prestatieniveaus halen die we willen halen.”

BRON: McKinsey&Company, Profiling the Modern CFO.

19/04/2016

Nieuwe procedure bij invordering van onbetwiste schulden

De invordering van onbetwiste schulden tussen ondernemingen wordt een louter administratieve procedure zonder tussenkomst van de Rechtbank

Het is een bijzonder oud maar immer actueel zeer: de ondernemer die beschikt over een onbetwiste schuldvordering maar het tijdsverloop moet ondergaan van een gerechtelijke procedure waarin de debiteur alles in het werk stelt om tijd te winnen. Finaal bekomt hij een vonnis om dan een gerechtsdeurwaarder te kunnen gelasten met de gedwongen uitvoering van het vonnis … in de hoop dat de debiteur inmiddels niet insolvabel werd.

De wet van 02.08.2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties was zeker een stap in de goede richting. Bijvoorbeeld waar deze wet bij contractueel stilzwijgen de vervaldatum van de vordering bepaalt & zo ook de vergoeding van de door de wanbetaling ontstane schade in de vorm van een wettelijk bepaalde intrest en een forfaitaire vergoeding van € 40,00 voor de eigen invorderingskosten. Daar bovenop komen ook nog het recht op een redelijke schadeloosstelling voor alle andere invorderingskosten welke dat vaste bedrag te boven gaan en die ontstaan zijn door de laattijdige betaling.

Achterstallige betalingen zijn er in belangrijke mate de oorzaak van dat ondernemingen in moeilijkheden komen, soms zelfs failliet gaan.

Om het tijdverlies en de kost van een gerechtelijke procedure te vermijden alsook onder druk van de Europese regelgeving (art. 10 Richtlijn 2011/7/EU van het Europees parlement en de Raad van 16 februari 2011) om dergelijke invorderingsprocedure te voorzien, wordt het Belgisch Gerechtelijk Wetboek uitgebreid met een nieuw hoofdstuk, met name ‘Invordering van onbetwiste geldschulden’ dat uiterlijk op 01.09.2017 in werking moet treden.

De doelstelling van de wetgever is om enerzijds de Rechtbanken te ontlasten, anderzijds de schuldeiser de mogelijkheid te geven sneller betaling te ontvangen van onbetwiste schuldvorderingen.

Op verzoek van de advocaat zal een gerechtsdeurwaarder de onbetwiste schuld kunnen innen zonder dat er eerst een procedure voor de Rechtbank moet gevoerd worden.

De voorwaarden van deze “vereenvoudigde incasso” zullen zijn:

- het moet gaan om geldschulden van professionelen en dit met betrekking tot hun professionele rechtsverkeer.

Een aantal schulden ontsnappen dus aan de toepassing van de wet :

  • schulden van of ten aanzien van publieke overheden (de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de instellingen van openbaar nut en, in het algemeen, aan alle publiekrechtelijke rechtspersonen – cfr. art. 1412 bis Ger. W.)
  • wanneer de schuldeiser of de schuldenaar geen inschrijving heeft in het KBO;
  • wanneer de schulden volgen uit handelingen die niet gebeurden zijn in het kader van de activiteiten van een onderneming.
  • bij faillissement, gerechtelijke reorganisatie, collectieve schuldenregeling of andere gevallen van wettelijke samenloop is de invorderingsprocedure evenmin mogelijk.
  • wanneer de schulden het gevolg zijn van niet-contractuele verbintenissen zoals vb. een schuld ingevolge onrechtmatige daad (tenzij er omtrent de schulden een overeenkomst tot stand kwam of nog als er een schuldbekentenis bestaat of nog als het handelt om schulden uit hoofde van gemeenschappelijke eigendom van goederen.

- de geldschuld moet onbetwist zijn, vaststaan en opeisbaar zijn op datum van de aanmaning. De hoegrootheid van de som is niet van tel maar indien er aanspraak gemaakt wordt op een schadebeding en een intrest die 10% van de hoofdsom te boven gaan, is deze incasso-procedure niet meer mogelijk.

Het is de advocaat die “als eerste rechter” zal oordelen of de vordering invorderbaar is en of het bedrag van 10% hoofdens schadebeding en intrest al dan niet overschreden wordt. Is uw advocaat van oordeel dat er aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan, dan geeft hij de gerechtsdeurwaarder opdracht over te aan tot de invordering.

De debiteur zal dan van de gerechtsdeurwaarder eerst een aanmaning tot betaling ontvangen met duidelijke omschrijving van de verbintenis die tot de schuld aanleiding gaf en die de gevorderde sommen omschrijft en motiveert.

De debiteur heeft dan een maand om te reageren, hetzij door te betalen hetzij door (gemotiveerd) betalingsmodaliteiten te vragen, hetzij door de schuld gemotiveerd te betwisten d.m.v. een antwoordformulier dat hij aan de gerechtsdeurwaarder terug bezorgd.

Bij betaling of gemotiveerde betwisting, houdt de procedure uiteraard op hetzij omdat de vordering door de betaling uitdoofde hetzij omdat de vordering wel degelijk betwist is en er dus geopteerd moet worden voor de normale rechtsgang voor de bevoegde Rechtbanken.

Bij gemis aan betaling of verzoek om betalingsmodaliteiten (of bij niet naleving daarvan) en gemis aan betwisting, stelt de gerechtsdeurwaarder ten vroegste 8 dagen na het verstrijken van de maand een proces-verbaal op van niet-betwisting dat na uitvoerbaarverklaring door een controle-magistraat van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders een uitvoerbare titel vormt op basis waarvan de gerechtsdeurwaarder kan overgaan tot de gedwongen uitvoering (beslag).

Dirk Vandecasteele

12/04/2016

Een factuur op zich bewijst niets?

Een collega kreeg bij een controle te horen dat een factuur met de vermelding ‘voldaan’ fiscaal niet aanvaard werd. Hoe kan dat en wat is het probleem?

Nieuwe voorwaarden fiscale aftrek? Neen, opdat een bepaalde uitgave fiscaal aftrekbaar zou zijn, is m.a.w. nog altijd vereist dat deze gedaan werd om ‘beroepsinkomsten te verkrijgen of te behouden’. De uitgave moet dus in de eerste plaats beroepsmatig zijn.

De uitgave zelf bewijzen! Dat moet uiteraard ook gebeuren. Het spreekt voor zich dat u fiscaal niet zomaar wat aftrekbare kosten kunt opsommen. U moet dus wel degelijk het bewijs leveren van het betaalde bedrag én van de echtheid van de uitgave.

Een factuur op zich is geen bewijs? Dat is inderdaad wat uw collega te horen kreeg en in zekere zin klopt dat natuurlijk ook wel. Een factuur is op zich nl. niet het bewijs van een levering of een dienst, maar wel het gevolg ervan. Anders kunt u aan heel de straat een factuur sturen en zou iedereen verplicht zijn om uw factuur te betalen!

Samen met de achterliggende stukken? Juist, het wordt meer en meer van belang om naast de factuur ook zo veel mogelijk randinformatie bij te houden. Dat gaat dan om een bestelbon of een opdrachtbon, een offerte, een leveringsnota, correspondentie, enz. Samen met de factuur bewijst dit ontegensprekelijk de echtheid van de uitgave. De materiële aanwezigheid van wat er geleverd werd, helpt uiteraard ook, maar dat veronderstelt dat de factuur gedetailleerd genoeg is.

Heb toch betaald, kijk ‘voldaan’? Dat was dan het ultieme verweer van uw collega, maar ook dat mocht niet baten. Bij de vermelding ‘voldaan’ stond nl. geen datum, noch een stempel of een handtekening van de leverancier. Hij kon het er dus net zo goed zelf opgeschreven hebben en er werd dus weinig geloof aan gehecht. Was de factuur via de bank betaald geweest, dan had dat probleem zich alvast niet gesteld.

Cash betalen vermijden? Ja en neen. Het is sowieso maar toegelaten voor een bedrag van maximaal € 3.000 of 10% als het om een voorschot of deelbetaling gaat. Het kan m.a.w. nog wel voor relatief lage bedragen. Van belang is in zo’n geval echter om een bewijs van uw betaling te hebben en niet alleen voor de fiscus trouwens, maar ook voor uzelf.

05/04/2016

9 zaken om nooit te vergeten als u factureert

De factuur is een van uw belangrijkste bedrijfsdocumenten, want de gezondheid van uw onderneming hangt namelijk sterk van af. Krijgt u te maken met laattijdige betalingen? Dan kan onder andere een optimalisatie van uw factuur helpen om het betalingsgedrag van uw klanten verbeteren. Factureren is geen hogere wetenschap, maar er zijn wel een aantal belangrijke vereisten waar u rekening mee moet houden.

 

  1. Zorg er in eerste instantie voor dat alle verplichte gegevens op de factuur staan:
    • datum van de uitreiking van de factuur
    • volgnummer
    • volledige identificatie van de leverancier: naam, maatschappelijke benaming, adres, btw-nummer (in geval van een wettelijke vertegenwoordiger: zijn of haar identiteit, adres en aanduiding van hoedanigheid)
    • rechtsvorm, RPR, rechtsgebied
    • bankrekeningnummer
    • volledige identificatie van de klant: naam of maatschappelijke benaming, adres, ondernemingsnummer, bijkomende vermeldingen bij een fiscaal vertegenwoordiger - datum van levering van de goederen, wanneer deze verschilt van de uitreikingsdatum van de factuur
    • omschrijving van de goederen en/of diensten, met hun hoeveelheid, code en tarief
    • maatstaf van heffing voor elk tarief, eenheidsprijs exclusief btw, eventuele vooruitbetaling en prijskorting
    • btw-tarieven en het totaalbedrag van de verschuldigde btw (als er geen btw is verschuldigd, moet de richtlijn of nationale bepaling die van kracht is worden vermeld)
    • algemene voorwaarden.

  2. Er is geen enkele wettekst die zegt dat het woord ‘factuur’ moet vermeld worden. Toch raden we aan dit te vermelden. Het biedt duidelijkheid en u voorkomt verwarring over het document.

  3. Wanneer u bepaalde goederen of diensten gratis hebt geleverd, zet u dit best niet op de factuur. Staat het wel zwart op wit, dan moet u de btw zelf voldoen.

  4. Wanneer een klant een kopie vraagt van de factuur, dan volstaat het niet om ze nog eens af te drukken en er ‘kopie’ of ‘duplicaat’ op te zetten. U dient te vermelden: ‘Dubbel uitgereikt op aanvraag van de klant ter vervanging van de verloren gegane of vernietigde originele factuur’. Bovendien moet dit document gedagtekend zijn.

  5. Bewaar uw facturen gedurende 7 jaar. De btw-wetgeving voorziet deze bewaringstermijn. De vennootschapsbelasting vraagt 5 jaar. De boekhoudwetgeving 7 jaar. Deze termijn geldt voor alle relevante stukken. De termijn kan langer zijn wanneer de facturen betrekking hebben op afschrijvingen of in relatie staan tot een verzekeringspolis.

  6. Wilt u elektronisch factureren, dan hebt u een voorafgaand akkoord nodig van uw klant.

  7. Let op de vormgeving van uw factuur. Zorg ervoor dat het onderwerp, het te betalen bedrag, de referentie en het bankrekeningnummer duidelijk leesbaar zijn zodat de klant niet moet zoeken naar de belangrijkste vermeldingen.

  8. Een correcte factuur is niet alleen in uw voordeel. De klant kan er vlot mee betalen, maar het is ook essentieel dat hij een correcte factuur heeft om de aangerekende btw van leveranciers in aftrek te mogen nemen. Voor elke overtreding moet de btw worden teruggestort aan de staat, mét boete en nalatigheidsintrest. Deze boete kan 10% bedragen, gecombineerd met een verwerping van aftrek van btw.

  9. Factureer niet met een datum in het verleden. Soms wordt een maand pas afgesloten op de 15de van de daaropvolgende maand. Het gevolg? Ook de facturen worden pas rond die dag verstuurd, maar wel met de laatste dag van de vorige maand als factuurdatum. Een verschil van twee weken dus tussen factuur en verzending.
    En dat geeft geen positieve indruk. Wanneer een klant merkt dat de factuurdatum al heel wat dagen achter zich ligt, dan zal hij de factuur ervaren als ‘niet dringend’. Hij zal redeneren dat wanneer de leverancier zo laat is om zijn factuur te sturen, dan zal een tijdige betaling ook wel niet zo veel uitmaken. Met andere woorden: “U bent laat, dan hoef ik een correcte betaling ook niet zo nauw te nemen”. Factureer dus niet met een datum in het verleden. Wees correct met uw data en termijnen. Anders gaan uw klanten hun eigen termijnen bepalen. En helaas … deze komen zelden overeen met wat u voorzien hebt. Mogelijk lukt het niet altijd om de facturen op de facturatiedatum op te maken en te versturen. Probeer alleszins de termijn zo kort mogelijk te houden.

 

29/03/2016

Factuurfraude: een papieren plaag met een digitale oplossing

De voorbije weken heeft Voka Oost-Vlaanderen meerdere klachten ontvangen van bedrijven die slachtoffer werden van factuurfraude. Voor Voka is digitale facturatie de enige afdoende oplossing tegen de kwaal. Ondertussen moeten een aantal praktische tips de bedrijven beter beschermen tegen deze vorm van misdaad.

De fraude met geprinte facturen komt voor in meerdere Oost-Vlaamse regio’s. Zo telde de politiezone Berlare-Zele in 2014 en ook dit jaar telkens 8 dossiers, met bedragen gaande tot 17.000 €. De oplichters gaan steeds op dezelfde manier te werk. Ze onderscheppen brieven uit brievenbussen, postkantoren en/of postsorteercentra, vervalsen de bankrekeningnummers en sturen de vervalste facturen naar de klanten. De nietsvermoedende klant betaalt bijgevolg op het valse rekeningnummer. Vooraleer de fraude wordt vastgesteld –bijvoorbeeld na ontvangst van een aanmaning– is het geld van de bankrekening verdwenen en is in veel gevallen de bankrekening reeds afgesloten.

Geert Moerman, gedelegeerd bestuurder Voka – Kamer van Koophandel Oost-Vlaanderen: “Blijkbaar is er weer een opstoot van dit soort fraude vast te stellen. Het probleem is duidelijk moeilijk uit te roeien. Er ziet niets anders op dan resoluut te kiezen voor een veralgemeend systeem van digitale facturatie. Verder werken op de klassieke manier, zoals nog teveel bedrijven vandaag doen, is om meer problemen vragen. Wie toch nog opteert voor het opmaken van papieren facturen, kan deze best rechtstreeks op het postkantoor afgeven.”

Ondernemers die al eerder te maken kregen met factuurfraude, dienden klacht in bij de lokale politie, maar hoorden achteraf maar weinig meer over de opvolging van hun dossier. Zij vragen dat de rekeningen van fraudeurs sneller zouden worden geblokkeerd en dat de slachtoffers ook geïnformeerd worden over de identiteit van de criminele rekeninghouders. Gelukkig reageren sommige klanten heel attent en checken zij de wijziging van een bankrekeningnummer bij een vertrouwde leverancier.

Geert Moerman: “Wij willen vooral sensibiliseren zodat daders minder gemakkelijk kunnen toeslaan. We vragen politie en justitie tevens om dit dossier goed op te volgen en streng op te treden tegen fraudeurs.”

Tips tegen factuurfraude

Als leverancier

  • Bezorg uw factuur digitaal (via een beveiligd portaal of per mail ) aan de klant of overhandig uw factuur persoonlijk aan de klant.
  • Indien u toch facturen met de post verstuurt, geef de facturen dan af in een postkantoor of laat de post op uw bedrijf afhalen.
  • Verstuur uw factuur in blanco omslagen (omslagen zonder bedrijfslogo).
  • Vraag uw klanten het rekeningnummer te controleren alvorens te betalen en vraag hen u te contacteren bij de minste twijfel (bv. bij slechtere druk van het rekeningnummer, …).
  • Zorg voor een snellere opvolging van openstaande facturen met het oog op detectie van de oplichtingen.
  • Doe altijd aangifte van de oplichting en breng het frauduleuze bankrekeningnummer mee.
  • Verwittig uw klant en vraag deze om eveneens aangifte te doen bij de politiedienst van zijn woonplaats.
  • Meld de fraude aan uw bankinstelling en aan de bankinstelling van het vervalste bankrekeningnummer.
  • Meld de fraude ook bij de klantendienst van Bpost – tel. 02 201 11 11.
  • Verwittig ook andere klanten die in deze periode facturen hebben ontvangen.

Als klant

  • Vraag uw leveranciers facturen digitaal (via een beveiligd portaal of per mail) te versturen.
  • Laat uw leverancier het bankrekeningnummer bevestigen (telefonisch of per mail) in volgende gevallen:
    • Nieuwe leverancier
    • Ontvangst van een brief van een leverancier met melding van een nieuw bankrekeningnummer
    • Ontvangst van een factuur met een sticker waarop een nieuw bankrekeningnummer vermeld wordt of waarop het bankrekeningnummer met fluostift werd gemarkeerd.
    • Indien men bij betaling merkt dat de rekeningnummer op de factuur verschilt van deze in de boekhouding en/of het betalingssysteem en dit nog niet werd gemeld en geverifieerd.
  • Noteer op de factuur dat de wijziging van het bankrekeningnummer werd geverifieerd.
  • Dien steeds klacht in bij de politie in uw vestigingsplaats indien u vervalsing van het - bankrekeningnummer vaststelt. Bezorg de vervalste factuur aan de politie
  • Meld de fraude aan uw bankinstelling en aan de bankinstelling van het vervalste bankrekeningnummer.
  • Meld de fraude ook bij de klantendienst van Bpost – tel. 02 201 11 11.

22/03/2016

Zo kan u uw klanten sneller laten betalen

Meteen de harde aanpak of liever eerst een slim actieplan?

Natuurlijk wil u liever geen bank spelen voor uw klanten, maar het is nu eenmaal onvermijdelijk. U moet immers de btw op uw verkoopfacturen al voorschieten… Om te vermijden dat dit bedrag oploopt en u zelf in de problemen komt door slechte betalers, is een kordaat debiteurenbeheer aan de orde. Dat hoeft echter niet per se dreigende taal en sancties te betekenen, u kan ook uw klanten sneller laten betalen door proactief onnodige risico’s te vermijden en door uw klanten positief te stimuleren...

Tips om uw klanten sneller te laten betalen

Vermijd onnodige risico’s

 

  • Ga vooraf de kredietwaardigheid van uw klant na en verifieer die opnieuw als u grote leveringen of projecten plant. Evalueer ook tussentijds het betalingsgedrag van uw klant. Plotse betalingsachterstanden na een vlekkeloze samenwerking kunnen op moeilijkheden wijzen en daar bent u best snel van op de hoogte.
  • Vraag uw klanten gerust om op voorhand te betalen of bij de levering af te rekenen (rembours). Zeker voor levering van goederen is dit een courant gebruik. Wist u dat maar liefst 90% van de online bestellingen op voorhand betaald wordt?
  • Stel duidelijke Algemene Voorwaarden op en vermeld ook expliciet op uw verkoopdocumenten waar die te vinden zijn. Zorg er ook voor dat uw facturen correct opgesteld zijn. Heel wat betalingsachterstanden zijn te wijten aan administratieve discussies en die kan u perfect vermijden.
  • Waarom niet tussentijds factureren of een voorschot vragen? Zo verlaagt u uw financieel risico aanzienlijk en weet u meteen of u met een goede of laattijdige betaler zaken doet. Vergeet dergelijke gespreide facturatie zeker niet in uw prijsofferte te vermelden zodat de klant hier vooraf van op de hoogte is.
  • Spreek vooraf duidelijke betalingstermijnen af en wacht niet te lang na het verstrijken om een vriendelijke betalingsherinnering uit te sturen.
  • Laat uw klant leverbonnen en timesheets met gepresteerde uren aftekenen. Zo is er achteraf nooit discussie.
  • Communiceer bij de eerste betalingsachterstand dat u bereid bent om te praten over een afbetalingsplan. Een klant met financiële moeilijkheden maakt hier doorgaans graag gebruik van en u bent zekerder dat u alsnog centjes ontvangt. Liever gespreide betalingen, dan geen betaling, toch?

 

Positieve stimuli

 

  • Geef het goede voorbeeld en betaal zelf uw leveranciersfacturen op tijd. Soms zijn leveranciers ook klanten en ook zij zullen uw betalingsgedrag evalueren.
  • Door een korting voor contante betaling toe te staan, kan u klanten sneller laten betalen. Ze -krijgen er immers een financieel voordeel voor in de plaats.
  • Start voor een eerste samenwerking met een contante betaling of een korte betalingstermijn (bijvoorbeeld 15 dagen na factuurdatum) en meld uw klant dat de standaard betalingstermijn eventueel verlengd kan worden als de huidige termijnen correct gerespecteerd worden. Deze aanpak kan ook andersom toegepast worden, een laattijdige betaling kan resulteren in een korte betalingstermijn voor volgende facturen.
  • Bedank nieuwe klanten als ze uw eerste facturen tijdig betalen. Zo’n bedankje zullen ze zeker appreciëren en ze merken meteen dat u hun betalingsgedrag op de voet opvolgt.

 

Schakel een externe invorderingsservice in

Wacht niet te lang om openstaande facturen te laten opvolgen door een extern bureau zoals eXago. Deze vorm van invorderingsservice brengt netto op voor de meeste bedrijven en het geeft nieuwe klanten meteen een duidelijk signaal dat u correcte betalingen verwacht en niet met uw voeten laat spelen.
Trouwens, eXago werkt als een interne medewerker, klanten weten dus niet dat er een externe aan de lijn hangt!

14/03/2016

Creditmanagement: geen risk management, maar opportunity management

Het Instituut Voor Kredietmanagement heeft met haar eerste Credit Expo een lovenswaardig initiatief achter de kiezen. Knap georganiseerd, mooie stands, veel interesse. En toch liep ik er met zeer gemengde gevoelens rond. Conclusie: na een kwarteeuw lijkt de belangrijkste verandering binnen de wereld van het creditmanagement de computer, misschien wel icloud. Ook: creditmanagement staat zo goed als gelijk met incasso.

Dit staat in schril contrast met de bevindingen die werden gepubliceerd in het Graydon-IVKM onderzoek rond datagebruik binnen creditmanagement. Velen lijken grote veranderingen te verwachten in de jobinhoud van het creditmanagement en zien de job in fundamentele evolutie.

En toch blijft in wezen het creditmanagement een eiland in het bedrijf. De taak beperkt zich tot het reduceren van de DSO en het vermijden van risico’s. De huidige creditmanager juicht de huidige dataevolutie weliswaar toe, maar blijft die kaderen in een defensief gebruik: bedrijfsrisico’s moeten tot een minimum worden herleid. Risk management. Oude wijn in nieuwe zakken.

Download: Het Credit Maturity Model

Evenwicht tussen financieel en commercieel belang

Creditmanagement zou veel méér moeten zijn dan uitsluitend het vermijden van faillissementen. Het is in eerste instantie de kunst om zo lang mogelijk zaken te doen, de kunst zelfs om het zakendoen actief te stimuleren. Om elke schakel binnen het verkoopsproces te motiveren richting rendabele en recurrente verkoop. Een kunst die preventief en offensief, dus van bij de prospectie, wordt beoefend.

Daarom zoekt een andere, algemene en bedrijfspolitieke benadering naar het scheppen van evenwicht tussen het financiële en het commerciële belang. Een goed creditmanager moet er immers naar streven zowel het debiteurenbeheer als het commercieel initiatief verregeaand te ondersteunen.

Creditmanagement zorgt voor synergie

Creditmanagement moet in eerste instantie zorgen voor een perfecte synergie tussen de commerciële vereisten van een bedrijf en zijn financiële doelstellingen. De debiteurenbewakercreditcontroller of creditmanagerhoort dus een verlengstuk te zijn van zowel het commerciële als het financiële departement en kan van geen van beide losgekoppeld worden. We komen hier uit op het niveau van de bedrijfsstrategie.

Creditmanagement behoort nu tot het risk management. Het moet zich ontwikkelen naar opportunity management: de actieve deelname in de zoektocht naar commerciële en rendabele opportuniteiten. De opportunity manager zal dus wegen zoeken die leiden naar de beste manier om zaken te doen. Een andere optie zal zakendoen herleiden tot de keuze tussen het wel of niet zakendoen.

Opportuniteiten genoeg

Is deze ideale situatie mogelijk? Zijn de belangen dan zo tegengesteld? Is het dan niet zo dat als een creditmanager de verkoper kan wijzen op financieel belabberde klanten of zelfs prospecten, iedereen er wel bij vaart? Of nog beter: indien de credit manager een opportunity manager wordt, toont hij de verkoper de weg naar gezonde klanten met groeiperspectieven. Ondanks de crisis is nog altijd ruim 70% van het bedrijfsleven in meer dan goede doen. Waarom zou u dan bij slechte klanten prospecteren? Er zijn opportuniteiten genoeg.

Kan de verkoper dan niet beter zijn prospectie-energie steken in het opsporen van klanten die wél gezond zijn? Bouwt hij zodoende niet een meer stabiele en dus meer rendabele klantenportefeuille uit? Betekent dit niet dat de verkoper-prospector meer commissie verdient, meer geld in ‘t laatje krijgt? Betekent dit ook niet meer voordeel voor het bedrijf? Waar zijn dan die zogenaamd tegengestelde belangen?

Download: Bouw een gezonde klantenportefeuille op

Individuele benaderingen zijn noodzakelijk voor beslissingen over concrete, individuele gevallen. Ze missen echter kracht en visie. Ze helpen bij de uitvoering van beleidslijnen, maar ze ondersteunen geenszins de ontwikkeling ervan. Zo geven ze op geen enkel ogenblik een totaalbeeld op de kwaliteit van een klanten- en prospectenportefeuille. Hier worden kwalitatieve en analytische scoresystemen essentieel. De huidige datavloed, gekoppeld aan krachtige onderzoeksinstrumenten, leidt tot de ontwikkeling van performante predictiemodellen die aantonen waar groeikansen zitten.

03/03/2016

5 voordelen van een korte cash conversion cycle

Met een korte cash conversion cycle hebt u minder werkkapitaal nodig en verhoogt u uw rentabiliteit. Maar er zijn nog voordelen verbonden aan een kortere cash conversion cycle.

De cash conversion cycle duidt op de periode die tussen uw betaling voor grondstoffen ligt en het moment dat u uw geld ontvangt voor verkochte goederen.

Ik was onlangs nog bij een klant die sterk op zijn cash conversion cycle gewerkt had. Het bedrijf was gezonder dan ooit. Op basis van een aangenaam gesprek kwamen we uit bij 5 belangrijke voordelen van een korte cash conversion cycle.

Voordeel 1. Minder werkkapitaal

Hoe korter de cash conversion cycle, hoe minder dagen het geld van uw bedrijf geblokkeerd zit in uw activiteit. U hebt minder werkkapitaal nodig. Dat betekent dat u minder geld nodig hebt (via financiering) om uw dagelijkse uitgaven te bekostigen: leveranciers, salarissen, onderhoud, voorraden aanvullen, …

Voordeel 2. Hogere rentabiliteit

Hoe minder werkkapitaal u nodig hebt, hoe hoger de rentabiliteit van uw onderneming. En zijn we niet allemaal op zoek naar meer rentabiliteit?

Voordeel 3. Meer activiteit met zelfde kapitaal

Het gezegde ‘geld moet rollen’ bewijst ook hier zijn nut. Omdat het geld sneller circuleert, kunt u met dezelfde kapitaalinzet een grotere activiteit ontplooien.

Voordeel 4. Hogere solvabiliteit

Een kleinere kapitaalinzet heeft nog bijkomende voordelen. De solvabiliteit zal hoger liggen want er is minder vreemd vermogen nodig of er blijft meer eigen vermogen over voor andere activiteiten.

Voordeel 5. Goedkoper lenen

Door een betere kredietwaardigheid zal uw onderneming aan betere voorwaarden kunnen lenen. Of het zal in ieder geval gemakkelijker zijn om bijkomende financiering te verkrijgen

25/02/2016

6 procent minder faillissementen in 2015

In 2015 gingen er in België 10.605 bedrijven failliet. Dat zijn er 684 minder dan in 2014, een daling met 6,05%.

Vorig jaar kwamen er in ons land 23.050 banen op de tocht te staan als rechtstreeks gevolg van een faillissement van de werkgever. Dit is het laagste aantal sinds 2008 én een daling met 3.024 jobs (-11,6%) ten opzichte van verleden jaar, zo staat verder nog te lezen in de nieuwe Graydon barometer.

Toch zag Limburg het aantal faillissementen in 2015 toenemen met 1 procent tot een totaal van 798. Ok, het waren er ‘maar’ 8 meer dan in 2014.

Eric Van den Broele, Senior Manager Research & Development bij Graydon, noemt het aantal faillissementen nog ‘hoog’, al zag hij het afgelopen jaar een lichte daling en in de maand december zelfs een afname met bijna een kwart. “De voorzichtige economische groei die de Nationale Bank van België becijferde (1,3%), is voor deze positieve evolutie ongetwijfeld de belangrijkste verklaring. Ook de positieve berichten over een verbetering van het ondernemersklimaat geven de Belgische ondernemers hoop.”

De daling van de faillissementen zet zich door in alle sectoren. Nadat in 2014 de bouwsector voor het eerst meer faillissementen telde dan die van de horeca, zien we in 2015 opnieuw een omgekeerde beweging. In de groothandel daalde het aantal faillissementen met 16,7%, in de kleinhandel met 5,82%.

Er gaan heel wat minder jobs verloren dan 2014. In Vlaanderen verdwenen er 9.959 (-14,64%) als rechtstreeks gevolg van een faillissement van de werkgever. In Wallonië tellen we 8.371 jobs op de tocht (-5,88%) en in Brussel 4.720 (-14,37%).

In 2016 verwacht Eric Van den Broele een verdere daling van het aantal faillissementen, met als belangrijke verklaringen de verdere economische groei, de indexsprong en de lastenverlaging in het kader van de taxshift.

“Wat de verwachte economische groei betreft, wordt 1,6% voorspeld. Uit onze ervaringen en vakliteratuur blijkt echter dat een groei van 2% noodzakelijk is om van een echte structurele ommekeer in het faillissementenlandschap te mogen dromen.”

Voor de horeca verwacht Van den Broele nog een moeilijk jaar als gevolg van de invoering van de witte kassa, de transportsector krijgt het dan weer moeilijk door de invoering van de kilometerheffing.

18/02/2016

Slechte betalers voortaan eenvoudiger aanpakken?

Klanten die niet betalen voor de rechter brengen levert u sinds 1 november 2015 sneller resultaat op. Ze kunnen immers minder eenvoudig een procedure die u aanspant op de lange baan schuiven. Hoe zit dat precies?

Een klant volhardt in het niet-betalen

Het einde van uw geduld. Dat kent u... ondanks de rappels die u stuurt, betaalt de klant zijn rekening nog steeds niet. Er zit uiteindelijk niets anders op dan een advocaat in te schakelen en er een zaak van te maken.

Twee keer nadenken om dat te doen? Ja, in sommige gevallen is het sop de kool immers niet waard. Zo’n rechtszaak kan immers wel een tijdje aanslepen en intussen zit u wel met de kosten van uw advocaat natuurlijk. Als deze laatste dan uiteindelijk een vonnis kan bekomen in uw voordeel, dan heeft u de dag erop uw centen nog niet...

Het ‘rekeffect’ van het beroep? Uw klant kon immers beslissen om in beroep te gaan of niet op te dagen en zgn. verzet aan te tekenen. Zolang het beroep of verzet duurt, kon het vonnis in dat geval meestal nog niet uitgevoerd worden. Voor uw klant was dat een manier om de betaling nog wat verder voor zich uit te schuiven...

Tenzij ‘uitvoerbaar bij voorraad’. In uitzonderlijke situaties kon de rechter er inderdaad mee akkoord gaan dat een vonnis direct uitgevoerd werd. De klant moest dan m.a.w. wel onmiddellijk betalen, ook al ging hij dus in beroep.

Verandert dat nu?

De uitzondering wordt de regel. Dat is het goede nieuws. De wet is sinds 1 november 2015 inderdaad gewijzigd. Een hoger beroep schorst voortaan de zgn. uitvoering niet meer. Dat betekent dat u een voor u gunstig vonnis direct kunt laten uitvoeren, ook al gaat uw klant dus in beroep. Wordt uw klant veroordeeld om te betalen, dan kan hij dat dus niet meer rekken door in beroep te gaan.

Omkering! De klant kan wel vragen aan de rechter om het vonnis niet onmiddellijk te laten uitvoeren. Het omgekeerde van vroeger dus. Hij zal dat dan wel grondig moeten motiveren.

Klant kan wel nog in beroep gaan! Dat spreekt voor zich natuurlijk en dus blijft het wel enigszins opletten. De klant kan in beroep immers mogelijk gelijk krijgen en dan moet u uiteraard terugbetalen wat u reeds ontvangen heeft. Bovendien komen daar dan ook nog interesten en eventueel een schadevergoeding bovenop.

Dus toch maar beter wachten? Dat hangt er natuurlijk van af hoe uw advocaat de kansen inschat in hoger beroep. U past de onmiddellijke uitvoering dus bij voorkeur alleen toe als u vrij zeker bent van uw zaak. Gaat de betwisting over een factuur die uw klant als handelaar niet tijdig protesteerde, dan mag u er echter vrij gerust in zijn dat u ook in hoger beroep gelijk zal krijgen.

Niet direct drastisch te werk gaan. Legt u na het vonnis in eerste aanleg direct beslag op de goederen van uw klant en laat u die bovendien ook alvast verkopen, dan loopt u uiteraard een groter risico als de klant daarna in hoger beroep alsnog gelijk zou krijgen. U heeft in zo’n geval diens goederen onterecht laten verkopen, met alle gevolgen van dien natuurlijk. De klant zal dan allicht een schadevergoeding eisen, omdat de goederen te goedkoop verkocht werden, omdat hij door die verkoop nog moeilijk zaken kon doen, enz. Met beslagleggingen bent u dus het best zeer voorzichtig.

Wordt een klant veroordeeld om uw factuur te betalen, dan kan hij die betaling niet meer uitstellen door gewoon in beroep te gaan. Ook dan kunt u nu immers al een deurwaarder laten aanstellen om uw centen te incasseren. Let wel op met beslagleggingen, tenzij u er zeker van bent ook in beroep te zullen winnen.

08/02/2016

Autonome koers creditmanagement verhoogt bedrijfswinst

Omzet genereren? Check! Continuïteit garanderen? Check! Afschrijvingen beperken? Dubbel check! De toekomstige objectieven van het creditmanagement zijn niet min. Kijkt u mee in de kristallen bol?

DSO blijft belangrijk

Veel bedrijven houden vandaag hun DSO (Days Sales Outstanding) al nauwlettend in de gaten. Terecht, want deze ratio vertelt hen hoe lang ze gemiddeld op hun geld moeten wachten. U berekent de DSO door het uitstaande debiteurensaldo te delen door uw gemiddelde dagomzet.

Hoe hoger het resultaat, hoe slechter. Het betekent dat u uw betalingen laat ontvangt. U leent uw klanten met andere woorden geld, gratis en voor niets. Maar dat is nog niet het voornaamste: het betekent ook grotere risico’s op afschrijvingen. Goed blijven opvolgen dus, die DSO. Ook in de toekomst zal dit een belangrijke KPI blijven, al zal het daar alleen niet bij blijven.

Aandacht voor netto-werkkapitaal

Ook uw netto-werkkapitaal verdient blijvende aandacht. Dat is het bedrag dat u nodig hebt om uw productieproces te financieren. Het netto-werkkapitaal is de som van de klantenvorderingen, de liquide middelen  en de voorraden, verminderd met de kortlopende schulden. Uw opdracht: de klantenvorderingen zo klein mogelijk houden door ervoor te zorgen dat klanten de betalingstermijnen die u met hen hebt afgesproken respecteren. En door gepast te reageren als een klant niet op tijd betaalt.

Afschrijvingen minimaliseren

Als goed creditmanager  bent u  ook verplicht de afschrijvingen te minimaliseren door u vooraf goed te informeren als u krediet verleent. Maar ook door kort op de bal te spelen als een klant te laat betaalt, zonder de commerciële kansen uit het oog te verliezen.

Het is een cliché, maar afschrijvingen peuzelen uw winst op. Bedrijf A heeft een netto-winstmarge van 5%. Als A 1.000 euro aan afschrijvingen boekt, moet het ter compensatie maar liefst 20.000 euro extra omzet draaien. Bij een netto-winstmarge van 2% moet A maar liefst 50.000 euro meer verkopen. Juist als uw bedrijf moeite heeft een goede winstmarge te realiseren is afschrijvingen op debiteuren voorkomen prioriteit nummer één.

Onderstaand schema toont aan hoeveel nieuwe omzet u nodig hebt om een vordering die niet meer te innen is goed te maken.

TIP: Geef dit schema aan de medewerker die verantwoordelijk is voor de inning van de vorderingen. Het zal hem extra motiveren om afschrijvingen te voorkomen.

Cashpositie monitoren

Een gebrek aan liquiditeit is één van de grootste uitdagingen waar bedrijven vandaag mee te kampen hebben. Wie zijn korte-termijnschulden niet kan voldoen, raakt gegarandeerd in de problemen. Het tekort aan cash is een vrij recent fenomeen. Na de financiële crisis zijn banken veel terughoudender geworden. Vroeger stonden ze vlotjes krediet toe, maar dat tijdperk ligt definitief achter ons. Creditmanagers moeten de cashpositie dus nauwgezet monitoren en ingrijpen wanneer nodig. Op die manier verzekeren ze de continuïteit van de onderneming.

Individuele betalingstermijn

Op welke termijn moeten uw klanten betalen? 30 dagen? Dan handelt u net als de meeste andere bedrijven. Die 30 dagen lijken wel een fetisj. Ze maken deel uit van de betaalvoorwaarden op de achterzijde van de factuur. We moeten die standaardtermijn durven loslaten. In de plaats daarvan kunt u met elke klant individuele afspraken maken. Daarmee zou u ook wel eens meer omzet kunnen genereren .

Klant A betaalt liever meteen in ruil voor een korting? Geen probleem! En als klant B 45 dagen verkiest omdat zijn interne procedure sneller betalen niet mogelijk maakt, dan mag dat ook. Al betaalt hij daarvoor misschien iets meer. Veel creditmanagers vrezen dat die waaier aan betaaltermijnen risico’s inhoudt. Niets is minder waar. U en uw klant zijn ze immers overeengekomen (vaak in een  persoonlijk gesprek). Dat is veel meer waard dan de kleine lettertjes op de achterkant  van de factuur of de offerte, toch?

Evenwichtige inschatting kansen en risico’s

Vandaag maakt creditmanagement deel uit van de financiële afdeling. Maar in de toekomst zal creditmanagement een autonome koers varen in de organisatie. Die evolutie is een goede zaak. Finance focust sterk op risico’s. Kansen blijven daardoor vaak onderbenut. Een zelfstandiger creditmanagement leunt dichter aan bij sales. En dat leidt tot een evenwichtige inschatting van kansen en risico’s. Die aanpak zal de winst van uw onderneming alleen maar ten goede komen.

16/12/2015

Overheid duwt ook kmo's naar e-factuur

Vanaf 2017 wil de Vlaamse overheid alleen nog maar e-facturen van haar leveranciers ontvangen. Ook kmo’s moeten mee in het bad.

In de afgelopen jaren heeft België het gebruik van e-invoicing al gestimuleerd, maar tot nu toe vindt deze manier van factureren alleen nog bij grote bedrijven ingang. Door het ‘verplicht’ stellen van e-invoicing wil België de KMO’s meer in elektronisch factureren betrekken. Hiermee volgt ons land het voorbeeld van landen als de Verenigde Staten, Portugal, Mexico en Finland waar e-invoicing meer regel dan uitzondering is.

Aan het einde van 2015 zullen er in Europa 35 miljard facturen zijn verstuurd. Hiervan wordt de helft naar consumenten verzonden (B-2-C), en komt de andere helft voor rekening van ondernemingen (B-2-B) en de publieke sector (B-2-G), zo weet Basware.

Ook al zijn grotere organisaties de eerste aanjagers van e-invoicing, toch speelt de KMO een belangrijke rol als de handelspartners van grotere ondernemingen.

Dany De Budt, Country Manager Basware in België, is blij dat "België diverse partijen betrekt in het proces ter bevordering van e-invoicing. Niet alleen softwareleveranciers, maar ook intermediaire dienstverleners en eigenaars van facturatiepakketten zijn gevraagd om e-invoicingoplossingen te ontwikkelen die door de KMO gebruikt kunnen worden."

De Budt weet zeker dat hierdoor de interne efficiëntie van kmo’s zal stijgen, maar verder worden ook rekeningen op tijd betaald en zo "blijft geld in beweging blijft.” “Elke vorm van betalingsachterstand, hoe klein het bedrag ook, kan leiden tot financiële en zakelijke onrust. Dit kan voor iedere economie, en zeker voor de KMO’s, zware consequenties hebben."

16/12/2015

Onbetwiste schulden sneller te innen?

Binnenkort wordt het mogelijk om slechte betalers te doen betalen zonder langs de rechtbank te moeten gaan. Wanneer kan dat en wat is er nu al van belang?

Direct via een deurwaarder. De nieuwe wettelijke regeling komt in weze daar inderdaad op neer (wet van 19.10.2015, BS van 22.10.2015) . Onder bepaalde voorwaarden zal u in de toekomst een klant die niet betaalt, niet meer eerst moeten laten dagvaarden voor de rechtbank, maar zal u deze rechtstreeks door een deurwaarder achter zijn veren kunnen laten zitten. Dat zou dus in theorie een stuk sneller moeten gaan.

Weet wel: U zal niet rechtstreeks naar een deurwaarder kunnen stappen, maar alleen via een advocaat. Die laatste heeft u dus nog wel nodig.

Alleen klanten-handelaars (B-2-B) die niet betwisten! Dat zijn m.a.w. de twee belangrijkste voorwaarden. Zo’n rechtstreekse tussenkomst door een deurwaarder kan alleen als de slechte betaler een andere handelaar of professional is. Voor particulieren die niet betalen, zal u dus nog altijd langs de rechtbank moeten passeren. Vereist is verder ook dat de klant-slechte betaler de schuld of m.a.w. uw factuur niet betwist heeft.

En de hoogte van het bedrag?. Het bedrag zelf van uw openstaande factuur speelt geen rol.

Ook interesten en schadebeding? Ook dat kan in het voorkomende geval ineens door de deurwaarder opgeëist worden. Van belang is echter wel dat die ‘bijhorigheden’ dan maximaal 10% mogen bedragen, indien dit hoger ligt moet het weer via de rechtbank... !

Dien ik de algemene voorwaarden dan aan te passen? Neen. Van belang is vooral dat er in totaal niet meer dan 10% van de hoofdsom gevraagd wordt als interesten en schadebeding. Staat er nu in uw algemene voorwaarden dat er bij laattijdige betaling 12% interesten verschuldigd zijn en 10% schadebeding met een minimum van € 40 voor dit laatste, dan zal uw advocaat dat dus zelf moeten beperken als hij het doorgeeft aan een deurwaarder.

Weet wel: Heeft u ter zake nog niets voorzien in uw algemene voorwaarden, dan is het nu het moment om daar werk van te maken. Beperk uw interesten en schadebeding dan ineens tot 10%, dan zit u in de praktijk ineens goed. De vermelde interestvoet geldt immers steeds op jaarbasis.

Vanaf wanneer geldt dit? Dat moet nog concreet bepaald worden. Wel is reeds voorzien dat het ten laatste 1 september 2017 van kracht wordt.

16/12/2015

Factuur opstellen, vergeet de verplichte factuurvermeldingen niet?

Een correcte factuur opstellen is niet alleen belangrijk voor de fiscus!

Als leverancier van goederen of diensten bent u in de meeste gevallen verplicht om een officiële factuur op te maken. Een correcte factuur opstellen is vooral belangrijk voor de btw- administratie en om bij een eventuele fiscale controle boetes te vermijden, maar dat is zeker niet de enige reden waarom u best even deze checklist doorneemt.

Facturen worden wettelijk beschouwd als bewijs dat een levering heeft plaatsgevonden zoals deze op de factuur wordt omschreven en bijgevolg ook dat uw klant u nog een betaling verschuldigd is. Wanneer uw klant uw factuur niet tijdig protesteert, wordt immers automatisch aangenomen dat hij/zij zich akkoord verklaart heeft met de levering en de verschuldigde betaling.

Het is best belangrijk dat u uw facturen correct en duidelijk opstelt, want uw klant heeft alle recht en reden om onjuiste en onduidelijke facturen te protesteren en niet te betalen! Dat doet u toch ook wanneer u foutief opgestelde facturen ontvangt?

Wat moet u zeker op uw factuur vermelden?

• FACTUUR of CREDITNOTA

Het woord “factuur” mag zeker niet op het document ontbreken om het rechtsgeldig te maken. Wanneer dit woord ontbreekt, mag verondersteld worden dat de klant niet op de hoogte was dat hij/zij een som diende te betalen.

• Bedrijfsgegevens

Zowel van uw eigen zaak als de bedrijfsgegevens van de klant moeten volledig op de factuur vermeld worden. Dat zijn onder meer: de officiële benaming van de zaak, de rechtsvorm, het adres (van de maatschappelijke zetel en/of een ander leveringsadres), het ondernemingsnummer, de bank- en contactgegevens.

• De factuurdatum en de vervaldatum

Deze data zijn onmisbaar om uw betalingen en eventuele nalatigheidsintresten te kunnen opeisen. Wettelijk gezien dient u uw factuur bovendien uit te reiken uiterlijk op de 15e dag van de maand, die volgt op de maand waarin de btw opeisbaar wordt over het geheel of een deel van de prijs. Meestal is dit 15e dag van de maand, volgend op de maand waarin de diensten of producten geleverd werden.
Vergeet u ook niet om duidelijk te vermelden tegen welke datum u de betaling uiterlijk wenst te ontvangen?

• Het factuurnummer

De factuurnummers moeten niet bij 1 te beginnen, maar wel chronologisch opeenvolgend te zijn. Ontbrekende factuurnummers dient u absoluut te vermijden.

• Beschrijving van de geleverde diensten of goederen

Welke diensten of producten heeft u geleverd? Dit kan een algemene omschrijving zijn, maar een precieze en duidelijke omschrijving kan discussie achteraf vermijden.

• Aantal stuks / eenheidsprijs / subtotalen

Zeker bij leveringen van producten is het aangeraden om het aantal stuks en de bijhorende eenheidsprijs te vermelden. Is de lijst te omvangrijk, dan kan u ook een gedetailleerd overzicht als bijlage bij de factuur toevoegen of verwijzen naar een offerte of bestelbon waarop de geleverde diensten en/of producten afzonderlijk vermeld staan.

• Voorschotten, deelleveringen, afrekeningen

Wanneer er voor 1 transactie meerdere facturen worden opgemaakt (bijvoorbeeld voorschotfacturen, deelleveringen of een afrekeningsfactuur) dan verwijst u best ook even naar de andere facturen die op deze transactie betrekking hebben.

• Maatstaf van heffing

De maatstaf van heffing is het subtotaal van de geleverde diensten of producten (het bedrag voor btw).

• Btw percentage, btw-bedrag en eventuele vrijstellingsregels

Is uw factuur onderworpen aan btw, dan dient u zowel het geldende btw-percentage en het corresponderende btw bedrag apart te vermelden. Factureert u zonder btw (bijvoorbeeld aan een medecontractant, een intracommunautaire levering aan een buitenlandse klant of een onderneming die vrijgesteld is van btw), dan dient u ook de bijhorende vrijstellingsregel (een verwijzing naar het correcte artikel van het btw-wetboek) te specificeren.

• Verwijzing naar de Algemene Voorwaarden

Heeft u Algemene Voorwaarden die van toepassing zijn op uw transactie, dan plaatst u best een verwijzing naar deze verkoopsvoorwaarden op uw factuur. Drukt u de voorwaarden af op de achterzijde van uw factuur dan vermeldt u op de voorzijde best ook een duidelijke vermelding dat deze voorwaarden zich op de achterzijde van het document bevinden.

• Verplichte vermeldingen

In sommige gevallen zijn er bijzondere factuurvermeldingen verplicht. Dat is onder meer het geval voor verkoop van kunstvoorwerpen, antiquiteiten, motorvoertuigen, reisbureaus en gebruikte goederen.

Tot slot:

• Bedankt voor het vertrouwen

Uw klanten op de factuur bedanken voor hun vertrouwen en de fijne samenwerking is allesbehalve verplicht, maar zeker op commercieel vlak een aanrader!

Correcte en duidelijke facturen opstellen, dat is investeren in een vlotte invordering.

Uw klanten zullen het ongetwijfeld appreciëren dat u uw facturen correct en duidelijk opstelt, want ze zitten vast niet op extra administratie en tijdrovende communicaties over foutief opgestelde facturen te wachten.

16/12/2015

KBO: basis voor verkeerde interpretaties

De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) is een nuttige databank, maar ze geeft vandaag geen correcte afspiegeling van het bedrijvenlandschap in ons land. Die foute perceptie kan gevaarlijke gevolgen hebben voor het economisch beleid in België, en bijgevolg ook voor de hele Belgische ondernemerswereld.

Politici, middenveldsorganisaties en journalisten gebruiken vandaag de Kruispuntbank van Ondernemingen om een beeld te krijgen van het Belgische bedrijvenlandschap. De KBO is een nuttig intstrument omdat iedereen er bijvoorbeeld gratis een ondernemingsnummer kan opzoeken. Wat echter al te vaak over het hoofd wordt gezien, is dat de ze geen correct beeld geeft van het Belgische bedrijvenlandschap. Beter gesteld: zij die hun inzichten enkel baseren op de KBO, bouwen hun verhalen op basis van verkeerde interpretaties.

1.358.170 ondernemingsnummers

Een voorbeeld: de databank telde begin dit jaar 1.358.170 actieve ondernemingsnummers. Sommigen concluderen vervolgens dat er meer dan 1.3 miljoen bedrijven actief zijn in België. Een foute conclusie, want ze houden geen rekening met economische entiteiten die in feite geen bedrijf zijn. Of beter: die geen echte bedrijfsactiviteiten uitvoeren.

De KBO omvat vandaag bijna 11.000 overheidsinstellingen zoals ministeries, OCMW's en politiezones. Ook present: ruim 140.000 vzw's, ruim 70.000 verenigingen voor mede-eigenaars en bijna 130.000 vrije beroepen. Daarnaast bevat de KBO bijna 10.000 entiteiten die we nog het best kunnen omschrijven als 'overige rechtsvormen'. Hieronder vallen bijvoorbeeld 'Bergen van Barmhartigheid'. Uiteraard kunnen bovenstaande entiteiten heus wel ondernemend zijn. Maar het zou fout zijn om pakweg een politiezone of een schaakclub als ‘bedrijf’ te beschouwen.

Enkel de KBO voldoet niet als startbron voor onderzoek

Et alors, hoor ik u denken. Wat betekent deze foute interpretatie voor mijn onderneming of voor mijn beleid? Heel veel, als u weet dat voor veel onderzoeken over het Belgische bedrijfsleven de KBO als enige bron wordt genomen. Conclusies die enkel op basis van de KBO worden getrokken, liggen soms ver van de realiteit. Dat bewijst volgend voorbeeld.

Als we dit jaar de cijfers in de databank vergelijken met die van een jaar eerder, zien we plots een stijging van 6,62 procent entiteiten. Sommige onderzoekers en journalisten concludeerden daaruit dat het Belgisch economisch weefsel in 2014 met deze volumes aangroeide. Prachtig nieuws voor onze economie of een grote misvatting? Helaas het tweede.

Groei entiteiten is geen economische groei

Verder onderzoek toont immers aan dat de Kruispuntbank al enkele jaren een inhaaloperatie uitvoert. Bepaalde entiteiten - ook al bestaan ze soms al 10 jaar - worden alsnog aan de databank toegevoegd. De aangroei van ondernemingsnummers in de KBO heeft dus helemaal niets te maken met de werkelijke economische groei in België.

Die foute interpretatie heeft wel degelijk gevolgen. Als we aannemen dat er ruim 1,3 miljoen actieve bedrijven zijn in België en dat de bedrijvenpopulatie het afgelopen jaar met ruim 6% aangroeide, creëren we een verkeerde perceptie bij de publieke opinie. Het is nochtans op basis van die perceptie dat zowel de regering als de middenveldorganisaties hun beleid uitstippelen.

Vele foutjes: dubbele vermeldingen, failliete ondernemingen

Een laatste, maar niet onbelangrijke reden om de KBO niet als spiegel van de Belgische bedrijvenlandschap te nemen, zijn de vele foutjes. Hoewel de Kruispuntbank zeker zijn waarde heeft als bron, toont de databank ook heel wat gebreken. De KBO telt veel slapende bedrijven, dubbele vermeldingen of bedrijven die ondertussen al failliet verklaard zijn. Zo weten we enerzijds dat bedrijven die als ‘actief’ staan genoteerd in de KBO soms al tientallen jaren geleden failliet gingen. Anderzijds merken we regelmatig dat pas opgerichte bedrijven er nog niet in terug te vinden zijn.

Beeld economie té rooskleurig

Het is daarom zinvol, noodzakelijk zelfs, om erover te waken dat een correct beeld van het Belgische bedrijvenlandschap bestaat. De KBO zoals die vandaag bestaat, volstaat niet als enige bron om dit landschap in kaart te brengen.

Niemand zal me tegenspreken als ik stel dat bedrijven voor een belangrijk deel onze huidige, maar ook onze toekomstige maatschappelijke ontwikkeling bepalen. Spreken we over economische groei, dan wordt in eerste instantie aan bedrijven gedacht. Maar als de bedrijven niet duidelijk worden afgebakend in de databank, dan riskeert de politiek een té rooskleurig beeld te hanteren van onze economie. Hierdoor worden mogelijk niet de adequate maatregelen genomen waar de ondernemerswereld vandaag zo’n enorme nood aan heeft.

Geschreven door Eric Van den Broele - Graydon

25/11/2015

De faillissementsverzekering wordt een overbruggingsrecht

De wijziging is niet louter semantisch. Ze biedt een vierde categorie zelfstandigen immers de mogelijkheid om tegenslagen sneller te boven te komen.

De sociale verzekering bij faillissement werd in 1996 ingevoerd en geleidelijk uitgebreid naar "gelijkgestelde situaties" en gedwongen stopzettingen.

Het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake het sociaal statuut van de zelfstandigen breidt het toepassingsgebied ervan uit naar zelfstandigen die om economische redenen gedwongen zijn hun activiteit stop te zetten.

Om elke negatieve connotatie met dit type verzekering weg te werken, wordt ze tot een "overbruggingsrecht" herdoopt.

Het principe is verworven, maar de toepassingsvoorwaarden en -modaliteiten moeten nog in een Koninklijk Besluit worden vastgelegd.

25/11/2015

Ga nu achter uw slechte betalers aan!

Het boekjaar loopt bijna ten einde en sommige klanten hebben uw factuur nog steeds niet betaald. Is die onbetaalde factuur dan fiscaal aftrekbaar en wat met de btw erop? Waarom is het van belang om nu in actie te schieten?

Fiscale gevolgen onbetaalde factuur

Belast worden op verlies. Daar komt het eigenlijk op neer... U zal immers belast worden op inkomsten die u niet ontvangen heeft. Maakt u m.a.w. een factuur van € 1.000, dan zit die € 1.000 voor de fiscus op het einde van het boekjaar in uw belastbare winst, ongeacht of die factuur dus betaald werd of niet. Kortweg, voor u is dat een verlies, voor de fiscus is en blijft dat belastbare winst.

Fiscale aftrek en btw terugvorderen? Dat kan, maar niet zomaar... Een onbetaalde factuur kunt u immers maar afboeken of m.a.w. opnieuw in kosten steken wanneer effectief vaststaat dat ze niet meer betaald zal worden. Enkel dan zal de onbetaalde factuur aftrekbaar zijn van uw winst. De Btw redeneert hetzelfde als de fiscus. Ook voor de Btw moet die oninbaarheid van de factuur in die mate zijn dat de schuldvordering op uw klant als verloren beschouwd kan worden (art. 77, §1, 7° W.Btw). Enkel dan kan de voorheen afgedragen btw teruggevorderd worden.

Wanneer effectief oninbaar? Dat is bv. het geval als uw klant failliet verklaard werd. Uw geld bent u dan echter zogoed als kwijt... De onbetaalde factuur van uw failliete klant mag u dan sowieso afboeken. U wordt er dan ook niet meer op belast. Ook de btw kunt u dan terugvorderen vanaf het moment waarop het faillissement uitgesproken werd door de rechtbank.

Uw klant wil niet betalen

Niet effectief oninbaar? Inderdaad, er kan dan hoogstens sprake zijn van een factuur die waarschijnlijk niet betaald zal worden. Dit vormt echter geen beletsel om die factuur voorlopig al (deels) in kosten te steken, zolang u dan maar kunt bewijzen dat het verlies waarschijnlijk is.

Crediteren niet gemakkelijker? Ja en neen. Op fiscaal en btw-vlak is dat alleszins een goede zaak. Het bedrag dat u crediteert, zit dan immers niet meer in uw winst. U wordt er dan m.a.w. ook niet meer op belast. U kunt zo eveneens de btw die u al doorgestort heeft, opnieuw recupereren. Crediteren betekent natuurlijk wel tegen uw klant zeggen dat hij u niets meer verschuldigd is, uw centen gaat u dus zo zeker niet meer zien.

Niet overdrijven! Zomaar facturen crediteren die waarschijnlijk niet betaald zullen worden, dat ziet de fiscus nl. niet zo graag en de Btw al evenmin. Zeker niet wanneer u dit dan ook nog op grote schaal begint te doen op het einde van het boekjaar zonder dat u aantoont dat de facturen oninbaar geworden zijn.

Nu actie ondernemen!

Waarom nu? Kortweg, als u nog dit jaar kunt aantonen dat de factuur oninbaar is, dan kunt u ze ook nog dit jaar in kosten boeken. Het is nu m.a.w. het moment om aan te tonen dat u al het mogelijke gedaan heeft om het openstaande bedrag van uw klant te recupereren, maar het uiteindelijk niet gelukt is.

Welke stappen ondernemen? Eerst en vooral kunt u uiteraard uw klant zelf een aantal keer aanmanen, maar bon, dat heeft u wellicht al wel gedaan natuurlijk. Helpt dat allemaal niet, overweeg dan om nu een advocaat in te schakelen en deze nog eens een rappel te laten sturen. Helpt ook dat niet, dan is al minstens een deel van de factuur oninbaar.

25/11/2015

Aangetekend via e-mail?

U moet een aangetekende brief versturen naar een klant of een leverancier. Kan dat dan digitaal of moet u hiervoor nog altijd naar het postkantoor?

Heeft een klant na enkele aanmaningen nog altijd niet betaald? Of gaat u niet akkoord met de factuur van een leverancier die nog steeds in gebreke blijft? In dat geval heeft u vaak geen andere keuze dan een aangetekende brief te sturen om uw rechten enigszins veilig te stellen en de tegenpartij duidelijk te maken dat het u deze keer menens is. Tot nu toe ging u daarvoor steeds naar het postkantoor. Maar moet u daar nog altijd écht de deur voor uit?

1. Via e-mail? Mogelijk verstuurt en ontvangt u vandaag al facturen via e-mail. Het pdf-formaat is daarvoor alvast geschikt, omdat het er op elke computer hetzelfde uitziet en niet zomaar gewijzigd kan worden. Maar kunt u ook een aangetekende brief e-mailen naar uw klant of leverancier? Neen, want een duidelijk juridisch kader ontbreekt voorlopig nog.

2. Click & Post. Er bestaat echter een tussenoplossing, waarbij u de aangetekende zending niet rechtstreeks naar de bestemmeling mailt, maar wel naar een speciale dienst zoals Click & Post (http://www.clickandpost.be).

Daarbij wordt uw brief uitgeprint en aan bpost bezorgd. U ontvangt dan een code waarmee u de status kunt volgen via http://www.depost.be/track. Heeft u de optie ‘met ontvangstbevestiging’, gekozen, dan ontvangt u ook een document met de uitreikingsdatum, de gegevens van de bestemmeling en zijn handtekening. Hiervoor betaalt u € 7,89.
Ter vergelijking: een brief aangetekend op de klassieke manier via het postkantoor versturen kost € 5,90 (en € 7,15 met ontvangstbevestiging).

Is dit nu interessant? Een voordeel is alvast dat u bij Click & Post een bewijs krijgt dat u de brief daadwerkelijk verstuurd heeft. Bovendien oordeelde een rechter een tijd geleden (arbh. Brussel, 14.02.2014) dat een aangetekende brief met een ingescande handtekening dezelfde waarde heeft als een traditionele aangetekende zending. Dat pleit dus zeker in het voordeel van de hybride vorm.

25/11/2015

Data zal vak van creditmanager sterk veranderen

Creditmanagers zijn ervan overtuigd dat data hen helpt om hun processen te verbeteren. Sterker nog: ze vinden dat data hun beroep aantrekkelijker maakt. Alleen gebruiken ze data vandaag eerder als defensief dan als offensief instrument. Dat zijn enkele van de belangrijkste conclusies uit het onderzoek dat Credit Expo en Graydon uitvoerden naar aanleiding van de beurs op 14 oktober 2015 in Gent.

Aan het onderzoek van Credit Expo en Graydon - ‘De status van datagebruik binnen creditmanagement’ - namen 300 creditmanagers deel uit België en Nederland. De resultaten worden uitgebreid voorgesteld en toegelicht tijdens de beurs op 14 oktober. In aanloop naar Credit Expo, de eerste editie in België, zijn dit alvast drie belangrijke conclusies die uit het rapport naar voor komen:

Belangrijkste conclusies

  • Data wordt vandaag ingezet als defensief instrument. De meeste creditmanagers gebruiken data vooral om risico’s te beheersen. Data wordt veel minder ingezet voor ‘positieve’ zaken zoals meer leads, omzet en klanttevredenheid.

  • De respondenten zijn ervan overtuigd dat data een positieve invloed heeft op de kwaliteit van de beslissingen binnen creditmanagement. Ook de snelheid waarmee deze beslissingen kunnen worden genomen, wordt er volgens hen positief door beïnvloed.

  • Bijna 80% van de respondenten verwacht dat data het vak van de creditmanager binnen nu en vijf jaar aanzienlijk zal veranderen. Een ruime meerderheid van hen denkt ook dat het gebruik van datagedreven inzichten hun vak aantrekkelijker zal maken.

27/10/2015

Een deurwaarder voor een ander... ?

Uit de correspondentie die u ontvangt, blijkt dat er nog een andere firma op uw adres gevestigd is. Hoe krijgt u die daar zo snel mogelijk weg?
Onbekenden op uw adres? In eerste instantie merkt u dat aan de eerder onschuldige brieven die u krijgt voor iemand anders, maar dat is nog niet direct een reden voor paniek natuurlijk. Anders wordt het uiteraard zodra u officiële brieven krijgt van de overheid, rappels, aangetekende brieven, enz. Dan wordt het wel tijd om in actie te schieten.

Niets doen is geen optie! In het ergste geval staat er immers een deurwaarder voor uw deur voor die andere firma. Is die laatste dan officieel gevestigd op uw adres, dan zit u met de gebakken peren...
Verifieer het eerst. Dat kan tegenwoordig gemakkelijk via de website van de FOD Economie: http://economie.fgov.be . Klik bovenaan op Ondernemingen & Zelfstandigenen ga vervolgens naar Kruispuntbank van Ondernemingen; Diensten voor iedereen . Kies ten slotte Public Search en opteer bovenaan in de keuzebalk voor Opzoeking op adres. Geef daar uw eigen adres in en u ziet onmiddellijk of en welke ondernemingen er nog op uw adres gevestigd zijn.

Hoe verwijdert u dit? Kortweg, via een procedure tot zgn. ambtshalve doorhaling. Dat betekent dat de Kruispuntbank van Ondernemingen de betrokken firma eerst schriftelijk zal vragen om haar adres te verplaatsen, maar dat zal niet helpen uiteraard. Die brief komt immers bij u terecht, maar 30 dagen na die brief gaat het dossier dan automatisch over naar de economische inspectie. Die laatste komt dan in principe eerst ter plaatse en stelt vervolgens een verslag op waarin ze bevestigt dat die onderneming daar effectief niet gevestigd is. Met dit verslag zal de Kruispuntbank die onderneming dan schrappen van uw adres.

Via de wijkagent gaat het sneller! Laat de wijkagent m.a.w. langskomen en een proces-verbaal opstellen waaruit blijkt dat er geen spoor is van die onbekende firma op uw adres. Stuur dit pv via mail rechtstreeks door naar de Kruispuntbank via kbo-bce.schrappingen.radiations@economie.fgov.be en vraag vervolgens om die firma te schrappen van uw adres. De firma wordt m.a.w. 30 dagen na de brief van de Kruispuntbank geschrapt.

27/10/2015

Laagste aantal faillissementen sinds 2008

Het aantal faillissementen is in de maand september afgenomen met 18%. Volgens de nieuwe Graydon barometer faillissementen is dat het laagste aantal faillissementen voor die maand sinds 2008.

Tijdens de eerste negen maanden van 2015 waren er in totaal 8.002 faillissementsuitspraken. Dat is een daling met 3,8% tegenover vorig jaar. Uit de nieuwe studie blijkt voorts dat het jobverlies als gevolg van een faillissement 11,97% lager ligt dan vorig jaar.

Afgelopen maand legden in België 999 bedrijven de boeken neer. Dat zijn er 226 minder dan in dezelfde maand vorig jaar. Eric Van den Broele, senior manager Research & Development van Graydon, wijst erop dat het aantal faillissementen in de maand september traditioneel hoger ligt dan in maanden ervoor, omdat tijdens het zomerreces bij de diverse rechtbanken minder faillissementen worden uitgesproken.

In Vlaanderen is de daling al sinds 2014 aan de gang. Opvallend is dat deze evolutie nu ook volop in Wallonië doorbreekt. “We noteren hier met betrekking tot de eerste negen maanden van dit jaar een daling met maar liefst -10%. Brussel kent die trend niet, want daar stijgt over dezelfde periode het aantal faillissementen nog steeds. Maar binnen de drie Gewesten noteren we met betrekking tot de maand september een duidelijke vermindering van het aantal faillissementsuitspraken.”

Tot en met september dit jaar kwamen er 17.030 banen op de tocht te staan als direct gevolg van het faillissement van de werkgever. Dat zijn er 2.317 minder (-11,97%) dan over dezelfde periode 2014, waarmee het cijfer voor het eerst iets lager ligt dan de cijfers die Graydon in 2009, dus na de crisisuitbraak, noteerden.

27/10/2015

Geen aangetekende rappel, dus factuur niet te betalen?

Een wanbetaler moest een factuur van een leverancier niet betalen omdat die laatste nooit een aangetekende rappel gestuurd had. Wat liep er in dat geval precies mis en hoe vermijdt u dat zelf in het voorkomende geval?

Factuur niet geprotesteerd. Niet protesteren is betalen. Tussen ‘handelaars’ mag ervan uitgegaan worden dat de goederen en/of prestaties correct aangerekend werden als de factuur niet tijdig geprotesteerd werd. In principe zal uw advocaat dus ook niet veel tijd verliezen aan een slechte betaler die pas reclameert nadat u er een zaak van gemaakt heeft. Een aanvaarde factuur is immers zonder meer te betalen.

Zogezegd niets ontvangen? U stuurt uw facturen uiteraard niet aangetekend. U kunt dus m.a.w. niet zwart op wit bewijzen dat uw klant uw factuur ook effectief ontvangen heeft. Beweert een slechte betaler nu dat hij helemaal geen factuur gekregen heeft, dan heeft hij ze natuurlijk ook niet kunnen protesteren. De regel ‘niet geprotesteerd is aanvaard’ geldt dan niet.
Worden de rollen daardoor omgekeerd? Min of meer wel. U zal in zo’n geval dan immers moeten aantonen dat u wel degelijk een contract had met die klant, bv. een getekende offerte, dat u dat contract nageleefd heeft en dat uw factuur daaruit voortgevloeid is.

Wat is er daarbij van belang? Alles aangetekend versturen? Neen, uiteraard niet. Alleen al praktisch en commercieel gezien is dat niet haalbaar, maar ook juridisch gezien is dat wellicht niet eens nodig. Zo aanvaarden sommige rechters dat u het feit dat u uw factuur wel degelijk verstuurd heeft, ook kunt bewijzen aan de hand van de inschrijving ervan in uw uitgaand facturenboek. Helaas zijn niet alle rechters even soepel op dat vlak.

Factuur conform bestelling? Dat is natuurlijk altijd het beste. Heeft een slechte betaler m.a.w. zijn bestelling ‘op papier’ doorgegeven, dan kunt u uiteraard aantonen dat u factureerde conform die getekende bestelbon. Hetzelfde geldt als u aan de hand van een afgetekende leveringsbon kunt aantonen dat u gewoon factureerde wat er effectief geleverd werd.

Strikt genomen geldt er ‘tussen handelaars’ een vrije bewijsvoering. Dat ‘contract’ moet dus niet noodzakelijk ‘op papier’ staan. U mag het bestaan ervan aantonen met verklaringen van getuigen of bv. aan de hand van een ‘rapport’ van telefonische communicatie tussen u en die slechte betaler.

Volg slechte betalers stipt op. Absoluut! Hoe meer tijd er na de levering verstrijkt, hoe moeilijker het wordt om met concrete zaken het geheugen op te frissen van een wanbetaler die zogezegd van niets weet. Ook uw advocaat zal meer tijd steken in uw dossier, met alle kosten van dien.

Rappelmail. Wacht inderdaad niet te lang met uw eerste betalingsherinnering. Stuur een week later al een rappel via mail, eventueel mét verzoek tot leesbevestiging. Of beter, bel! Dan hoort u meteen de reactie van de klant.

Laatste rappel aangetekend. Het ultieme bewijs uiteraard. Krijgt u geen reactie, verstuur dan kort daarop een laatste rappel, maar dan wel aangetekend. Betaalt uw klant dan nog niet binnen de acht dagen en protesteert hij evenmin binnen die termijn, geef de zaak dan maar door aan uw advocaat. Het gaat in zo’n geval dan om de invordering van een ‘niet-geprotesteerde en dus aanvaarde factuur’, wat in principe een gemakkelijke zaak is, lees: dat zou u dan niet al te veel mogen kosten...

27/10/2015

Eigendomsvoorbehoud: De oplossing bij wanbetaling?

Je hebt het ongetwijfeld al gehoord: “Ik zit safe want ik heb de clausule ‘eigendomsvoorbehoud’ in mijn algemene voorwaarden ingeschreven.

Wat betekent het? Zolang de koper uw goed niet volledig betaald heeft, gaat de eigendom van het goed niet op de koper over maar blijft het in eigendom van de verkoper. Deze mag dus bij wanbetaling de goederen terugeisen.

Toch zijn ook hier weer voorwaarden aan verbonden. Om een open deur in te trappen: voor diensten is deze clausule zinloos. Ze kan alleen maar gelden voor goederen met die uitzondering dat ze ‘identificeerbaar’ moeten zijn en ‘niet onroerend geworden door bestemming’.

Anders gesteld; met identificeerbaar bedoelt men dat u ze moeten kunnen onderscheiden van uw concurrenten.

Vb. Uw concurrent levert identiek dezelfde printer. Als u aan de hand van het serienummer kan bewijzen dat die ene van u is, zit u goed! Indien u dat niet kan bewijzen, geldt op uw toestel geen eigendomsvoorbehoud.

‘Niet onroerend door bestemming’ slaat dan weer op het feit dat jouw product niet mag verwerkt zijn tot iets anders want dan geldt die clausule niet meer.

Vb. Bakstenen verwerkt tot een muur van een woning zijn onroerend geworden.

Nog een addertje: jawel. Zorg dat u naast de ‘eigendomsclausule’ ook rekening houdt met de verzekering van het goed. Indien u dit niet doet, riskeert u bijv. bij diefstal niet betaald te worden, ook al stonden uw goederen reeds bij uw klant in een bedrijfshal. Ook vernieling of beschadiging van uw goederen vallen niet ten laste van de klant als in uw voorwaarden enkel de clausule eigendomsvoorbehoud hebt staan.

Wees dus compleet en vermeld ook wat de verplichtingen zijn van de koper zijn totdat hij het goed heeft betaald.

25/09/2015

5 boekhoudtermen die elke ondernemer moét kennen

Is boekhouden Chinees voor u? Vertrouwt u volledig op uw boekhouder voor uw jaarrekening, balans en jaarverslag? Elke ondernemerscoach zal u dan een light cursus boekhouden adviseren. Want uw boekhouding is niet alleen een wettelijke verplichting. Het is ook hét instrument om uw onderneming te besturen en bij te sturen.
Wilt u toch snel iets meer weten over uw boekhouding? Dan kunt u ook met deze blog beginnen. Laten we eenvoudig starten. We verklaren vijf basisbouwstenen die u in elke boekhouding en jaarverslag terugvindt. Vijf termen die niet-boekhouders vaak door elkaar gebruiken.
Gebruik deze verklaringen als wegwijzers. Zo vindt u de juiste informatie terug in het jaarverslag dat uw boekhouder u aanlevert.

Jaarrekening

De jaarrekening is een overzicht dat de financiële situatie van uw bedrijf weergeeft. Het loopt over een bepaalde periode, meestal een jaar. Alle nodige en nuttige cijfers zijn in het overzicht terug te vinden. De jaarrekening bevat een resultatenrekening, een balans, een sociale balans, een toelichting en eventueel andere gegevens zoals het verslag van de bedrijfsrevisor voor grotere ondernemingen.

Resultatenrekening

De resultatenrekening is de rekening die toont of uw onderneming winst of verlies maakt. Vergelijk het gerust met een film die gemaakt wordt over een bepaalde periode (die gelijk staat met het boekjaar) in uw bedrijf. Deze rekening geeft een overzicht van alle inkomsten en alle uitgaven van uw bedrijf. Hebt u meer inkomsten dan uitgaven? Dan zult u aan het einde van de film winst noteren.

Balans

Is de resultatenrekening een film, dan kunt u de balans vergelijken met een foto van uw onderneming, genomen op de afsluitdatum van het boekjaar. Op deze foto worden alle bezittingen, de schulden en het eigen vermogen van uw bedrijf vastgelegd. Zo kunt u meteen zien hoeveel de onderneming waard is.

Sociale balans

In de sociale balans vindt u alle informatie over werknemers en opleidingen.

Jaarverslag

In het jaarverslag wordt de jaarrekening toegelicht met tekst en vaak met beeldmateriaal. Meteen kunt u hierin ook uw visie geven, de waarden van de onderneming, de toekomstige projecten en verwachtingen. Het doel van het jaarverslag is om uw interne en externe belanghebbenden zo duidelijk en zo eerlijk mogelijk te informeren over uw bedrijf.

25/09/2015

Grote kans op cashflow-problemen in Noord- en Zuid-Amerika

Grote kans op cashflow-problemen door lang openstaande facturen voor één op de drie bedrijven in Noord- en Zuid-Amerika

Bij één op de drie bedrijven in Brazilië, Canada, Mexico en de Verenigde Staten is een vijfde van de waarde van hun facturen ruim 90 dagen achterstallig. De meeste te lang uitblijvende betalingen komen voor rekening van buitenlandse handelspartners.

Het risico is levensgroot dat te lang uitstaande vorderingen niet kunnen worden geïnd en moeten worden afgeschreven. Dit kan de kasstromen van bedrijven ernstig verstoren. Dit blijkt uit de Betalingsbarometer van Atradius waarin de betalingspraktijk van bedrijven in deze regio is onderzocht.

Uit het onderzoek blijkt dat zo’n 95 procent van de bedrijven in Noord- en Zuid-Amerika in het afgelopen jaar is geconfronteerd met te late betalingen van zowel binnen- als buitenlandse zakenrelaties. In Europa geldt dit voor 92,8 procent van de bedrijven. Dit komt overeen met gemiddeld bijna de helft van de totale waarde van zakelijke facturen – met name van buitenlandse transacties – die te laat of helemaal niet betaald worden. Bedrijven in Mexico hebben het vaakst te maken met betalingsachterstanden bij binnenlandse klanten (54,2 procent). Ondernemers in de Verenigde Staten (56,5 procent) zijn het vaakst geconfronteerd met te late betalingen van buitenlandse klanten.

Liquiditeitsproblemen tasten betalingsmoraal aan

Bedrijven in Noord- en Zuid-Amerika schreven gemiddeld 2,2 procent van de waarde van hun facturen als oninbaar af. Mexico en Brazilië zijn het zwaarst getroffen door oninbare vorderingen. Hoewel Brazilië lange tijd is beschouwd als een groeimarkt voor exporteurs, bevindt deze economie zich nu in zwaar weer. Braziliaanse bedrijven hebben vaker dan vorig jaar te maken met uitblijvende betalingen. Zo nam tussen 2014 en 2015 het aantal achterstallige betalingen van binnenlandse facturen toe met 22 procent. Dit is het hoogste percentage van alle bedrijven in de regio. Deze gebrekkige betalingsmoraal heeft ingrijpende gevolgen voor de cashflow van deze bedrijven en hun vermogen hun eigen leveranciers tijdig te betalen. Exporteurs moeten hiermee rekening houden als zij zaken willen doen met bedrijven in Brazilië.

Voor 54,6 procent van de bedrijven in Noord- en Zuid-Amerika is een faillissement van klanten de belangrijkste reden voor een afschrijving. Andere oorzaken zijn falende incassopogingen en klanten die niet meer achterhaald kunnen worden. Dit geldt achtereenvolgens voor 37 en 35,3 procent van de respondenten.

“Het onderzoek toont aan hoe belangrijk het is dat bedrijven zich bewust zijn van wat het effect op de kasstromen kan zijn van verkopen op krediet, vooral op exportmarkten. Zo kan de cashflow-prognose van een leverancier – gebaseerd op de gemiddelde binnenlandse betalingstermijn van 30 dagen – verstoord worden door een norm van 90 dagen elders”, vertelt David Huey, Regionaal Directeur van Atradius Trade Credit Insurance voor de NAFTA-regio. “Terwijl veel leveranciers begrijpen dat er risico’s gepaard gaan met verkoop op krediet aan buitenlandse klanten is het zorgwekkend om te zien dat bij ruim 45 procent van de binnenlandse facturen tijdige betaling uitblijft.”

25/09/2015

Cijfer van de Week: Days of Sales Outstanding (DSO)

DSO is een belangrijke Key Performance Indicator (KPI) voor het credit management (CM). Zijn evolutie geeft aan hoe het betalingsgedrag van de klanten evolueert.

De DSO is de gefactureerde omzet die nog niet ontvangen werd, of de uitstaande exposure op de cliënten, of de rotatie van het klantenkrediet, uitgedrukt in aantal dagen omzet voor de beschouwde periode. De periode die in ogenschouw wordt genomen is meestal 90 of 365 dagen (het trimester of het jaar).

De formule is gelijkaardig aan die van het klantenkrediet dat kan berekend worden op basis van de balans: (uitstaande handelsvorderingen einde periode/omzet gedurende de beschouwde periode) x aantal dagen gedurende die periode. Wanneer we een periode van 365 dagen hanteren, bekomen we dus het klantenkrediet zoals dat kan afgeleid worden uit de jaarrekening.

De DSO is de populairste maatstaf voor het CM, en dan vooral in landen zoals Frankrijk (81% van de bedrijven), Portugal (81%) en de United Kingdom (80%). In België zou maar 41 % van de bedrijven het gebruiken, wat ons toch erg laag lijkt. Deze cijfers komen overeen met de penetratie van CM in Europa: de landen waar de DSO het meest als referentie wordt toegepast, hebben over het algemeen ook een grotere cultuur van gestructureerd CM, met een aparte kredietafdeling binnen het bedrijf. Veranderingen in het betalingsgedrag van de klanten kunnen ontdekt worden door de evolutie in de tijd op te volgen en door het resultaat te vergelijken met de kredietnorm.

De DSO is dus belangrijk, maar analyses van het credit management moeten toch breder gaan en ook kijken naar kredietwaardigheidsanalyses, het incassobeleid, het beheer van het bedrijfskapitaal…

Bovendien moet men er wel een aantal kanttekeningen bij plaatsen. De DSO is immers het resultaat van alles wat men handelskrediet te maken heeft: de onderhandelde betalingstermijn, het betalingsgedrag van de klant tot de efficiëntie van de incasso-activiteit. Daarenboven kunnen onbetaalde facturen, waarvan de afhandeling om allerhande redenen lang aansleept (bv. omwille van een betwisting), het resultaat negatief beïnvloeden. Desondanks is het nuttig de resultaten van het globale CM te kennen, ook al zitten in het resultaat verschillende functies en kunnen er aparte verantwoordelijkheden van diverse personen bij betrokken zijn.

De DSO kan ook een vertekening vertonen door de schommelende omzetwaarden bij de berekening van de DSO op het einde van een kwartaal. Wanneer de omzet (bij een gemiddelde betalingstermijn van 60 dagen) aan het begin van het kwartaal hoger ligt, zal het aandeel van de vorderingen die nog maar een maand oud zijn, relatief afnemen ten opzichte van het totaal der nog openstaande vorderingen. Men krijgt dan de indruk dat het betalingsgedrag erop achteruit gaat in vergelijking met een scenario waar er een gelijke spreiding van de omzet is over een kwartaal, hoewel er fundamenteel niets veranderd is. Bij een lagere omzet in de aanvang van het kwartaal, neemt het aandeel van de recente vorderingen echter toe en zou men de verkeerde indruk kunnen krijgen dat het betalingsgedrag relatief verbetert.

Omslachtig alternatief: SWDSO

Omwille van deze vertekening die kan optreden door de schommelende omzetwaarden, bv. als gevolg van de seizoensinvloed op de omzet, zocht men naar alternatieven. Een daarvan is de ‘sales weighted DSO’, of kortweg SWDSO genoemd, waarbij men de verschillende fracties van een openstaande bedrag op een bepaald ogenblik koppelt aan de maandomzet die dit openstaand bedrag heeft veroorzaakt. Het vergt wel meer rekenwerk.

Ter illustratie de formule van de SWDSO op maandbasis: ((uitstaand saldo huidige maand M/omzet huidige maand M) + (uitstaand saldo vorige maand M-1/omzet vorige maand M-1) + ….+ (uitstaand saldo maand M-n/omzet maand M -n)) x 30 dagen. Men kan zien dat de veranderingen in de omzet, bij gelijkblijvend betalingsgedrag, geen invloed hebben op de SWDSO. Het vergt wel meer rekenwerk.

Impact kredietverzekering op de DSO.

In samenwerking met de Universiteit Antwerpen onderzochten studenten de impact van kredietverzekering op de DSO van de verzekerde. De resultaten waren interessant: bij de kleine bedrijven zagen kredietverzekerde bedrijven hun DSO spectaculair verbeteren ten opzichte van niet verzekerde bedrijven. Bij grote bedrijven gebeurde het omgekeerde: hun DSO was iets langer dan die bij niet verzekerde bedrijven.

Maar er is wel een logische verklaring voor. Grotere bedrijven hebben immers binnen de financiële afdeling reeds een CM-structuur, die de openstaande facturen nauwgezet opvolgt. Zij gebruiken kredietverzekering daarbij als een (commercieel) instrument om op de debiteuren meer en voor een langere termijn risico te nemen.

Kleinere bedrijven daarentegen houden zich over het algemeen niet specifiek bezig met CM. De financiële man heeft er over het algemeen verschillende petten, van CFO, boekhouder, creditmanager, creditcontroller, … Indien zulk een bedrijf een kredietverzekeringspolis afsluit, dan wordt het gedwongen een bepaalde discipline te volgen in het beheer van zijn debiteuren en facturen. De DSO zal er dan ook spectaculair verbeteren.

25/09/2015

Zelfs een slechte opvolging van uw klanten is beter dan geen!

Terwijl de crisis in onze economie nog nazindert, horen wij toch nog bedrijven zeggen dat ze liever niet hun klanten gaan opvolgen. De grote schrik ‘voor hun’ is dat ze daardoor klanten zouden verliezen.

Echter, een goed beheer van de debiteuren versterkt de klantenrelatie. Opvolging van de klanten door een administratief bediende kan inderdaad voor problemen zorgen. Zij die daarentegen geïnvesteerd hebben in een echte Credit Controller zien dat het verbeteren van de klantenrelatie & een lager vervallen saldo hand in hand kunnen gaan.

Helaas is niet-opvolgen het meest destructieve dan men kan doen. Klanten gaan de leverancier nog duidelijker als een bank zien en gaandeweg loopt het vervallen saldo op.

Nu reeds zijn 25% van alle falingen in België te wijten aan laattijdige of wanbetaling. Met een kredietverzekering kan je dit probleem althans gedeeltelijk oplossen. Toch blijft het belangrijk dat men snel na de vervaldag reageert. Onderzoek heeft uitgewezen dat de telefonische opvolging daarbij het meest kostenefficiënt is.

 

28/07/2015

Facturen sneller betaald krijgen heb je zelf in handen

Als leverancier van online boekhoudsoftware ziet Remco Frühauf, CEO van Informer Software, veel problemen bij het betaald krijgen van facturen. 'Jaarlijks worden er met ons systeem 100.000-den facturen verstuurd. Onze interne analyse laat zien dat het te laat betalen van facturen eerder regel dan uitzondering is.' Toch is hier goed iets aan te doen.

Veel facturen te laat

Vaak wordt gedacht dat bij een warme klantenrelatie, de factuur ook automatisch betaald wordt. Je kunt nog zo’n goede klantenkring hebben, het betaald krijgen van de facturen verloopt vaak alles behalve vlekkeloos. Daarom is een goed debiteurenbeheer zo belangrijk. Een aantal duidelijke cijfers van de ‘Atradius betalingsbarometer NL 2014’ onderbouwen dit: 32,7% van de totale verkoopwaarde wordt te laat betaald en van facturen ouder dan 90 dagen wordt 55% zelfs nooit meer betaald!

Succesvol ondernemen: Check je cashflow!

Succesvolle ondernemers zijn niet alleen sneller in ondernemen, maar ook sneller in het betaald krijgen van hun facturen. Genoeg geld beschikbaar hebben is belangrijk voor het ondernemen. Een goede cashflow is zelfs essentieel! Ook al heb je jouw factuur nog niet betaald gekregen, toch moet je de BTW erover al afdragen. Je bent dus dubbel ‘aan de beurt’ als het om cashflow gaat.

Discipline én systeem

Debiteurenbeheer is niet een kwestie van discipline alléén. Het is verstandig om volgens een vast systeem te werken. Wanneer stuur je een herinnering en wanneer echt een aanmaning? Ervaring leert dat veel resultaat bereikt wordt als steevast hetzelfde stramien wordt gevolgd. Remco: 'Omdat het niet prettig is om te doen, stellen veel ondernemers het sturen van herinneringen uit. Volgens ons is het van belang juist dit heel zorgvuldig te doen, om het niet nog minder comfortabel te maken.'

Elektronisch betalen met UBL

Het is bewezen dat als je het een klant eenvoudig maakt te betalen, het ook sneller gebeurt. Een elektronische factuur sturen met een iDEAL betaalmogelijkheid geeft aantoonbaar betere resultaten. Steeds meer bedrijven ondersteunen nu ook UBL: een digitaal format van facturen dat 100% herkend kan worden met het juiste boekhoudpakket. Dit voorkomt fouten in de verwerking van de administratie.

Incasso

Het hoge woord moet er ook uit, ‘incasso’. Heel veel kleine ondernemers blijven daar té lang van weg, terwijl de kosten ervoor toch voor rekening van de wanbetaler zijn. Het is ook een moeilijke stap om te nemen bij een ‘warme klantenrelatie’, maar het niet betalen van de factuur vertroebelt de relatie, niet het aanspraak maken op dit gedrag! Op het gebied van incasso is ook veel veranderd. Het hele incassotraject kan ook volledig worden geautomatiseerd, waarbij specialistische partijen zoals Payt je in staat stellen alles vanaf je eigen laptop te regelen.

Makkelijk maken

Remco: 'De combinatie van systeem, discipline en incasso, hebben wij voor onze klanten verwerkt in onze software. Het succes van ondernemers is immers té afhankelijk van het ‘gewoon betaald krijgen voor waar je hard voor hebt gewerkt’ en dat willen we zo makkelijk mogelijk maken.'

Als alle facturen in Nederland op tijd betaald zonden worden, zou de BV Nederland een stuk beter draaien, zo simpel is het. Daarom verdient het de aandacht hier serieus bij stil te staan.

28/07/2015

Credit Manager van de toekomst: strateeg met scherpe externe focus

Het moderne credit management werkt steeds meer vanuit een gedigitaliseerde omgeving die bovendien nog eens ontzettend snel evolueert. De functie van de credit manager is om die reden aan verandering toe. Een doelgericht onderzoek van bedrijfsinformatiespecialist Graydon peilt wat het ‘credit management van de toekomst’ is.

De credit manager heeft steeds meer zijn of haar focus naar buiten gericht. En om die focus scherp te houden, doet hij of zij ook steeds vaker beroep op (big) data. Dat blijkt uit het grote creditmanagementonderzoek van Graydon.

Een rondvraag bij financiële professionals uit ruim 20.000 Nederlandse, Belgische en Britse ondernemingen leert ons dat de meerderheid van de respondenten vindt dat bedrijfsinformatie op basis van big data in vergelijking met vroeger veel ruimere inzichten biedt in de marktontwikkelingen. 74 % van de respondenten is het er geheel of gedeeltelijk mee eens dat door toename van beschikbare (big) data, credit managers van de toekomst beter de financiële gezondheid van een bedrijf kunnen voorspellen.

Bij de bedrijven waar de inbreng van big data reeds merkbaar is, proberen de credit managers hun functie versterkt uit te bouwen. Het gaat echter allemaal ontzettend langzaam. Zeker in België, waar 21% van de credit managers in de enquête aangeeft dat hun absolute prioriteit richting 2020 toe nog altijd ‘het tijdig incasseren van facturen blijft’. De Nederlandse en de Britse collega’s zijn in dit opzicht een flink stuk verder: 16% geeft aan dat het hen in eerste instantie om de klant- en marktinzichten te doen is waarmee ze op termijn de commerciële kansen van hun ondernemingen kunnen verbeteren, zonder hun basisfunctie van het tijdig incasseren uit het oog te verliezen. Op de vraag of big data de functie van de credit manager in de toekomst zal veranderen, komt een voorzichtig ‘mee eens’ naar voren (zie grafiek 1).

Big data zal de functie van de credit manager veranderen

Enige aarzeling zien we hier dus wel. Dit neemt niet weg dat de ondervraagde credit managers toch zelfverzekerd in hun schoenen staan. 75% van hen is er vast van overtuigd dat ze in de toekomst de financiële gezondheid van zakelijke relaties beter zullen kunnen voorspellen. Big data levert nu eenmaal meer inzicht vanuit verschillende perspectieven en op die manier zal de creditmanagementafdeling ook haar eigen proces permanent kunnen bijsturen. Vooral in Nederland reageert men vastberaden. 72% van de ondervraagden meent dat de toename aan beschikbare informatie het beslissingsproces hoe dan ook zal beïnvloeden. De Britten zijn voorzichtiger (56%).

De beschikbaarheid van steeds meer relevante informatie zet de creditmanagementafdeling ertoe aan om die gegevens over de kansen en financiële risico’s bij prospects, klanten en marktsegmenten te delen met de andere afdelingen binnen het bedrijf. Daarbij wordt uiteraard vooral naar de salesafdelingen gekeken. Maar ook directie en administratie maken (in de toekomst) dankbaar gebruik van de inzichten waarover credit management beschikt (zie grafiek 2)

Afdelingen die gebruik maken van klantinzichten van de creditmanager

Functie evolueert van operationeel naar strategisch

Veel ondernemers hebben de snelle ontwikkelingen in het vakgebied van credit management echter nog niet onderkend. Van de Nederlandse respondenten geeft 16% aan dat hun bedrijf nog niet eens credit management heeft uitgebouwd. In België is dit zelfs 39%. Bij de bedrijven waar wél een cm-afdeling operationeel is, bestaat deze hooguit uit één of twee medewerkers. Nederland doet het in dit opzicht dan nog beter dan de UK (zie grafiek 3).

Aantal fte's credit managementteam

Het zal u niet verbazen dat de functie van de credit manager volgens 74% van de respondenten binnen de financiële afdeling gesitueerd wordt. Aangenomen mag echter worden dat dit in de toekomst zal veranderen. In Groot-Brittannië werkt 15% van de credit managers nu al vanuit een zelfstandige positie. In Nederland is dit maar 13% en in België zelfs maar 9%. Toch geeft 44% van de Nederlandse respondenten ondertussen aan dat de credit manager volgens hen in de toekomst hoe dan ook veel onafhankelijker zal opereren.

Daarentegen blijven veel betrokken credit managers heel voorzichtig als het gaat om de doestellingen die zij nastreven. Ze onderkennen de snelle ontwikkelingen in hun sector. Ze zien het bredere plaatje, maar ze vrezen dat hun key performance indicator (KPI) ook voor 2020 nog altijd in het gemiddeld betaalgedrag (DSO) van de klanten zal zijn. Tegelijkertijd ziet de credit manager dat het verbeteren van de DSO steeds meer voort zal komen uit een betere afstemming met sales (29%) en een betere communicatie met de klant (26%) dan dat zijn eigen proces op de schop moet. Het versnellen van het eigen facturatie- en inningsproces is voor maar een beperkte groep credit managers (19%) een mogelijkheid om de DSO te verlegen, wat toch opvallend is.

We stelden ook de vraag of credit managers verwachten dat het creditmanagementproces in de toekomst helemaal automatisch gestuurd zal zijn en het aantal menselijke beslissingen tegen die tijd tot een minimum beperkt zal blijven. Uit grafiek 4 blijkt dat veel credit manager dat nog een stap te ver vinden. 55% van de ondervraagden zijn het daar geheel of een gedeeltelijk mee oneens. Credit management blijft dus mensenwerk.

CM proces in 2020 volledig automatisch gestuurd?

Uit het onderzoek van Graydon blijkt verder dat de credit manager zich steeds meer zal inzetten als een strategische partner. Hij of zij wordt meer direct betrokken in het algemene beleid. Het credit management in dit opzicht positioneren als een strategische partner binnen het bedrijf, beschouwen de cm-managers meteen als hun grootste uitdaging naar de toekomst toe (zie grafiek 5).

De grootste uitdaging voor de credit manager van de toekomst

Conclusie

De belangrijkste conclusie uit het onderzoek van Graydon is dat de credit manager in de toekomst veel meer dan vandaag ‘naar buiten zal kijken’. Hij of zij heeft dan door middel van (big) data veel meer zicht op de markt en de concurrentie, maar tegelijk blijft DSO verlagen ook in 2020 een belangrijke KPI.

Naast traditionele factoren zoals DSO en het percentage afschrijvingen zullen het totaalbeheer van het werkkapitaal (door de grote invloed van het debiteurensaldo) en het verstrekken van klant-, markt- en prospectinformatie steeds vaker als doelstellingen van de credit manager of de creditmanagementafdeling worden gesteld.

Dit alles maakt dat de functie credit management zich in de toekomst op een hoger niveau in de organisatie zal situeren. De credit manager zal dan steeds meer als een strategische businesspartner in de onderneming worden (h)erkend.

28/07/2015

Cashflow forecasting: waar moet u op letten?

Een prognose maken van de cashflow is erg belangrijk voor elk bedrijf. De forecast vertelt u of uw bedrijf genoeg geld in kas heeft om de activiteiten te kunnen (blijven) uitvoeren. Het vertelt u of er meer geld in of uit het bedrijf gaat. In een vorig blog schreef ik al eens wat het verschil is tussen cashflow en winst.

Profit is a matter of opinion. Cash(flow) is a matter of fact.

Voor de financiering van uw werkkapitaal is het belangrijk dat u precies weet op welke momenten u dit geld nodig heeft. Dit voorkomt dat u onverwacht naar de bank moet voor aanvullende financiering. Of in het andere geval, dat u met een veel te hoge lening zit opgescheept. Daarnaast geeft een realistische cashflowprognose u een goed beeld van hoe het er in uw eigen bedrijf aan toegaat. Maar waar moet u op letten als u zo’n prognose wilt opstellen?

1. AFLEVERING IS NOG GEEN OMZET

Het is belangrijk dat u het verschil ziet tussen de levering en de ontvangst van de betaling. Omzet heeft u pas als het geld op uw rekening staat. Wanneer een grote bestelling uitgeleverd is en u verwacht het geld pas over drie maanden, dan kunt u ook drie maanden niets met dat geld doen. Hetzelfde geldt voor uitgaven. Nieuw materiaal dat u op rekening aankoopt, hoeft u ook pas later in de cashflowprognose op te nemen.

2. KIJK NAAR UW DSO

DSO staat voor Days of Sales Outstanding. Het is een veel gebruikt begrip om inzicht te krijgen in de betalingstermijn van uw klanten. Kijk naar verschillende klantsegmenten. Hoe betalen zij gemiddeld? Hoe vaak bestellen zij? Maak realistische prognoses op basis van eerder behaalde resultaten. Voor nieuwe klanten kunt u informatie inwinnen bij externe kredietbureaus.

3. WEES REALISTISCH

Realisme is een belangrijke basisregel van forecasting. Al is dat niet altijd even gemakkelijk, want ondernemers zijn over het algemeen optimistische mensen. Toch is het aan te raden toekomstige omzet te baseren op historische gegevens. Ga niet af op plannen die u hebt gemaakt op basis van de voorspellingen van uw sales. Uw forecast is geen verkooppitch. Het succes van uw cashflowplanning hangt af van een realistische inschatting van uw inkomsten en uitgaven. Neem daarom zelfs voldoende ruimte voor mogelijke worst-case-scenario’s.

4. LET OP SEIZOENSPATRONEN

Bent u een leverancier van kerstpakketten, of levert u bijvoorbeeld ‘back to school’-artikelen? Houdt dan rekening met de seizoenspatronen. Zorg dat uw inkomsten en uitgaven in de periodes dat er weinig geld binnenkomt goed op elkaar afgestemd zijn. Zo zal de financiering van uw werkkapitaal in de rustige periodes geen problemen opleveren.

5. ZORG VOOR VOLDOENDE CASH

Het is zeer belangrijk om over voldoende kapitaal te beschikken om te kunnen groeien. Veel succesvolle bedrijven falen omdat ze te weinig cash hebben om hun groei te financieren. Jonge, snelgroeiende bedrijven ervaren dat het binnenhalen van nieuwe klanten meestal extra kosten voor marketing, personeel en materialen met zich meebrengt. Deze uitgaven moeten vaak gemaakt worden lang voordat de klant rendeert en er cash binnenkomt. U moet dus voldoende cash hebben om de groei te kunnen voorfinancieren.

6. NEEM ELKE UITGAVE MEE

Het is belangrijk om ook alle kleine uitgaven die u verwacht te maken mee te nemen. Een of twee van deze kleinere uitgaven zullen u de das niet omdoen, maar uit ervaring blijkt dat aan het einde van het jaar er veel van dit soort kleine ‘tegenvallers’ zijn die een scherp gefinancierde onderneming toch in gevaar kunnen brengen. Houd er gewoon rekening mee en de beste manier om dat te doen is om ze in te plannen.

7. HOUD REKENING MET ONVERWACHTE KANSEN

Soms dienen er zich onverwacht kansen aan waar u snel en adequaat op moet reageren. Houd in uw cashflowprognose rekening met plotselinge businessmogelijkheden. Zo kon een speelgoedhandelaar snel reageren toen een grote partij speelgoed van Disney tegen bodemprijzen op de markt kwam. Voor dit soort mogelijkheden hoeft u geen potje te hebben, maar wel een plan waarmee u snel kunt handelen en dus de concurrentie te snel af bent.

8. ZORG DAT DE ORGANISATIE MEE IS

Een goede forecast is afhankelijk van de input die u krijgt vanuit uw organisatie. Zorg dus dat u uw mensen overtuigt van de noodzaak ervan. Laat hen zien welke voordelen eruit rollen. Neem de tijd om belanghebbenden te informeren en voorzie hen van feedback. Kortom, betrek uw mensen erbij zodat ze zich medeverantwoordelijk gaan voelen. Het bewustzijn van cashflow moet overal in de organisatie aanwezig zijn. Belangrijk is bijvoorbeeld de samenwerking tussen Finance en Sales zodat een zo goed mogelijke prognose van de omzet gemaakt kan worden.

Tot slot: kijk om u heen en vergelijk. Hoe doen anderen het? Gebruik data van de Nationale Bank van België, brancheverenigingen en onderzoeksbureaus om uw gegevens te vergelijken met die van uw concurrenten. Soms komt u hier tot verrassende ontdekkingen waardoor uw eigen prognoses accurater en dus effectiever worden.

Geplaatst door Nico Inberg

28/07/2015

10 vragen om uw telefonisch debiteurenbeheer te evalueren

Telefoneren met debiteuren is een van de belangrijkste taken van een credit collector. Wanneer, hoe en wat de klant gaat betalen, hangt vaak van dit ene telefoontje af. Extra moeilijkheid: een creditmanager of financieel verantwoordelijke heeft meestal niet veel tijd om dergelijke gesprekken te coachen.

Uit jarenlange ervaring weten we nochtans dat het niveau van uw mensen tijdens het telefonisch incasseren snel verhoogd kan worden. Wilt u kort en krachtig coachen, zonder veel tijd te verliezen? Let dan op volgende elementen uit de checklist telefonisch debiteurenbeheer:

STEL DEZE VRAGEN OVER UW TELEFONISCH DEBITEURENBEHEER

  • Zijn uw medewerkers voorbereid? Hebben ze het dossier geopend en weten ze wie ze bellen en waarom? Kennen ze de historiek van het dossier? Deze voorbereiding is essentieel om alert en snel te kunnen reageren.
  • Hebben ze een glimlach om hun mond? Zo zullen ze gemakkelijker een positief contact met de klant kunnen maken, waardoor de debiteur sneller toestemt te betalen.
  • Kunnen uw medewerkers omgaan met bezwaren? Veel klanten gebruiken dezelfde redenen om niet te betalen. Laat uw mensen een lijst opstellen met de meest voorkomende excuses en bruikbare antwoorden hierop.
  • Maken ze op een professionele manier gebruik van hun stem? Spreken ze met gewone volumesterkte en iets trager dan normaal? Dan kunnen ze de aandacht van de klant trekken en vasthouden.
  • Passen ze de stiltetechniek toe? Laten ze de debiteur uitspreken? Dit is een van de communicatiemiddelen die het meeste resultaat oplevert.
  • Doen ze voldoende mededelingen of stellen ze veel vragen? Zijn de vragen open of gesloten? Door een verkeerd gebruik van gesloten vragen zal het telefoongesprek snel afgesloten zijn.
  • Zien ze de debiteur als een individu? Behandelen ze de klant als een belangrijk persoon? Als iemand die hun loon betaalt? Of zijn alle automatismen ingeschakeld en vergeten ze te luisteren?
  • Slagen ze erin het gesprek te leiden? Of neemt de klant de leiding van het gesprek over? Wanneer de debiteur leidt, zal het gesprek veel langer duren dan goed is.
  • Vatten ze op het einde van het gesprek even samen? Zo laten ze de klant de betaling opnieuw bevestigen.
  • Noteren ze de afspraken in het dossier of de eForos applicatie? Wat werd er afgesproken? Zorgen ze voor een follow-up?

Veel succes!

(Cfr. Marleen Michielsen)

 

30/06/2015

Belg kiest steeds meer voor e-facturatie

De Belg vindt massaal de weg naar e-facturatie. Vorig jaar werd een kwart meer facturen, creditnota’s en loonbrieven afgehandeld via Zoomit.

Zoomit is de gratis dienst van Isabel waarmee consumenten documenten zoals facturen, creditnota’s en loonbrieven kunnen afhandelen. “De voorkeur van de Belg voor een papieren factuur neemt jaar na jaar af,” zegt Bart Vandesompele van Zoomit. Vorig jaar verwerkte Zoomit 14 miljoen facturen, een stijging van 25% ten opzichte van 2013.

E-facturatie wordt steeds populairder bij de Belg, zo blijkt uit een onderzoek dat Zoomit liet uitvoeren bij 2.000 Belgen in alle leeftijdscategorieën. Het gebruiksgemak, de milieuvriendelijkheid, de traceerbaarheid en veiligheid van betaaltransacties zorgen ervoor dat de elektronische facturatie aan het uitgroeien is tot de norm voor de verzending van facturen en documenten.

Ook bedrijven zien steeds vaker de voordelen van de omschakeling, zo stelt Zoomit: e-facturatie zorgt voor een administratieve vereenvoudiging en kostenbesparing. Ook het gebruiksgemak is een belangrijke factor. Een elektronische factuur kan met enkele muisklikken worden goedgekeurd en betaald en er kunnen geen fouten sluipen bij het overtypen van betalingen. Daarnaast is het ook een stuk veiliger omdat de toegang tot documenten beveiligd is in de bancaire toepassingen.

Iets meer dan 1 op 5 Belgen die gebruik maakt van PC - of mobile banking kiest voor Zoomit. “Uit het onderzoek blijkt dat onze gebruikers een gemiddelde tevredenheidsscore hadden van 89%,” zegt Vandesompele. “96% gaf aan Zoomit in de volgende zes maanden te gebruiken en 85% van de Zoomit-gebruikers zou ons platform aanraden aan vrienden of familie”.

Meer dan 60 leveranciers van producten en diensten waaronder Electrabel, Proximus, Lampiris en Luminus bieden hun klanten facturen aan via Zoomit. Daarnaast bieden ook de meeste sociale secretariaten de loonbrief van hun werknemers aan via Zoomit. In 2014 waren er zo 90 miljoen individuele documenten beschikbaar in Zoomit. Ter vergelijking: de Belgische dienst voor Administratieve Vereenvoudiging (www.vereenvoudiging.be) schat het totaal aantal facturen voor eindgebruikers op zo’n 450 miljoen per jaar.

30/06/2015

40% van alle bedrijven gaat binnen 10 jaar failliet

De aftredende CEO van Cisco Systems, John Chambers, gooide deze voorspelling voor de voeten van de 25.000 bezoekers aan het Cisco Customer Conference. Op zijn minst een gewaagde uitspraak.

DIGITALE REVOLUTIE.

John Chambers opende zopas het Cisco Customer Conference met de volgende stelling: “40% van de bedrijven in deze ruimte, zullen over 10 jaar niet meer op een zinvolle manier bestaan”. Hij voegde eraan toe dat volgens zijn verwachting 70% van de bedrijven zal proberen om de brug te maken naar een succesvolle digitale dienstverlening. Maar slechts 30% van de bedrijven die het proberen zullen het ook halen.

Hij vroeg de aanwezigen of ze klaar zijn om de snelste race uit de geschiedenis te te rennen.

"De digitale toekomst verandert ons leven, onze gezondheid, onze scholing, onze businessmodellen met de snelheid waarmee technologiebedrijven innoveren”. Hij waarschuwde de toehoorders dat zij hun toekomstige concurrenten niet moeten onderschatten.

STARTERS

Jonge starters zijn bezig de wereld te veranderen. Denk aan Uber in de taxibranche, Airbnb in de hotelbranche en zelfs de bankwereld staat op een keerpunt met de opkomst van applicaties die alles regelen van leningen tot betalingen.

CISCO’S EIGEN REVOLUTIE

Later in zijn speech kwam Chambers terug op Cisco’s eigen transformatie waarin het motto ‘verstoor of wordt verstoord’ een hoofdrol speelde. Cisco moest veranderen anders zou het voorbij gestreefd worden. Het bedrijf haalde de bezem door zijn 62 business units, die door verschillende overnames waren ontstaan en verdeelde ze 2 groepen: ‘enterprise’ en ‘service provider’. Hierin zijn de 18 productfamilies ondergebracht, met producten die overigens allemaal met elkaar verwant zijn.

Cisco Systems is een bedrijf dat oorspronkelijk gespecialiseerd was in routers. Tegenwoordig produceert en verkoopt Cisco een grote variëteit aan netwerkapparatuur. Het bedrijf boekte in 2014 een omzet van 47.142 miljard. De nieuwe CEO, Chuck Robbins die eind juli aan de slag zal gaan, heeft al geopperd dat hij de vernieuwingen verder zal zetten.

30/06/2015

Drie lessen uit zeven jaar stagnatie in de eurozone

Er zijn drie lessen te trekken uit de financiële crisis van de afgelopen zeven jaar. Ten eerste dat voorkomen beter is dan genezen en dat geldt met name voor excessieve schuldenproblemen.

Ten tweede moeten individuele economieën in de eurozone voldoende robuust zijn tegen schokken. Dat betekent een flexibele economische structuur en een gezonde uitgangspositie van de overheidsfinanciën. Ten derde moet de balans goed zijn tussen nationale en supranationale beleidskaders. De afgelopen jaren zijn de Europese kaders voor bankentoezicht, budgettair en monetair beleid al substantieel aangepast, maar of dat voldoende is om een recessie te voorkomen bij nieuwe grote schokken op de financiële markten moet verder worden onderzocht. Dat concluderen CPB-onderdirecteur Clemens Kool en -onderzoeker Jasper Lukkezen in de vandaag verschenen CPB Policy Brief ‘Lessen uit zeven jaar stagnatie in de eurozone’.

Volgens de onderzoekers is het te vroeg om te concluderen dat de periode van zeer lage groei definitief voorbij is. Op korte termijn moet nog rekening gehouden worden met het kwetsbare karakter van het huidige herstel. Met het oog op de lange termijn is het verstandig om waar nodig structurele hervormingen doorvoeren op arbeids- en productmarkten. Tegelijk kan de financiële ruimte die er is binnen het Stabiliteits- en Groei Pact (SGP), worden benut om de negatieve effecten van hervormingen op korte termijn op te vangen. Daarnaast is het verstandig een snellere en efficiëntere afwikkeling van balansproblemen van huishoudens en niet-financiële bedrijven mogelijk te maken.

Ook is het mogelijk om publieke investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur naar voren te halen met een positieve netto contante waarde, zowel voor individuele lidstaten als in Europees verband. Hiervoor is reeds het plan-Juncker, van de voorzitter van de Europese Commissie, opgezet. De onderzoekers vinden het te vroeg om te oordelen over de effecten van de kwantitatieve verruiming door de Europese Centrale Bank.

De lange periode van lagere groei heeft tot een permanent niveauverlies in inkomen geleid, doordat investeringen zijn achtergebleven. Langdurig werklozen hebben vaardigheden verloren. Maar het lijkt minder waarschijnlijk dat de groei op lange termijn is aangetast, omdat uiteindelijk groeiversterkende factoren, zoals demografische en technologische ontwikkeling, dominant zijn. Balansproblemen vormen een rem op de economische groei, maar lossen zichzelf waarschijnlijk zelfs zonder ingrijpen op, zij het langzaam en tegen hoge kosten.

30/06/2015

Inspelen op drie centra in het brein leidt tot hoger incassoresultaat

Iedere debiteur heeft zijn eigen brein, dus moet ook op een eigen manier benaderd worden. Door in te spelen op drie centra in het brein zijn mensen te bewegen om te betalen. En dat loont. Tijdens recent onderzoek is een stijging van het incassoresultaat van 9 procent gerealiseerd. Hoe gaat dit in zijn werk? We spraken twee betrokkenen.

De mens beschikt over een ‘koopknop’. Op basis van prikkels die we krijgen, maakt ons brein (onbewust) keuzes om tot aankoop over te gaan. Toen Dick Kruiswijk, commercieel directeur van Groenewegen en Partners, daar enkele jaren geleden over hoorde van Victor Lamme, hoogleraar cognitieve neurowetenschappen (Universiteit van Amsterdam), riep dat bij hem de vraag op of er dan ook niet een betaalknop in het brein te activeren zou zijn. Een gezamenlijk, grootschalig onderzoek op basis van vorderingen van een grote zorgverzekeraar is het gevolg. Uitgangspunt daarbij is dat volgens Lamme is in te spelen op drie centra in het brein: angst/verlies, beloning/begeerte en sociaal bewijs/doen wat anderen doen. “In de incassowereld wordt vooral ingespeeld op angst”, stelt Kruiswijk. “Maar niet altijd op een effectieve manier, wat vaak averechts werkt. Mensen proberen het probleem te vermijden. Telefonisch geven ze geen gehoor, brieven blijven ongeopend.” Lamme: “Het is beter om mensen het idee te geven dat jij een probleem voor ze oplost.”

Gespecificeerde brieven

De door Kruiswijk aangehaalde brief staat centraal in het onderzoek. De in de sector gebruikelijke, standaardbrief is vooral een formele aangelegenheid met formuleringen die erop gericht zijn stand te houden in de rechtszaal. Om mensen tot betaling te bewegen is een verfijndere benadering nodig. Of beter gezegd, verfijndere benaderingen. Iedere debiteur heeft zijn eigen brein, dus krijgt ook zijn eigen brief gebaseerd op de eerder genoemde driedeling in beloning, angst en sociaal bewijs. Welke debiteur gevoelig is voor welke benadering is uitgevonden door segmentatie op basis van verschillende communicatieprofielen, die onder andere bepaald worden op basis van welstand, koopgedrag, opleiding, interesses en leeftijd. Kruiswijk spreekt daarnaast ook over de door Groenewegen ontwikkelde Verhaalscore, die de mate vaststelt waarin iemand in staat is de rekening en bijkomende kosten te betalen. Met behulp van Verhaalscore konden de vorderingen vergelijkbaar met elkaar gemaakt worden, waardoor het effect van de gesegmenteerde benadering zuiver kon worden gemeten.

Juiste lading meegeven

Lamme legt uit hoe de brieven zijn opgezet. Beloning is waar ook vaak marketing aan appelleert. Er wordt mensen getoond wat zij er mee opschieten als ze actie ondernemen. “Je kunt bijvoorbeeld een verloting verbinden aan het betalen van de rekening; een extra kans. Ook werkt het om de brief visueel en qua toon vrolijker te maken. Je geeft de debiteur het gevoel dat hij weer iets positiefs kan proberen.” Inspelen op angst staat daar haaks op. “Er wordt al wel gebruik van gemaakt, maar vaak is de lading van de communicatie niet goed. Het is beter om de angst ‘extern’ te plaatsen in plaats van die zelf in te boezemen. Daarom hebben wij een folder ontwikkeld, die erg visueel is en het gerechtelijk traject als de dreiging positioneert, in plaats van de afzender.” Het derde domein, dat inspeelt op het sociale brein van de mens, heeft als uitgangspunt dat we gevoelig zijn voor wat anderen doen en gedrag kopiëren zonder dat we er zelf van bewust zijn. “In deze brief geven we aan hoe andere mensen het probleem oplossen. Mensen zijn geneigd om dit over te nemen”, aldus Lamme.

Incassoresultaat gestegen

Eind vorig jaar zijn er al tussentijdse resultaten besproken, maar Lamme heeft nu het onderzoek afgerond. “We hebben nu van meer dan vijfduizend debiteuren onderzoeksresultaten. Het is vanuit wetenschap bekeken en een grote sample, waardoor we scherpere vergelijkingen kunnen maken en debiteuren nog beter kunnen segmenteren naar communicatieprofielen. Dat geeft resultaten waar je je echt iets van aan moet trekken.” Gemeten is hoeveel debiteuren er binnen 60 dagen minnelijk betalen op basis van de brief die zij krijgen. Er is tijdens het onderzoek een stijging van het incassoresultaat van 9 procent gerealiseerd. Kruiswijk: “In het testsample vertegenwoordigt dat een waarde aan hoofdsommen van 400.000 duizend euro. Maar het mes snijdt daarbij ook nog eens aan twee kanten. Een gerechtelijk traject ingaan brengt extra kostenrisico’s met zich mee voor zowel debiteur als geldeiser, daarom moet het minnelijke incassoproces zo effectief mogelijk zijn.”

26/05/2015

De 4 belangrijkste taken van een credit controller

Voor veel bedrijven is het een bekend verhaal. Een trouwe klant die al jaren correct betaalde, vertoont plots een betalingsachterstand. Dadelijk en drastisch betaling eisen, kan de klantenrelatie onder druk zetten. De zaken op hun beloop laten, is ook geen optie. Het is de taak van de credit controller om voor een goed evenwicht te zorgen. Dit zijn de belangrijkste taken?

TAAK 1. EEN PERSOONLIJKE RELATIE ONDERHOUDEN MET DE DEBITEUR

De credit controller is verantwoordelijk voor de eigen klantenportefeuille en bewaakt de kredietlimieten. Hij beheert de debiteuren, benadert de juiste contactpersonen en onderhoudt hiermee het contact.

Hoewel een groot deel van de klanten hun betalingsverplichtingen nakomt, zijn er altijd situaties waarin dat niet gebeurt. Ook al zijn er eerder preventieve maatregelen genomen. De credit controller controleert de naleving van betalingsregelingen. Hij bekijkt of het juiste bedrag wel op de afgesproken datum betaald is. Door zijn persoonlijke relatie met de debiteuren is de kans klein dat de relatie snel verzuurt.

TAAK 2. FACTUREN INCASSEREN

De credit controller neemt het telefonisch en schriftelijk incasso op zich als er niet op tijd betaald wordt. Het is van belang om elke actie op te nemen in een dossier. De kans bestaat immers dat uiteindelijk een dossier wordt overgemaakt aan een externe partij, zoals bijvoorbeeld een advocaat. En die wil uiteraard zo volledig mogelijk geïnformeerd zijn. De eindverantwoordelijkheid om een vordering al of niet uit handen te geven, ligt meestal ook bij de credit controller. Dat betekent dat hij of zij eigenlijk de hele debiteurenadministratie permanent moet opvolgen en er verantwoordelijkheid voor draagt.

TAAK 3. DSO VERMINDEREN

Afhankelijk van de omvang van de organisatie, de IT-infrastructuur en de gekozen taakverdeling behoren ook de volgende werkzaamheden tot het pakket van de credit controller: het beheer van de grootboekrekeningen de verwerking van de debiteurenfacturen in de financiële administratie opstellen van rekeningoverzichten.

Door de invoering en optimalisatie van procedures zorgt de credit controller uiteindelijk ook voor het beheer van het debiteurensaldo. Hij probeert de periode dat facturen open staan terug te brengen of DSO (Days Sales Outstanding) te verminderen.

TAAK 4. CONTACTPERSOON MET ANDERE AFDELINGEN EN RELATIES

De credit controller dient niet alleen contacten te onderhouden met de debiteuren. Ook met andere afdelingen binnen de organisatie of relaties als banken, boekhouders, kredietverzekeringsmaatschappijen of incassobureaus behoren tot zijn netwerk. Want zoals gezegd is de credit controller binnen de organisatie eigenlijk de persoon die het evenwicht moet bewaken.

(Cfr. Annick Vangramberen)

26/05/2015

Bedrijven betalen facturen stipter dan ooit

In het eerste kwartaal van dit jaar werden zeven op de tien facturen in het bedrijfsleven netjes binnen de juiste termijn betaald. Dat leert een rapport van Graydon waarover De Tijd woensdag bericht. De betaalindex, die ook het aantal wanbetalingen registreert, staat met een score van 105,6 punten op het hoogste peil sinds het begin van de metingen in 2002.

Het verloop van de index toont hoezeer de correcte betaling van facturen mee evolueert met de economische omstandigheden. Zo zakte de index in het tweede kwartaal van 2011 -temidden van de economische crisis- door het ijs met een laagterecord van 96 punten. Het aantal wanbetalingen piekte toen op 14,3 procent. Dat is nu afgebouwd naar 8,5 procent.

'Het vertrouwen van de ondernemer herstelt zich, waardoor hij bereid is het geld weer te laten rollen', klinkt het in het Graydon-rapport. 'Het is ook duidelijk dat de crisis ertoe geleid heeft dat bedrijven meer aandacht besteden aan cash management. Bedrijven hebben gemerkt dat niet tijdig betaalde facturen liquiditeitsproblemen kunnen veroorzaken.'

Ook de wet ter bestrijding van de betalingsachterstand, die in december 2013 werd goedgekeurd, speelde een rol in meer stipte betalingen.

26/05/2015

Betaalwet biedt onvoldoende bescherming voor kmo's

De wijze waarop overheid en bedrijven elkaar betalen, is essentieel voor een gezonde economische groei. Uit de nieuwe studie blijkt dat de wet ter bestrijding van betaalachterstanden, ingevoerd in 2013, het betaalgedrag van Belgische ondernemers gevoelig heeft verbeterd. Maar voor de meest kwetsbare groep, de kmo's, schiet de wet tekort.

Jaarlijks gaat er in België gemiddeld 9 miljard euro aan openstaande facturen in rook op. Gemiddeld verloor elk bedrijf op die manier een bedrag gelijk aan 2,8% van de totale omzet. Laat betalen heeft zware gevolgen voor de gezondheid van onze bedrijven. Wie moet wachten op zijn geld, moet in de tussentijd wel zijn productie of diensten voorfinancieren. Die werkingsmiddelen kosten geld, waardoor er minder geld ter beschikking is om te investeren en te innoveren. Neem daarbij de misgelopen intresten op het geld van de klanten, de extra risico’s en kosten die gepaard gaan met late betalingen en de winst komt onder druk te staan.

SMALL BUSINESS ACT

Om het betaalgedrag tussen bedrijven en overheden te verbeteren, werd in de zomer van 2011 een Europese richtlijn opgesteld. De richtlijn kadert binnen de Small Business Act, een initiatief om het concurrentievermogen van de KMO’s te verbeteren. Eind 2013 werd de richtlijn ook in ons land in een wet gegoten: de wet ter bestrijding van betaalachterstanden. Doel? De betaaltermijnen korter maken. Tot dan was elk bedrijf immers vrij om zijn eigen betaalvoorwaarden te bepalen, waardoor in de praktijk sommige grote spelers hun macht misbruikten om zware betaaltermijnen af te dwingen bij hun leveranciers.

BILLIJKE AFSPRAKEN

Concreet schrijft de Belgische betaalwet voor dat als er geen afspraken gemaakt zijn, er steeds binnen de 30 dagen betaald moet worden. Of, mits duidelijke afspraken, binnen de 60 dagen. Van zodra de afgesproken termijn is overschreven, heeft de leverancier automatisch recht op intresten en kosten. Maar - en hier wringt het schoentje - de wet laat ook uitzonderingen toe op basis van "billijke afspraken". Wat die billijkheid echter precies inhoudt, daar blijft de wetgever vaag over.

De wet heeft ontegensprekelijk effect. Betaalden bedrijven en overheden in 2011 nog 15 procent van hun facturen meer dan 90 dagen te laat, dan is dat nu nog 'slechts' 8 procent. Al moet gezegd dat niet alles aan de nieuwe betaalwet te danken is. Na de economische crisis, zijn bedrijven bewuster van de betaalproblematiek. Hoe het ook zij, feit is dat bedrijven sneller achter hun geld gaan. Ook maken betaaltermijnen steeds meer onderdeel uit van een commerciële afspraak.

BETAALWET SCHIET DOEL VOORBIJ

Toch heeft de wet jammer genoeg een – onbedoeld - pervers effect. Zo zijn het vooral de grote bedrijven die profiteren van de maatregel. De wet geeft ze slagkracht om hun (kleine) klanten te verplichten sneller te betalen. Dat is hun goed recht, maar omgekeerd gebruiken sommigen de mogelijkheid tot uitzondering om hun eigen leveranciers onder druk te zetten om langere betaaltermijnen te aanvaarden. Die kleinere leveranciers durven op hun beurt niet om een snelle betaling te vragen uit vrees hun commerciële belangen te beschadigen. De betaalwet schiet daarmee zijn doel voorbij: diegene voor wie de wet eigenlijk bedoeld was, worden niet (genoeg) geholpen.

UITZONDERINGEN ENKEL OP BASIS VAN BETERE BETALERS

Toch moeten we het kind niet met het badwater weggegooien. Op dit ogenblik wordt de richtlijn op Europees niveau geëvalueerd: het ideale moment om enkele verbeteringen aan te brengen.

Eerst en vooral moeten de mogelijke uitzonderingen duidelijker afgebakend worden. Een goed referentiekader, zijn de best-practice-gewoontes binnen een bepaalde sector. Wil iemand afwijken van de termijn van 30 dagen, kan dit dus enkel binnen de grenzen van de betere betalers van de sector. Precies om deze reden documenteert Graydon de gangbare betaaltermijnen van elke sector.

Daarbij hebben kmo's meer ondersteuning nodig in het actief optreden tegen zakenpartners die hun betaalvoorwaarden niet nakomen of te zware voorwaarden opleggen. De wetgever zou bijvoorbeeld belangenorganisaties als Unizo, Voka of sectorverenigingen meer macht kunnen geven om systematische en moedwillige trage betalers op te sporen en aan te pakken. Een andere mogelijkheid is het boekhoudkundig verplicht maken om nalatigheidsintresten te innen bij een late betaling.

EN WAT MET PARTICULIEREN?

Een laatste, niet onbelangrijke, handicap van de wet is dat ze enkel de betaalafspraken regelt tussen bedrijven (onderling) en overheden. Nochtans leveren veel kmo's aan particulieren, die ook niet altijd voorbeeldig betalen. Denk maar aan de bouwsector, waar consumenten vaak een deel van de verschuldigde som bewust achterhouden als een soort waarborg. De ondernemers durven niet altijd betere voorwaarden afdwingen of voorschotten vragen. Ook hier kan de wetgever een rol spelen, bijvoorbeeld in de vorm van een aparte wet rond betaalvoorwaarden bij particulieren of, eenvoudiger nog, een doeltreffende bewustwordingscampagne. Het belangrijkste deel van die bewustwording begint bij de KMO zelf: zich beter laten betalen is vaak het verschil tussen winst en verlies.

(Cfr Eric Van den Broele)

 

26/05/2015

Hoe een factuur 'ontegenstelbaar' protesteren?

Een collega had de factuur van een leverancier tijdig geprotesteerd, maar deed dat volgens de rechter verkeerd en moest die factuur dus toch betalen. Wat liep er fout en wat is daarbij voor u van belang?

Wat liep er fout?
Slechte service. Een collega ontving een factuur van een leverancier, maar was niet tevreden over diens service. Volgens hem had die leverancier de te leveren prestaties slecht uitgevoerd, een geval van zgn. contractuele wanprestatie dus.

Factuur tijdig geprotesteerd. Uw collega liet zijn leverancier m.a.w. tijdig weten dat hij niet bereid was om het gefactureerde bedrag zonder meer te betalen. Door die slechte dienstverlening had hij immers schade geleden. Hij protesteerde m.a.w. de factuur van de leverancier in kwestie.

Wat vond de rechter ervan? Die vond dat een louter protest in dit geval niet voldoende was. Uw collega had, aldus de rechter, zijn leverancier immers eerst de kans moeten geven om zijn fouten recht te zetten. Aangezien de factuur sloeg op geleverde prestaties en uw collega zijn leverancier blijkbaar niet eerder het verwijt gemaakt had die slecht uitgevoerd te hebben, moest hij de factuur volledig betalen (kh. Oudenaarde, 03.03.2015).

Hoe factuur correct protesteren?
Doe dat tijdig! Daar begint het inderdaad mee. Krijgt u een factuur binnen waarop een leverancier u te veel aanrekent, laat die factuur dan niet liggen. Laat uw leverancier weten waarom u die factuur niet of niet volledig betaalt. U doet dat het best binnen de acht dagen. Mogelijk moet dat nog sneller, nl. als de factuurvoorwaarden van uw leverancier daar een kortere termijn op plakken.

Op papier. Dat is ook een aandachtspunt. Maakt uw leverancier er een zaak van, dan komt het er immers op aan om te kunnen bewijzen dat u effectief tijdig geprotesteerd heeft. In theorie kan dat bv. met een mailtje, maar het spreekt voor zich dat u dat in de praktijk toch nog altijd het best doet met een aangetekende brief. Is uw mail immers terechtgekomen bij de juiste persoon... ?

Verduidelijk wat er niet klopt. Het is inderdaad niet voldoende dat u een groot kruis zet over de factuur of er gewoon ‘geprotesteerd’ op schrijft en die zo terugstuurt. Vermeld de reden waarom u de factuur protesteert. Worden er bv. producten aangerekend die niet geleverd zijn of hanteert uw leverancier een ander tarief dan afgesproken, geef dat dan aan in uw protestschrijven.

Soms ingebrekestelling nodig. Volgens de rechter volstaat zo’n gemotiveerd protestschrijven niet als uw leverancier zijn verplichtingen niet correct nakwam en er dus sprake is van een zgn. contractuele wanprestatie. Stelt u vast dat bepaalde prestaties fout uitgevoerd werden, geef dan met zoveel woorden aan dat u uw leverancier in gebreke stelt om zijn verplichtingen correct na te komen. Maan hem m.a.w. aan om alsnog het nodige te doen om die fouten recht te zetten.

Wanneer? U doet dat bij voorkeur meteen nadat u die fouten vaststelt, wacht de factuur van uw leverancier dus niet af.

Wat nog? Voeg in die ingebrekestelling een zinnetje toe in de aard van ‘zonder volledig te willen zijn en onder voorbehoud van verdere aanvullingen’. Zo kunt u achteraf nog bijkomende argumenten aanhalen waarom uw leverancier volgens u in de fout ging.

Samengevat: Rekent uw leverancier bepaalde leveringen niet correct aan, dan volstaat het dat u die factuur schriftelijk protesteert. Bent u het echter niet eens met een factuur omdat bepaalde prestaties slecht uitgevoerd werden, stel uw leverancier dan eerst officieel in gebreke en eis dat hij zijn fouten rechtzet.

27/04/2015

Voordelen van SEPA nog onvoldoende onderkend

De Single Euro Payments Area (SEPA) biedt talrijke voordelen maar bedrijven spelen daar nog veel te weinig op in.

Dit constateert Ivo Luijendijk, Senior Manager bij Innopay. Meer dan 220 miljard euro aan liquide middelen worden hierdoor niet in omloop gebracht. Luijendijks advies: “Als je er als bedrijf aan toe bent, probeer dan volop te profiteren van SEPA en centraliseer je betalingsverkeer.”

Nu SEPA verplicht is gesteld (sinds september 2014, na ruim een half jaar uitstel omdat de oorspronkelijke deadline van februari 2014 niet was gehaald), hebben bedrijven een nieuw middel gekregen om hun financiële processen te verbeteren.

Toch is de interesse in deze kant van SEPA nog nauwelijks merkbaar. Natuurlijk, organisaties zijn en masse overgestapt, hebben een IBAN-nummer en kunnen nu binnen Europa met één bank en één rekeningnummer betalen alsof het gaat om een nationale betaling. Aan de lappendekken van elektronische betalingsstandaarden in de EU is een einde gekomen.

Maar SEPA biedt veel meer. En op die voordelen voor cash- en creditmanagement wordt nog maar zelden goed ingespeeld. Zo is er bijvoorbeeld de mogelijkheid dat SEPA niet alleen voor overboekingen geldt, maar ook voor automatisch incasso’s. “Met andere woorden, het innen van uitstaande vorderingen via een automatische incasso is nu mogelijk binnen heel Europa.” Nog lang niet alle bedrijven maken hier gebruik van.

SEPA biedt daarnaast enorme mogelijkheden tot besparingen op bankkosten. De kosten van het betalingsverkeer zijn sowieso al gedaald door SEPA, dat om te beginnen, aangezien een overboeking naar een ander Europees land nu even veel kost als binnen het eigen land. Je hoeft als bedrijf ook niet per se meer dan één bankrekening bij één bank aan te houden, wat vroeger in het versnipperde Europa ondenkbaar was, aangezien elke land zijn eigen betaalproducten en -systemen gebruikte.

SEPA biedt daarmee kansen om het cashmanagement te optimaliseren, en dat weten nog maar weinig bedrijven. Eén bankrekening betekent dat het geld op één punt wordt gecentraliseerd. Allerlei treasuryproducten om ‘cash pooling’ tussen verschillende bankrekeningen mogelijk te maken worden zodoende overbodig, met alle kostenbesparingen van dien, zeker omdat verwacht wordt dat de Basel verordening deze pooling producten een stuk duurder zal maken.

Doordat het geld gecentraliseerd is, wordt de zichtbaarheid van cash en werkkapitaal verbeterd. Er zal eerder geld worden vrijgemaakt: geld dat in het pre-SEPA tijdperk lag te slapen op een bankrekening. Volgens een onderzoek ‘Economic analysis of SEPA’ uitgevoerd door PwC, kan hierdoor voor 227 miljard euro aan liquide middelen vrijkomen. Bovenop de 22 miljard die jaarlijks aan besparingen aan bankkosten en ICT-uitgaven haalbaar zijn.

Waarom de voordelen van SEPA niet ten volle worden benut? Luijendijk vermoedt dat de verplichte invoering van SEPA al een hele hijs was voor veel bedrijven, en zodoende nu geen budget en prioriteit hebben voor de verdere centralisatie mogelijkheden die SEPA biedt.

Ook geven bedrijven aan te willen wachten tot SEPA wordt gecomplementeerd door de mogelijkheden die digital identificatie kunnen bieden. Maar misschien wel belangrijker: “Dat idee van het centraliseren van de gelden spreekt ook lang niet alle bedrijven aan. Centralisatie gaat vaak gepaard met grote investeringen, reorganisatie en sanering, en dat levert onrust op. Centralisatie zou in dit geval bovendien kunnen betekenen dat financiële medewerkers op afstand worden gezet van marketing en sales – en dat wil lang niet elke bedrijf.” Tot slot kan de IT infrastructuur nog roet in het eten gooien: “Niet elk ERP-systeem is klaar voor zo’n centralisatieslag.”

27/04/2015

Creditmanagement: het kloppende hart van uw onderneming

Steeds meer ondernemers beseffen dat creditmanagement een cruciaal onderdeel is van hun bedrijfsvoering. En dat loont ook. Uit onze laatste studie betaalgedrag blijkt immers dat het aantal wanbetalingen in de B2B maand na maand terugloopt. Maar waar in de organisatie situeert de creditmanager zich precies? Is hij alomtegenwoordig of is hij een noodzakelijk kwaad?

In de menselijke anatomie benoemen we het hart als het meest centrale deel van ons lichaam. Door het hart worden alle organen van bloed en zuurstof voorzien. Als het hart stopt met werken, vallen al onze andere organen stil.

Is creditmanagement ook niet het hart van een onderneming? Staat of valt de onderneming niet met goed creditmanagement?

Bij veel ondernemingen is het creditmanagement nog puur een taak van de financiële afdeling. Dat is jammer. Hierdoor wordt de functie uitgehold. De creditmanager wordt gezien als een noodzakelijk kwaad. Hij of zij is enkel nuttig om bestellingen goed te keuren of te blokkeren of openstaande facturen te incasseren. Het creditmanagement wordt dan gezien als een curatieve afdeling, in plaats van een proactieve. Zo lopen we echter achter de feiten aan en laten we heel wat commerciële kansen liggen.

CREDITMANAGER STELT DE BELANGRIJKE VRAGEN

Wat is dan écht de plaats van de creditmanager binnen de organisatie? De conclusie kan niet anders zijn dan dat hij ‘overal een beetje’ moet zijn. Het creditmanagement is als het ware de rode draad doorheen het bedrijfsproces. Zeker nu data zo’n grote invloed krijgen.

Bedrijfsinformatie aangeleverd door experten is goed ingeburgerd. Maar meer en meer beseffen bedrijven dat interne data ook belangrijk zijn wanneer ze succesvol zaken willen doen. Gegevens die verzameld worden door sales, marketing, finance en andere afdelingen zijn van onschatbare waarde. Welk type van klant koopt het meest? Waar halen we de meeste omzet? Hoeveel klanten zijn risicovol? Dit zijn maar enkele vragen die cruciale informatie opleveren voor organisaties van vandaag. En het is de creditmanager die het beste geplaatst is om deze vragen te beantwoorden.

FINANCIËLE OF COMMERCIËLE FUNCTIE?

Wie stuurt creditmanagement aan? Is de creditmanager iemand met een financiële opdracht of een commerciële? Traditioneel heeft de creditmanager een financieel profiel. Gezien de veranderingen en de cruciale rol die hij of zij moet spelen is een commerciële insteek echter ook belangrijk. Omgekeerd kan ook een commercieel profiel met financiële interesses goed werk verrichten.

Waar de creditmanager zich bevindt, is in feite niet belangrijk. Wat wél essentieel is, is dat er:

  • Geluisterd wordt naar zijn of haar adviezen;
  • Gebruik gemaakt wordt van alle beschikbare data;
  • Inzichten gegenereerd worden;
  • Er communicatie is over doelstellingen zodat die duidelijk zijn voor iedereen;
  • Iedereen zich aan de gemaakte afspraken hierover houdt.

Hebt u vragen met betrekking tot de rol van de creditmanager binnen uw organisatie? Aarzel dan niet om contact met eXago (089 61 50 62 en vraag naar Philip Beckers) op te nemen.

Cfr. Marleen Michielsen

27/04/2015

Betaald via cheque, geld terug van uw rekening!

In bepaalde gevallen kan uw bank het geld dat u ontving via een cheque, opnieuw van uw rekening halen. Is cheques aanvaarden dan wel een goed idee?

Kan u een cheque van een klant meteen te innen? U kunt zo’n cheque meteen afgeven bij uw bank om het bedrag vervolgens op uw rekening te laten storten. Het is dus niet zo dat u een aantal dagen moet wachten alvorens daarmee naar de bank te stappen.

U kunt de cheque niet cash laten uitbetalen. De bank is verplicht die op uw rekening te zetten zodat er een spoor van is. Daarna kunt u dat geld dan uiteraard wel zelf cash van uw rekening halen.

U int zo’n cheque wel steeds onder voorbehoud! U kunt een cheque dus wel onmiddellijk op uw rekening laten zetten, maar dat neemt niet weg dat de uitbetaling door uw bank steeds gebeurt ‘onder voorbehoud van voldoende dekking’. Staat er immers niet voldoende geld op de rekening van uw klant, dan kan uw eigen bank die cheque ook niet incasseren bij de bank van uw klant. Het spreekt voor zich dat uw bank dat risico niet op zich zal nemen...

Bank neemt het zelf terug van uw rekening? Dat zal dan inderdaad het gevolg zijn. Krijgt uw bank de cheque niet geïnd bij de bank van uw klant, dan zal uw bank het geld dat ze intussen op uw rekening gezet had, zonder meer opnieuw van uw rekening halen. Zoiets gebeurd automatisch oftewel zonder voorafgaandelijke verwittiging.

Wat precies het probleem is met de bewuste cheque, speelt geen rol. Zodra de bank van de klant de cheque niet uitbetaalt aan uw bank, zal het geld weer van uw rekening gaan.

Vanaf wanneer bent u dan gerust? Kortweg, acht dagen nadat het geld op uw rekening gezet werd. Is het er tegen dan niet af gehaald, dan mag u er dus zeker van zijn dat de cheque in orde was.

Die termijn van acht dagen geldt alleen voor een binnenlandse cheque. Voor een buitenlandse cheque is dat 20 dagen, indien het een Europese klant is en anders 120 dagen en soms zelfs meer!

U bent liever direct gerust? Vraag dan aan uw bank een zgn. credit na inning. Daarmee spreekt u kortweg met uw bank af dat deze het geld pas op uw rekening zet nadat ze het zelf bij de bank van uw klant geïnd heeft. U loopt dan niet het risico dat het er weer af gehaald wordt.

27/04/2015

Waarom bepaalt u het best welke rechtbanken bevoegd zijn?

In heel wat factuurvoorwaarden staat een clausule dat alleen de rechtbanken van een specifiek arrondissement bevoegd zijn. Heeft dat eigenlijk ook zin binnen België of enkel bij buitenlandse klanten? Wat als uw klant ook in zo’n clausule voorziet, welke geldt dan?

Kies uw rechters!
Mag u effectief kiezen? Met uw klanten en zelfs met uw leveranciers staat het u inderdaad tot op zekere hoogte vrij om daarover afspraken te maken. Uiteraard kunt u niet een welbepaalde rechter met naam en toenaam opgeven, u kunt wel bepalen welke rechtbanken bevoegd zijn.

Welk belang bij een internationale context? Als u een discussie heeft met een buitenlandse klant, dan is het uiteraard in uw voordeel als u, bv. om een onbetaald gebleven factuur ingevorderd te krijgen, naar een lokale rechter kunt stappen. In internationale context is een zgn. forumbeding, nl. de afspraak dat úw rechtbanken bevoegd zijn, dus een must, zonder riskeert u dat de Belgische rechter u naar zijn buitenlandse collega doorverwijst (Luik, 29.04.2014) .

Let op. Voorzie bij buitenlandse klanten niet alleen in een zgn. forumbeding, maar spreek ook uitdrukkelijk af dat op alle discussies het Belgische recht van toepassing is.

Ook met binnenlandse klanten? Heeft u de rechtbanken van de plaats waar de zetel van uw firma ligt – en dus wellicht ook in de buurt van het kantoor van uw advocaat – bevoegd gemaakt, dan zal uw advocaat zich niet ver moeten verplaatsen om uw belangen te behartigen. U spaart daardoor tijd en dus ook geld uit.

Praktische aandachtspunten
De clausule in uw factuurvoorwaarden. Op de achterkant van uw factuur neemt u zo’n forumbeding op. Dat volstaat echter mogelijk niet. Naar de achterkant van uw facturen kunt u immers alleen verwijzen als u al langer zaken doet met uw klant en hij al meermaals facturen, inclusief dus dat forumbeding op de achterkant, aanvaard heeft.

Let op. Volgens een rechter volstaat het zelfs niet als uw klant meerdere facturen niet protesteerde, maar die facturen allemaal op de uitvoering van hetzelfde contract slaan(Luik, 03.04.2014) .

Reeds afspreken bij bestelling. Zeker bij nieuwe (buitenlandse) klanten doet u er dus goed aan om al een clausule in te lassen in de algemene voorwaarden op de achterkant van uw bestelbons en/of in de contracten die u uw klant laat tekenen en/of om in de e-mail waarin u de door uw klant geplaatste bestelling bevestigt, te verwijzen naar de voorwaarden waaronder dat gebeurt.

Welke taal bij buitenlandse klant? Om bij een buitenlandse klant achteraf geen discussie te hebben over de geldigheid van dat forumbeding, doet u er goed aan om hem de algemene voorwaarden te bezorgen in een taal die hij begrijpt (Gent, 01.02.2012) . Dat is dus niet noodzakelijk zijn moedertaal. Bezorg hem gerust de Engelstalige versie van uw algemene voorwaarden mét forumbeding als hij de bestelling in het Engels doorgaf.

Klant met eigen aankoopvoorwaarden. Bevestigt uw klant dat hij bestelt met toepassing van zijn aankoopvoorwaarden en staat daarin dat in geval van discussie zíjn rechtbanken bevoegd zijn, dan is dat achteraf voer voor discussie. Ga er niet van uit dat uw factuurvoorwaarden voorrang krijgen, zelfs niet als u expliciet bevestigde dat u de bestelling aanvaardt onder úw voorwaarden. Het best protesteert u expliciet de toepassing van zijn forumbeding, voor zover dat onderhandelbaar is natuurlijk.

27/03/2015

Creditmanagement is veel meer dan debiteuren stalken

Als creditmanager zitten we dag in dag uit debiteuren achter hun veren. Toch merk ik dat er binnen de organisatie nog te vaak verwarring heerst over waarom wij dit doen en wat onze waarde juist is. Weten we trouwens zelf nog wel waarom het voor ons bedrijf zo belangrijk is dat we dit doen?

‘Het zal wel zo’n vaart niet lopen met klanten die niet betalen’. Of ‘Maak je geen zorgen, die klant betaalt morgen wel’. Dit soort uitspraken krijgen heel wat creditmanagers vandaag nog vaak te horen. Helaas, want dit duidt erop dat het belang van een goed creditmanagement nog altijd niet doorgedrongen is in alle lagen van de organisatie.

Daarom is het belangrijk om eens terug te keren naar de basis en duidelijk te omschrijven wat de functie is van creditmanagement in het bredere geheel van de organisatie. Enerzijds creëren we hiermee een beter inzicht voor onszelf en onze medewerkers. Anderzijds helpt het ook om anderen uit te leggen wat de toegevoegde waarde is van ons werk voor de organisatie.

CREDITMANAGEMENT ALS ONDERDEEL VAN DE CASH CONVERSION CYCLE

Om dat grotere geheel te kaderen, is het verstandig eens te kijken naar de cash conversion cycle. In de cash conversion cycle zijn DSO (Days Sales Outstanding), DPO (Days Payable Outstanding) en DIO (Days Inventory Outstanding) de drie indicatoren die samen een haarscherp beeld geven van de periode die verstrijkt tussen de betaling van uw leverancier en het moment waarop u uw geld ontvangt van uw klant.

In de doelstellingen staat de verlaging van de DSO meestal centraal.

DSO = (Openstaand debiteurensaldo/ Jaaromzet) x 365

DSO is een goede indicator voor de effectiviteit van uw creditmanagement. Hierbij is het wel van belang te kijken naar de juistheid van de indicator. Vooral bij sterke seizoensinvloeden zal ook de DSO hevig schommelen. Het verdient dan de voorkeur om de DSO over een kortere termijn dan één jaar te bereken. Bijvoorbeeld eens per kwartaal.

DPO = (Crediteurensaldo/ Inkopen) x 365

DPO geeft een indicatie van de gemiddelde periode waarop u uw leveranciers betaalt. Vaak zien we een verband tussen de DSO en DPO. Een hoge DSO leidt vaak ook tot een hoge DPO. Omdat er eigenlijk geen geld is om eerder te betalen.

DIO = (Voorraad/ Inkoopwaarde van de omzet) x 365

DIO geeft een indicatie over de gemiddelde periode dat u goederen op voorraad heeft. Ook de creditmanager heeft invloed op dit cijfer. Laat factureren heeft tot direct gevolg dat de DIO zal stijgen.

Tenslotte wordt de cash conversion cycle als volgt berekend: DSO + DIO – DPO = CCC

Onlangs deed Ernst & Young een onderzoek bij 2.000 grote ondernemingen, verdeeld over Europa (1.000 bedrijven) en de Verenigde Staten (1.000 bedrijven). Hierbij werd gekeken naar het beheer van werkkapitaal. Uit het onderzoek bleek dat de cash conversion cycle in beide gebieden niet zoveel van elkaar verschilt, maar dat binnen de cash conversion cycle de verschillen wel groot waren.

DSO Europa : 49,5
DSO VS : 38,5

DIO Europa : 33,6
DIO VS : 30,5

DPO Europa : 44,3
DPO VS : 31,7

CCC Europa : 38,8
CCC VS : 37,3

U kunt vaststellen dat de zowel de DSO als de DPO in Europa veel hoger zijn dan in de VS. We betalen onze rekeningen en ontvangen onze vorderingen dus beduidend later dan in de VS.

DE EIGENLIJKE DOELEN VAN CREDITMANAGEMENT

De uiteindelijke omvang van de cash conversion cycle (in Europa gemiddeld 38,8 dagen) bepaalt in grote mate de omvang van het benodigde werkkapitaal in bedrijven. Hoe lager de cash conversion cycle, hoe korter u kapitaal hoeft te financieren en hoe minder werkkapitaal u nodig hebt.

En dat is waar het allemaal om draait: de financierbaarheid van uw onderneming. Een gezonde financiering betekent in veel gevallen continuïteit, winstgevendheid en groei. Ook voor andere disciplines in uw organisatie zijn deze factoren van belang. Niet in het minst voor uw medewerkers. Om ons heen zien we genoeg bedrijven failliet gaan, waardoor medewerkers op straat komen te staan. Een belangrijke oorzaak van het faillissementen is vaak het tekort aan werkkapitaal is, waaraan een te lange cash conversion cycle ten grondslag ligt. Een verkoper die geen nieuw product kan leveren, omdat de ontwikkeling niet bekostigd kan worden, zal op den duur zijn kansen zien teruglopen. Met alle gevolgen van dien voor de gehele organisatie.

CONCLUSIE

Creditmanagement gaat dus helemaal niet over debiteuren achter hun veren zitten. Of beter: het gaat daar wél om, maar we doen dat absoluut niet voor ons plezier. We doen dat omdat het noodzakelijk is. Een standvastig creditmanagement zorgt ervoor dat u uw onderneming succesvol kunt financieren. Nog te vaak wordt binnen bedrijven de DSO als een gegeven beschouwd, terwijl er voldoende mogelijkheden zijn om deze actief te beïnvloeden. Leg dus uw doelstellingen voor uw creditmanagement vast. In overleg met uw directie en het verkoopmanagement moet het mogelijk zijn uw DSO en daarmee uw financierbaarheid een duwtje in de juiste richting te geven.

27/03/2015

Aantal faillissementen daalt al jaar aan een stuk

Het aantal faillissementen in België is in februari, ten opzichte van een jaar eerder, met 7 procent gedaald tot 907. Het is de twaalfde maand op rij dat het aantal falingen daalt, dat bleek maandag 2 maart 2015 uit cijfers van handelsinformatiekantoor Graydon.

Het dreigende jobverlies door de faillissementen daalde een pak sneller dan de faillissementen. In de periode januari-februari was er een daling met 21,8 procent tot 3.514 jobs. De daling was groter omdat minder grote bedrijven over de kop gingen en ook door het grotere aandeel failliete eenmanszaken. In Wallonië (-28,31 procent) daalde het jobverlies sneller (Vlaanderen -23,18 procent).

Een andere evolutie is dat steeds meer oudere bedrijven, die meer dan 20 jaar bestaan, over de kop gaan. Graydon verwijst naar firma’s die onstonden in de jaren 80, ten tijde van de ‘derde industriële revolutie’. Die innoveerden te weinig om ook in de ‘post-crisis’ opnieuw te bloeien.

De faillissementendaling was er in het hele land. De teller voor Vlaanderen staat na 2 maanden op 896 (-15,55 procent), voor Brussel gaat het om 328 uitspraken (quasi hetzelfde) en in Wallonië om 583 falingen(-9,33 procent). De daling is er in alle provincies, op uitzondering van Limburg en Waals-Brabant.

Er was een daling in alle sectoren, op uitzondering van de transportsector. Opvallend is dat de horeca qua aantal falingen de bouw opnieuw is voorbijgestoken.

 

27/03/2015

Over de grens: Laat grote bedrijven rente betalen bij overschrijden betalingstermijn aan MKB

Grote bedrijven moeten rente gaan betalen als ze na zestig dagen de rekening aan een leverancier uit het midden- en kleinbedrijf (MKB) nog niet hebben betaald. CDA Tweede Kamerleden Pieter Omtzigt en Agnes Mulder presenteren dit plan samen met Hans Biesheuvel van ondernemersorganisatie ONL.

Hans Biesheuvel: “Het voorstel is een effectieve en eenvoudige manier om te zorgen dat MKB-ondernemers gewoon op tijd betaald krijgen. Leverancierskrediet hoort niet gratis te zijn en zeker niet te worden afgedwongen. Op tijd betalen is een principe van verantwoord ondernemen.”

Het komt vaak voor dat grote bedrijven de betalingstermijn van zestig dagen overschrijden, dat is een groot probleem voor MKB-bedrijven. De jaarlijkse kosten van achterstallige betalingen worden geraamd op 2,5 miljard euro.

Pieter Omtzigt: “Het afwentelen van de kosten op het MKB is slecht voor de Nederlandse economie als geheel. Het MKB heeft meer moeite om zich te financieren ten opzichte van het grootbedrijf. Vooral werkkapitaal is lastig te financieren. Late betalingen hebben een keteneffect en zetten de liquiditeitspositie van het MKB verder onder spanning.”

Grote ondernemingen rekken de betalingstermijnen vaak bewust, omdat ze dan minder krediet van de bank nodig hebben. Het midden- en kleinbedrijf heeft hierdoor echter minder kapitaal om te investeren in groei en innovatie. Kleinere bedrijven durven grote opdrachtgevers vaak niet aan te spreken op betalingsachterstanden uit angst de klant kwijt te raken.

Agnes Mulder: “Het MKB is afhankelijk van opdrachten van grote ondernemingen. Het is niet in staat om bij overeenkomsten met grote bedrijven haar recht op een normale leveringstermijn af te dwingen. Het laten betalen van rente na zestig dagen is een effectieve en eenvoudige manier om de financiële prikkel weg te nemen bij de grote bedrijven om te laat te betalen.”

27/03/2015

Slechte betalers beter af door de lage rentestand?

Het tarief van de wettelijke interest is voor 2015 lager dan voor 2014. Doen uw slechte betalers daar dan nog een voordeel mee of toch niet?

Te laat betalen nu iets goedkoper? Ja en neen. Een van de twee wettelijke tarieven voor 2015 ligt inderdaad iets lager dan in 2014. Het gewone wettelijke tarief nalatigheidsinteresten is immers nog maar 2,5%, daar waar dat in 2014 nog 2,75% was. Het andere wettelijke tarief, nl. dat voor betalingsachterstand bij handelstransacties of m.a.w. tussen uzelf en uw beroepsmatige klanten, blijft ongewijzigd op 8,5%.

U mag ook meer dan 8,5% aanrekenen! Inderdaad! Wat telt is immers in de eerste plaats datgene wat u overeengekomen bent met uw beroepsmatige klanten. Staat er m.a.w. in uw contracten, op uw offertes en/of bestelbons en in uw algemene voorwaarden dat er bij laattijdige betaling 10% of 12% nalatigheidsinteresten aangerekend zullen worden, dan heeft dat gelukkig nog altijd voorrang. Het officiële tarief van 8,5% geldt dan m.a.w. niet. Dat is immers alleen van toepassing als u ter zake niets anders overeengekomen bent met uw klant.

Tarief van 12% niet overdreven? Neen! De meeste rechters hebben het daar inderdaad niet moeilijk mee. Een rechter bevestigde zelfs dat het in een overeenkomst voorziene tarief van 13,5% niet onredelijk veel meer was dan het voor handelstransacties geldende wettelijke tarief . Ergens is dat ook logisch natuurlijk. Betalen uw klanten immers te laat waardoor uzelf in het voorkomende geval uw kaskrediet moet aanspreken, dan betaalt u zelf ook meer dan 8,5% interesten aan de bank.

Daarbovenop redelijk hoge ‘boete’? Dat kan op zich inderdaad geen kwaad. Rekent u naast interesten ook nog een forfait van bv. 20% aan als boete/schadebeding, dan riskeert u wel dat u op dat punt door een rechter, als het zover komt, teruggefloten wordt, maar zo erg is dat ook niet. De rechter zal in zo’n geval immers het bedrag van de boete zelf wel herleiden. In de praktijk zal dat dan doorgaans teruggebracht worden tot ± 10%.

27/02/2015

Meer grote bedrijven failliet gegaan

In 2014 zijn er 11.294 bedrijven over de kop gegaan. Dat blijkt uit cijfers van handelsinformatiekantoor Graydon. Dat is een daling van 8,2 procent tegenover 2013. Maar enkel in 2013 waren er meer faillissementen

In 2013 doekte de Brusselse handelsrechtbanken heel wat onfrisse horeca- en kleine nutsbedrijven op, zo verklaart Eric Van den Broele, senior manager bij Graydon, de daling.

‘Er gingen in Brussel 20,8% (of -94) minder horecazaken failliet terwijl in de regio’s Vlaanderen (-72) en Wallonië (-38) de daling binnen de horeca respectievelijk slechts 6,7% en 5,7% bedroeg’, verklaart Van den Broele.

Ook de lichte economische heropleving en de aanpassing van de WCO-wetgeving in 2013 spelen volgens Graydon een rol. De WCO-wetgeving is erop gericht om bedrijven in moeilijkheden te helpen.

‘Geen euforie’

Maar de daling van het aantal faillissementen is geen reden tot euforie, waarschuwt Graydon. Zo gingen er in december 2014 meer bedrijven failliet dan in december 2013. Het is ook opvallend dat meer gevestigde en grote bedrijven over de kop zijn gegaan. 18,79 procent van de failliete bedrijven van 2014 was ouder dan 20 jaar. Dat is nooit eerder gezien. Binnen Vlaanderen liep dit zelfs op tot 22,3% van de ondernemingen, zo blijkt uit de cijfers.

Het afgelopen jaar gingen ook 22 bedrijven failliet die minstens 100 werknemers tewerk stelden. In 2013 waren er dat 12, in 2012 15.

Tip: Alle bedrijven waar eXago in 2014 voor werkte bleven gezond en gingen zonder problemen 2015 in!

27/02/2015

Wederzijdse facturatie: ongeveer quitte of toch niet?

Een van uw leveranciers is ook een regelmatige klant bij u zelf. U zit dus met facturen over en weer. Mag u die facturen dan met elkaar verrekenen? Wat als uw leverancier zijn facturen nadien overdraagt aan een ‘financier’?

Uw leverancier is ook klant

Facturen over en weer. Er is uiteraard niets op tegen dat een van uw leveranciers ook bestellingen bij u plaatst en dus bij u klant wordt. Dat soort samenwerking leidt er automatisch toe dat u over en weer uw leveringen factureert.

Gewoon facturen betalen? U kunt daarbij inderdaad afspreken dat ieder gewoon de facturen van de ander tijdig betaalt. De vraag is in welke mate u de facturen toch met elkaar mag verrekenen om dan enkel het saldo te betalen.

Kunt u compenseren?

Wettelijk kader: De wet laat dit soort compensatie of zgn. schuldvergelijking inderdaad toe. Die compensatie gebeurt dan zelfs automatisch (art. 1290 BW) . U hoeft in die zin dus niet eens op voorhand met uw klant-leverancier af te spreken dat het in het kader van uw samenwerking kan.

  • Enkel onder strikte voorwaarden: Het moet zo bv. gaan om ‘wederzijdse schulden’, tussen u en uw klant-leverancier. Behoort die echter bv. tot een groep ondernemingen, dan zal u zijn factuur integraal moeten betalen, ondanks het feit dat u nog geld tegoed heeft van een andere firma uit dezelfde groep. De ene factuur valt in zo’n geval m.a.w. niet met de andere te compenseren.

  • Enkel bij vervallen facturen. Dat soort wettelijke compensatie vereist inderdaad ook dat het om opeisbare schulden gaat. U mag dus over en weer enkel de reeds vervallen facturen in rekening brengen om het saldo te bepalen. De niet-vervallen (en ook de geprotesteerde) facturen mogen dus NIET meegeteld worden als u een tussentijdse afrekening maakt.

Wat als facturen overgedragen worden?

Waarom zou uw leverancier dat doen? Mogelijk kiest uw leverancier ervoor om zijn facturen niet zelf in te vorderen. Hij kan ze bv. aan een factoringmaatschappij overdragen. Die laatste betaalt dan een bepaald bedrag voor de overgedragen facturen. Het is een alternatief voor een soort overbruggingskrediet, waarbij bv. de facturen of het ganse ‘handelsfonds’ in onderpand gegeven worden.

Ook dan compensatie mogelijk? Als u het bericht krijgt van zo’n factoringmaatschappij dat u de facturen aan haar en niet langer aan uw leverancier moet betalen, dan mag u wel degelijk nog een afrekening maken van alle op dat moment reeds vervallen facturen. U moet enkel het saldo betalen.

Maar! Dit is anders als uw leverancier facturen stuurt met daarop al een sticker of het bericht dat u niet op zijn rekening, maar in handen van zo’n factoringmaatschappij moet betalen. In zo’n geval is er geen compensatie mogelijk.

Staat die schuld wel vast? U riskeert dat zo’n factoringmaatschappij toch zal proberen om u de factuur van de leverancier integraal te doen betalen door dat in vraag te stellen. In de mate waarin u ten onrechte bepaalde bedragen gefactureerd zou hebben, mag u die immers niet met uw vervallen facturen verrekenen.

Handig! Als uw leverancier uw facturen destijds niet tijdig geprotesteerd heeft, is uw factuur ‘aanvaard’ en staat het dus vast dat de leverancier u die factuur verschuldigd is. De factoringmaatschappij moet zich daarbij neerleggen (Brussel, 11.06.2014) .

27/02/2015

Clausule ‘eigendomsvoorbehoud’ weer schrappen?

De nieuwe zgn. Pandwet voorzag dat het zgn. eigendomsvoorbehoud in veel meer gevallen toegepast kon worden. Die wet is in laatste instantie echter uitgesteld. Wat als u intussen uw algemene voorwaarden al aangepast had?

Het zgn. eigendomsvoorbehoud

Wat houdt dat in? Kort en bondig, dat u juridisch gezien eigenaar blijft van de goederen die u levert totdat uw klant uw factuur volledig betaald heeft. De levering gebeurt m.a.w. onder voorbehoud, de eigendomsoverdracht wordt uitgesteld.

Nieuwe wettelijke regeling? Ja, er was een zgn. Pandwet gestemd die voorzag dat zo’n clausule van eigendomsvoorbehoud in veel meer gevallen effectief zijn nut zou hebben. U zou er m.a.w. vaker op kunnen terugvallen om bij een slechte betaler het maximum te recupereren, zo niet uw centen dan toch minstens uw goederen. Mogelijk heeft u midden 2014, met het oog op het van kracht worden van die nieuwe regeling, uw algemene voorwaarden dan ook aangepast.

Inwerkingtreding echter uitgesteld. De nieuwe Pandwet zou normaliter ten laatste op 01.12.2014 van kracht geworden zijn, maar daar werd uiteindelijk dus op teruggekomen. De vraag is nu wat u in het voorkomende geval met uw aangepaste algemene voorwaarden moet doen.

Algemene voorwaarden aanpassen?

Clausule weer schrappen? Neen, dat doet u beter niet. Er is immers geen sprake van afstel, enkel van uitstel. De inwerkingtreding van die nieuwe Pandwet is immers verschoven van ‘ten laatste 01.12.2014’ naar ‘ten laatste 01.01.2017’. Vroeg of laat zal de uitbreiding van de werking van die clausule dus sowieso een feit zijn.

Gewoon laten staan! Absoluut, en wel omdat er nu – door dat uitstel – eigenlijk geen wettelijke regeling meer is. Als u nu dus in bepaalde gevallen dat eigendomsvoorbehoud wilt uitspelen, dan zal dat m.a.w. enkel kunnen in de mate waarin u daar vooraf met uw klanten afspraken over op papier gezet heeft. Aangezien u daarbij niet kunt terugvallen op die nieuwe wettelijke basis, komt het er weer meer op aan om ‘contractueel’ uw voorzorgen te nemen.

Wat blijven de aandachtspunten?

Ook na faillissement geldig? Ja, zo’n eigendomsvoorbehoud kunt u steeds uitspelen, vóór en desnoods nadat uw klant failliet gegaan is.

Let op! Eens uw klant failliet gegaan is, moet u dat eigendomsvoorbehoud inroepen tegenover de curator en dat is niet altijd zo vanzelfsprekend. Een curator heeft er immers belang bij om die goederen net niet uit handen te geven en die zelf te gelde te mogen maken. Hij zal m.a.w. moeilijk doen als hij daartoe de kans ziet.

Afspreken vóór u iets levert! U kunt zo’n eigendomsvoorbehoud inderdaad niet pas bij de levering of erna afspreken. Het moet effectief voorafgaandelijk, dus in uw offerte of algemene voorwaarden, overeengekomen zijn.

Een gedetailleerde factuur. Om uw klant, of de curator indien uw klant intussen failliet is, tot teruggave te kunnen verplichten, zullen uw goederen ook nog ‘identificeerbaar’ bij uw klant aanwezig moeten zijn. Om achteraf aan te kunnen tonen op welke goederen dat eigendomsvoorbehoud precies slaat, moet u die m.a.w. in detail op uw factuur omschreven hebben. Dat kan bv. aan de hand van identificatie- of typenummers. Een vermelding ‘levering van 10 pc’s en 1 printer’ is in die zin dus niet voldoende.

 

27/02/2015

Sneller uw centen zien van een buitenlandse klant ...

Sinds 10 januari 2015 is het gemakkelijker om een buitenlandse klant achter zijn vorderingen te zitten als hij u niet betaalt. Hoe zit dat precies en hoe pakt u het een en ander het best aan?

De context: Het is al niet gemakkelijk om uw Belgische klanten te laten betalen. Gaat het om een buitenlandse klant, dan is het nog gecompliceerder. Er komt dikwijls in de eerste plaats al discussie over welke rechter bevoegd is. U voorkomt uiteraard het best dat de rechters van het land waar uw klant gevestigd is, bevoegd zijn via uw voorwaarden.

Voorzie dit in uw algemene voorwaarden! Vermijd deze discussie door in uw algemene voorwaarden een zgn. bevoegdheidsbeding op te nemen. Voorzie daarin dat alleen de rechtbank van de plaats waar uw bedrijf gevestigd is, bevoegd is om de zaak te behandelen.
Let op! Maak uw algemene voorwaarden ook op in een taal die uw klant begrijpt, bv. de taal waarin u met hem communiceert. Zo bent u er zeker van dat u er een beroep op kunt doen...

Hoe ziet u uw centen?
Een Belgisch vonnis maar dan? Een gunstig vonnis bekomen is inderdaad één ding, maar dan begint de miserie natuurlijk. Het is niet omdat u een vonnis heeft, dat u ook uw centen zal zien. U moet dat vonnis namelijk ook laten uitvoeren.

Hoe zit dat voor een buitenlandse klant? Het probleem is dat een Belgische deurwaarder het vonnis niet zomaar in een ander land kan uitvoeren en daar o.m. beslag gaan leggen.

Let op: Betwist de klant de factuur niet, dan kunt u wel overwegen een beroep te doen op het zgn. Europees betalingsbevel om direct een deurwaarder in het betrokken land in te schakelen. Dat systeem is al bij al nog redelijk eenvoudig.

De klant betwistte uw factuur? Dan is zo’n betalingsbevel sowieso al niet meer mogelijk. De enige manier om dan aan uw centen te geraken, was tot nu toe om een nieuwe procedure te voeren voor de buitenlandse rechtbank van de woonplaats van uw klant. Dit is de zgn. exequaturprocedure.

Voortaan eenvoudiger? Inderdaad. Sinds 10 januari 2015 schaft de Europese regelgeving die ingewikkelde exequaturprocedure af. Goed nieuws dus. De nieuwe regel is wel alleen van toepassing op vonnissen van na die datum. Op die manier kunt u voortaan dus veel goedkoper en sneller uw centen bekomen van een buitenlandse klant.

Hoe pakt u het dan aan? Laat het Belgische vonnis betekenen samen met een certificaat dat u bekomt bij de Belgische rechter die het vonnis uitsprak. U kunt het vonnis vervolgens eenvoudig laten betekenen via een Belgische deurwaarder.
Let op! Nadien maakt u dan de stukken over aan een buitenlandse uitvoeringsagent (deurwaarder) die het vonnis effectief uitvoert.

U krijgt een vonnis uit het buitenland? Dan geldt inderdaad hetzelfde. Door de nieuwe procedure zullen ook uw buitenlandse leveranciers dus sneller bij u kunnen komen aankloppen. Krijgt u een buitenlands vonnis betekend, dan is het kwestie van snel op de bal te spelen.
Daartegen nog iets doen? Is het vonnis onterecht, dan kunt u nog beroep of verzet aantekenen volgens de spelregels die in het betrokken land gelden. Informeer u hierover bij een advocaat ter plaatse.

Let op: In sommige gevallen kunt u het vonnis ook in België nog aanvechten.

27/01/2015

Wat met wanbetalers bij een openbare verkoop?

Een openbare verkoop is in de meeste gevallen de snelste manier om je huis te verkopen. Een notaris organiseert dan op korte termijn één of twee verkoopdagen waar geïnteresseerden kunnen bieden op het onroerend goed. De akte wordt vervolgens ter plaatse opgemaakt en ondertekend. Maar wat als de kopers niet kunnen betalen?

Bij een openbare verkoop moet de hoogste bieder de koopsom en de kosten binnen een vooraf bekendgemaakte termijn betalen. Doorgaans moeten de kosten binnen de vijf werkdagen betaald zijn. Voor de betaling van de koopsom krijgt de hoogste bieder gemiddeld een maand tijd. Maar wat als hij of zij die belofte niet nakomt? Bij laattijdige betaling volgen er onmiddellijk intresten.

Maar er zijn nog ergere scenario’s mogelijk. Wat als de hoogste bieder het totaalbedrag niet krijgt van zijn financiële instelling? De verkoper van het pand kan de akte dan laten ontbinden via de rechtbank. Als de verkoop daadwerkelijk ontbonden wordt, zal de hoogste bieder een schadevergoeding moeten betalen aan de verkoper. In een zeldzaam geval spreekt de rechter een vonnis van gedwongen uitvoering uit. Dat betekent dat de koper verplicht wordt om het geboden bedrag te betalen. Er kan dan zelfs beslag gelegd worden op de inkomsten en bezittingen.

Rouwkoop

Een herveiling is een andere mogelijkheid. Wanneer het vastgoed opnieuw te koop wordt aangeboden omdat de hoogste bieder zijn belofte niet nakomt, is er sprake van een rouwkoop. Als het nieuwe hoogste bod hoger ligt dan het eerste hoogste bod vermeerderd met de kosten en een eventuele nalatigheidsintrest, komt de wanbetaler er goed(koop) van af. Wordt het eerste hoogste bedrag niet meer gehaald tijdens een extra verkoopdag, dan zijn de extra kosten alsnog voor de wanbetaler.

Wil je zelf een bod doen tijdens een openbare verkoop? Raadpleeg dan eerst je financiële instelling om te bekijken wat het hoogste bod is dat je kunt uitbrengen. Een verwittigd mens is er twee waard.

 

27/01/2015

Scherpe daling faillissementen, maar...

Hoewel 2014 een daling kende van het aantal faillissementen, zijn er nog steeds een aantal ernstige tekenen aan de wand. Zo gingen er in december 2014 meer bedrijven failliet dan in december 2013.

Het is ook opvallend dat meer ‘gevestigde’ en grote bedrijven over de kop zijn gegaan, zo schrijft Eric Van den Broele (Senior Manager Research & Development bij Graydon) naar aanleiding van de jongste Graydon Barometer voor faillissementen. 18,79% van de failliete bedrijven van 2014 was ouder dan 20 jaar. Dit is een nooit eerder gezien cijfer. Binnen het Vlaams gewest liep dit zelfs op tot 22,3% van de ondernemingen. Het afgelopen jaar gingen ook 22 bedrijven failliet die minstens 100 werknemers tewerk stelden. In 2013 waren er dat 12, in 2012 15.

Voor de daling van het aantal faillissementen in 2014 ziet Eric Van den Broele (Graydon) verschillende verklaringen. “Ten eerste is er een scherpe daling van het aantal uitgesproken faillissementen op de Brusselse handelsrechtbanken. Dit is gevolg van een grootscheepse ‘opkuisactie’ van die rechtbanken in 2013. Toen werden heel wat ‘onfrisse’ horeca- en kleine nutsbedrijven opgedoekt. Dit heeft een positief effect gehad op het aantal faillissementen in 2014. Er gingen in Brussel 20,8% (of -94) minder horecazaken failliet, terwijl in de regio’s Vlaanderen (-72) en Wallonië (-38) de daling binnen de horeca respectievelijk slechts 6,7% en 5,7% bedroeg.”

Andere verklaringen voor de afname van het aantal faillissementen zijn de lichte economische revival op internationaal niveau van onze export- en importgevoelige sectoren en de aanpassing van de WCO-wetgeving in september 2013. Van den Broele: “De maanden daarop gingen er in vergelijking met de periode voordien gevoelig minder bedrijven in WCO. Dit resulteerde in een gevoelig aantal dalingen van het aantal faillissementen die kort na de WCO-aanvraag werden uitgesproken.

27/01/2015

Late betalingen AB InBev bekritiseerd in Groot-Brittannië

AB Inbev betaalt kleinere leveranciers in Groot-Brittannië systematisch pas na vier maanden uit. Die beschuldiging klinkt bij de openbare omroep BBC. De Britse overheid bekritiseerde de praktijken van de bierbrouwer en een grote leverancier haakte al af.

BBC brengt vandaag het nieuws van de kritiek op de late betalingstermijnen die AB Inbev hanteert voor kleinere leveranciers.De bierbrouwer zou die bedrijven stelselmatig vier maanden na levering van goederen of diensten. Brewpack, een bedrijfje met 25 werknemers dat lopende band-systemen leverde aan de AB Inbev, verklaart dat geen enkel ander bedrijf zo lang wacht met betalen.

Brewpack kan het zich naar eigen zeggen niet meer permitteren om nog bestellingen van AB Inbev aan te nemen. Het personeel van het bedrijf moet betaald worden en het is BTW schuldig op de inkomsten, die het dus nog niet ontving. Bovendien willen banken geen overbruggingskredieten toestaan.

"Onaanvaardbaar", reageerde minister van Bedrijven Matt Hancock al op het nieuws. De FSB (Federation of Small Business), het Britse Unizo, eist dat de regering kleinere bedrijven beter beschermt.

AB Inbev zelf is zich in een persbericht van geen kwaad bewust. ‘Betalingstermijnen worden altijd vastgelegd in onderling overleg en maken deel uit van de commerciële onderhandelingen. Ze worden beïnvloed door de prijs, de kwaliteit, de grootte van de leverancier, het soort product of dienst en het volume.’

27/01/2015

Geldt de betaling als aanvaarding?

Geldt de betaling van een factuur nog steeds als een aanvaarding en wat dan met een gedomicilieerde factuur?

Factuur bevestigt contractuele afspraken. Dat is en blijft inderdaad het basisprincipe. Onder handelaars wordt een factuur m.a.w. beschouwd als een bevestiging op papier van de onderling gemaakte afspraken. De levering van producten of diensten wordt dus verondersteld gebeurd te zijn zoals op de factuur vermeld. In principe toch…

Voor zover de factuur aanvaard werd? Jawel, dat is effectief een belangrijke nuance! Vandaar dus dat u tijdig moet protesteren indien u niet akkoord gaat met een factuur van een leverancier. Doet u dat niet, dan wordt u immers geacht de factuur aanvaard te hebben.

Geldt een betaling ook als aanvaarding? Ja! Betaalt u dus de factuur van een leverancier zonder enig voorbehoud, dan mag die leverancier ervan uitgaan dat u akkoord ging met de factuur zonder meer. Zou u na uw betaling de factuur m.a.w. alsnog protesteren om de een of andere reden, dan hoeft die leverancier daar dus geen rekening meer mee te houden. U heeft betaald, dus u heeft aanvaard.

Ook bij betaling via domiciliëring? Ja, toch wel, besliste de rechter onlangs. Ook als u met uw leverancier afspreekt dat hij zijn facturen mag innen via domiciliëring en het dus uw leverancier is die de betaling in gang zet, kan uit die betaling de aanvaarding van de factuur afgeleid worden (Brussel, 17.10.2014) .

Goed opvolgen, dus! Daar komt het in zo’n geval inderdaad op aan. Uiteraard blijft het van belang om, telkens u een factuur ontvangt, meteen na te kijken of die wel klopt. Kijk echter ook uw rekeninguittreksels na, voor het geval er geld van uw rekening gaat, maar u de desbetreffende factuur nog niet ontvangen heeft. In zo’n geval kunt u immers moeilijker controleren of alles wel correct aangerekend werd.

Ziet u dat er geld van uw rekening gegaan is, terwijl u de factuur zelf nog niet gezien heeft, stuur dan een mailtje naar uw leverancier met de boodschap dat die betaling gebeurde onder voorbehoud van controle van de nog te ontvangen factuur of het duplicaat ervan.

De betaling van een factuur geldt als aanvaarding, ook als uw leverancier ze via domiciliëring int. Kijk dus niet alleen zijn facturen stipt na, maar doe dat ook met uw rekeninguittreksels. Protesteer tijdig als er iets niet klopt.

28/12/2014

Wanneer moet je bij een aannemer een stuk van zijn factuur niet betalen?

Doe je een beroep op een aannemer, dan speelt in sommige gevallen de zogenaamde inhoudingsplicht. Dit is zo indien de aannemer schulden bij de RSZ en/of bij de Btw of de Belastingen heeft.

Je mag dan in bepaalde gevallen de facturen niet meer volledig betalen en je wordt verplicht om een stuk in te houden. Het komt erop neer dat je in principe 35% moet inhouden en doorstorten aan de RSZ en mogelijk ook nog 15% ten voordele van de fiscus. Die inhoudingsplicht speelt alleen als je beroepsmatig een collega-aannemer voor je werken laat uitvoeren en hij een factuur met de vermelding “btw verlegd” stuurt. Controleer steeds op de website https://www.socialsecurity.be of je aannemer schulden heeft vóór je zijn factuur betaalt.

28/12/2014

Cashdrempel naar € 7.500,00

Het plafond voor transacties in cash wordt opgetrokken tot 7.500 euro. Dat heeft staatssecretaris voor de Strijd tegen Fiscale Fraude Elke Sleurs (N-VA) woensdag bekendgemaakt. Haar voorganger John Crombez (SP.A) had dit plafond in januari nog op 3.000 euro vastgelegd. ‘Sleurs geeft een verkeerd signaal naar de slechte leerlingen’, klonk het zelfs binnen de eigen meerderheid.

Sinds 1 januari ligt het maximumbedrag in cash dat handelaars van klanten mogen aannemen, de zogeheten ‘cashdrempel’, op 3.000 euro. Daarvoor lag de limiet op 15.000 euro, maar de vorige federale regering van Elio Di Rupo (PS) verlaagde de drempel om zwart geld te bestrijden.

Het plafond wordt nu dus echter opnieuw verhoogd, naar 7.500 euro, zo kondigde Sleurs aan bij de bespreking van de begroting in bevoegde Kamercommissie. De staatssecretaris wil zich naar eigen zeggen op die manier in lijn brengen met de rest van Europa. Ook wil ze met die ingreep een aantal economische sectoren bijstaan waar een risico op delokalisatie bestaat, zoals de sector van de tweedehandswagens, klonk het.

28/12/2014

Antwerpse bedrijven blijven slechtste betalers

Antwerpse firma’s zijn ronduit de slechtste betalers van heel Vlaanderen. Het handelsinformatiekantoor Graydon heeft becijferd dat liefst 13,45% van alle uitstaande facturen in Antwerpen zelfs na drie maanden nog altijd niet betaald zijn, al is er sprake van lichte beterschap.

Dat meldt madeinantwerpen.be. Het betaalgedrag van ondernemingen is een heel waardevolle indicator van het economisch leven in een regio. De betaalindex verwerkt alle rekeningen, zowel de binnen de afgesproken termijn aangezuiverde facturen, facturen die na meer dan een maand zijn betaald, en de wanbetalingen. Uiteraard wegen de wanbetalingen binnen de index het zwaarst door. De bekomen resultaten worden vervolgens verwerkt in een indexwaarde waarbij de resultaten van het jaar 2002 gelden als ijkwaarde. Hoe hoger de index, hoe beter het betaalgedrag.Voor Antwerpen staat die index momenteel op 98,2.

Graydon heeft in dit opzicht vastgesteld dat slechts 63,56% van de Antwerpse firma’s en overheidsinstanties globaal op tijd betalen. Dit is merkelijk minder goed dan bv. in Oost-Vlaanderen waar 69,87% van de facturen binnen de afgesproken termijn afgehandeld worden.

Op het vlak van wanbetalingen doet Antwerpen nog slechter: 13,45% van de facturen zijn zelfs na 90 dagen nog altijd niet afgerekend. Dit is de facto 1 factuur op de zeven. In vergelijking met Oost-Vlaanderen opnieuw een dramatisch hoge score. Daar zijn slechts 7,93% wanbetalers of 1 factuur op de twaalf.

Dit neemt niet weg dat een betaalindex van 98,20 voor Antwerpen in vergelijking met het derde kwartaal van 2013 toch wel enige beterschap aangeeft. Toen stond de betaalindex immers nog op 93,75.

28/12/2014

Een afbetalingsplan mét een dwangsom ...

Een afbetalingsplan met uw klant afspreken. Dat is en blijft altijd een beetje een gok natuurlijk. Zal de klant/debiteur het naleven of niet?

Een extra stok achter de deur? Tegenwoordig wordt er voor van alles en nog wat een dwangsom of boete afgesproken indien bepaalde zaken niet gebeuren. Is dat ook voor zo’n afbetalingsplan niet dé oplossing?

Neen. U kunt een klant niet dwingen om u een dwangsom te betalen als hij de maandelijkse termijnen niet correct naleeft. Een dwangsom kan immers niet gekoppeld worden aan de plicht om een geldsom te betalen én kan bovendien enkel door een rechter opgelegd worden, dat is uitdrukkelijk in het Gerechtelijk Wetboek voorzien, stelde de rechter (rb. Gent, 21.02.2014).Door zo’n dwangsom op te leggen, bouwt u een clausule in die niet rechtsgeldig is!

To Do: Voorzie uiteraard wel dat het openstaande saldo onmiddellijk van rechtswege en zonder ingebrekestelling opeisbaar is als de klant zich niet houdt aan de afspraak. U zou ook een extra schadevergoeding kunnen vragen, maar die mag niet overdreven zijn. Daarenboven kan u vermelden dat u blijvend aanspraak maakt op uw schadebeding & intresten. Ook als u die in eerste instantie zou gemilderd hebben in uw afbetalingsplan.

Een dwangsom voorzien in uw afbetalingsplan voor het geval dat de klant de maandelijkse termijnen niet naleeft, heeft niet veel zin. U kunt die nadien immers niet opeisen, bevestigde de rechter onlangs.

26/11/2014

Directies moeten credit management meer op waarde schatten

Het onderzoek van Graydon en Credit Expo naar de relatie tussen finance en sales leidt tot enkele prangende vragen. Waarom dragen directies credit management niet hoger in het vaandel? En waar zijn heel wat credit managers mee bezig, als zij de klantportefeuille van hun organisatie niet indelen op basis van kansen en risico’s?

Het is een merkwaardige tegenstrijdigheid die aan het licht komt in het onderzoek dat Graydon samen heeft uitgevoerd met Credit Expo. Terwijl werkkapitaal steeds belangrijker wordt om als bedrijf te kunnen blijven groeien en investeren, blijft de belangrijkste tool om dit te bewerkstelligen – namelijk een goed uitgebalanceerd credit management, waarbij ook sales betrokken is – sterk ondergewaardeerd door de directies van Nederlandse bedrijven.

Directies schatten de kansen en opportuniteiten van een gedegen credit management nog steeds onvoldoende op waarde, zo stelt het onderzoek:

  • 40% van de credit managers ervaart dat zijn of haar directie credit management niet hoog genoeg op de agenda plaatst;
  • Bijna 50% van de bedrijven geeft aan ‘omzet gedreven’ en niet ‘marge gedreven’ te werken, wat in strijd is met de overtuiging van de credit manager dat vooral winstgevende klanten belangrijk zijn voor de onderneming;
  • De directie enthousiasmeert niet of nauwelijks de afdelingen finance en sales tot het houden van strategische overlegmomenten, zij trekken hier de kar onvoldoende in;
  • De functie van de credit manager blijft in de meeste organisaties op een te laag niveau steken;
  • Bij slechts 8% van de ondervraagde bedrijven heeft de directie een provisiesysteem georganiseerd waarbij de verkoper zijn of haar provisie pas krijgt als de factuur betaald is.

GEZAMENLIJK DRAAGVLAK ONTBREEKT

De credit managers – of althans toch een groot deel van hen – moeten dringend hun directies wakker schudden. Als er verwacht wordt dat ze garant staan voor het gezonde werkkapitaal van de onderneming, moeten ze daarvoor de juiste tools in handen krijgen.

Het is aan de directie om een heldere bedrijfsdoelstelling ten aanzien van credit management te formuleren. Enkel zo kan men voldoende draagvlak creëren. Op dit ogenblik laat de directie dit té vaak over aan de credit manager zelf. Er is dus wel een bepaalde doelstelling wat betreft credit management, maar doordat deze geen directe vertaling is van hogere bedrijfsdoelen, bevindt deze zich op een té laag niveau waardoor een gezamenlijk draagvlak tussen sales en finance ontbreekt.

Daarnaast moeten credit managers er ook meer voor pleiten om de commerciële afdelingen in het debiteurentraject te betrekken. Het zijn de verkopers die vaak de beste contacten met de klanten hebben en alle afspraken vastleggen. Waarom wordt het al dan niet betalen van hun klanten, waarop zij toch het meeste invloed kunnen uitoefenen, niet opgenomen in hun KPI’s? Of beter nog: waarom wordt er geen koppeling gemaakt tussen hun provisie-uitkering en het betalingsgedrag van de klant? Ook hier ligt een verantwoordelijkheid voor de directie. Enkel zij kan via dit soort van ingrepen ervoor zorgen dat verkopers ‘credit management bewust’ gaan denken en handelen.

CREDIT MANAGERS: KIJK OOK IN EIGEN BOEZEM

Maar het zijn niet enkel de directies die moeten worden wakker geschud. Wat dacht u van de vaststelling dat bij 55% van de ondervraagde bedrijven de klantenportefeuille niet wordt ingedeeld op basis van risico’s en kansen? Met andere woorden: dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen klanten die goed of slecht betalen, tussen klanten die wel of niet kredietwaardig zijn en tussen klanten met grote en kleine omzet?

Dit is op z’n minst een van de meest bedenkelijke uitkomsten uit ons onderzoek. Het opmaken van een dergelijke opdeling is immers één van de absolute prioriteiten van elke credit manager. Enkel zo kan hij of zij een effectieve en klantgerichte credit management-aanpak uit de grond stampen.

26/11/2014

Strijd tussen finance en sales kost bedrijven veel geld

Finance en sales slagen er nog altijd niet in om goed samen te werken. Dat blijkt uit het onderzoek van Graydon en Credit Expo onder credit managers, dat gehouden werd in aanloop naar de 10e editie van de Credit Expo beurs op 6 november.

De winstgevendheid van hun klanten blijkt voor bedrijven nog steeds ondergeschikt aan de hoeveelheid klanten. Hierdoor laten organisaties niet enkel veel geld liggen, ze brengen ook hun voortbestaan in gevaar. Volgens de Graydon-experts is dit onbegrijpelijk, zeker in tijden waar de verbetering van het werkkapitaal essentieel is om te kunnen blijven groeien.

Probleem begint bij directies

Volgens het onderzoek van Graydon en Credit Expo vindt er in bijna de helft van de bedrijven geen strategisch overleg plaats tussen credit management en commercie. Nog eens 39% van de ondervraagden oordeelt dat credit management onvoldoende hoog op de agenda staat bij hun directie. Frans van den Heuvel, manager research and learning bij Graydon: “Bedrijven besteden veel tijd en energie aan het binnenhalen van nieuwe klanten, maar of deze klanten winstgevend zijn, daar zijn ze veel te weinig mee bezig. Terwijl dit natuurlijk cruciaal is om als bedrijf te kunnen blijven groeien. Of sterker nog: om als bedrijf te kunnen blijven bestaan. Een structurele samenwerking tussen credit management en sales is cruciaal om naar een maximale winstgevendheid te kunnen streven.”

Provisie koppelen aan betaalgedrag

Een van de oorzaken van het uitblijven van een goede samenwerking tussen finance en commercie, is de aansturing bij sales. Bij de meeste bedrijven wordt de provisie van sales direct uitbetaald als de klant een handtekening onder de deal heeft gezet. In slechts 8% van de gevallen ontvangt sales haar provisie wanneer het geld van de klant daadwerkelijk op de rekening staat. Volgens Hans Peter Vloemans, salesmanager bij Graydon, ontbreekt het bij veel bedrijven hierdoor nog aan een gemeenschappelijk vertrekpunt. “Zolang sales niet verantwoordelijk gehouden wordt voor een betaalde factuur, blijft het probleem bij finance liggen. Door de provisie te koppelen aan het betaalgedrag van klanten, verschuift het belang van een (op tijd) betaalde factuur ook meer richting sales. Hierdoor zal de kans op trage betaling of zelfs wanbetaling, waardoor een bedrijf heel wat euro’s misloopt, afnemen.”

Van gate keeper naar business enabler

Uit het onderzoek blijkt verder dat 53% van de credit managers de klantportefeuille niet indeelt op basis van financiële risico’s of kansen. Volgens Frans van den Heuvel is dit nochtans een absolute voorwaarde voor elke credit management afdeling. “Elke klantgroep draagt een ander risico. Door klanten en prospects vooraf in te delen op kenmerken als betaalgedrag, kredietwaardigheid of omzetgrootte, krijgt sales beter inzage in waar de prioriteit en rendabiliteit ligt. Samen kan gekeken worden welke condities het meest passend zijn bij elke klantgroep voor winstmaximalisatie.”

Volgens van den Heuvel kan de credit manager op die manier van gate keeper naar business enabler evolueren. “Belangrijk hierbij is wel dat finance leert om niet enkel in functie van risico’s, maar ook in functie van kansen te denken.”

Toegang tot cruciale financiële data

Het delen van belangrijke (financiële) informatie is binnen veel bedrijven nog een ondergeschoven kindje: 65% van de ondervraagden beschikt niet over een gezamenlijk systeem waar zowel finance als sales informatie opslaat over klanten.

Volgens Marcel Wiedenbrugge, auteur van het boek Meer klantwaarde – door samenwerking tussen finance en commercie, kan het gebrek aan financiële informatie-uitwisseling tussen finance en sales leiden tot onnodige verliezen en inefficiënte samenwerking. “En dan heb ik het niet enkel over omzet die niet binnenkomt omdat de klant zijn facturen niet betaalt, maar ook over de verloren tijd aan het bezoeken van bedrijven die achteraf niet kredietwaardig of niet winstgevend blijken te zijn.”

Verkopers toegang geven tot databases met financiële informatie in de presale fase en sturen op klantwinstgevendheid (op basis van customer based accounting) vergt volgens Wiedenbrugge de nodige aanpassingen in de administratieve systemen. “Daar staat wel tegenover dat je als organisatie veel efficiënter en effectiever schaarse middelen kunt inzetten, waardoor de winstgevendheid op zowel korte als lange termijn zal toenemen.”

 

26/11/2014

CFO’s blijven optimistisch maar zien meer onzekerheid

Voor het eerst in 2 jaar zien CFO's de financiële en economische onzekerheid weer toenemen, maar globaal blijft hun houding positief.

Het optimisme is wel wat afgenomen, zo concludeert Deloitte Belgium uit de resultaten van zijn driemaandelijkse CFO-enquête. Deze editie, uitgevoerd tussen 12 en 30 september, leert dat de algemene financiële en economische onzekerheid voor het eerst in twee jaar weer is toegenomen. Deloitte Partner Thierry Van Schoubroeck, die het CFO Survey team leidt, vermoedt dat “geopolitieke gebeurtenissen, de verslechterde economische vooruitzichten voor de eurozone en bezorgdheid over de wereldeconomie wegen op de stemming van de CFO's.”

Tegelijk blijven de deelnemers aan de enquête toch optimistisch over de groeivooruitzichten in de VS en Zuidoost-Azië. En hoewel het CFO-optimisme - een van de belangrijkste indicatoren van de enquête - in het derde kwartaal sterk is gedaald, blijft het gevoel positief. CFO's van grotere bedrijven die vooral internationaal actief zijn, zien de toekomst echter somberder in dan hun collega's van kleinere ondernemingen die hoofdzakelijk in België opereren.

Op het einde van het derde kwartaal (en voor het derde kwartaal op rij) rapporteren de deelnemers dat de financiële resultaten van hun bedrijf het budget halen of het zelfs overtreffen. In tegenstelling tot in 2011-2013, toen ongeveer de helft van de organisaties consistent slechter presteerde dan het budget, zal de verhouding prestaties ten opzichte van budget voor 2014 positief zijn. De meeste deelnemers aan de enquête verwachten dat de inkomsten en de marges dit jaar zullen groeien, hoewel grotere bedrijven betere prestaties verwachten dan de kleine bedrijven.

De bereidheid om meer risico aan de balans toe te voegen blijft aanzienlijk hoger dan het meerjarig gemiddelde. De bedrijven worden met weinig problemen geconfronteerd op het vlak van financiering; krediet is vandaag goedkoper en beter beschikbaar dan in de gehele periode sinds 2009. “De meeste CFO's verwachten geen verandering in de kredietprijs en -voorwaarden in de komende maanden en veel organisaties beschikken ook over interne financieringsmogelijkheden,” merkt Thierry Van Schoubroeck op.

Defensieve strategieën zoals kostenverminderingen en verbetering van de efficiëntie zijn minder belangrijk geworden. Uit de enquête blijkt echter niet dat expansiestrategieën terrein winnen. Voor internationaal gerichte bedrijven is de belangrijkste rem op investeringen de toenemende onzekerheid over de wereldwijde financiële en economische omgeving. Voor lokale bedrijven zijn dat de lage groeivooruitzichten voor België en de eurozone.

Het nieuwe financiële en economische beleid wordt door de CFO's goed onthaald. Tijdens de periode van de enquête was de vorming van de nieuwe federale regering, die op 11 oktober begon, nog aan de gang. Maar voor het eerst sinds de lancering van de CFO Survey in 2009 stonden de CFO's positief tegenover de financiële en economische prioriteiten in het beleid en de mogelijke impact ervan op het succes van hun bedrijf.

De CFO’s verwachten vooral voordelen van de vermindering van de werkgeversbijdragen, de verlaging van de vennootschapsbelasting en de indexsprong. Die drie maatregelen werden in de regeringsverklaring tot op bepaalde hoogte weerhouden.

“In de vorige enquête rapporteerden we dat veel bedrijven bereid zijn om te investeren op voorwaarde dat de vooruitzichten op lange termijn duidelijker worden. Politieke stabiliteit en voorspelbare regelgeving zijn daarbij essentieel. Het is nu aan de nieuwe regionale en federale regeringen om die verwachting in te lossen,” zegt Thierry Van Schoubroeck.

26/11/2014

Naar een Waalse klant stuurt u een factuur in het Frans, of niet?

Om uw klant in Wallonië tegemoet te komen, verstuurt u hem een factuur in het Frans. Nu zegt die klant dat die factuur ongeldig is, want ze moest in het Nederlands opgesteld zijn. Hoe zit dat met de taal op uw factuur?

Uw factuur in het Frans.
Klantvriendelijkheid staat voorop! Daarom stuurt u uw klant in Wallonië uw factuur in het Frans op. U wilt hem immers niet bruuskeren door uw factuur in het Nederlands te bezorgen.

De taalwetgeving voorziet een verplichting voor Vlaamse bedrijven om facturen in het Nederlands af te leveren. Een bedrijf dat zijn exploitatiezetel in Vlaanderen heeft, is daarom verplicht om zijn facturen in het Nederlands uit te reiken, zo stelde ook de rechter (Antwerpen, 19.11.2012) .

Let op! Dat geldt trouwens niet enkel voor facturen naar Wallonië of Brussel, maar ook voor facturen die u naar het buitenland stuurt.

Is daar niets aan te doen?
Hoe gaat u daarmee om? Betaalt de klant de Franstalige factuur, dan is er uiteraard geen probleem. Doet een klant daar moeilijk over, dan kunt u moeilijk anders dan zo’n klant een nieuwe factuur te sturen, dit keer in het Nederlands. Pas indien de klant niet reageert op de Nederlandse factuur, mag u ervan uitgaan dat hij ze aanvaard heeft.

Dan maar beter direct in twee talen? Zo kunt u inderdaad het probleem voorkomen. Niets belet u om uw Waalse klanten direct een Nederlandstalige factuur te sturen én een Franse vertaling. Is dat teveel administratie dan kan u de factuur eerst in het Frans versturen & slechts bij protest ook een Nederlandse versie.

En in Brussel? Is uw bedrijf gelegen in het Brussels gewest, dan is het simpeler. U heeft dan de keuze om de factuur ofwel in het Nederlands ofwel in het Frans op te stellen.

Enkel voor de verplichte vermeldingen. De verplichting om de factuur in het Nederlands op te stellen gaat enkel over de verplichte vermeldingen op de factuur, zoals wat u geleverd heeft en de prijs.

Niet voor de algemene voorwaarden? Die mag u aan een Waalse klant dus wel in het Frans bezorgen.

Soms zelfs verplicht! Uw klant kan die voorwaarden immers soms naast zich neerleggen als ze in een taal zijn die hij niet verstaat. Dan geldt dus weer het omgekeerde, die algemene voorwaarden bezorgt u aan een Waalse klant het best in het Frans.

Let op! De rechter (Gent, 01.02.2012) oordeelde immers dat als u met een buitenlands bedrijf altijd contact heeft in het Frans of het Duits, die klant geen rekening moet houden met de Nederlandstalige voorwaarden die u stuurt.

29/10/2014

Wist u dat bij KMO’s 1 faillissement op 4 veroorzaakt wordt door laattijdige betalingen?

In 2013 werden de Belgische KMO’s sneller geconfronteerd met liquiditeitsproblemen dan in onze Europese buurlanden zoals Duitsland, Nederland en Frankrijk. In België kan één op vier faillissementen worden toegeschreven aan betalingsachterstallen bij hun klanten. In 2013 werden nooit meer faillissementen geregistreerd dan voorheen.

Anderzijds worden ondernemingen, en KMO’s bij uitstek, door hun (grotere) leveranciers vaker gedwongen om sneller te betalen: de gemiddelde betalingstermijn nam af van 47 naar 38 dagen. De combinatie van toenemende betalingsachterstallen aan klantenzijde en de kortere betalingstermijnen geëist door de leveranciers maakt dat veel bedrijven.

29/10/2014

Grove wanbetalingen tussen bedrijven gehalveerd

Het aantal grove wanbetalingen is gedaald van 14,3% in 2011 naar 8,87% in 2014. De gunstige evolutie wijst zowel op een versterkte professionele aanpak van de crediteuren- en debiteurenproblematiek binnen de bedrijfswereld als op een geleidelijk herstellend vertrouwen van de ondernemer in de economie.

Graydon brengt elk kwartaal het betaalgedrag van de Belgische bedrijven in kaart. Uit de studie van de twee eerste kwartalen 2014 blijkt dat 64,84% van de facturen binnen de afgesproken termijn betaald wordt. Daarnaast neemt het aantal grove wanbetalingen, dit zijn facturen die 90 dagen na de vervaldatum nog steeds openstaan, sterk af. In 2011 was er sprake van 14,3% grove wanbetalingen. In 2014 is dat nog ‘slechts’ 8,87%. Dit betekent een daling met de helft.

“Dit zijn hoopgevende signalen die wijzen op een economisch herstel en op een versterkte professionele aanpak van de crediteuren- en debiteurenproblematiek binnen de bedrijfswereld”, zegt Filip Hendrickx, specialist bedrijfsinformatie bij Graydon. “Maar er is zeker nog geen reden tot euforie. Vóór de crisis, in 2007, lag het percentage grove wanbetalingen op 7,58%. Daar zijn we dus nog lang niet. Een goede screening van zakenpartners blijft cruciaal om achteraf geen betalingsproblemen te hebben.”

Qua sectoren scoren de reisbureaus en reisorganisatoren heel goed. Deze krijgt een betaalscore van 9,6/10. Ook de detailhandel en de sector van de vervaardiging van voedingsmiddelen doen het met een betaalscore van 9,1/10 allebei heel goed.

Andere sectoren doen het minder goed. Zo krijgen cafés en bars een betaalscore van 3,7/10. Slechts 25% van de facturen wordt daar op tijd betaald. De groothandel in kledingaccessoires krijgt een score van 2/10. Slechts 16% van de facturen wordt daar op tijd betaald, terwijl 76% van de facturen 90 dagen na vervaldag nog steeds niet betaald was.

UNIZO reageerde door er ook op te wijzen dat nog altijd 1 op 3 facturen niet binnen de afgesproken termijn betaald wordt. Bijna 9% van de facturen wordt in België meer dan 90 dagen te laat of gewoon niet betaald. “Een daling, maar nog altijd veel te veel”, benadrukt UNIZO. Daarom bepleit de ondernemersorganisatie een snelle en doordachte invoering van een betalingsbevel in het Belgisch recht, een procedure waarbij ondernemingen snel en goedkoop een vonnis kunnen krijgen tegen een wanbetaler. Voorts wil UNIZO een evaluatie van de recente wijziging van de ‘Wet ter bestrijding van betalingsachterstand’. Daardoor moet worden nagegaan wat de impact van die wetswijziging is geweest op de betaaltermijnen in België, zeker ten aanzien van de overheid. Overigens moeten vooral de overheden het voorbeeld geven door zich te engageren hun facturen tijdig te betalen. Dat is een voor de hand liggend bewijs van hun veel herhaalde beloftes om de KMO’s actief te steunen.

29/10/2014

Veel leveranciers later betaald door internationale klanten

Uit een recente studie van Basware en Mastercard blijkt dat meer dan de helft (57%) van de internationale bedrijven betaling aan leveranciers uitgesteld hebben de afgelopen 12 maanden.

In het kader van de studie ‘Creating Payment Energy’ werden meer dan 1.000 strategische besluitvormers uit heel Australië, Europa en de VS ondervraagd om na te gaan hoe de spanningen tussen kasbeheer en efficiënte betaalprocessen de prestaties van ondernemingen beïnvloeden en gevolgen kunnen hebben voor de ruimere bedrijfswereld.

Enkele belangrijke bevindingen van deze studie:

  • Hoewel de overgrote meerderheid van de respondenten (88 procent) het ermee eens is dat leveranciers snel 
moeten worden betaald, gaf meer dan de helft (57 procent) van hen toe het afgelopen jaar betalingen actief te 
hebben vertraagd.
  • Drie kwart (74 procent) van de besluitvormers is van mening dat late betalingen nu eenmaal deel uitmaken van 
het zakenleven en onvermijdelijk zijn, hoewel 90% beseft dat vertragingen bij het betalen grotere gevolgen hebben voor ondernemingen en bijvoorbeeld problemen kunnen creëren bij het betalen van het personeel of het terugschroeven van investeringen.
  • Twee derde (67 procent) gaf aan betaalvoorwaarden te hebben gebruikt als strategisch hulpmiddel om de kasstromen te beheren.
  • Slechts één op vier ondernemingen beschikt over sterk geautomatiseerde processen om betalingen efficiënt af te handelen.

De bevindingen bevestigen de cultuur van late betalingen die een belemmering vormt voor zowel kleine als middelgrote onderneming (KMO’s) en die intussen door drie op vier bedrijven als een normale gang van zaken beschouwd wordt.

Om deze gang van zaken te doorbreken, introduceren Basware en Mastercard de oplossing Basware Pay, die de betaalprocessen van kopers en leveranciers met elkaar verbindt en een optimalisatie van het werkkapitaal toelaat. De oplossing laat kopers toe om hun cash flow beter te managen en leveranciers om sneller betaald te worden.

“Aangezien drie vierde van de ondernemingen meer dan 50 leveranciers heeft en meer dan twee derde van deze ondernemingen meer dan 100 facturen per maand krijgt, heeft een cultuur van late betalingen gevolgen voor zowel de individuele organisaties als de economie in haar geheel,” zegt Esa Tihilä, chief executive officer bij Basware. “Hoewel het gezien het financiële klimaat begrijpelijk is dat ondernemingen een deel van hun kasmiddelen oppotten, geeft dit ook blijk van inefficiënte processen en slechte praktijken. Ondernemingen zijn het zichzelf en hun toeleveringsketen verschuldigd om de waarde te ontsluiten en het geld te laten circuleren.”

Basware en MasterCard willen met de betaalprocessen van kopers en leveranciers op elkaar aansluiten via het Basware Commerce Network. Leveranciers versturen hun facturen via het netwerk, waarna ze door de koper worden goedgekeurd en beschikbaar worden voor betaling. De leverancier wordt stipt betaald, terwijl de koper gewoonlijk over een ruimere betaaltermijn beschikt. Door gebruik te maken van het netwerk profiteren beide partijen van rijkere betalingsgegevens en een volledige transparant betaalproces. Zo hoeven ze niet langer achter betalingen aan te zitten of nagezeten te worden.

“Meer dan ooit vertrouwen ondernemingen op een steeds complexer wereldwijd netwerk van partners en leveranciers. Het vermogen om snel te kunnen reageren is van essentieel belang om te kunnen deelnemen aan dit rijke, wereldwijde ecosysteem,” zegt Hany Fam, directeur bij MasterCard Enterprise Partnerships. “Een integratie van het facturatie- en betalingsproces kan de spanning weghalen en de wereldwijde economie een boost geven.”

29/10/2014

Beslag leggen onder derden ... bij uzelf !

Het hof van cassatie benadrukt het belang van het tijdig afleggen van een verklaring als zogenaamde derdebeslagene. Wat moet u nu doen, waarover gaat dit eigenlijk…

Beslag onder derden
Uw leverancier blijkt een wanbetaler te zijn.
Op zich is het feit dat uw leverancier in slechte papieren zit en zijn facturen niet kan betalen niet uw probleem. Echter dat kan wijzigen…

Eén of meerdere schuldeisers van uw leveranciers vallen u lastig. Ja dat kan. Indien zij beslag ‘onder derden’ leggen wordt u betrokken partij. Op het moment dat zij weten dat u nog één of meerdere facturen te betalen hebt aan deze leverancier, dan willen zij zo vermijden dat u aan die leverancier betaalt terwijl die laatste hun niet betaalt.

Mogelijk krijgt u een deurwaarder over de vloer die u er officieel van verwittigt dat er beslag wordt gelegd. Dat is uiteraard geen reden tot paniek. Het gaat hier normalerwijze over een ‘bewarend beslag’, noem het een voorzorgsmaatregel. En het voordeel is dat u ook niet meteen met geld over de brug komen!

Wat moet / mag u doen? Na een bewarend beslag ‘mag’ u de facturen van uw leverancier niet meer betalen. Uw leverancier mag het u dus ook niet kwalijk nemen dat u de vervaldag laat passeren.
Meer nog: Ook de daarop volgende facturen van diezelfde leverancier mag u niet betalen.
Nog meer: Mocht u die toch betalen dan riskeert u die naderhand nog voor een tweede maal te moeten betalen.

Overzicht: Ook bent u verplicht om ook een overzicht aan de beslagleggende firma of deurwaarder te overhandigen van alle facturen die u aan die leverancier dient te betalen & dit binnen de 15 dagen.

Meewerken: Dat u best meewerkt bewijst de uitspraak van Cassatie (28.11.2013) die een handelaar verantwoordelijk stelde voor de totale schuld van de leverancier omdat het derdenbeslag werd tegengewerkt.
Meer nog: Een bewarend beslag kan een uitvoerend beslag worden en dan dient u wel te betalen .. aan de beslagleggende firma.

Conclusie: Ontvangt u een bewarend beslag, Betaal dan niets aan uw leverancier en bezorg de beslagleggende firma binnen de 15 dagen een overzicht.

29/09/2014

Late betalingsgewoonten blokkeren wereldwijde groei

Meer dan 57% van internationale organisaties in het nieuwe wereldwijde onderzoek dat in opdracht van Basware en MasterCard is uitgevoerd, geeft toe bewust rekeningen aan hun leveranciers vertraagd te hebben voldaan in de afgelopen twaalf maanden.

Deze bevindingen onderstrepen de late betalingscultuur die drie van de vier bedrijven ‘normaal’ vinden maar de zakelijke prestaties vertragen en met name het MKB kan raken. Om deze gewoonte te doorbreken, introduceren Basware en MasterCard samen Basware Pay, een nieuwe oplossing die betalingsprocessen van leveranciers en afnemers met elkaar verbindt, waarmee je de cashflow kunt beheren en waarmee vervroegde betalingen kunnen plaatsvinden.

“Wanneer 75% van het zakenleven meer dan vijftig leveranciers heeft en tweederde meer dan 100 rekeningen per maand ontvangt en verstuurt, zal de ‘cultuur’ van te late betalingen niet alleen de individuele bedrijven raken maar ook de gehele economie”, zegt Esa Tihilä, CEO van Basware. “Dat bedrijven hun geld wat langer vasthouden in economisch uitdagende tijden is begrijpelijk, maar dit geeft ook meteen de inefficiëntie van bepaalde processen aan. Bedrijven dienen verantwoordelijkheid te nemen naar zichzelf én hun supply chain om continu in beweging te zijn.”

Voortbordurend op hun bestaande samenwerking hebben Basware en MasterCard hun expertises gecombineerd en zodoende Basware Pay gelanceerd. Het is de nieuwe innovatieve oplossing die is ontwikkeld om zo problemen aan te pakken die zakelijke ontwikkelingen in de weg staan. De oplossing verbindt de betalingsprocessen van afnemers en leveranciers via Basware Commerce Network. De facturen van de leveranciers worden via het Basware Commerce Network verzonden en goedgekeurd door de afnemer. Eenmaal goedgekeurd zijn ze beschikbaar voor betaling via een virtueel MasterCard-rekeningnummer. De leverancier ontvangt een tijdige betaling en de betaler krijgt ruimte om de betalingstermijn te verlengen. Beide partijen hebben zo voordeel van afhandelingsdata en hebben inzicht in het volledige proces alsmede de betalingen.

“Meer dan ooit leunt het wereldwijde zakenleven op een complex netwerk van partners en leveranciers. Flexibiliteit in een turbulente omgeving is daarbij belangrijk”, zegt Hany Fam, President MasterCard Enterprise Partnerships. “Het integreren van factuur- en betalingsprocessen kan de wrijving uit het systeem halen en de wereldwijde economie een boost geven. De combinatie van het wereldwijde netwerk van MasterCard met het purchase-to-pay-platform van Basware heeft de potentie in zich verandering in gang te zetten.”

Meer dan 1.000 strategische beslissers uit Australië, Europa en de Verenigde Staten hebben aan het onderzoek ‘Creating Payment Energy’ deelgenomen. Een aantal bevindingen:

Terwijl het overgrote deel (88 procent) van de ondervraagden aangeeft dat afnemers hun rekeningen op tijd dienen te betalen, geeft iets meer dan helft (57 procent) aan bewust rekeningen vertraagd te hebben voldaan in de afgelopen twaalf maanden;

Drie kwart van de beslissers (74 procent) denkt dat verlate betalingen er simpelweg bijhoren en altijd zullen blijven, ondanks het feit dat 90 procent erkent dat verlate betalingen grote gevolgen kunnen hebben voor het zakenleven (waaronder het betalen van salarissen of het maken van investeringen);

Tweederde (67 procent) geeft aan dat zij betalingstermijnen als middel hebben gebruikt om de cashflow te beheren;

Slechts en op de vier bedrijven heeft zwaar geautomatiseerde processen om betalingen efficiënt te regelen.

29/09/2014

CFO’s zijn workaholics

Drie op vier Belgische CFO’s en financieel directeurs werken drie van de vier weekenden en ze zijn steeds ruimer beschikbaar voor het werk.

Bijna een kwart (24%) van de Belgische CFO’s en financieel directeurs werkt drie van de vier weekenden, zo blijkt uit een onderzoek uitgevoerd in opdracht van Robert Half, een gespecialiseerde rekruteringsbedrijf.

Uit de antwoorden van 200 Belgische CFO’s en financieel directeurs blijkt verder dat 80% van de Belgische CFO’s en financieel directeurs het afgelopen jaar meer beschikbaar is geweest voor het werk buiten de kantooruren. Slechts 20% van hen zegt dat hun beschikbaarheid niet groter werd.

‘beschikbaarheid’ betekent concreet de telefoon laten aan staan en e-mails controleren. 40% van de respondenten zegt dat zijn/haar werktelefoon altijd aanstaat en dat hij/zij inkomende e-mails altijd controleert na de kantooruren. 51% zegt dit enkel te doen wanneer ze een deadline moeten halen. Slechts een kleine minderheid (9%) schakelt zijn/haar telefoon uit wanneer ze het werk verlaten.

Meer dan één op drie (34%) van de financieel directeurs en CFO’s zegt elke dag maximaal 30 minuten te besteden aan het controleren van zakelijke e-mails buiten de normale werktijden.

Ook in het weekend staat de computer of smartphone geregeld aan. 29% van de CFO’s en financieel directeurs geeft aan om het andere weekend te werken, terwijl 24% van hen drie van de vier weekenden werkt. Slechts 20% van de CFO’s en financieel directeurs werkt nooit in het weekend.

Frédérique Bruggeman, Managing Director Robert Half Belux, wijst erop dat ondernemingen hun medewerkers steeds vaker stimuleren om buiten de kantooruren het werk te laten rusten om burn-out te voorkomen. Toch is dit niet altijd haalbaar in de praktijk: “In veel bedrijven ligt de werkdruk erg hoog en is er in vele gevallen te weinig personeel om al het werk onder anderen te kunnen verdelen en uit te voeren. We merken dat bedrijven die geen permanente medewerkers willen aanwerven steeds vaker een beroep doen op tijdelijke professionals om de werkdruk beter te verdelen.”

De minister van Arbeid van de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen, Guntram Schneider, liet in augustus 2014 weten dat hij een antistresswet wil invoeren om de bereikbaarheid in de vrije tijd van het personeel, wettelijk te beperken. Zo’n vaart loopt het in België niet, maar toch besteden ook Belgische werknemers heel wat tijd aan het werk buiten de normale werktijden.

Het onderzoek is een initiatief van Robert Half en werd uitgevoerd in juni en juli 2014 in alle anonimiteit door Market Probe, een onafhankelijk onderzoeksbureau, bij 200 CFO’s en financieel directeurs over heel België.

29/09/2014

DSO is geen graadmeter voor succes

DSO: Days Sales Outstanding is wereldwijd een bekend begrip. Toch is niet iedereen even positief over deze ratio.

Ikzelf ben eigenlijk ook geen voorstander van de DSO. Het is absoluut een goede ratio om een benchmark mee uit te voeren, maar als graadmeter voor individueel succes voldoet het niet. Hier zijn verschillende redenen voor.

DSO: alles op één hoop
Allereerst zijn er heel wat verschillende formules om de DSO-ratio te berekenen. Al deze berekeningen leveren verschillende resultaten op, wat de betrouwbaarheid van de resultaten in twijfel trekt. Ten tweede is de DSO het gemiddelde van grote en kleine bedragen, ‘goede’ en ‘slechte’ betalers en is het gebaseerd op beide lange en korte betaaltermijnen. Dit zorgt ervoor dat wanneer u een uitzonderlijk hoge factuur met een lang betaaltermijn heeft, er een extreem laat betaalde factuur openstaat of een maand heeft waarin u weinig verkoopt, dit een negatief beeld geeft over uw DSO-cijfer.

(Tip van eXago: Bereken de DSO via ‘gewogen gemiddelde’ en vermijd alvast dit probleem!)

DSO geeft soms een te positief beeld
Er zijn ook gevallen waarin de DSO uw situatie positiever schat dan deze in werkelijkheid is. Denk maar aan een maand waarin u bovengemiddeld verkoopt. En wat doet u met verdachte of incorrecte facturen? Laat u deze meewegen of niet? De DSO-ratio geeft ook geen voorspelling van de toekomst. Omdat er geen koppeling wordt gemaakt met de financiële gezondheid van uw portefeuille, kan het DSO-cijfer daarom snel veranderen. U hebt geen garantie dat een klant die, ondanks financiële problemen, vandaag op tijd betaalt, dat morgen ook zal doen.

DSO: niet voor finance, wel voor sales
Dit betekent niet dat DSO-ratio onbelangrijk is. Aandacht besteden aan deze ratio is het begin van een doordacht credit management beleid. Vergeet niet dat heel veel ondernemingen alsnog benchmarks uitvoeren op basis van DSO. Een goede DSO score geeft u een duidelijke indicatie van uw werkwijze en hoe uw klanten betalen. Het levert u dus een positief imago op.

In mijn mening moet de DSO vooral een indicator zijn, en geen KPI voor de Finance afdeling. Maar vanwege het positieve imago is het wel een goed idee om de DSO als KPI te gebruiken op de Sales afdeling. Wat is uw mening?

Door: Marleen Miechielsen
Bron: Graydon Blog

29/09/2014

In 6 stappen kredietrisico’s omlaag

Een gezonde 'doe-het-zelf'-mentaliteit als het gaat om kredietrisico's brengt veel voordelen met zich mee.

Organisaties die het credit risk-proces niet alleen aan verzekeraars overlaten, maar zelf uitvoeren, maken minder kosten en zijn flexibeler, zonder dat hun risicoprofiel hoeft te veranderen. Zeker nu kredietverzekeraars hun limieten hebben aangescherpt, loont het om zelf ‘in control’ te zijn.

Bedrijven maken zichzelf te afhankelijk van kredietverzekeraars. Zij verliezen daardoor flexibiliteit en snelheid. Bovendien hebben verzekeraars de laatste jaren hun limieten aangescherpt, waardoor risico’s op leveringen toch omhoog zijn gegaan. Dat laatste is ook de reden waarom bedrijven de kredietanalyse liever zelf willen doen. Logisch, want alle risico’s die je zelf in kaart kunt brengen en onder controle hebt, hoef je niet te verzekeren.

Maar dat zijn niet de enige voordelen. Banken zien graag dat organisaties werken met een kredietverzekeraar, maar hebben ook graag dat bedrijven controle hebben over hun eigen debiteurenproces. Bovendien vergroot het in eigen huis halen van het credit risk-proces de mogelijkheden om betere relaties met klanten aan te gaan doordat de beslissingen veel transparanter en sneller kunnen worden genomen. Er is nog altijd een rol voor kredietverzekeraars, maar het is zinvol om een aantal processen die altijd aan de verzekeraar werden overgelaten, vanaf nu zelf te doen. Maar hoe?

1. Wees ‘in control’

Veel meer dan vroeger willen bedrijven zelf ‘in control’ zijn waar het hun kredietrisico’s betreft. De rol van de kredietverzekeraars is hier debet aan. Want wat als een externe partij – de verzekeraar – de limieten verlaagt of zelfs intrekt en adviseert geen zaken te doen met een klant? Zoiets verstoort de samenwerking met belangrijke business partners. Het is ook helemaal niet nodig, tenminste niet wanneer je het zelf kunt managen. Niet alleen vanuit een risicoperspectief is het zelf managen van kredietrisico’s interessant, maar ook vanuit een financieringsperspectief. Banken zien graag dat bedrijven controle hebben over hun debiteurenproces. Een kredietverzekering draagt daar in hun ogen aan bij, maar je kunt nog strakker met de bank onderhandelen over financiering wanneer je credit risk zelf strak hebt ingeregeld

2. Verbeter je dialoog met debiteur

Beter inzicht in kredietrisico’s vergroot de mogelijkheden om een constructieve dialoog met een klant aan te gaan. Het is interessant om meer informatie te verkrijgen over de specifieke risico’s dan alleen de ‘rode vlag’ die de kredietverzekeraar afgeeft over een debiteur. Zo kun je als leverancier ook zelf het proces van risicobeoordeling transparant maken naar deze stakeholder. Parameters kunnen dan misschien op rood staan, maar inzicht zorgt voor een bepaalde dialoog met de debiteur. Over de voorwaarden waaronder levering toch kan plaatsvinden en over hoe je samen de continuïteit voor de toekomst kunt bewaken. Vroeger waren bedrijven afhankelijk van de kredietverzekeraar, maar nu willen zij zelf beslissingen kunnen nemen waarmee zij hun verantwoordelijkheid in het credit risk-proces oppakken en het gesprek met de klant aangaan.

3. Verklein de rol van de verzekeraar

Niemand weet meer van jouw klanten dan jouw eigen organisatie, veel meer dan de kredietverzekeraar. Informatie komt onder meer uit eigen betaalgegevens en uit marktkennis. De kunst is om die informatie bij elkaar te krijgen en daarop te acteren. Dat kost uiteraard tijd, geld en moeite, maar het is wel heel logisch om het zelf te doen. Eigenlijk is het heel gek dat die rol lange tijd grotendeels elders lag.  De rol van de kredietverzekeraars komt deels voort uit hun positie in de financierings- en risicoketen; een organisatie heeft behoefte om financiering te krijgen, de banken vragen vervolgens om een kredietverzekeraar en de kredietverzekeraar stelt eisen over acceptabele risico’s. Zo is de keten compleet. Kredietverzekeraars hebben ook zeker hun nut, maar dek dan alleen de grootste risico’s af door middel van een kredietverzekering, want sommige risico’s zijn simpelweg te groot om alleen zelf te dragen. Bijvoorbeeld het risico dat de allergrootste klant omvalt, of een omvangrijke order onbetaald blijft.

4. Breng informatie in kaart

Alles zelf doen: het klinkt goed, maar hoe kom je tot de juiste beslissingen? Betrouwbare informatie is essentieel en daarom begint dit proces met datamanagement. Is er bijvoorbeeld sprake van dubbelingen in systemen? Kloppen adressen van debiteuren nog wel? En zijn de btw-nummers geregistreerd? Dit is de basisinformatie waar de allereerste check op gedaan moet worden. En om dat te doen moet er in jouw systems of record een duidelijk identificatienummer zijn van het betreffende bedrijf, waaronder data is samengevoegd.  Deze informatie is ook te koppelen met datadiensten en Business Intelligence uit externe bronnen waarin kredietrisico’s in kaart zijn gebracht, bijvoorbeeld marktinformatie. Als dit alles op z’n plek staat, dan weet je wie je klanten zijn en in welke categorie er risico zit. Meestal gaat hier de ‘80/20-regel’ op, waarbij het risico voornamelijk bij 20 procent van de debiteuren. zit. Zo focus je alvast op de klanten met de grootste risico’s.

5. Maak de extra meters

Om tot een uniforme beoordeling te komen, moet informatie uit verschillende bronnen gecombineerd worden. Informatie uit de eigen data (financiële data, data over eigendomsverhoudingen, landen, branches, posities van klanten en betalingsgedrag), maar ook externe datadiensten en Business Intelligence. Heb je dat eenmaal in kaart, dan kun je daarmee modellen ontwikkelen. Dit is iets dat ook rustig uitbesteed kan worden, net als het doorontwikkelen en het voortdurend kalibreren van het model. Dat laatste is belangrijk, want in de praktijk werken veel bedrijven met beslisbomen uit pakweg 2006. Deze zijn vaak niet meer accuraat, want markten veranderen immers voortdurend. Het verzamelen van informatie uit diverse bronnen en het ontwikkelen en doorontwikkelen van modellen is misschien in eerste instantie arbeidsintensief, maar het levert tegelijk ook veel betere inzichten op. Want uiteindelijk is je doel wel om de 80/20 uit elkaar te halen en een model dat ook aansluit bij de behoefte van de salesafdeling. Dus geen ‘orderblocks’, maar een kapstok om de dialoog met de klant aan op te hangen.

6. Breng credit risk naar hoger plan

Als alle informatie eenmaal bij elkaar gebracht is en er een model is waarmee iedereen in de organisatie aan de slag kan, dan is credit risk in de organisatie naar een hoger plan gebracht. Want dan ben je in staat om klanten individueel en vanuit portefeuilleperspectief te beschouwen en te boordelen. De risicoketen staat beter en de organisatie is in staat adequater op risico’s te reageren. Bijvoorbeeld door het verkleinen van de business bij een klant of het aanpassen van betalingstermijnen in sales, maar ook in debiteurenbeheer.

De uitkomst van kredietrisicoanalyses moet dan wel in ERP- of debiteurensystemen zichtbaar zijn, zodat men ook op de werkvloer aan het werk kan gaan met het managen van risico. Gewijzigde financials, zoals achterblijvende betalingen of bijgestelde limieten, moeten direct in deze systemen zichtbaar zijn om te voorkomen dat er nieuwe orders uitgaan als dit niet verantwoord is. De organisatie als geheel is nu veel meer ‘in control’ wat betreft kredietrisico’s.

25/08/2014

Geef uw debiteurenbeheerder WAPENS

Dagelijks zijn debiteurenbeheerders actief om achterstallige vorderingen te incasseren. Telefonisch incasseren is hierbij een middel dat maar al te vaak wordt ingezet. Maar heeft uw debiteurenbeheerder wel de juiste wapens om succesvol te zijn? In dit blog leest u over mijn ervaringen.

Weinig bevoegdheden

Ik kom het te vaak tegen om het te negeren. Debiteurenbeheerders die, in onderhandelingen met de klant, te weinig mogelijkheden hebben om snel te kunnen schakelen. Zeker bij het telefonische benaderen van klanten ontbreekt het veel debiteurenbeheerders aan concrete bevoegdheden om effectief hun werk te doen. En welke onderhandelaar wil nu een onderhandeling instappen zonder te weten welke ruimte hij van zijn opdrachtgever heeft?  Toch is het bij debiteurenbeheerders meer uitzondering dan regel!

Met de rug tegen de muur

Het gevolg is dat de leidinggevende of de ondernemer zichzelf met deze aanpak te kort doet, met als gevolg late betalingen, een hoge DSO, of extra (administratie) werk. Zelfs uw imago wordt beschadigd als uw debiteurenbeheerder geen vuist kan maken. Uw klanten nemen uw debiteurenbeheerder en uw bedrijf niet serieus.

Welke wapens geeft u uw medewerker mee?

Betalingstermijn
Tot hoeveel dagen mag uitstel van betaling gegeven worden?  Een dag? Een week? Wat staat u toe en vooral wat niet?

Creditering
Tot welk bedrag mag uw debiteurenbeheerder een creditering direct toezeggen om vandaag een bedrag van € 10.000 euro te incasseren?

Betaalgedrag
Welke betaalgedrag  staat u niet meer toe, ook als commerciële belangen op het spel staan?

Inkoopvoorwaarden
Accepteren we altijd de inkoopvoorwaarden van de klant of juist nooit?

Rente, administratiekosten
Tot welk bedrag schelden we rente en kosten kwijt om een betaling te realiseren?

Leveringsstop
Op welk moment zet uw medewerker een leverstop in zonder overleg met de achterban?

Vertrouwen
Zomaar een paar wapens en vragen waarop u samen met uw medewerker een antwoord moet hebben voordat u hem of haar de onderhandelingen in stuurt. Het gaat niet alleen om heldere afspraken, maar ook het hebben van vertrouwen in uw collega’s. Een effectieve debiteurenbeheerder moet uw vertrouwen hebben om een juiste afweging van belangen te kunnen maken. Dat zal in de zakelijke praktijk geen onbeperkt vertrouwen zijn. Vertrouwen verdient nu eenmaal heldere kaders en goede controle achteraf.

Hoe houdt u de controle?

Daarom adviseer ik u uw debiteurenbeheerder te laten rapporteren, maar u ook te adviseren over de inzet van de verschillenden wapens. Welke termijn geeft hij weg? Of welke korting?  Een dagelijks of wekelijkse rapportage per wapen geeft snel inzicht en biedt u de mogelijkheid bij te sturen als dat nodig mocht zijn.

Wat zal het resultaat zijn?

Binnen uw credit management beleid zal het resultaat van de juiste wapens voor uw mensen u verbazen. Zoals eerder al opgemerkt zal een lagere DSO, minder achterstalligheid en minder werk het directe gevolg zijn. Maar ook een meer gemotiveerde medewerker en meer  tevreden klanten maken het de moeite waarde het vandaag nog aan de orde te stellen.

Noot voor de debiteurenbeheerder: dwing bovenstaande wapens en eigen bewegingsruimte af. Ik ben benieuwd naar uw ervaringen of vragen.

Door: Frans Van den Heuvel van Graydon

 

25/08/2014

Uitkijken voor zombiebedrijven

Euler Hermes’ recentste globaal economisch vooruitzicht voorspelt wereldwijd 8 procent minder faillissementen in 2014. België echter moet nog een stijging verwachten van 3%.

“Over het algemeen lijkt 2014 veelbelovend, maar dit goede nieuws betekent niet noodzakelijk dat bedrijven weer hun sterkste niveau halen,” zegt Wilfried Verstraete, voorzitter van de directie van Euler Hermes. “Terwijl bedrijfsresultaten versterken, blijft de omzet voor veel bedrijven gelijk, wat duidt op groeiende concurrentie en aanhoudende onrust. Daarnaast blijft, ondanks de daling van het aantal faillissementen, het risico van wanbetaling erg reëel in een snelgroeiende wereld.” Het blijft een uitdaging om landen te identificeren met veel ‘zombiebedrijven’ die weliswaar geld genereren, maar niet in staat zijn om genoeg handel te creëren om schulden af te lossen en zo mogelijk leveranciers aantasten.

De studie van Euler Hermes over 42 landen ziet het aantal faillissementen wereldwijd in 2015 nog niet terugkeren naar het precrisisniveau. De verwachte daling in 2015 zal beperkt zijn (-3%), vooral in Europa.

Voor België verwacht Euler Hermes in 2014 nog een stijging van de faillissementen met 3 % tot 12.090 en volgend jaar (2015) een stabilisatie, ondanks een licht dalende trend in de eerste vijf maanden van dit jaar.

De economische groei wordt dit jaar geschat op 1,1 %, wat te laag is voor een significante daling. Volgend jaar zou de groei van het BBP 1,6 % bedragen.

België worstelt vooral met een verslechtering van de concurrentiepositie. De handelsbalans vertoonde vorig jaar een deficit van 7,3 miljard euro, wat gepaard ging met een deficit op de lopende rekening van 1,7 % van het BBP. Vooral de intracommunautaire handel (-12.2 miljard euro) is fors negatief. De hoofdoorzaak is gekend: de hoge loonkosten.

Dit keer wordt niet de horeca (17 %) het hardst getroffen, maar voor het eerst sinds lang opnieuw de bouwsector (18 %). De fiscale onzekerheid rond de woonbonus, de restrictievere houding van de banken met betrekking tot de hypothecaire leningen en de onzekerheid over de toekomst versterken dit effect.

Die onzekerheid drukt ook de particuliere consumptie: ze zou dit jaar in België amper stijgen met 0,1 %. De retail komt daardoor met 12 % der faillissementen onder druk, wat nog versterkt wordt door de sterke opgang van e-commerce.

Het zijn echter vooral de kleinere bouwbedrijven en handelszaken die het moeilijk hebben en over de kop gaan. De grotere hebben een beter weerstandsvermogen, maar ze worden ook alle geconfronteerd met sterk dalende winstmarges. Daarbij komt nog dat buitenlandse bouw- en distributiebedrijven (vooral uit Nederland) met scherpe prijzen de Belgische markt willen veroveren. Men wordt zo gedwongen tot herstructureringen.

Euler Hermes’ analyses per land, sector en bedrijfsgrootte benadrukken hoe ongelijk het industrieel  herstel is. In sommige landen – Oostenrijk, Canada, Duitsland, Japan en andere Zuidoost Aziatische landen, Zwitserland, het VK en de VS – is het aantal faillissementen al gedaald. Afhankelijk van veranderende bedrijfsomstandigheden zal er in 2015 een beperkte daling of zelfs een toename te zien zijn.

De Europese landen waar de private sectoren het meest hebben geleden onder bezuinigingsmaatregelen (bijvoorbeeld Portugal en Spanje) zullen verbetering zien dankzij aanpassingen in de voorgaande jaren. De terugkeer van concurrentievermogen en investeerdersvertrouwen zullen vruchten afwerpen, met potentiële toenames in handel binnen en buiten Europa, wat de kracht van de positieve trend zal bepalen.

Opkomende markten zoals Brazilië, China, Rusland en Turkije zien externe instabiliteit en tegenwind tegemoet, samen met een langzamere groei door veranderende businessmodellen. Dit zal de winstgevendheid van bedrijven en solvabiliteit aanzienlijk blijven beïnvloeden, de ontwikkeling van gezonde supply chains belemmeren en het aantal faillissementen doen toenemen.

In sommige West-Europese landen – waaronder, naast België, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië en Luxemburg – blijven faillissementen op een hoog niveau. Centraal- en Oost-Europese landen staan voor soortgelijke uitdagingen door een domino-effect: faillissementen zullen slecht met 2 procent afnemen in 2014. Doelgerichte en efficiënte cyclische maatregelen, bovenop geplande structurele hervormingen zijn nodig om herstel te stimuleren.

25/08/2014

Optimisme bij cfo’s blijft toenemen

Na een positief gestemd begin van 2014 blijven de Belgische CFO’s optimistisch over de businessvooruitzichten. 7 op 10 ziet de inkomsten stijgen.

Meer dan 70% van de respondenten in de enquête verwacht een stijging van de inkomsten in 2014, vergeleken met 2013 en meer dan 50% verwacht hogere bedrijfsmarges.

“Het optimisme van de CFO’s verbeterde reeds in de tweede helft van vorig jaar, maar dit hernieuwde optimisme heeft zich nog niet vertaald in betere financiële prestaties. Het is hoopgevend dat in het eerste kwartaal van dit jaar – en voor het eerst in 2,5 jaar – twee derde van de organisaties presteert zoals gepland, of zelfs nog beter doet dan aanvankelijk begroot,” zo stelt Deloitte Partner Thierry Van Schoubroeck.

Nu ze hun grootste zorgen over het economisch herstel achter zich kunnen laten, verleggen de CFO’s hun aandacht steeds meer naar hun concurrentiepositie. 35% meent dat dit een goed moment is om meer risico’s te nemen in hun balansen, tegenover 21% vorig kwartaal. “In de loop van de voorbije kwartalen ging de vrijwaring van de concurrentiepositie van hun bedrijven geleidelijk aan de plaats innemen van het economisch herstel als grootste bekommernis voor de CFO’s,” stelde Thierry Van Schoubroeck vast. “In dat licht is het niet verrassend dat bedrijven streven naar het juiste evenwicht tussen voorzichtige uitbreidingsstrategieën enerzijds en defensieve strategieën anderzijds.”

CFO’s blijven overigens lage verwachtingen koesteren voor de Belgische economie. Slechts 9% voorspelt een groei van meer dan 1% in 2014 en 44% verwacht een verschuiving in de vork van 0.6% tot 1%. CFO’s zijn optimistischer over het groeipotentieel van hun eigen organisatie dan over de economie in haar geheel. “De verwachtingen van CFO’s omtrent het ritme van de Belgische economische groei zijn minder optimistisch gestemd dan die van internationale organisaties of van de Belgische Nationale Bank.”

 

25/08/2014

Betalingsachterstanden wegwerken

Geen betalingsachterstanden meer: daar droomt elke schuldeiser van, zeker als de schuldenaar een overheidsinstelling is.

De wetgever voerde eind 2013 onder druk van Europa betalings- en controletermijnen tussen overheden en ondernemingen in van 30 dagen, eventueel verlengbaar met nog eens 30 dagen.

Er werd reële vooruitgang geboekt, die echter niet groot genoeg was, in die zin dat in de praktijk de wettelijke termijn van 60 dagen door de toepassing van verlengingen op 90 of zelfs 120 dagen kon worden gebracht.

Het KB van 22 mei (BS 30 mei, p. 41.989) probeert die afwijking te voorkomen door de mogelijkheid om de controletermijn te verlengen te onderwerpen aan dezelfde voorwaarde die geldt voor de betalingstermijn: "objectief gerechtvaardigd zijn door de bijzondere aard of eigenschappen van de opdracht".

Een verlenging voor bijzonder complexe opdrachten, zoals de bouw van een zuiveringsstation of de ontwikkeling van een ICT-systeem kan voortaan dan ook worden toegestaan.

Ze kan echter geenszins, zo benadrukt het Verslag aan de Koning, "voor courante opdrachten zoals bijvoorbeeld de aankoop van kantoorbenodigdheden".

Elke verlenging van de controle- en/of betalingstermijn moet bovendien uitdrukkelijk in het bestek worden gemotiveerd. Gebeurt dat niet, dan kan ze als nietig worden beschouwd.

24/07/2014

Lijdensweg na een factuur: Je rechten tegen incasso en deurwaarders

Een factuur vergeten te betalen of niet kunnen betalen, leidt tot een onaangename conflictsituatie. Er volgt eerst een aanmaning, later misschien een verhoging van de factuur met intresten, boet of een aangerekende schadevergoeding. Maar kan dat zomaar opgelegd worden? Heb je er verhaal tegen? En wat zijn je rechten als uiteindelijk een incassobureau aanklopt of de deurwaarder?

Volgende korte introductie in de administratieve zelfverdediging tegen aanmaningen, incasso en gerechtsdeurwaarders maakt wanbetalers weerbaarder. Te beginnen bij:

De aanmaning

Wie een factuur vergeet te betalen, krijgt te maken met de kleine lettertjes – de algemene voorwaarden – op de achterkant. De kans is groot dat de andere partij dan teruggrijpt naar de algemene voorwaarden. Je krijgt dan mogelijk een aanmaning, waardoor je boven op het verschuldigde bedrag nog een extra som moet voldoen door de laattijdige betaling. Dikwijls gaat het om een forfaitaire verhoging van het factuurbedrag met 10 procent intresten, en eventueel een schadevergoeding.

1) Neem de telefoon

Neem eerst telefonisch contact op met de handelaar. Leg hem uit hoe het komt dat je de factuur nog niet hebt voldaan, en kondig je betaling aan. Je kunt meteen ook vragen dat de handelaar de bijkomende bedragen laat vallen, al was het maar om je als klant te behouden. Gaat de handelaar daarmee akkoord, dan kunt u het telefonische contact het beste schriftelijk bevestigen, om achteraf verdere discussies te vermijden.

2) Check de kleine lettertjes

Is de handelaar niet bereid de bijkomende bedragen kwijt te schelden, dan kun je controleren of je gebonden bent door die algemene voorwaarden. Een eerste argument dat je kunt uitspelen, is dat je de algemene voorwaarden van de handelaar niet kende en dat je je daar nooit akkoord mee hebt verklaard. Dat kan het geval zijn als je die bepalingen en boetebedragen pas voor het eerst ziet op het moment dat je de krijgt. Een contract is enkel geldig als beide partijen ermee akkoord gaan. Een klant is dus slechts gebonden door de algemene voorwaarden als hij/zij zich daar uitdrukkelijk mee akkoord heeft verklaard. Dit argument uitspelen biedt een reële kans op succes.

Tekende je eerst een bestelbon waarop die voorwaarden al stonden, dan wordt het moeilijker. De algemene voorwaarden zijn dan wel tegenstelbaar, zodat ze bindend zijn. Maar als je een bestelbon hebt ondertekend waarop staat dat de klant de algemene voorwaarden kan inkijken op de maatschappelijke zetel van de handelaar, volstaat dat volgens veel rechters niet om geldig te zijn. Hetzelfde geldt als op de bestelbon staat dat de algemene voorwaarden ‘op uw eerste verzoek’ worden overgemaakt, of als die voorwaarden in een andere taal zijn opgesteld – bijvoorbeeld in het Frans, terwijl het Nederlands verplicht is. Als clausules niet duidelijk zijn, geldt het principe dat elke onduidelijkheid in het voordeel van de consument wordt geïnterpreteerd.

De kans dat je wel door de algemene voorwaarden bent gebonden, is ook groter als je vroeger al zaken met de handelaar hebt gedaan, of als je geen verzet tegen de factuur hebt aangetekend.

3) Argumenteer

Ben je gebonden door de algemene voorwaarden, dan kun je nog proberen in te brengen dat ze onredelijk of ongeldig zijn. Daar kunnen enkele goede argumenten voor zijn.

De wet op de handelspraktijken bevat een hele rist clausules die een handelaar niet mag opnemen in zijn algemene voorwaarden. Het is bijvoorbeeld onaanvaardbaar als in de voorwaarden een te groot onevenwicht is tussen de rechten van de consument en die van de handelaar. Zulke voorwaarden zijn nietig. De wet op de handelspraktijken bepaalt ook dat de handelaar moet voorzien in een gelijkwaardige vergoeding die hij aan de consument betaalt als hij zelf zijn verplichtingen niet nakomt.

In de praktijk worden intresten en schadevergoedingen die boven 10 procent op jaarbasis liggen, daarom doorgaans gematigd tot maximaal 10 procent. Sommige rechters gaan daarin nog verder en oordelen dat de intresten van particulieren maximaal tussen 7 en 8 procent mogen liggen.

Om in verband met het voorgaande een klacht in te dienen moet je bij de Economische Inspectie zijn (zie helemaal onderaan)

4) Betaal (of vergeet het nog eens)

Je bent door de voorwaarden gebonden en de voorwaarden zijn geldig? Dan zit er niets anders op dan te betalen. Je kunt, zoals gezegd, altijd proberen onder de factuurverhoging uit te komen, maar de kans dat dit met enkel overtuigingskracht lukt, slinkt als de handelaar al een advocaat, incassobureau of gerechtsdeurwaarder onder de arm heeft genomen. Een rechtszaak zal de kosten alleen opdrijven.

Het Incassobureau

Lukte betalen niet of is het gewoon slordigheid, uiteindelijk zal er een strenge brief in de bus vallen. Met een opsomming van wat er allemaal kan gebeuren als je niet betaalt. Schrik aanjagen is een stiel, maar van incassobureaus hoef je echt niets te vrezen.

Ten overstaan van een particulier zijn incassobureaus door de wetgever aan de koord gelegd. Ze kunnen geen beslag leggen op goederen of geld, ze kunnen geen procedures voor de rechtbank starten. Handelaars schakelen ze in omdat ze beter georganiseerd zijn in het onder druk zetten van wanbetalers. Maar als een incassobureau zich niet aan volgende regels volgt, riskeert het zware sancties en dreigt het de onbetaalde factuur zelf te moeten betalen.

1) Incassobureaus moeten altijd starten met een ingebrekestelling. Pas 15 dagen nadien mogen zij verdere stappen ondernemen.

2) Na die 15 dagen mogen zij je eventueel een bezoek brengen en daar zijn regels voor:
Je hoeft ze niet binnen te laten. Ze mogen je niet belagen of intimideren. Het is hen verboden bij je langs te gaan of je te bellen tussen 22 uur ‘s avonds en 8 uur ‘s morgens. En ze moeten je een document voorleggen met een aantal verplichte vermeldingen (ondermeer dat je niet verplicht bent de vertegenwoordiger van het bureau binnen te laten).

3) Incassobureaus mogen geen andere mensen – je buren, familieleden, kenissen… – contacteren in verband met je onbetaalde facturen. Sociale druk uitoefenen kunnen ze niet.

4) Een incassobureau mag je geen extra kosten aanrekenen. Het kan dus enkel het bedrag van de onbetaalde factuur (plus eventueel de oorspronkelijke interesten en/of schadevergoedingen) eisen.

5) De briefomslagen van het incassobureau mogen niet zomaar gelijk welke vermelding dragen. Alles wat zou kunnen wijzen op een onbetaalde schuld of iets dergelijks moet binnen de omslag blijven.

Incassobureaus hadden vroeger een heel slechte reputatie. Nu hanteren ze nog altijd indrukwekkende briefhoofdingen en dreigende taal, ze blaffen maar hebben totaal geen tanden meer.

Voert hij een minnelijke invordering uit, dan is een gerechtsdeurwaarder niet machtiger dan eender welke zelfstandige.

De gerechtsdeurwaarder

Dat is anders als de gerechtsdeurwaarder aanbelt want die heeft meer bevoegdheden dan een incassobureau. Een gerechtsdeurwaarder mag na een vonnis van de rechtbank beslag leggen, hij mag dagvaardingen betekenen. Maar de deurwaarder zelf kan niet naar de rechtbank trekken om een procedure te beginnen. Hij voert alleen uit.

Hij mag niet…

De meeste gerechtsdeurwaarders zijn naast hun ambtelijke taken ook zelfstandig ondernemer en voeren incasso-opdrachten uit. Maar hij mag net als de incassomannen geen bijkomende kosten of vergoedingen aanrekenen. De beperkingen hierboven gelden grotendeels ook voor gerechtsdeurwaarders.

Stuurt de gerechtsdeurwaarder een brief om je aan te sporen een schuld te betalen, dan moet er volgende vermelding in (vet gedrukt en in een andere letter): “Deze brief betreft een minnelijke invordering en geen gerechtelijke invordering (dagvaarding voor de rechtbank of beslag)”.

Wat nu?

Krijg je te maken met een brief van een gerechtsdeurwaarder of een incassobureau, dan is het belangrijk dat je eerst nagaat of je de andere partij iets verschuldigd bent, of niet.

Ben je van oordeel dat de aanspraak niet correct is, dan hoef je uiteraard niet te betalen. Het is echter wel belangrijk dat je op de brief of aanspraak reageert. Stuur een aangetekende brief naar de gerechtsdeurwaarder of het incassobureau en meteen een kopie daarvan naar je schuldeiser. Daarin legt u uit waarom u meent niets verschuldigd te zijn en protesteer je tegen de aanspraken die men tegenover je laat gelden. Ook in het geval dat je een factuur ontvangt voor iets wat je niet besteld hebt, is het aan te raden ze officieel te betwisten. Niet reageren zou immers geïnterpreteerd kunnen worden alsof je de factuur aanvaardt, met alle gevolgen van dien. Dit doe je eenvoudig doen door ze terug te sturen, met een streep erdoor en de vermelding “Ontvangen maar nooit besteld”. Een dergelijke weigering kun je voor alle zekerheid ook nog eens aangetekend bevestigen.

Zijn de aanspraken van de schuldeiser terecht, dan kun je maar beter betalen. Let er wel op dat het incassobureau of de gerechtsdeurwaarder daarbij geen extra kosten aanrekenen.

Voor betwistingen over de algemene voorwaarden in de factuur en over het optreden van incassobureaus en van gerechtsdeurwaarders die een minnelijke invordering uitvoeren, kun je terecht bij de dienst Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie (beter bekend als de Economische Inspectie), Koning Albert II-laan 16, 1000 Brussel, tel. 02 277 54 84, fax: 02 277 54 52, e-mail: Eco.Inspec.fo@economie.fgov.be. Het klachtenformulier kun je downloaden van economie.fgov.be (directe link) .

Voor klachten over het optreden van een gerechtsdeurwaarder als openbaar ambtenaar kun je terecht bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, Henri Jasparlaan 93, 1060 Brussel, tel. 02 538 00 92, fax 02 539 41 11, e-mail: info@nkgb-cnhb.be

24/07/2014

Facturen terugvorderen van buitenlandse bedrijven zonder advocaat of incassobureau? Yes you can!

Onbetaalde facturen blijven ondanks alle maatregelen van de afgelopen jaren een groeiend probleem die veel ondernemingen op hoge kosten jagen: incassobureaus, advocaten, gerechtskosten etc. Men rekent dat 2,6% van alle facturen in de EU niet betaald worden.

Voor kleinere bedragen zijn de kosten vaak hoger dan de baten en veel ondernemers schrijven deze facturen dan gewoon af vooral bij hun buitenlandse klanten. Dit is nadelig voor hun investeringen, winst en bijgevolg de werkgelegenheid. Deze onnodige afschrijvingen zijn intussen opgelopen tot 600 miljoen euro per jaar in de Europese Unie.

De Europese Commissie is zich bewust van dit probleem en heeft het laatste decennium verschillende initiatieven genomen zoals de richtlijn inzake betalingsachterstand, het Europees Betalingsbevel en de Europese procedure voor geringe vorderingen.

Deze laatste procedure werd in 2007 goedgekeurd  om bedrijven de kans te geven facturen onder de 2000 euro terug te vorderen zonder een advocaat of incassobureau in e schakelen. Bedrijven hoeven enkel een standaardformulier in te vullen voor een procedure die dan door de rechtbanken van koophandel afgehandeld wordt.

De intentie van dit instrument was goed bedoeld maar het werd te weinig gebruikt door de ondernemers in de Europese Unie. Het maximumbedrag van 2.000 euro was namelijk te laag. Daarom heeft de Europese Commissie enkele maanden terug een voorstel goedgekeurd om het plafond te verhogen naar 10.000 euro.

Deze maatregel is maar één van de initiatieven die de Europese Commissie neemt in het kader van haar justice for growth agenda waarmee ze het zakendoen in de Europese Unie wil vergemakkelijken.

24/07/2014

Zuid-Europese betalingstermijnen dalen eindelijk

Exporteurs zien afnemers geleidelijk sneller betalen.
Waar Zuid-Europese landen het meest getroffen werden door de economische crisis, dalen de lange betalingstermijnen in deze landen nu. Dit is gunstig voor het werkkapitaalbeslag van exporteurs. Wettelijke maximering van de betalingstermijnen speelt een rol, maar ook de betalingsmoraal lijkt te verbeteren. Toch is er ten opzichte van Nederlands grootste afzetland Duitsland nog een lange weg te gaan.

Matige Zuid-Europese betalingsmoraal beperkende factor voor exporteurs
Zo’n 17% van de export van Nederlandse bedrijven (€ 72 mld.) gaat naar Frankrijk, Spanje, Italië, Portugal en Griekenland. Voor groothandels is dit zelfs bijna 20%. Door de lange betalingstermijnen van bedrijven in Zuid-Europa duurt het gemiddeld twee tot drie keer zo lang voordat het geld binnenkomt dan bij handel met exportpartners in Duitsland.

Grootste daling in Spanje en Griekenland
Na een stijging door de recessie van 2009 hebben de lange betalingstermijnen In alle Zuid-Europese landen een daling ingezet. Zo liep de betalingstermijn van Frankrijk de afgelopen drie jaar terug van 59 naar 54 dagen en in Spanje van 99 naar 83 dagen. Met een daling van 110 naar 76 dagen was de daling het sterkst in Griekenland. De daling is niet zozeer het resultaat van economische verbetering, maar lijkt eerder het effect van bewustwording na de kredietcrisis. Ook hebben Spanje en Frankrijk een harde bovengrens van 60 dagen ingevoerd. Italië kent nu met gemiddeld 94 dagen de langste betalingstermijn van de Zuid-Europese exportlanden.

Contractuele daling èn minder overschrijding
De daling van de betalingstermijnen is zowel het effect van een kortere contractuele betalingstermijn als minder overschrijding. In Spanje en Griekenland daalde de contractuele betaaltermijn fors, in Frankrijk, Italië en Portugal was de overschrijding van de afgesproken betaaltermijnen vooral minder. Al met al zijn dit de eerste stappen in de goede richting, maar blijven internationale betalingsrisico’s om aandacht vragen.

Bron: ING

27/06/2014

Lichte daling aantal faillissementen eurozone

In de eurozone is sprake van betere vooruitzichten als gevolg van de economische groei. Naar verwachting daalt het aantal faillissementen in 2014 met 2,1 procent. Ook hier is sprake van een trendbreuk: voor het eerst sinds 2007 neemt het aantal bedrijven dat de deuren moet sluiten af, terwijl vorig jaar nog sprake was van een stijging met 4,4 procent. Het aantal faillissementen in de eurozone is nu nog twee keer zo hoog als voor de crisis. Toch zijn in de meeste landen de omstandigheden sinds eind 2013 duidelijk verbeterd. Duitsland – de grootste economie van de eurozone – presteert goed. Hier daalde het aantal faillissementen met 8,1 procent in 2013 en in 2014 is waarschijnlijk sprake van een daling met 2 procent: het laagste niveau sinds 1997.

Atradius denkt dat het aantal faillissementen in Spanje en Portugal met 5 procent zal dalen. Wel tekent zij aan dat het aantal bedrijven dat in Zuid-Europa failliet gaat nog bijna vier keer zo hoog als voor de crisis. In de rest van Europa is eveneens sprake van betere vooruitzichten. In het Verenigd Koninkrijk daalt het aantal faillissementen met 3 procent. In Scandinavië neemt het aantal faillissementen met 4,6 procent af, met name als gevolg van een sterk herstel in Denemarken.

In de Verenigde Staten neemt het aantal faillissementen met 5 procent af. Hiermee daalt het aantal bedrijven dat de deuren moet sluiten voor het vijfde achtereenvolgende jaar.

Meer bedrijfssluitingen in opkomende landen

Door de afzwakkende economische groei in veel opkomende economieën neemt het aantal faillissementen toe. In Latijns-Amerika – met name Brazilië en Chili – zal het aantal bedrijfssluitingen naar verwachting stijgen. Ook in Oost-Europa, Rusland en Turkije doet zich een vergelijkbare ontwikkeling voor. In China en India is sprake van een beperkte verslechtering.

“De economische omstandigheden in de rijke landen zijn duidelijk verbeterd. Het herstel in de eurozone wint aan kracht en kredietvoorwaarden worden soepeler. De gevolgen van de crisis ebben weg. Zo neemt de economische groei in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk toe als gevolg van een sterk herstel van de binnenlandse vraag”, vertelt John Lorié, hoofdeconoom van Atradius. “In veel opkomende landen gaat het echter minder goed. De Chinese economie koelt af, nu de overheid de groei van kredieten aan banden wil leggen. Internationale investeerders lenen minder snel geld aan opkomende landen en zijn zich sterker bewust van binnenlandse risico’s. Alles wijst erop dat het tijdperk van een hoge wereldwijde liquiditeit ten einde is gekomen.”

Studie uit de Economic Outlook van Atradius.

 

27/06/2014

Verhaal van een klant van eXago: Cibo wint de HR Prijs 2014 voor Duurzaam Personeelsbeleid

Gaby Trompet, Directeur Personeel van ONS, overhandigde voor de vakjury op 3 juni de HR Prijs voor Duurzaam personeelsbeleid arr. Leuven aan Sophie Gilles. Zij is HR Manager en preventieadviseur bij Cibo, een familiale KMO in Tildonk met 48 medewerkers waarvan 27 arbeiders.

Cibo is een toeleverancier van technische schuurmaterialen, o.a. voor de afwerking van roestvrij staal. Ze bieden afwerkingsmaterialen die tegemoetkomen aan specifieke eisen uit de lucht- en ruimtevaart, medische implantaten, de voedingsindustrie, decoratieve architectuur,... Cibo ontvangt deze erkenning omdat zij op alle vlakken investeren in duurzame relaties met mensen. Jaar na jaar blijven groeien in een krimpende markt en succesvol internationaliseren zijn er het resultaat van.
En er is nagenoeg geen verloop.

Sophie Gilles: "Elk jaar worden er mensen gevierd die zich 20 jaar lang hebben ingezet voor Cibo."

“MVO zit verankerd in onze visie”. Duurzaam ondernemen betekent voor Cibo dat zij oog hebben voor de belangen van elke Cibo relatie, maatschappelijk en menselijk gezien. Zo benadrukt Cibo ook de zorg voor families en kinderen in haar kernwaarden. Medewerkers voelen dat aan der lijve. Men stelt zich erg flexibel op voor medewerkers met gezinslast. Wat ook meteen opvalt bij Cibo is een divers personeelsbestand. Je vindt er een bijzondere mix in op gebied van leeftijd, afkomst, scholingsgraad, geaardheid, en dat vindt men gewoon een evidentie. Een ex-gedetineerde of een persoon met een handicap, dat is net zo goed Cibo-medewerker. De bedrijfsleiding vindt het belangrijk dat Cibo een afspiegeling is van de maatschappij.

“Diversiteit zit in ons DNA”, aldus Sophie Gilles.

Sophie Gilles vindt het vooral belangrijk dat er open communicatie is in het bedrijf, dat problemen snel worden aangepakt en dat alle problemen bespreekbaar zijn, ook indien ze de persoonlijke levenssfeer van mensen aanbelangen. Ze hanteren daarvoor een open-deur politiek, en alle leidinggevenden staan steeds open voor vragen, problemen of ideeën van medewerkers.

Sophie Gilles: "Geduldig luisteren en intensief samenwerken zijn kerntaken voor elke leidinggevende en elke door Cibo gevormde toepassingsexpert."

Voka – Kamer van Koophandel arr. Leuven wil met deze erkenning alle bedrijven een hart onder de riem te steken om duurzaam personeelsbeleid te verankeren in de bedrijfsvisie. Jaarlijks bekroont Voka – Kamer van Koophandel arr. Leuven een bedrijf uit de regio dat zich op een bijzondere wijze heeft ingezet voor een duurzaam personeelsbeleid. Hierbij ging dit jaar de aandacht naar personeelsbeleid als onderdeel van een bredere visie rond maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).

"Dat een kleine KMO hierin slaagt met een beperkte HR wapens, kan grotere bedrijven alleen maar inspireren. Proficiat, Cibo!" aldus Liesbet Decuyper.

27/06/2014

Laattijdige betalingen kosten banen

Uit de European Payment Index 2014 van Intrum Justitia blijkt dat één op vier van de Belgische bedrijfsleiders (24%) niet meer aanwerft, mede door laattijdige betalingen. Eén op tien ontslaat zelfs mensen om die reden.

De cijfers op Europees niveau zijn nog minder rooskleurig: 40 procent van de Europese bedrijfsleiders hanteert momenteel een aanwervingsstop die mee wordt veroorzaakt door laattijdige betalingen. Eén op vier Europese bedrijven ziet zich gedwongen om werknemers te ontslaan, mede als gevolg van laattijdige betalingen.

Meer dan één derde van de Belgische ondervraagden in de European Payment Index 2014 (EPI 2014) vindt laattijdige betalingen een bedreiging voor het voorbestaan van zijn onderneming.

Het totaal aantal afgeschreven vorderingen in Europa stijgt van 3 naar 3,1 procent van de omzet, wat ruwweg overeenkomt met de kost van 8 miljoen jobs. In België daalde het percentage afgeschreven vorderingen van 2,8 naar 2,7%. Intrum Justitia berekende dat dit neerkomt op € 8,8 miljard euro. Mocht dit totale bedrag geïnvesteerd worden in tewerkstelling, dan zouden hiermee in België tot 113.000 banen kunnen worden gecreëerd.

Wanneer betaling uitblijft, doen bedrijven in Zweden en Duitsland relatief snel een beroep op credit management. Dit heeft een aanzienlijke positieve invloed op het percentage afgeschreven vorderingen (2,1%). Belgische bedrijven wachten gemiddeld 91 dagen alvorens hulp in te schakelen en zitten op een gemiddeld verliespercentage van 2,7%. Alleen al door sneller te handelen, zoals Zweden of Duitsland, zouden ondernemingen in ons land € 1,9 miljard meer cash kunnen generen (wat een equivalent van 25.000 nieuwe banen betekent mocht dat geld integraal in tewerkstelling worden geïnvesteerd).

Ondanks de eerste berichten over een economische heropleving, geven drie op de vier Belgische bedrijven (74%) aan hiervan nog geen effecten te voelen. Dit wordt bevestigd door de meerderheid van de respondenten in de 31 landen in het onderzoek.

Een overweldigende 55 procent van alle 10.000 Europese bedrijven die deelnamen aan de EPI 2014 verklaren dat zij te lijden hebben van te late of niet-betaling van facturen. Dit is het hoogste percentage in de geschiedenis van de European Payment Index.

Volgens 58 procent van de Belgische bedrijfsleiders komt hun liquiditeit in het gedrang en maar liefst 55 procent geeft toe dat achterstallige betalingen ook leiden tot inkomstenverlies. Meer dan één op drie van de ondervraagde Belgische bedrijven stelt dat hun voortbestaan wordt bedreigd door laattijdige betalingen en 40 procent van de bedrijfsleiders ziet in ons land hierdoor geen perspectief op groei. Zelfs in Duitsland, een van de Europese economische grootmachten, zeggen bedrijven dat ze te kampen hebben met liquiditeitsproblemen. Volgens ongeveer 35 procent van de Duitse bedrijven hebben betalingsachterstanden een sterke invloed op de beslissing om werknemers te ontslaan. Hetzelfde beeld zien we ook bij zo'n 30 procent van de Britse bedrijven, 28 procent van de bedrijven in Spanje en 25 procent in Frankrijk. In ons land blijft dit beperkt tot ‘maar’ 10 procent.

Ondanks alle commentaren over het einde van de recessie, en ondanks het feit dat de gemiddelde betalingstermijnen van zowel consumenten, bedrijven als overheden in vergelijking met vorig jaar gedaald zijn, blijkt het totaal aantal afgeschreven vorderingen in Europa verder toegenomen van 3 naar 3,1 procent. Dit komt overeen met een totaal bedrag van € 360 miljard. In de afgelopen acht jaar is het percentage oninbare vorderingen dat door Europese bedrijven wordt afgeschreven, jaar na jaar gestegen. In België is het percentage afgeschreven vorderingen licht gedaald van 2,8 naar 2,7 procent van de omzet. Dit kmot neer op € 8,8 miljard euro aan afgeschreven vorderingen.

“Betalingsachterstanden versnellen een negatieve kettingreactie voor bedrijven, terwijl een gebrek aan liquiditeit de bedrijven noodzaakt tot zelden geziene drastische maatregelen. Volgens ons kon een kwart van de faillissementen voorkomen worden indien rekeningen op tijd betaald zouden worden”, zegt Guy Colpaert, Managing Director van Intrum Justitia België. Hadden Belgische bedrijven de € 8,8 miljard die ze nu jaarlijks afschrijven, in hun onderneming kunnen investeren, dan hadden ze hiermee 113.000 nieuwe jobs kunnen creëren. Mochten alle rekeningen dan ook nog eens op tijd betaald worden, dat zou een wezenlijke impact hebben op onze Belgische economie. Dat is de reden waarom 'credit management’ voor bedrijven een van de sleutels is tot een gezonde economie”.

27/05/2014

Meer dan de helft van na 90 dagen onbetaalde facturen oninbaar

  • Aantal faillissementen West-Europa blijft hoog
  • Wanbetaling bedreiging winstgevendheid Nederlandse bedrijven

Bijna één op de drie Nederlandse ondernemers denkt dat het innen van openstaande facturen dit jaar de grootste uitdaging is voor de winstgevendheid van hun bedrijf. Gemiddeld 55 procent van onbetaalde facturen is oninbaar indien deze niet binnen 90 dagen zijn betaald. In lijn hiermee is sprake van een steeds sterkere focus op creditmanagement. Zo geldt voor ruim driekwart van de Nederlandse bedrijven dat zij maatregelen treffen om het risico op wanbetaling te beperken. Dit blijkt uit de Betalingsbarometer van Atradius waaraan bijna 3.000 bedrijven in 14 West-Europese landen hebben meegewerkt.

Uit het onderzoek blijkt dat in West-Europa gemiddeld 37,6 procent van de totale waarde van facturen te laat wordt betaald. Zo geldt voor 4,9 procent van de rekeningen dat zij na 90 dagen nog niet zijn voldaan en dat gemiddeld 1,7 procent van die facturen als oninbaar wordt afgeschreven. Europese bedrijven schrijven gemiddeld 35 procent van de totale waarde van deze facturen af als oninbaar. Bedrijven in Turkije, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Italië ondervinden hiervan de meeste gevolgen. In Denemarken, Zweden en Oostenrijk hebben bedrijven het tijdig innen van facturen beter onder controle en ook Griekenland slaagt hierin verrassend goed.

“Ondanks de positieve economische vooruitzichten zien veel bedrijven in België en West-Europa wanbetaling als een bedreiging van hun winstgevendheid. Het ziet er niet naar uit dat deze risico’s op korte termijn afnemen. Hoewel het aantal faillissementen licht daalt, bevindt het aantal insolventies in de ontwikkelde landen zich 32 procent boven het niveau van 2007. In een aantal landen – Nederland, Denemarken, Spanje en Ierland – is sprake van een verbetering, maar in de meeste landen is het aantal insolventies nog erg hoog. Zo is het insolventieniveau in de eurozone twee keer zo hoog als voor de crisis en in de ons omringende markten ruim 3,5 keer zo hoog. Hierdoor neemt het risico op wanbetaling toe en is een goed creditmanagement extra belangrijk.

Oorzaken van wanbetaling

De belangrijkste reden voor betalingsachterstanden is dat bedrijven onvoldoende financiële middelen tot hun beschikking hebben. Ruim 45 procent van de ondernemers zegt dat dit de grootste oorzaak is van het niet tijdig betalen van facturen. Betalingsachterstanden van buitenlandse klanten hebben volgens 29,3 procent meestal te maken met onjuiste informatie op facturen. Dat is veel hoger dan het Europees gemiddelde van 18 procent. Ook noemen bedrijven vaker dan gemiddeld onenigheid over de geleverde kwaliteit als oorzaak: 20 procent in West-Europa.

Steeds vaker gebruiken binnen- en buitenlandse afnemers van Europese bedrijven uitstel van betaling als alternatieve bron voor financiering. Dit komt het meest voor bij binnenlandse klanten in Duitsland (50,3 procent) en buitenlandse klanten in Denemarken (42,4 procent). Ruim 1 op de 5 bedrijven geeft aan dat insolventie van binnenlandse afnemers oorzaak is van het uitblijven van betalingen. Daarnaast noemt een kwart ingewikkelde betaalprocedures of inefficiënte banksystemen als reden van betaalachterstanden in het buitenland.

Grotere focus op creditmanagement

Het uitblijven van betalingen kan grote financiële gevolgen hebben voor bedrijven, waardoor minder middelen beschikbaar zijn voor innovaties en zakelijke initiatieven.  Hoe langer vorderingen onbetaald blijven, hoe kleiner de kans dat zij ooit geïnd worden. Goed creditmanagement kan deze gevolgen beperken. Inmiddels treffen 3 op de 5 Europese bedrijven maatregelen om risico’s te verminderen, zoals het actief opvolgen van facturen door het sturen van betalingsherinneringen (46,2 procent) en het beoordelen van de kredietwaardigheid van klanten (43,3 procent). 75,5 procent van de Nederlandse bedrijven zet één of meer van deze instrumenten in om klanten aan hun financiële verplichtingen te houden.

27/05/2014

Revisoren zien debacles niet op één jaar aankomen

Bedrijfsrevisoren blijken onmachtig om het risico op één jaar op faillissement in te schatten, hoewel dat toch tot het takenpakket behoort.

Een en ander blijkt uit een grootschalig onderzoek van de VUB dat werd voorgesteld op het jaarcongres van de European Accounting Association in Tallinn op 21 mei. Bedrijfsrevisoren blijken niet in staat om het one-year risk of business failure in te schatten; terwijl dat wel tot hun wettelijke taak hoort:

VUB onderzoek 7149 Belgische bedrijven

Geven commissarissen in het jaar voor het faillissement een going concern opinion?
Ja 29%
Nee 71%

Worden going concern opinions van commissarissen gevolgd door faillissement?
Ja 1%
Nee 99%

De onderzoekers bevestigen dat deze bevindingen in lijn liggen met eerdere onderzoeken. Ook Europees onderzoek uit 2005 toonde dat van de grootste Europese beursdebacles ruim driekwart niet door de commissaris was gesignaleerd.

Er zit iets structureel verkeerd in het bedrijfsrevisoraat, waardoor continuïteitsproblemen en fraude onontdekt blijven. Terwijl stakeholders dat juist wél van accountants verwachten, zo bleek uit een recente bevraging door KPMG bij alle stakeholders naar de verwachtingen van die stakeholders.

De VUB-onderzoekers stelden tevens vast dat een commissaris die ten onrechte een going concern opinion geeft, zes keer meer kans heeft om te worden vervangen. De conclusie is gerechtvaardigd dat bedrijfsrevisoren wel willen maar niet kunnen. Hun cijferanalyses schieten tekort om business failure te herkennen, zeker ten opzichte van bijvoorbeeld credit scoringmodellen. Bedrijfsrevisoren passen deze modellen ten onrechte niet toe, zoveel is duidelijk.

De R&D bij de revisorenkantoren is traditioneel meer gericht op efficiency en advies, en minder op audit-quality. De gewenste verbetering op korte termijn zal van buitenaf moeten komen. Sinds Deep Blue in 1997 wereldkampioen Kasparov heeft verslagen, raadpleegt elke grootmeester een schaakcomputer om complexe stellingen te analyseren. Bedrijfsrevisoren moeten dat ook gaan doen, en de bedrijfsrevisor met het beste model wordt vanzelf de bedrijfsrevisor met de hoogste audit-quality. Credit scoring modellen zijn toegankelijk voor iedereen, dus ook voor bedrijfsrevisoren.

27/05/2014

Hoe herken je financiële problemen bij afnemers?

Hoe weet je nu of een van een van je afnemers er niet goed voorstaat? Met een goed proces voor de opvolging van openstaande facturen, kun je de belangrijkste signalen al vrij snel oppikken.

Productie, handel & dienstverlening. Allemaal werkzaamheden die tot de kern van uw onderneming behoren. Maar om zelf winstgevend te blijven als ondernemer, zul je voor deze werkzaamheden wel betaald moeten worden. Toch komt het helaas regelmatig voor dat leveranciers te maken krijgen met het faillissement van een afnemer. En hier wil je als ondernemer liever niet mee geconfronteerd worden.

Financiele screening

De meest eenvoudige manier om de financiële positie van je afnemer te bepalen is door gebruik te maken van een financiële screening voordat je gaat leveren. Je weet dan direct of je klant of prospect kredietwaardig is. Bij terugkerende klanten kan monitoring of een alert-service van de kredietwaardigheid een alternatief bieden. Want ook goede klanten kunnen minder goede klanten worden. Je wordt dan automatisch op de hoogte gebracht als de kredietwaardigheid van je klant verandert.

Late betalingen

Het belangrijkste signaal is natuurlijk wanneer een trouwe klant in een keer de facturen later dan gebruikelijk of zelfs te laat gaat betalen. Iemand die altijd keurig op tijd zijn facturen betaald kan natuurlijk altijd een keer iets vergeten. Maar wanneer dit stelselmatig gebeurt, dan is het belangrijk om dit goed in de gaten te houden.

Smoezen

Ook smoezen kunnen een indicatie zijn van problemen. Uitspraken als “de factuur is niet ontvangen” of “de CFO heeft nog niet getekend” worden vaak gebruikt om tijd te rekken. Het is natuurlijk altijd de vraag of dit inderdaad te maken heeft met de bureaucratie binnen een bedrijf of dat er andere zaken aan de hand zijn. Maar een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Deponeren financiële cijfers

Heeft uw klant zijn financiële cijfers (op tijd) gedeponeerd bij de Nationale Bank? Deze jaarcijfers zijn op te vragen op www.nbb.be. Wanneer er echter niet gedeponeerd is kan dit echter duiden op een mindere financiële situatie. Dit kan tijdelijk zijn, maar deponeren is in de meeste gevallen wel een verplichting, en wanneer daar niet aan is voldaan, kunnen daar financiële redenen aan ten grondslag liggen.

Tot slot

Wanneer u twijfelt over de situatie bij uw klant en de betalingstermijnen lopen op, aarzel dan niet om er naar te vragen. Door op een geïnteresseerde manier te informeren bij uw klant, toont u interesse. Hierdoor zal de bereidheid om te betalen in veel gevallen toenemen. En als u echt zeker wilt weten dat er altijd wordt betaald, dan kunt u natuurlijk altijd een kredietverzekering afsluiten of eXago inschakelen.

Wist je trouwens dat de klanten van eXago gemiddeld 10% eerder betaald worden dan hun benchmarkt?

29/04/2014

Aantal faillissementen stijgt niet meer

Tijdens de eerste drie maanden van 2014 zijn in België 3.122 bedrijven failliet verklaard. Dat zijn er iets minder dan in dezelfde periode vorig jaar (3.161).

Dat blijkt uit de maandelijkse gegevens van handelsinformatiekantoor Graydon. Volgens Graydon is het nog te vroeg om van een trendbreuk te spreken. Het bureau houdt het op ‘een stabilisatie van het aantal faillissementen op een nog steeds hoog niveau’.

Vorig jaar sneuvelde bijna elke maand het maandrecord. In januari viel dit jaar ook weer een nieuw record te noteren, maar in februari waren er duidelijk minder faillissementen. In maart waren er slechts enkele faillissementen minder dan in dezelfde maand vorig jaar.

De bouw was de voorbije maand de zwaarst getroffen sector, met een record van 562 faillissementen. Meestal is de horeca zwaarst getroffen, maar het voorbije jaar kwam de bouwsector steeds nadrukkelijker in beeld als sector die zware klappen krijgt door de crisis.

29/04/2014

Wetswijziging WCO werpt eerste vruchten af

De Wet Continuïteit Ondernemingen (WCO) viert op 1 april 2014 de vijfde verjaardag. Sedert 1 augustus 2013 werd een grondige wetswijziging van kracht. Vraag is in welke mate de wetswijziging de beoogde vruchten afwerpt.

Sedert augustus 2013 is het aantal bedrijven dat opschorting van betaling verkrijgt met 32,1% gezakt. Er zijn dus minder bedrijven in WCO, maar ze zijn groter. We zien een verschuiving van zeer kleine kmo’s naar meer middelgrote kmo’s.

Daarnaast blijkt dat het aandeel van bouwbedrijven die van de WCO gebruik maakt duidelijk daalt. Dat van de dienstverlenende bedrijven stijgt even duidelijk.

De wetswijziging beoogde onder meer ook een betere informatieverschaffing van de schuldeiser. Deze verwachting is nog niet ingelost. Nog steeds wordt een ruim aantal doelstellingen niet gepubliceerd.

WCO blijft een (late) reddingsboei. Beter ware het de drenkeling te voorkomen. Daarom zijn initiatieven op regionaal niveau des te belangrijker in het kader van een preventief bedrijfsbeleid. Denken we hier aan ‘ondernemingshorizon’, een samenwerking tussen Graydon, Unizo en de Vlaamse Overheid. Hierbij worden bedrijven in een vroegtijdig stadium van moeilijkheden gedetecteerd om ze tijdig te adviseren en bij te sturen. De WCO begeleidt de zwaar zieke patiënt. Ondernemingshorizon wil vermijden dat een stevige verkoudheid evolueert naar iets terminaals.

Door Eric Van den Broele

29/04/2014

De Europese domiciliëring: Wat verandert er?

Momenteel volstaat het om via pc-banking een vakje af te vinken en zo de domiciliëring stop te zetten. Hoe ziet de toekomst eruit eens SEPA is doorgevoerd.

De klassieke domiciliëring: Wel deze verdwijnt, stilaan valt de eengemaakte Europese betaalmarkt (SEPA) in zijn plooi. De klassieke Belgische domiciliëringsopdrachten worden dus vervangen door de Europes domiciliëringen en inderdaad, daar zijn verschillen met het huidige systeem.

Vanaf wanneer? Op 1 februari 2014 start het nieuwe Europese systeem. Willen uw leveranciers hun facturen na 1 februari 2014 nog steeds betaald hebben via het domiciliëringssysteem dan zal dat via de Europese regels moeten.

Wat verandert er?
Voortaan zal niet het niet uw leverancier of bank zijn die de zogenaamde mandaten beheert. Vanaf dan zal uw leverancier zelf moeten bijhouden van welke klanten hij toestemming kreeg om rechtstreeks geld van de rekening af te halen. Tot nu toe was dat dus steeds de bank die dit deed en die bijhield wie er toestemming gegeven had.

Hoe zit het in een B-2-B omgeving?
Een leverancier waar u beroepsmatig zaken mee doet, kan maar werken met zo’n Europese domiciliëring als uzelf aan uw bank bevestigt dat u hem toestemmin gegeven heeft om zijn facturen rechtstreeks te innen via uw rekening. Uw bank dient er dus vanop de hoogte te zijn om bedrog te mijden en dat kan niet met een simpel mailtje.

En hoe stopt u de Europese domiciliëring?
Ook dit geschiedt via uw leverancier, hij beheert de mandaten en dient u zich sowieso bij hem te melden. Het mandaat stoppen doet u dus best door hem een aangetekend schrijven te sturen.
Opdat uw bank ervoor zorgt dat de leverancier geen domiciliëringen op uw rekening trekt, stuurt u dus best ook een kopie van uw schrijven naar de bank. Zo zal zij weigeren dat er vanaf dat moment nog geld van uw rekening afgaat.

Wat geldt er voor B-2-C?
Een stopzetting voor particulieren gaat wel nog via de bank. Enerzijds moet u geen bevestiging van het mandaat sturen naar uw bank en anderzijds kan u wel via het ‘schuldeisersnummer’ de domiciliëring laten blokkeren.
Daarenboven kan u bij een B-2-C domiciliëring ook een maximumbedrag opgeven. De leverancier kan dan geen betaling opeisen die boven deze limiet uitgaat.

Tot slot nog: U kan ook steeds uw geld terugeisen indien er een betaling ten onrechte werd uitgevoerd. U kan dan aan uw bank vragen om het geld terug te vorderen en dit tot 8 weken na de uitvoering ervan.

28/03/2014

Federale overheid betaalt een op de vier facturen te laat

In 2013 hebben alle federale overheidsdiensten (FOD) samen zowat 75.690 facturen (van leveranciers die onderworpen zijn aan de btw) te laat betaald. Dat betekent dat een op de vier facturen niet tijdig betaald werd.

Die facturen vertegenwoordigden vorig jaar een bedrag van iets meer dan 300 miljoen euro, zo blijkt uit de officiële cijfers van de FOD Budget en Beheerscontrole waarover le Soir dinsdag bericht.

Minister van Begroting Olivier Chastel schat het aantal facturen dat laattijdig betaald werd in 2012 op 180.000. Die vertegenwoordigden een totaalbedrag van 2,2 miljard euro.

Vorig jaar betaalden de federale overheidsdiensten hun facturen gemiddeld zeven dagen te laat. Dit loopt op tot 27 dagen voor de 25 procent van de facturen die laattijdig betaald worden. Op 31 december wachtten 2.460 facturen nog op betaling.

De FOD’s Justitie en Volksgezondheid zijn de slechtste leerlingen van de klas, Defensie en Wetenschapsbeleid (een programmatorische overheidsdienst) de beste.

28/03/2014

Sturen op cashflow: de 7 do’s en don’ts

7 gouden tips voor sturen op cashflow

Je gaat niet failliet omdat je verlies maakt, maar omdat je geen geld meer hebt. Voor iedere onderneming, maar zeker diegene die óf in zwaar weer zitten óf snel groeien, is het van levensbelang om de cashflow goed te voorspellen. Als de cashflow in de toekomst negatief dreigt te worden, moet je vandaag handelen. 7 fundamentele do’s en don’ts helpen je hierbij op weg.

Het is voor een onderneming belangrijk om zicht te hebben op de cashflow over een periode van minimaal 6 maanden tot een jaar. Hoe korter de tijdshorizon, hoe nauwkeuriger de voorspelling moet zijn. In de volgende zeven nieuwsbrieven behandelen we telkens één aspect van de vraag wat je kunt doen om de cashflow goed te voorspellen. En hoe je kunt gaan sturen op de uitkomsten. Dit doe ik aan de hand van deze 7 do’s en don’ts van cashflows.

7. Kijk door de bril van geld

Cashflows verbeteren is, naast alle eerder beschreven punten, ook een mentaliteitskwestie. Zijn de medewerkers en de managers in uw onderneming zich te allen tijde bewust van de cashflow consequenties van hun handelingen en besluiten? En nemen ze de besluiten met de cashflow in gedachte of is de afdelingsbelang groter? Medewerkers vertonen het gedrag waarvoor ze worden beloond. Als cashflow hiervan geen onderdeel is dan moeten ook de KPI’s en beoordelingscriteria opnieuw worden bekeken. Bij een logistieke onderneming hebben commerciële medewerkers daarom doelstellingen op zowel omzet als DSO gekregen.

Goed sturen op cashflows zit niet in het invoeren van ingewikkelde software of grote complexe Excel sheets. Natuurlijk is er tooling nodig, zeker als de omvang en complexiteit van de onderneming toeneemt. Maar bovenstaande tips zullen eerst ter harte moeten worden genomen.

6. Zie de feiten onder ogen en schakel op tijd

Als de uitkomsten niet goed (genoeg) zijn moet u op tijd schakelen. Waar in een resultatenrekening de interpretatie van bepaalde posten het eindresultaat kan beïnvloeden is dit bij de cashflow natuurlijk niet mogelijk. U zult dus werkelijk de inkomende en uitgaande geldstromen moeten verbeteren. En dat kost snel enige maanden tijd;

A. Zoek de ruimte die in het werkkapitaal op de balans zit op; De cash positie kan op kortere termijn verbeteren door meer op het werkkapitaal te sturen. Het is raadzaam om te onderzoeken of de openstaande debiteuren kunnen worden verlaagd. Zet meer acties op de incasso en draag tijdig over aan incassobureaus. Onderzoek de mogelijkheden voor verkoop van vorderingen of asset based financing. De voorraden kunnen wellicht ook worden verlaagd. Houdt er rekening mee dat dergelijke acties maanden kunnen duren voor ze werkelijk meetbare effecten hebben. Zoek tot slot de ruimte op in de betaling van uw crediteuren. Zorg wel dat u betrouwbaar blijft naar uw leveranciers, stem betaalmomenten na vervaldatum af met de leveranciers.

B. Onderzoek de mogelijkheden voor verkoop of factoring van vorderingen. Eventueel kan asset based financing van vorderingen of kapitaalgoederen een (tijdelijke) oplossing bieden. Daarnaast zijn Sales and leaseback mogelijkheden te overwegen (verkoop machines of panden en huur deze terug). Ook het spreken met uw financiers kan oplossingen bieden, hoewel de ruimte hiervoor bij banken vaak beperkt is.

C. Verbeter de ketens rondom de Order2Cash, Purchase2Pay en Inventory2Product. Meestal is er winst te halen door deze ketens te optimaliseren en op elkaar te laten aansluiten. Ga produceren en inkopen op basis van de vraag en stuur foutloze begrijpelijke facturen aan de klant. Extra cash kan worden vrijgemaakt door de bedrijfsprocessen af te stemmen op deze ketens. Het eerder genoemde software bedrijf ging (factureerbare) deelleveringen doen, waardoor ze veel eerder geld kreeg. Zorg dat commercie, operations en finance betrokken zijn om de mogelijkheden te identificeren en te verzilveren.

5. Zit kort op de bal

Zorg voor een regelmatige actualisering van de prognose. In ieder geval maandelijks en vaker als daar een aanleiding voor is. Zo dreigde een software bedrijf flink in de problemen te komen nadat ze een grote klant binnenhaalde die 90 dagen na oplevering wilde betalen. Naarmate de tijdshorizon korter wordt moet de prognose steeds nauwkeuriger worden. Kijk dus voor de komende 3 maanden meer in detail naar de prognose. Voor de maanden die daarna komen mag het detail niveau wat lager worden.

4. Borg volledigheid

Dit klinkt natuurlijk volstrekt voor de hand liggend, maar helaas gaat het nog vaak fout. Denk, naast alle zaken die in de P&L gebeuren, ook aan de momenten waarop afdrachten moeten plaatsvinden. Wordt de BTW maandelijks of per kwartaal betaald, wanneer wordt de huur (vooruit?) betaald, op welke momenten zijn betalingen voor de vennootschapsbelasting of verzekeringen te verwachten. Moeten er machines of pc’s worden vervangen, is groot onderhoud nodig en wanneer moeten financieringen worden betaald of afgelost. Blijft het rekening courant krediet bij de bank bestaan?

Zelf werd ik in mei nog geconfronteerd met te late betalingen van facturen. Uitbetaling van vakantiegeld was de achterliggende oorzaak bij mijn klant. Zij hadden onvoldoende gestuurd op de prognose. Zorg, samen met het management team, voor een volledig inzicht en verwerk dit in de voorspelling.

3. Wees realistisch

Van politieke spelletjes kun je de rekeningen niet betalen. Bij multinationals zie ik vaak dat vak vanuit ‘Corporate’ de business units onder druk worden gezet om hoge prognoses af te geven. Het is goed om ambities te hebben en om doelen te stellen. Ondernemingen die doelen stellen zijn namelijk succesvoller dan diegene die dat niet doen. Wees wel realistisch, en maak ambitieuze doelstellingen die met een flinke inspanning haalbaar zijn. Zeker als op basis van een S&OP de productie wordt gestuurd.

Maak de cashflow voorspelling op basis van een realistische en dynamische prognose. Stel de prognose bij wanneer daar reden voor is, en houd niet te lang vast aan een budget. Dek de ambities in de korte termijn prognoses altijd af met een plan. En zorg dat het plan om de prognose te realiseren wordt uitgevoerd.

2. Let op onderhanden werk en voorraden

Dit zijn twee posten waar, zowel bij productiebedrijven als dienstverleners, veel geld in vast kan komen te zitten. Zorg ervoor dat in de prognoses de hoogte van deze posten realistisch wordt ingeschat. Let ook hier op de vertragingseffecten die we bij punt 1 zagen. Ook de voorraden en het onderhanden werk lopen op voordat de omzet stijgt.

Denk bijvoorbeeld aan een ijscoman die ijs (contant) inkoopt bij de groothandel voordat hij op een zonnige dag ijs kan gaan verkopen aan zijn klanten. Het is alleen niet vanzelfsprekend dat de voorraden en onderhanden werk dalen als de omzet daalt. Als het weer onverhoopt niet zo mooi is blijft de ijscoman met zijn voorraad zitten. Zorg daarom dat de operationeel verantwoordelijke manager betrokken wordt bij de inschatting. Produceer bij voorkeur op basis van de vraag. Als dat niet zo is, zorg dan voor goede stuurinformatie op deze posten.

1. Houdt rekening met vertragingseffecten in de omzet

Veel ondernemingen zullen in de huidige economische omstandigheden hebben ervaren dat het vaak een tijd duurt voor de pijn van dalende omzetten ook in de cashflow wordt gevoeld. Een consultancy bedrijf dat bijvoorbeeld levert aan een grote multinational ziet het aantal ingezette consultants, en daarmee de omzet, dalen. Omdat de factuur pas 90 dagen na levering wordt betaald zal de eerste 3 maanden de cashflow op peil blijven.

Het omgekeerde geldt natuurlijk ook; als het consultancy bedrijf weer omzetgroei laat zien dan kan het nog lang duren voor het geld ook werkelijk op de bankrekening is bijgeschreven. Splits in de cashflow voorspelling de omzet daarom op in omzetstromen met vergelijkbare betalingstermijnen. Als een nieuwe klant na 30 dagen betaalt heeft dat effect op de cashflow, en dat moet in de prognose worden meegenomen.

25/02/2014

1 op 3 bouwbedrijven last van wanbetaling

30 % van de bouwbedrijven in België wordt geconfronteerd met wanbetalingen, zo blijkt uit de nieuwste marktmonitor van Atradius over de bouwsector. De laatste zes maanden is het aantal wanbetalingen zelfs sterk toegenomen.

De kredietverzekeraar verwacht dat de cijfers in 2014 op hetzelfde niveau blijven liggen.  “Volgens recente berichten zou de bouwsector een kleine groei kunnen noteren, maar onze cijfers manen toch aan tot voorzichtigheid”, aldus Christophe Cherry, Country Director van Atradius Belux. De bouwsector heeft het niet makkelijk. Naast een stijgend aantal wanbetalingen, nam ook het aantal faillissementen toe in de laatste zes maanden van 2013 – een trend waarvan Atradius voorspelt dat die zich ook de volgende zes maanden doorzet.

Bovendien is de afhankelijkheid van de Belgische bouwbedrijven van banken erg hoog, terwijl de bereidheid van banken om kredieten te verlenen momenteel op een laag pitje staat.

“Het is wachten op de heropleving in de bouw na de economische crisis”, aldus Cherry:“Onze marktmonitor voorspelt dat de uitgaven van gezinnen in de bouwsector pas in de tweede helft van 2014 terug zullen aanzwengelen. Naast de economische crisis heeft ook de stopzetting van verschillende subsidies een negatief effect op de sector. Vooral jonge kopers, die de voorbije jaren vaker kozen voor renovaties in plaats van nieuwbouw, voelen dat aan hun portemonnee. Renoveren was voor hen vaak financieel haalbaar door het gunstige klimaat dat de overheid voorzag. Door het wegvallen van de subsidies denken ze nu twee keer na voor ze in een bouwavontuur stappen.

Zit jij ook in deze situatie en wil je hiervoor een oplossing: eXago biedt u ofwel het platform Eforos (opvolgingssoftware gebaseerd op 10 jaar ervaring) ofwel staan wij u bij in de opvolging zelf.

25/02/2014

CFO's optimistischer over inkomsten en marge

Belgische cfo's lijken optimistisch en 3 op 4 voorspellen een stijging van hun inkomsten. Toch verwachten ze niet veel groei van de Belgische economie als geheel en blijft de bereidheid om risico’s te nemen laag.

Veel bedrijven zullen in 2014 een toename van kapitaaluitgaven vermijden en focussen op defensieve strategieën om competitief te blijven. Maar investeringen blijven de motor voor groei. De zwakke kapitaaluitgaven vormen zo een donderwolk voor een algemeen positief beeld, zo blijkt uit de resultaten van Deloittes driemaandelijkse Belgische CFO survey.

“Bedrijven kijken 2014 positief tegemoet, wat wordt weerspiegeld in hun plannen”, aldus Joël Brehmen, Lead Finance Partner bij Deloitte. “Bijna driekwart van onze survey-respondenten nam een omzetgroei in hun begroting van 2014 op. Toch blijft de meest waarschijnlijke uitdaging de voortgezette druk op prijzen en marges in de verschillende industrieën.”

De nieuwe optimistische stemming beïnvloedt de belangrijkste bezorgdheid van CFO’s. Die focust niet meer op het economische herstel, zoals de voorbije twee jaar. CFO’s zijn vandaag het meest ongerust over de competitieve positie van hun onderneming in de markt.

Thierry Van Schoubroeck merkt op dat niet meer dan 1 procent groei in België en de eurozone wordt verwacht: "Voor de VS is dat 2,5% en voor de opkomende markten 4-5%. In die sfeer lijken de begrotingsverhogingen van de ondernemingen overmoedig. Want met die groeiambities in het achterhoofd wordt de competitie in de langzaam groeiende markten waarschijnlijk erg intens.”

Ondanks hun gestegen optimisme en ambitieuze groeiverwachtingen zijn CFO’s volgens de laatste kwartaalsurvey bezorgd over de kwetsbaarheid van de ommekeer. “Het ziet er naar uit dat er herstel komt. De voortekenen voor de globale economie zijn positief. Maar de werkelijke koers die de economische cyclus zal volgen, is onvoorspelbaar. We hopen dat de vroege tekenen van herstel ondernemingen aanmoedigen, zodat ze gradueel meer focussen op groeistrategieën en waardecreaties in de loop van 2014. De huidige bedrijfsprioriteiten sluiten misschien niet aan bij die uitgesproken groeiambities”, concludeert Thierry Van Schoubroeck.

De CFO survey van Deloitte België van het vierde kwartaal van 2013 werd uitgevoerd tussen 11 december 2013 en 6 januari 2014. In totaal vulden 73 CFO’s het onderzoek in. Zij zijn actief in een waaier van industrietakken. 27% van de deelnemende ondernemingen heeft een omzet van meer dan 1 miljard, 41% tussen 100 miljoen en 1 miljard, en 32% minder dan 100 miljoen euro.

25/02/2014

Geert Noels wint eerste Vox Award

Econoom Geert Noels is winnaar van de eerste Vox Award geworden. Deze award wordt uitgereikt door Vox Entrepreneurs. Vox Entrepreneurs is een nieuwe organisatie van authentieke kmo-ondernemers, die in een economisch klimaat dat als bedrijfsonvriendelijk wordt omschreven, een positieve boodschap willen brengen.

Vox Entrepreneurs wil geen nieuwe werkgeversorganisatie of denktank zijn, maar wel op een positieve manier het belang van ondernemen illustreren.

Om de twee weken zal de vereniging een Vox Award uitreiken aan een persoon, initiatief of idee die of dat ons land op een duurzame manier meer welvaart en welzijn brengt.

“Geert Noels is voor ons ideaal als eerste winnaar. Na vijf jaar crisis blijft hij op diezelfde nagel hameren: wat we beleven is niet zozeer een crisis, als wel een grondige verandering van onze economie en samenleving”, aldus Alexis Dragonetti en Wim Verheye van Vox Entrepreneurs.

Vox Entrepreneurs verspreidt ook om de twee weken een Vox Cartoon (van de hand van Charel Cambré, de tekenaar van onder meer de Suske en Wiske spin-off Amoras en van Filip & C°, de parodiestrip van het Belgisch koningshuis). Met de cartoons wil de organisatie een knipoog geven. “Het leven moet immers niet altijd ernst zijn”, klinkt het nog.

 

Rechters klagen over de complexiteit van het recht...

25/02/2014

Falingsriciso groot bij 1 op 6 kmo’s

Eén op zes kmo’s in ons land loopt een groot risico op faillissement, heeft een beperkt groeipotentieel en worstelt om te overleven.

Dat blijkt uit het KMO-rapport België dat UNIZO opmaakte in samenwerking met onderzoeksbureau Graydon en de Waalse ondernemersorganisatie UCM. UNIZO en Graydon maken het rapport al sinds 2008 voor Vlaanderen, maar met UCM erbij komt er dit jaar een KMO-rapport België. Het focust op de periode 2003 tot en met 2012.

De verschillende financiële indicatoren geven voor 2012 een gemengd beeld. De productiviteit en solvabiliteit evolueren negatief. Positief evolueren de graad van financiële onafhankelijkheid, dekking van het vreemd vermogen door cashflow en de liquiditeit. De rendabiliteit van het eigen vermogen blijft status quo ten opzichte van het voorgaande jaar.

16,3% van de KMO’s zit dus in de risicozone, maar dat is beduidend minder dan in 2003, toen nog 23,3% van de Belgische kmo’s zich binnen deze risicogroep bevonden. Ten opzichte van vorig jaar blijft het nagenoeg stabiel. In Brussel ligt het wel op 26%, in Vlaanderen op 15% en in Wallonië op16,7%.

De Belgische productiviteit daalt dit jaar in alle regio’s, dus zullen bedrijven hun personeelskosten relatief zien stijgen ten opzichte van de toegevoegde waarde die wordt gegenereerd. Er zijn wel grote sectorale verschillen. Mogelijk heeft de dienstenchequesector eveneens een grote impact op de evolutie van de productiviteit. 
De rendabiliteit blijft met 8,8% ook in 2012 onder het niveau van 2007.

De solvabiliteit geeft het vermogen van een onderneming weer om zowel kortlopende als langlopende schulden af te lossen via het eigen vermogen. Of: in welke mate doet ze een beroep op extern vermogen. In 2012 zakt de mediaanwaarde voor een Belgische KMO naar 66,4%. In Vlaanderen daalt het cijfer naar 64,8% en in Wallonië naar 69,2%. Een dalende solvabiliteit geeft aan dat de crisis weegt op de financiële gezondheid van de kmo’s. Hoe langer de crisis duurt, hoe meer bedrijven die het moeilijker zullen krijgen en dit verklaart ook een daling van het algemene solvabiliteitscijfer.

De graad van financiële onafhankelijkheid (de dekkingsraad vreemd vermogen door cash flow en liquiditeitspositie)
stijgt voor België naar 34,1%. In Vlaanderen is dat 35,6% en in Wallonië 31,2%. Ondernemingen proberen zich meer met eigen vermogen te financieren en proberen hun balans te versterken.

De onderzoekers bedenken er wel bij dat de verstrengde financieringsvoorwaarden van banken er automatisch toe gaan leiden dat de financiële onafhankelijkheid stijgt.
Zeer positief is de stijging van de dekkingsgraad van het vreemd vermogen (België: 15%, Vlaanderen: 15,8% en Wallonië: 14,8%). Het komt er op neer dat de bedrijven, met de cash die ze genereren, beter in staat zijn om hun schulden af te lossen.

Ook de liquiditeitspositie gaat erop vooruit (België: 1,30, Vlaanderen: 1,34 en Wallonië: 1,25). De stijging geeft aan dat KMO’s meer en beter in staat zijn om hun schulden op korte termijn te vereffenen en wijst dus op een verbetering van de kaspositie van bedrijven.

Het aantal dagen leveranciers- en klantenkrediet daalt gedurende de voorbije 10 jaar. Het bedrijfsresultaat van de KMO-vennootschappen evolueert algemeen positief gedurende de periode 2003-2012, met 2011 als positieve uitschieter. In 2009 en 2010 is er een zeer sterke terugval van de bedrijfsresultaten.

22/01/2014

Wat met je cadeaubon als de zaak op de fles gaat?

Dan ben je hem zo goed als zeker kwijt. Weg centen van de schenker, weg leuk diner of exclusieve lingerie. Zo’n geschenkbon is meestal een jaar geldig. Het is dus niet denkbeeldig dat hij een tijdje in de la blijft liggen. Daar gooi je hem omwille van de beperkte geldigheid sowieso beter niet.

Gaat het restaurant of de winkel in tussentijd failliet, dan zit je met een zo goed als waardeloze cadeaubon. Strikt juridisch is zo’n cadeaubon een schuldvordering op de handelaar: er is voor betaald, maar nog geen tegenprestatie geleverd. Je kunt met je bon een schuldvordering indienen bij de rechtbank van koophandel die het faillissement heeft uitgesproken. Dat is gratis en kan tot een jaar na de uitspraak van het faillissement.

Achteraan in de rij

Maar het is zeer de vraag of het wel zin heeft om die moeite te doen. De koper of eigenaar van een cadeaubon is immers een gewone schuldeiser, en die komt helemaal achteraan in de rij. De opbrengst uit een faillissement moet verdeeld worden volgens een wettelijk bepaalde rangregeling. De banken, de werknemers, de belastingen en de RSZ komen eerst aan de beurt. Voor de gewone schuldeisers resten er, na de uitbetaling van die bevoorrechte schuldeisers, meestal zelfs geen kruimels meer.

Niet in de la gooien

Niet alleen een faillissement is een bedreiging voor de cadeaubon. Hem te lang laten liggen, maakt de bon meestal ook waardeloos. In België bestaat er geen specifieke wetgeving over cadeaubonnen en gelden de verkoopsvoorwaarden van de handelaar. Voor je een bon koopt, bekijk je volgens European Consumer Centre Belgium best die voorwaarden. Daarin zal bepaald zijn of de ontvanger de bon kan inruilen in geld, gebruiken tijdens de soldenperiode, verlengen of doorgeven.

Als er op de cadeaubon geen datum staat, dan is de bon onbeperkt geldig. Als er alleen een uitgiftedatum op de cadeaubon staat, dan kun je de bon gedurende 5 jaar inwisselen. Winkeliers verkopen ook cadeaubonnen met een beperktere geldigheidsduur. In dat geval staan er vaak een uitgiftedatum en een geldigheidsduur op de bon. Een geldigheidsduur van korter dan één jaar is meestal onredelijk. De verkoper moet dan aantonen dat in zijn geval een kortere geldigheidsduur wel redelijk is, bijvoorbeeld voor consumptiebonnen of muntjes op een bepaald feest of festival.

Werk aan de winkel voor consumentenzaken

Er is blijkbaar discussie over de geldigheid van cadeaubonnen voorbij de vaak gehanteerde termijn van 1 jaar op basis van het contractrecht. Door de geldigheid tot 1 jaar te beperken zouden handelaar zich teveel veroorloven (zie links hieronder).

Ook de bescherming bij een faillissement zou beter kunnen. “De wetgever zou de aanbieders van geschenkbonnen – restaurateurs of winkeliers – kunnen verplichten de ontvangen sommen voor de geschenkbonnen te blokkeren op een aparte bankrekening, een derdenrekening waarop de banken of andere schuldeisers nooit beslag kunnen leggen. Gaat de zaak failliet, dan zouden de kopers hun geld wel kunnen terugeisen. Maar zonder initiatief van de wetgever zullen de aankopers van geschenkbonnen het verlies moeten incasseren”, zegt advocaat Jef Dauwe naar aanleiding van een faillissement van een bekend restaurant.

22/01/2014

Over de foute factuur en O2C 2.0

We schetsen het beeld van een groot bedrijf, medio jaren negentig. Nee, geen verzonnen bedrijf. Integendeel: het was in die jaren de nationale trots.

De onderneming had weliswaar al beschikking over indrukwekkende systemen waarmee ze de maandelijks de facturatie deed. Vanuit alle krochten van de organisatie werden de gegevens aangeleverd waaruit de facturen werden samengesteld en uiteindelijk verstuurd naar de duizenden klanten. De versnippering van de organisatie en de introductie van nieuwe services die België klaar moesten stomen voor het nieuwe tijdperk met iets dat internet heette, zorgde er helaas voor dat de facturen regelmatig fouten bevatten.

Niks aan te doen. De onderneming had een afdeling ‘financieel beheer’ waar twee ietwat stoffige mannen hun best deden om facturen die als foutief retour kwamen, te corrigeren en uiteindelijk met hoekige incassomethoden alsnog binnen te hengelen. Achteraf, altijd achteraf.

De twee mannen kenden de dienstverlening van hun werkgever slechts globaal en werden ook niet in het proces betrokken van productintroductie, klantenacties of anderszins zaken die van belang konden zijn voor het juist factureren. Ergo: rubbish in, rubbish out en bovendien geen enkele controle op de aard van de ‘rubbish’. Er werd ook geen enkele noodzaak gevoeld om dit beter te regelen. Het geld stroomde letterlijk binnen, waarbij een foutmarge van 15 procent op verkeerde facturen al werd ‘ingeboekt’.

Nogmaals. Niet verzonnen. Reguliere praktijk bij topondernemingen medio jaren negentig. Pré-internetbubbel. En toen ging het fout, gierend fout. Sterker: het ging diverse keren fout. Inclusief de – letterlijk – kapitale blunders die uiteindelijke de crisis zouden inluiden.

Inmiddels is er geen bedrijf ter aarde die zich de luxe van 15% foute facturen kan veroorloven. Met vraaguitval die op loer ligt, prijsdruk en steeds kleiner wordende marges op diensten op producten, is het juist van essentieel belang dat je als bedrijf op tijd de uitstaande saldo’s binnenkrijgt. En dat begint met een juiste factuur waarover geen discussie kan bestaan tussen klant en bedrijf. Er mag eenvoudig geen licht zitten tussen ‘wat denkt de klant te hebben gekocht’ en ‘wat denkt een bedrijf te hebben verkocht’.

Om die foutmarge zo gering mogelijk te maken en te houden, is het van belang om credit control en credit managers in een vroeg mogelijk stadium bij het gehele orderproces te betrekken. Dan hebben we het over de verschuiving van credit management naar Order to Cash. Het is een ontwikkeling die al is ingezet: credit managers die vanaf het begin zijn betrokken bij een klantvraag en de invulling daarvan, zodat de factuurgegevens kloppen en het gemakkelijker wordt om deze factuur op tijd te innen.

Dat betekent dat het vak van de credit manager meer en meer zal verschuiven. Bedrijven zullen hun credit managers meer en meer mee moeten nemen in het totale proces van ontwikkeling en levering van producten en diensten. Credit managers zullen meer een baken van kwaliteitsbewaking worden. Uit welke – factureerbare – componenten bestaat de dienst of het product? Welke marges worden hierop gehanteerd?

Hoe zit het met voorfinancieringen en de verwerking daarvan in de prijsstelling? En uiteindelijk: wat gaat de klant daadwerkelijk betalen? Dat is Order to Cash. 2.0.

Door: Suzanne van de Horst

22/01/2014

7 redenen om te bellen in plaats van schrijven

Alle tijd waarin u niet bezig bent te communiceren met uw klant, is verspilde tijd in credit management.

Een gewaagd statement, maar wij zijn ervan overtuigd dat klantcontact ervoor zorgt dat uw klanten sneller betalen. Ditis van groot belang; geld is immers de brandstof van uw organisatie.

Gedurende onze jaren van ervaring met credit management software implementaties hebben wij vele organisaties gezien die veel tijd kwijt zijn aan het prioriteren van de werkdag, evenals andere voorbereidingen voorafgaand aan het klantcontact. Tegen de tijd dat dit afgerond is, is het verleidelijk om gemakshalve correspondentie per brief of email uit te sturen.

Afhankelijk van hoe uw beleid in elkaar steekt en welke relatie u heeft of wilt hebben met uw klanten, kan bellen wellicht effectiever zijn dan het sturen van een brief of email. Door elementen van de voorbereiding en prioritering te automatiseren, komt er (meer) tijd vrij om de telefoon op te pakken en de klanten te bellen die baat hebben bij direct contact. Hier zijn 7 redenen waarom het directe klantcontact een effectievere manier zou kunnen zij om resultaat te bereiken in credit management:

1. Proactiviteit: Bellen is een meer proactieve benadering dan andere vormen van correspondentie. Hiermee laat u zien dat u betrokken bent bij het halen van uw doelen evenals die van uw klant: samen obstakels verwijderen die ervoor zorgen dat er niet wordt betaald.

2. U spreekt de juiste persoon: Wanneer u belt, is de kans groot dat u de juiste contactpersoon aan de lijn krijgt. Dit is van belang wanneer het gaat over openstaande posten en betalingen. Door de juiste persoon aan de lijn te krijgen, heeft u direct de feiten en details boven tafel aangaande bovenstaande obstakels.

3. Direct resultaat: In onze ervaring heeft geen ander medium zulk direct resultaat als een telefoongesprek. Wanneer u uw klant aan de lijn heeft, kunt u direct zaken doen. Dit ligt anders wanneer u moet wachten op een antwoord op een brief of email.

4. Toezegging; twee kanten op: Wanneer u een brief of email stuurt vraagt u een klant om een toezegging, maar dat betekent niet dat u die toezegging krijgt. Wanneer u uw klant belt en de opties met diegene bespreekt, komt u uit op een toezegging in plaats van een vraag die één kant op gaat.

5. Doorpakken op ontevredenheid: Wanneer u de klant spreekt, kunt u snel te horen krijgen of er zaken zijn waarover hij ontevreden is betreffende de facturen. Des te eerder u hier achter bent, des te sneller u de hoofdoorzaak op kan lossen en verder kan gaan.

6. Opbouwen van klantintimiteit: Klantintimiteit ligt in het hart van de Eforos-software van eXago. Wij zijn trots op het feit dat we onze software kunnen gebruiken om de relatie te verlengen waar de rest van uw organisatie tijd en geld in heeft geïnvesteerd om op te bouwen. De tijd nemen om de klant te spreken is een integraal onderdeel van het opbouwen van klantintimiteit en het écht begrijpen van uw klanten.

7. Oppikken van verborgen signalen: Wanneer u iemand aan de lijn heeft, kunt u emoties en gedrag opvangen die u wellicht mist wanneer u geschreven correspondentie verstuurd. Hierop kunt u dan direct inspelen en doorvragen, en de ware motivatie boven tafel brengen.

Bovenstaande opsommingen hebben allemaal iets gemeen. Door klantintimiteit te creëren begint u de klant in de juiste richting te manoeuvreren. Het gaat over het behalen van succes door gezamenlijke toezeggingen in plaats een proces aflopen wat kan leiden tot conflicten.

19/12/2013

Multinationals maken misbruik van de crisis

Eenzijdige verlenging betalingstermijn werkt door in de hele keten.

Het eenzijdig verlengen van de betalingstermijn door multinationals heeft verstrekkende gevolgen voor de gehele keten en heeft een negatief effect op de economie. De betalingstermijnen verkorten, levert juist een enorme economische impuls op. Dat stelt het Verbond van Credit Management Bedrijven (VCMB), de brancheorganisatie van bedrijven die actief zijn binnen het aandachtsgebied creditmanagement.

Deze week verscheen er een artikel waarin er melding werd gemaakt dat DE Master Blenders zijn betalingstermijn voor leveranciers eenzijdig verlengt tot 180 dagen of zelfs 200 dagen. Hiermee misbruikt het bedrijf het leverancierskrediet om in de eigen liquiditeitsbehoefte te voorzien, stelt het VCMB. Dit terwijl er sinds dit jaar wetgeving van kracht is die een maximale termijn van 30 dagen voorschrijft. Hoewel bedrijven onderling andere afspraken mogen maken, zijn betalingstermijnen van meer dan 60 dagen alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan.

Het eenzijdig verlengen van de betalingstermijn door multinationals heeft verstrekkende gevolgen voor de gehele keten en heeft een negatief effect op de economie. De betalingstermijnen verkorten, levert juist een enorme economische impuls op. Dat stelt het Verbond van Credit Management Bedrijven (VCMB), de brancheorganisatie van bedrijven die actief zijn binnen het aandachtsgebied creditmanagement.

Gevolgen voor de keten en de economie

Door de dominante marktpositie van grote organisaties moeten veel leveranciers de eenzijdige aanpassing wel accepteren. Met name kleinere leveranciers zijn hierdoor niet in staat zelf aan hun betalingsverplichtingen te voldoen en gaan hun toeleveranciers ook trager betalen. Zo heeft een dergelijk besluit gevolgen voor de gehele keten.

Bij grote ondernemingen is de kans op non-betaling niet groot. Dit kan echter verderop in de keten wel optreden. Uit onderzoek van VCMB blijkt dat de helft van alle oninbare vorderingen (52%) is te wijten aan een faillissement van een afnemer. Veel bedrijven (37%) voelen deze pijn direct in hun kaspositie en worden zelf ook late betalers (19%).

Betalingsbeleid staat haaks op MVO-beleid

Het VCMB wijst op de voorbeeldfunctie die grote ondernemingen hebben. Voorzitter Mannes Westhuis: “Het is een verkeerd en onverantwoordelijk signaal naar de gehele markt, dat onherroepelijk navolging krijgt door andere ondernemingen. Als grote ondernemingen hun betalingstermijnen aanpassen, waarom zouden kleinere partijen het dan niet ook doen?”

“Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt valt bovengenoemde beslissing goed te begrijpen,” vervolgt Westhuis. “Hierbij gaat DE Master Blenders echter volledig voorbij aan zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid.”

Het VCMB roept ondernemingen die de betalingstermijnen hebben opgerekt op om in deze lastige tijden hun rekeningen wel keurig binnen 30 dagen te betalen en daarmee, naast hun toeleveranciers, indirect ook hun klanten te ondersteunen.

19/12/2013

Minnelijke invorderingen van schulden afgebakend

Niet elke invordering van schulden is noodzakelijkerwijs “minnelijk”. Een aantal gerechtsdeurwaarders hebben namelijk de neiging om het bedrag van hun honorarium op te drijven door steeds opnieuw herinneringen te sturen.

De PS wil die misbruiken indijken door de kosten die kunnen worden geëist bij niet-betaling van business to consumer-facturen strikter te omkaderen.

Het door de consument verschuldigde bedrag mag evenwel niet hoger liggen dan de oorspronkelijke schuld, vermeerderd met 50% en dat voor de hele procedure van de minnelijke invordering. Een schuld van 100 euro zal in die context dus hoogstens tot 150 euro oplopen.

De administratieve kosten en de verzendingskosten voor de aanmaning zijn in dit totaalbedrag begrepen en mogen niet meer bedragen dan 30 euro.

De forfaitaire vergoeding, waarin mogelijks in de overeenkomst is voorzien, wordt beperkt tot 10% van het goed of de dienst voor schulden tussen 1 en 7.500 euro en tot 5% voor schulden van meer dan 7.500 euro met een maximum van 1.250 euro.

19/12/2013

Voorkom wanbetaling: nudging helpt bij het maken van betere keuzes

In Nederland heeft één op de zes huishoudens een problematische schuld of loopt ernstig risico hierin verzeild te raken.

Onrustbarende cijfers die alle aanleiding vormen voor een klantgerichte en weldoordachte aanpak. Volgens Tamara Madern van het Nibud vraagt dat om een gedragsverandering. “Niet alleen van de schuldenaren, maar ook van de schuldeisers.”

Brieven die ongeopend op de stapel belanden en betalingen die keer op keer worden uitgesteld. Creditmanagers zouden het graag anders zien. Gedragsveranderingen zijn moeilijk te bewerkstelligen. Toch zijn er manieren om het gedrag van mensen te beïnvloeden, zonder dat zij het zelf doorhebben. Deze indirecte, soms onmerkbare vormen van gedragsbeïnvloeding noemen we ‘nudging’. Tamara Madern is daar als wetenschappelijk medewerker van het Nibud regelmatig mee bezig.

Hoe ontstaan betalingsproblemen?

“Dat heeft voor een groot deel met gedrag en ontkennen te maken. We zien dat mensen onvoldoende geld achter de hand hebben voor onverwachte uitgaven. Ze zijn ook slecht op de hoogte van hun vaste lasten. Een kwart van de huishoudens kan geen schatting geven van hun huur of hypotheek. En bij een life-event als een scheiding of werkloosheid, wordt daar in financieel opzicht te laat op ingespeeld. Er wordt te lang vastgehouden aan de bestaande levensstijl. Het kan natuurlijk ook gebeuren dat je buiten je schuld in de problemen komt, maar vaak speelt het gedrag ook een rol. Mensen willen meedoen met de massa. Consumeren staat hoog op de verlanglijst. Iedereen doet het. Daarmee is de schuldenproblematiek ook een maatschappelijk probleem.”

Is er een verschil met vroeger?

“Het gaat erom dat mensen worden gestimuleerd om de goede keuzes voorop te plaatsen. Als Nibud vinden wij het belangrijk dat mensen meer zicht hebben op hun uitgaven. Dat kan heel eenvoudig door regelmatig een begroting te maken. Dat gebeurt veel te weinig en waarschijnlijk ook minder dan vroeger, toen de huisvrouw een kasboek bijhield. We constateren ook dat de consument steeds verder afstaat van het verkopende bedrijf. Vroeger kocht je iets bij de boekhandel, platenzaak of kledingwinkel. Je kende de eigenaar van de winkel, daar maakte je een praatje mee. Die situatie is met de opkomst van internet drastisch veranderd. Tegenwoordig is de afstand veel groter, waardoor je na het ontvangen van een rekening kunt denken: ‘Nou laat maar, het komt wel’. Het is veel lastiger om een schuld te hebben bij iemand die je vaak tegenkomt. Het belangrijkste is dat we wanbetaling proberen te voorkomen. Als dat niet lukt, zijn er middelen om het incassotraject zo beperkt mogelijk te houden.”

Wat is nudging?

“Het Engelse woord nudging staat voor een vriendelijk duwtje in de goede richting. Het idee is nudging te gebruiken om mensen te helpen in alle vrijheid makkelijke en betere keuzes te laten maken. Zie het als praktische hulpmiddelen, waarmee betalingsproblemen kunnen worden voorkomen. Ik constateer dat er te veel vanuit ‘het bedrijf’ wordt geredeneerd. Dat is logisch omdat zij hun geld willen zien. Bij het voorstel voor een betalingsregeling, stemt de klant daar meestal mee in, maar betaalt vervolgens niet. Het is verstandiger om aan de klant te vragen wat hij maandelijks denkt terug te kunnen betalen. De kans is dan groter dat het daadwerkelijk gebeurt omdat de klant het zelf heeft aangegeven. Je draait het proces om.”

Hoort de afstand kleiner maken ook bij nudging?

“Absoluut. Je kunt alles veel persoonlijker maken. Bijvoorbeeld door een naam onder een rekening te zetten. Stuur ook direct een rekening na aankoop. Wacht daar niet weken mee. De praktijk in Groot-Brittannië levert een mooi voorbeeld op van nudging. De Britse overheid stuurde altijd bruine enveloppen met belangrijke boodschappen. De meeste mensen maakten die brieven niet open. De overheid stapte over op wit en op de voorkant kwam een handgeschreven boodschap met de naam van de ontvanger en de vriendelijke boodschap om de envelop open te maken. Deze brieven werden wel goed gelezen.”

Kun je verschillende klantgroepen onderscheiden?

“Jazeker. We kennen de opwaarts mobielen. Dat zijn de carrièregerichte individualisten met een uitgesproken fascinatie voor sociale status, nieuwe technologie, risico en spanning. Zij spelen in op het feit dat ze denken dat ze meer gaan verdienen. Als dit niet gebeurt, ontstaan er problemen. Aan de andere heb je de gemaksgeoriënteerden. Die zijn veel meer gericht op makkelijk en eenvoudig. Zeker die laatste groep wordt heel chagrijnig als je veel brieven stuurt. Die moet je alleen een korte boodschap sturen. Dat werkt waarschijnlijk beter. Dat kan een mail zijn of in ieder geval een brief met een antwoordnummer, zodat ze makkelijk kunnen reageren. De boodschap moet aansluiten bij de belevingswereld.

Is ‘ken je klant’ het toverwoord?

“Dat is wel heel belangrijk. Commercieel gezien is het natuurlijk handig om te weten waar de belangstelling van specifieke klantgroepen naar uit gaat. Maar ook als het gaat om betalingsgedrag is het verstandig om je klanten goed te kennen. Als je weet dat er bepaalde groepen zijn met een hoog risico, kun je die beter direct een betalingsregeling aanbieden. Dat voorkomt het steken van veel geld en energie in lange trajecten met aanmaningen, bellen et cetera. Direct bellen geeft ook een ander effect dan een heel traject ingaan met brieven en aanmaningen.”

Zijn we in op de goede weg?

“Het is onze missie om mensen zelfredzaam te maken op het gebied van geld, zodat financiële problemen worden voorkomen. Gelukkig zien we dat steeds meer bedrijven en creditmanagers actief helpen bij het voorkomen van betalingsachterstanden. Wij adviseren ze graag. Preventie is belangrijk vanuit maatschappelijk en financieel oogpunt. De ervaring leert dat een organisatie het hoogste rendement behaalt door al vanaf de voorkant van het betalingstraject een klantgerichte en weldoordachte aanpak te kiezen.”

25/11/2013

Credit Scoring en analyse worden steeds belangrijker en nauwkeuriger

In het huidige informatietijdperk is het maken van de juiste kredietbeslissing een kwestie van het tijdig beschikken over de juiste informatie en correcte interpretatie van de betreffende informatie.

Recent heeft Dun & Bradstreet haar scoremodel grondig herzien en aangepast aan de nieuwe economische omstandigheden in Nederland. In dit interview heb ik een gesprek met Sabine Besselink en Joris Peeters, respectievelijk marketing manager en business consultant bij Dun & Bradstreet Nederland over dit nieuwe scoremodel.

Kun je jullie rol binnen Dun & Bradstreet nader toelichten?

Sabine: ‘Ik houd mij als marketing manager vooral bezig met de ondersteuning van sales. Dat betekent dat ik ervoor zorg dat onze sales mensen over de juiste gereedschappen beschikken en dat we de juiste campagnes draaien. Voor de ontwikkeling van het Nederlandse scoremodel heb ik in samenwerking met Joris Peeters lokale input gegeven, zodat het model goed aansluit bij de actuele Nederlandse (economische) situatie.’

Joris: ‘Als business consultant ondersteun ik zowel ons verkoopteam als onze klanten. Ik ben gespecialiseerd op het gebied van creditscoring en automatisering van kredietprocessen en -workflows binnen bedrijven.’

Sinds wanneer is dit scoremodel beschikbaar?

Sabine: ‘De nieuwe verbeterde score maakt sinds 16 september standaard onderdeel uit van de diverse D&B producten met bedrijfsinformatie. Hierdoor hebben onze klanten een nog nauwkeuriger inzicht welke bedrijven qua kredietwaardigheid en betalingsgedrag goed, minder goed of slecht zijn.’

Wat maakt het nieuwe scoremodel bijzonder?

Sabine: ‘Onze scoremodellen in het verleden waren voornamelijk gebaseerd op het hele ‘universum’ in Nederland. Dan praten we over 2,4 miljoen bedrijven die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Voor de ontwikkeling van het nieuwe model hebben we alleen die bedrijven opgenomen waarvan we weten dat ze economisch actief zijn, waardoor het model voor onze klanten veel relevanter geworden is.’

Hoe weten jullie of bedrijven al dan niet economisch actief zijn?

Sabine: ‘We hebben twee manier om te toetsen of een bedrijf economisch actief is. Allereerst beschikken wij over heel veel betalingservaringen via ons eigen DunTrade programma , zodat we weten welke bedrijven op rekening kopen. De tweede methode is via de aanvragen van onze klanten op onze database, zodat we weten welke bedrijven gecheckt worden. Op deze manier hebben we 2,4 miljoen bedrijven teruggebracht naar ongeveer 1,4 miljoen echt actief handelende bedrijven.’

In Nederland zijn ongeveer 750.000 ZZP’ers actief. Kan jullie scoremodel goed overweg met deze zakelijk soms riskante categorie?

Joris: ‘Zeer zeker. Je moet je voorstellen, dat de 1,4 miljoen actief handelende bedrijven een verzameling is van BV’s, NV’s, VOF’s, stichtingen en eenmanszaken. We kunnen de (generieke) scorecard verder uitsplitsen naar bedrijfsvorm. Achter de score in het systeem zit een aparte verwerking voor de verschillende rechtsvormen. We werken in feite met 3 modellen:

Bedrijven met een deponeringsplicht en dit zijn met name de NV’s en BV’s, eventueel aangevuld met bedrijven met een andere rechtsvorm waarvan we wel cijfermateriaal zoals balansen beschikbaar hebben.

Bedrijven zonder deponeringsplicht: VOF, eenmanszaken (waaronder ZZP’ers) en kleinere stichtingen. Holdingmaatschappijen.

Dankzij onze scoringtechnieken, betalingservaringen en informatie over de directie is ons specifieke model voor deze groep van eenmanszaken en ZZP’ers dan ook prima in staat de risico’s juist in te schatten.’

Hoe nauwkeuriger is de nieuwe scorecard ten opzichte van de oude scorecard?

Joris: ‘Zonder al te technisch te worden De kwaliteitsdoelstelling is dat we ongeveer 75% van alle (Nederlandse) faillissementen voorspellen. De vorige scorecard was ontwikkeld net voordat de crisis (Lehman Brothers) begon. Hoewel deze scorecard de crisis heel goed overleefd heeft, is de afgelopen jaren het gedrag van bedrijven sterk veranderd. Dit is vooral ingegeven door de aanhoudende economische onzekerheid en de terughoudendheid van banken om krediet te verstrekken. Voor Dun & Bradstreet was dat de aanleiding om onze scorecard op een aantal kritieke punten aan te passen. Met deze aanpassingen is de voorspellende kracht van onze scorecard verder toegenomen.’

Wordt er in de huidige tijd door bedrijven meer gebruik gemaakt van scores bij het nemen van kredietbeslissingen?

Joris: ‘Er zijn een aantal duidelijke ontwikkelingen in de markt. Voor de val van Lehman Brothers was het eenvoudiger om krediet te krijgen en was er vanuit het (hoger) management wel aandacht voor de financiële stabiliteit en de betaalmoraal van zakenrelaties, maar veel minder dan dat nu het geval is. En mocht er dan toch een klant wegvallen, dan had men in de groeiende economie relatief snel weer een nieuwe klant gevonden. Dat beeld is nu volkomen omgedraaid. De economie stagneert en bedrijven kunnen nu veel minder makkelijk aan geld komen via de bank. Het gevolg is dat bedrijven veel strenger zijn gaan toekijken op het (tijdig) incasseren van uitstaande facturen. Het tegenstrijdige verschijnsel doet zich voor dat ondanks de crisis de betalingsmoraal is verbeterd. Verder zie je dat er bij bedrijven een toenemende aandacht is voor procesoptimalisatie, waarbij automatisering van het (krediet)beslissingsproces een belangrijke rol speelt. Dan kom je automatisch uit op creditscoring, omdat je door middel van scoring veel efficiënter en betrouwbaarder kredietbeslissingen kunt nemen. Een bijkomende reden voor het toenemend gebruik van scoring heeft te maken met teruglopende budgetten. Bedrijven kunnen tegenwoordig niet meer zomaar extra personeel inzetten en worden daardoor min of meer gedwongen om efficiënter, tegen lagere kosten en met betere resultaten dezelfde werkzaamheden te verrichten.’

Wat is jullie verwachting en visie voor de toekomst met betrekking tot het gebruik van scoring?

Sabine: ‘We zijn vooral op zoek naar nieuwe databronnen. De technologie van scoring blijft valide. Traditionele informatiebronnen zoals de Kamer van Koophandel, zullen echter steeds meer worden aangevuld met data afkomstig van diverse (sociale) media. Dan kun je denken aan berichtgeving via internet, crowd sourcing, mediadata, wat er op blogs wordt verteld over bedrijven, etc. Daar moet je overigens wel voorzichtig mee omgaan, want de kwaliteit van data via deze kanalen is niet altijd even betrouwbaar. Met behulp van analytische tools kunnen we feitelijke data (traditionele handelsinformatie) en data uit de markt en/of internet steeds beter combineren en interpreteren. Op die manier denken we modellen te kunnen bouwen die een steeds hogere actuele en voorspellende waarde hebben.’

Joris: ‘We zien dat analyse steeds belangrijker wordt. Dan denk ik vooral aan het combineren van scores met externe data, eventueel aangevuld met interne data van de klant. Bedrijven zijn in toenemende mate op zoek naar efficiënte en effectieve oplossingen, zodat ze sneller en beter zakelijke beslissingen kunnen nemen. Voor bedrijven is het van belang dat ze productief kunnen werken met de data die ze inkopen. Met behulp van analytics wil je uiteindelijk een hogere ROI op je data krijgen. Bij bedrijven gaat het er vooral om hoe zij een creditscore zo goed mogelijk kunnen vertalen naar nieuwe en/of bestaande business.’

Ter afsluiting, wat zou je de lezer nog mee willen geven?

Sabine: ‘Het belang van een goed scoremodel zal duidelijk zijn, maar graag wil ik benadrukken dat de kwaliteit en toegevoegde waarde van ons model in hoge mate wordt bepaald door de informatie over het betaalgedrag van Nederlandse bedrijven.  Dun & Bradstreet beschikt over een afdeling die zich uitsluitend bezighoudt met het verzamelen en verwerken van (internationale) betalingservaringen van bedrijven. Veel bedrijven zijn bereid om hun betalingservaringen met ons te delen, waardoor wij heel veel kunnen zeggen over betaalgedrag. Voor onze interne trainingen hebben we een ‘prachtig’ voorbeeld van een bekende – recent gefailleerde – onderneming in lingerieproducten. Ruim een jaar geleden zagen we het betaalgedrag van dit bedrijf plotseling enorm verslechteren, wat vaak een voorbode is voor meer slecht nieuws. Dat bleek later ook. Klanten die onze alerting cq monitoring service gebruiken, zouden in dit geval al ruim voor het faillissement berichten van ons hebben ontvangen dat de zaken daar niet goed gingen. Daarmee wil ik nogmaals aangeven hoe belangrijk betaalinformatie is voor de voorspellende waarde van onze scoremodellen. Aan de andere kant streven wij ernaar om de scoring van bedrijven zo realistisch mogelijk weer te geven en we bedrijven niet onnodig op hoog risico zetten, zodat onze klanten met meer bedrijven verantwoord zaken kunnen doen.’

Joris: ‘Goed cash management is essentieel, maar het moet wel efficiënt en effectief gebeuren en dan kom je automatisch bij creditscoring uit.’

25/11/2013

België zakt vier plaatsen op ranglijst ondernemersklimaat

De omstandigheden voor ondernemers in België zijn er afgelopen jaar op achteruitgegaan. Dat concludeert de Wereldbank in zijn jaarlijkse controversiële rapport ‘Doing Business’, dat dinsdag werd gepubliceerd.

Ons land moest vier plaatsen prijsgeven in de rangschikking en eindigde dit jaar op de 36ste plaats. Het is afgelopen jaar volgens de Wereldbank onder meer minder makkelijk geworden om een onderneming op te starten in België en om er bouwvergunningen of kredieten te krijgen.

Singapore werd ook dit jaar door de Wereldbank uitgeroepen als het land met het vriendelijkste klimaat voor ondernemers. Net als vorig jaar wordt de top 5 verder gevormd door Hongkong, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten en Denemarken. De Centraal Afrikaanse Republiek liet zijn laatste plaats dit jaar aan Tsjaad.

Oekraïne (112de op de ranglijst), Rwanda (32ste) en Rusland (92ste) hebben volgens de Wereldbank tussen juni 2012 en juni dit jaar de meeste hervormingen doorgevoerd om het ondernemingsklimaat te hervormen. In totaal zagen de onderzoekers verbeteringen in 114 landen. Dat is 18 procent meer dan een jaar eerder.

De Wereldbank meet op basis van 10 indicatoren onder meer hoe makkelijk het is een onderneming op te richten en hoe open een land is voor internationale concurrentie. Daarnaast wordt gekeken naar belastingregels en faillissementswetgeving.

25/11/2013

De Europese domiciliëring: Wat verandert er?

Momenteel volstaat het om via pc-banking een vakje af te vinken en zo de domiciliëring stop te zetten. Hoe ziet de toekomst eruit eens SEPA is doorgevoerd.

De klassieke domiciliëring: Wel deze verdwijnt, stilaan valt de eengemaakte Europese betaalmarkt (SEPA) in zijn plooi. De klassieke Belgische domiciliëringsopdrachten worden dus vervangen door de Europes domiciliëringen en inderdaad, daar zijn verschillen met het huidige systeem.

Vanaf wanneer? Op 1 februari 2014 start het nieuwe Europese systeem. Willen uw leveranciers hun facturen na 1 februari 2014 nog steeds betaald hebben via het domiciliëringssysteem dan zal dat via de Europese regels moeten.

Wat verandert er?
Voortaan zal niet het niet uw leverancier of bank zijn die de zogenaamde mandaten beheert. Vanaf dan zal uw leverancier zelf moeten bijhouden van welke klanten hij toestemming kreeg om rechtstreeks geld van de rekening af te halen. Tot nu toe was dat dus steeds de bank die dit deed en die bijhield wie er toestemming gegeven had.

Hoe zit het in een B-2-B omgeving?
Een leverancier waar u beroepsmatig zaken mee doet, kan maar werken met zo’n Europese domiciliëring als uzelf aan uw bank bevestigt dat u hem toestemmin gegeven heeft om zijn facturen rechtstreeks te innen via uw rekening. Uw bank dient er dus vanop de hoogte te zijn om bedrog te mijden en dat kan niet met een simpel mailtje.

En hoe stopt u de Europese domiciliëring?
Ook dit geschiedt via uw leverancier, hij beheert de mandaten en dient u zich sowieso bij hem te melden. Het mandaat stoppen doet u dus best door hem een aangetekend schrijven te sturen.
Opdat uw bank ervoor zorgt dat de leverancier geen domiciliëringen op uw rekening trekt, stuurt u dus best ook een kopie van uw schrijven naar de bank. Zo zal zij weigeren dat er vanaf dat moment nog geld van uw rekening afgaat.

Wat geldt er voor B-2-C?
Een stopzetting voor particulieren gaat wel nog via de bank. Enerzijds moet u geen bevestiging van het mandaat sturen naar uw bank en anderzijds kan u wel via het ‘schuldeisersnummer’ de domiciliëring laten blokkeren.
Daarenboven kan u bij een B-2-C domiciliëring ook een maximumbedrag opgeven. De leverancier kan dan geen betaling opeisen die boven deze limiet uitgaat.

Tot slot nog: U kan ook steeds uw geld terugeisen indien er een betaling ten onrechte werd uitgevoerd. U kan dan aan uw bank vragen om het geld terug te vorderen en dit tot 8 weken na de uitvoering ervan.

25/10/2013

Gemiddeld drie procent vorderingen oninbaar

Drie procent van alle transacties wordt jaarlijks afgeschreven als oninbaar, maar de verschillen van sector tot sector zijn groot.

Onderzoek bij meer dan 10.000 bedrijven in Europa leert ons dat jaarlijks 350 miljard EUR, goed voor 3,0 procent van alle zakelijke transacties per jaar, worden afgeschreven als verlies ten gevolge van een late of oninbare vordering.

De zwaarst getroffen sectoren zijn de bouwsector, de Healthcare sector, de Professional Services sector en de Media sector die economisch verlies nog steeds zien stijgen, zo blijkt uit de European Payment Index 2013 Industry White Paper.

De Mediasector ziet de sterkste toename van het verlies door afgeschreven facturen met een stijging van 25% ten opzichte van 2012. Op de tweede plaats staat de Business Services sector, die economisch verlies door afgeschreven facturen dit jaar met 19% ziet stijgen.

”Ook al zijn de vooruitzichten weinig positief, toch zijn er heel wat maatregelen die ondernemingen kunnen treffen om het risico in te dijken. Wij zien dat ondernemingen die hun klanten kennen en een efficiënt debiteurenbeheer hebben ingericht, sneller betaald worden en een beduidend lager verlies aan afgeschreven vorderingen hebben”, aldus Guy Colpaert, managing Director van Intrum Justitia België.

Ook bij eXago wordt deze tendens bevestigd.

25/10/2013

Coface zet licht op rood voor chemie, farmacie en autosector

Op basis van een eigen indicator gevoed door de betalingservaringen van bedrijven, slaat Coface alarm voor drie van de veertien geanalyseerde sectoren.

Voor de Chemische bedrijven stijgt het risico naar ‘hoog’ in Europa en de Aziatische groeilanden. In Europa is de rendabiliteit van chemische bedrijven in één jaar tijd met 19% gedaald door een tanende vraag en de concurrentie van de Amerikaanse export. In de Aziatische groeilanden en vooral in China zijn de kmo’s het eerste slachtoffer geworden van het opdrogende kredietaanbod.

Voor farmaceutische bedrijven in Europa is het risico ‘hoog’. In de Aziatische groeilanden en Noord-Amerika zien we een relatieve stabilisering. Apotheken en verdelers worden getroffen door maatregelen om de toenemende kosten van de gezondheidszorg te verlagen.

Voor de Europese auto-industrie wordt het risico ‘zeer hoog’. De Europese auto-industrie is bijzonder hard getroffen en bleef achteruitgaan door structureel hoge productiekosten en een gebrek aan nationale markten. De nieuwe golf van faillissementen in de Franse autosector illustreert het Europese probleem: tussen augustus 2012 en juli 2013 waren er 11% meer. Erger nog, de financiële kosten van die faillissementen voor de leveranciers liggen boven 35% door het hogere aantal grotere bedrijven dat failliet gaat, vooral bij handelaars en toeleveringsbedrijven.

Internationale autogroepen richten zich in deze context op opkomende markten, vooral het exportvriendelijke Turkije met zijn lage kosten en Rusland met zijn grote en dynamische nationale markt. Inzetten op deze twee erg aantrekkelijke markten is gewaagd, maar hun potentieel weegt op tegen de risico's.

Naast het wispelturige karakter van de groei hebben deze landen ook nog te lijden onder allerlei hinderpalen. De Turkse autosector exporteert voor 40 procent naar de Europese Unie en lijdt onder hoge belastingen. Een ander probleem is dat voor onderzoek en ontwikkeling onvoldoende inspanningen worden geleverd om op te kunnen boksen tegen de concurrentie van Centraal- en Oost-Europa. In Rusland worden internationale toeleveringsbedrijven geconfronteerd met protectionisme, ondanks de recente toetreding van het land tot de Wereldhandelsorganisatie.

Toch blijven er goede kansen voor ondernemers en investeerders. De middenklasse groeit snel en gezinnen willen een wagen. Het wagenbezit ligt er veel lager dan in West-Europa. Bovendien mikken de overheden er op een grote sprong voorwaarts.

"Een onderscheid op basis van kosten kan niet langer het handelsbeleid op lange termijn zijn. Groeilanden zoals Rusland en Turkije kunnen alleen buitenlandse investeerders blijven aantrekken door te focussen op vernieuwing. Voor hun Europese doelgroep moeten de verdelers, erg verzwakt door de crisis, het hele model omgooien met flexibiliteit en personalisering als kernelementen", verduidelijkt Nicolas de Buttet, die bij Coface Directeur Acceptaties voor West-Europa is.

25/10/2013

CFO bereid om meer risico te nemen

Toename cash flow verwacht.

Voor het eerst sinds twee jaar durven de corporate CFO’s van Nederland weer risico te nemen. Ook andere indicatoren, zoals de cashflow, beschikbaarheid van financiering en de financiële vooruitzichten, zitten in de lift. Dit zijn de belangrijkste resultaten van de meest recente CFO Survey van Deloitte die ieder kwartaal wordt gehouden.

Hoewel nog steeds zo’n 90% van de CFO’s de externe financiële en economische situatie als onzeker ziet, lijkt dit voor de CFO steeds meer de nieuwe realiteit. “Voor het eerst in twee jaar zien we duidelijk uit de resultaten van onze survey dat de CFO weer bereid is risico’s te nemen. Het percentage is gestegen tot maar liefst 31%, terwijl dit afgelopen jaar nog bleef steken op 8% en de CFO vooral risicomijdend was”, aldus Wilten Smit, managing partner bij Deloitte.

Bijna driekwart (69%) van de CFO’s verwacht een stijging van de cash flow van hun onderneming. 14% hiervan verwacht zelfs een stijging van meer dan 20%. De belangrijkste redenen die zij hiervoor aangeven zijn personeelsreductie, introductie van nieuwe producten en stijging van de bruto marge.

Financieringsvormen

Meer dan de helft van de CFO’s (61%) geeft aan dat de kosten van financiering onveranderd zijn. Het uitgeven van obligaties is nog steeds de meest aantrekkelijke financieringsvorm. “Wel wordt bankfinanciering steeds aantrekkelijker bevonden als financieringsvorm en bijna gelijk aan bankkrediet, wat aangeeft dat ook hier het vertrouwen groeit”, meent Smit. Het uitgeven van aandelen blijft onaantrekkelijk net als vorig kwartaal.

Fusie- en overnamemarkt

Uit het onderzoek blijkt dat een kleine meerderheid (57%) van de CFO’s het komend jaar een toename verwacht in de fusie- en overnameactiviteiten, ten opzichte van 71% het kwartaal daarvoor. Slechts 6% van de CFO’s verwacht een daling van de M&A activiteiten. Wanneer er gevraagd wordt naar de overnameactiviteiten van hun eigen bedrijf dan verwachten de CFO’s actief te gaan worden; bijna de helft (45%) geeft aan te verwachten betrokken te zijn bij een acquisitie en 40% geeft aan een desinvestering te gaan doen.

23/09/2013

Tijdsgebrek is grootste struikelblok productiviteit

Voor meer dan één derde van de CFO’s is gebrek aan tijd het grootste struikelblok voor de productiviteit van het financieel departement.

39% van de Belgische CFO’s en financieel directeurs stelt dat gebrek aan tijd om projecten en taken af te werken de grootste uitdaging vormt voor het financieel departement, dat blijkt uit onafhankelijk onderzoek van Accountemps. Meer dan de helft (51%) van de Belgische CFO’s en financieel directeurs geeft ook aan met een gebrek aan personeel te kampen. Andere factoren die de efficiëntie van het financieel departement aantasten zijn een gebrek aan samenwerking tussen verschillende departementen (29%), gevolgd door onvoorziene veranderingen die een project met zich kan meebrengen.

“De druk op CFO’s om kostefficiënt te opereren en tegelijkertijd het kapitaal te verhogen heeft ervoor gezorgd dat financiële afdelingen een steeds belangrijkere rol toegeschreven kregen, en dit in een tijd waar bedrijven moeilijkheden ondervinden om gekwalificeerd financieel personeel aan te trekken en te behouden”, zegt Maj Buyst, director bij Accountemps.

De volgende vraag werd gesteld aan 200 Belgische CFO’s en financieel directeurs: “Welke factoren hebben, indien van toepassing, een negatieve invloed op uw financieel departement?”

Tabel vragen

Negen op tien bedrijven ondernemen maatregelen om de efficiëntie binnen het financieel departement te bevorderen: bijna vier op tien (38%) CFO’s en financieel directeurs ondernemen acties om de communicatie tussen de interne departementen te verbeteren. Daarnaast geeft 36% prioriteit aan het trainen van teamleden, gevolgd door het verbeteren van het bedrijfsproces (28%), technologie (27%) en financiële systemen (24%).

23/09/2013

Kodak komt faillissement te boven

Voormalig fotografieconcern Kodak is zijn lange faillissement te boven. Het bedrijf verliet dinsdag de zogenoemde Chapter-11, procedure, zo meldden Amerikaanse media.

Kodak verkeerde sinds vorig jaar in uitstel van betaling van schulden en werkte intussen aan een doorstart met een nieuw reorganisatieplan. Dat plan werd in augustus goedgekeurd door de rechter. Het bedrijf wil zich nu richten op printtechnologie voor zakelijke klanten. Daarmee neemt het circa 130 jaar oude Kodak afstand van zijn verleden als fotografieconcern voor de massa.

23/09/2013

Een vijfde meer achterstallige facturen

Het aantal facturen dat niet tijdig betaald wordt, is in het tweede kwartaal van 2013 met 22 procent gestegen. Dat wijst de betaalindex van Graydon Belgium uit. De federale overheid betaalt wel steeds correcter.

Belgische bedrijven betaalden hun facturen in het tweede kwartaal van dit jaar slechts 67,74 procent van de facturen op tijd. Het aantal facturen dat tussen 31 en 60 dagen te laat werd betaald, steeg van 5,42 procent naar 6,62 procent, een stijging met 22 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Graydon stelt zelfs dat 11,34 procent van de facturen tussen bedrijven onderling pas meer dan 90 dagen na de afgesproken vervaldatum betaald wordt of zelfs helemaal niet. “Dat zijn transacties die boekhoudkundig onmogelijk rendabel zijn, wat een handicap voor het bedrijfsleven betekent’, legt Eric Van den Broele van Graydon uit.

Federale overheid betere klant

De federale overheid betaalt haar facturen ondertussen wel veel stipter. 89 procent van de facturen wordt binnen de vooropgestelde termijn afgehandeld. ‘De beste betaalkwaliteit ooit’, stelt het handelsinformatiekantoor.

De Vlaamse overheid betaalt dan weer een pak minder correct. ‘Op het niveau van de gewesten en de gemeenschappen toont de Vlaamse overheid zich als een bijzonder zwakke betaler’, besluit Graydon.

26/08/2013

40 procent meer bedrijven failliet

Vorige maand zijn in België 858 bedrijven het faillissement aangevraagd. Dat meldt kredietinformatieverlener Graydon. Dat betekent een stijging met 40 procent ten opzichte van juli 2012. 1.778 mensen moesten daardoor nieuw werk zoeken.

Graydon telde in juli 858 faillissementen. In vergelijking met dezelfde periode vorig jaar zijn dat er 243 of 39,51 procent meer.

Daardoor komt de totale stand van het aantal faillissementen dit jaar op 7.051. Dat is 14,19 procent meer dan in juli 2012. De belangrijkste stijging werd in de eerste zeven maanden van 2013 gemeten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daar steeg het aantal faillissementen met 37,47 procent, ten opzichte van + 7,37 procent in Vlaanderen en + 10,72 procent in Wallonië.

In juli kwamen 1.778 mensen op straat te staan doordat hun werkgever over de kop ging. In heel 2013 moesten 15.672 mensen al op zoek naar nieuw werk als gevolg van faillissementen. Het is van de eeuwwisseling geleden dat het jobverlies door faillissementen in de eerste zeven maanden van het jaar nog zo hoog lag.

26/08/2013

Met welke cheque laten betalen?

U wil zich laten betalen met een cheque, maakt het uit of het een gecertificeerde cheque of een bankcheque is?

U bent op voorhand gewaarschuwd over een slechte betaler, dus u wenst deze op voorhand te doen betalen. Uiteraard bent u, ook in een B-2-B relatie, niet verplicht om uw klanten op krediet te laten kopen. Echter contant verkopen betekent ook niet dat u cash moet vragen. Een cheque kan dus ook!

Wilt u toch cash betaald worden, let dan op de beperking in het bedrag. Wettelijk bestaat er een verbod op betalingen in cash boven een bedrag van € 5.000,00. Vanaf 2014 wordt dat bedrag zelfs verlaagd (!) naar € 3.000,00

U kiest voor een cheque? Hoewel een cheque een stuk minder populair is dan 10 jaar geleden, toch zijn er nog heel wat verschillende soorten in omloop. Weet dat het type cheque dat u ontvangt u wel degelijk meer of minder zekerheid biedt.

Een gecertificeerde cheque dan maar? Spreek u met uw klant af dat hij zal betalen met een gecertificeerde cheque dan betekent dit dat de bank dat bedrag gedurende een korte tijd zal blokkeren/reserveren op zijn bankrekening. De bevestiging daarvoor vindt u op de achterkant van de cheque door middel van een certificaatvermelding.

Is er een verschil met een ‘geviseerde’ cheque? Toch wel, bij deze laatste bevestigt de bank alleen dat er voldoende geld op de rekening stond op het moment dat waarop de cheque werd uitgeschreven. Logisch, op het moment dat de cheque wordt opgetrokken, kan dat geld al verdwenen zijn.

Dus kiest u voor een bankcheque? Natuurlijk. Hier is het namelijk zo dat de bank die de cheque uitschrijft, ook belooft om u te betalen. Bij een bankcheque staat de voorkant dan ook niet uw klant, maar wel zijn bank als ‘trekker’ vermeld.

Bedenk dit: Er is natuurlijk meer kans dat uw klant failliet gaat voor u zijn gecertificeerde cheque optrekt dan dat uw bank in faling gaat … (alhoewel!)

29/07/2013

Belgisch betalingssysteem BEPA wordt Europees SEPA

Nu betalen we in België met het BEPA-systeem (Belgian Euro Payments Area). Andere Europese landen hebben hun eigen systeem. Om van Europa een meer competitieve economie te maken, heeft de Europese Commissie beslist om één Europees betalingssysteem in te voeren (SEPA) vanaf één februari 2014.

Vandaag zijn de nationale betalingssystemen vooral binnenlands georiënteerd, met binnenlandse afspraken, standaarden, procedures, instrumenten, systemen en processoren. De vier rechtstreeks betrokken partijen zijn immers meestal nationaal: de betaler, de begunstigde, de bank van de betaler, de bank van de begunstigde. En ook de nationale uitwisseling en vereffening.

SEPA (Single Euro Payments Area) wil betalingen binnen Europa even efficiënt en eenvoudig laten verlopen als nu binnen één land. Voor de hele SEPA-zone werden er daarom standaarden uitgewerkt voor de drie belangrijkste betaalinstrumenten (overschrijvingen, domiciliëringen en betaalkaarten). Bovendien zal eenzelfde wetgeving van toepassing zijn voor alle betrokken landen.

De migratie naar het SEPA-platform zal op één februari gebeuren. We vragen daarom aan alle ondernemingen om zich daar zo snel mogelijk op voor te bereiden.

29/07/2013

Strengere regels voor ratingbureaus van kracht

Ratingbureaus, ook wel kredietbeoordelaars genoemd, moeten sinds 20 juni aan strengere regels voldoen die hen meer verantwoordelijk maken voor hun handelen.

De nieuwe regels zijn verder gericht op het verminderen van de te grote afhankelijkheid bij het gebruik van ratings en op verbetering van de kwaliteit van het ratingproces. Ook moeten ratingbureaus transparanter zijn als ze landenratings uitgeven. Dat heeft de Europese Commissie in een nieuwe verordening vastgelegd. Deze nieuwe regels zijn een toevoeging op de reeds bestaande CRA-verordeningen uit 2009 en 2011.

De zogenoemde credit rating agencies zijn belangrijke spelers op de financiële markten. Ratings hebben een directe impact op de activiteiten van beleggers, kredietnemers, uitgevende instellingen en overheden. Een afwaardering van een bedrijf kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor het kapitaalsbeslag van een bank; een lagere rating van  overheidsschuld kan de kosten voor het lenen op de kapitaalmarkt duurder maken voor dat land. ESMA houdt in Europa toezicht op CRA’s.

Op de website van de AFM staat een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

29/07/2013

Klanten uitzendsector betalen traag

Zeker in deze conjunctuur hebben uitzendbureaus hebben het niet makkelijk om een rekening betaald te krijgen. Adecco neemt betaaltermijnen dan ook op in de bonusstructuur van de accountmanager.

Het internationaal uitzendbedrijf HOBIJ heeft enkele jaren geleden het incassobeleid rigoureus omgegooid. Aan de voorkant wordt opgelet met wie de uitzender in zee gaat. Het debiteurenteam voert een kredietwaardigheidscheck uit. Tevens wordt de achtergrond van de klant bekeken. Als het oordeel luidt dat de klant minder betrouwbaar is, moet de accountmanager strenge afspraken maken. Bij Adecco maken dan weer betaaltermijnen onderdeel uit van de bonusstructuur van de accountmanager. Het is dus ook in zijn belang dat klanten snel betalen. Bij Adecco betaalt tussen de 7% en 8% van de klanten buiten de termijn.

Kredietverzekeraar NBBU adviseert uitzendondernemingen om direct na het verstrijken van de krediettermijn te bellen. Contact per telefoon is vaak effectiever dan via een brief. Het is beter de kwestie niet te laten versloffen.

29/07/2013

Een schadebeding voor u, en niet voor mij?

Het schadebeding, u kent dat wel. Normaliter hebt ook u die clausule opgenomen in uw algemene voorwaarden. Deze voorwaarden stellen dat bij een niet-tijdige betaling of bij het verbreken van de overeenkomst er een schadebeding verschuldigd is. Bij niet-tijdige betaling is dit vaak 10% en -volgens de Europese richtlijnen- met een minimum van € 40,00.

Telt dat…ook als dat niet ‘wederkerig’ is? Er is daar inderdaad al wat over te horen geweest. De redenering daarbij was telkens dat dit pas geldig was als het voor de klant gold EN tegelijkertijd voor de leverancier. Dus een schadebeding als de klant te laat betaalt maar ook als u als leverancier te laat levert…

Ja, maar alleen als dat een klant-consument relatie is! Zo is dat dus, in de Wet op de marktpraktijken staat dat en dit is enkel geldig in geval er sprake is van verkopen aan particulieren. Meer nog; indien deze clausule niet vervat staat in een overeenkomst naar particulieren dan is het schadebeding ongeldig of zonder meer ‘nietig’.

En ten opzichte van klanten-professionelen? Geen probleem, hier mag de clausule wel eenzijdig zijn. Heeft u dus enkel klanten-professionelen dan hoeft u uw algemene voorwaarden niet aan te passen.
U werkt voor beide. Hier kan u overwegen om toch een eenzijdige clausule op te nemen. In voorkomend geval is dan die clausule ongeldig, doch het is enkel die clausule die ongeldig is en dus niet het gehele contract.

Vanuit eXago adviseren we dan weer om met twee documenten te werken. Laattijdig betalen veroorzaakt vaak behoorlijk wat kosten, een schadebeding van 10% is dan niet enkel maar mooi meegenomen, maar vormt ook een bittere noodzaak om de kosten te dekken…

27/06/2013

Zwitserse Rode Kruis gaat minder bloed leveren aan wanbetaler Griekenland

Vanaf 2015 zal het Zwitserse Rode Kruis progressief minder bloed leveren aan Griekenland. Tegen 2020 wordt nog maar de helft van het huidige volume voorzien. Reden is dat Griekenland onbetaalde facturen opstapelt. Dat heeft Rudolf Schwabe, de directeur van het transfusiecentrum van het Rode Kruis, aan AFP bevestigd. Ook de krant Tages-Anzeiger berichtte al over de kwestie.

Terwijl Griekenland moeizaam het hoofd probeert te bieden aan omvangrijke besparingsplannen in het land, stapelen de schulden aan het Zwitserse Rode Kruis zich op. Het gaat niet om facturen voor de bloedleveringen zelf. Bloed biedt het Rode Kruis immers gratis aan. Maar de organisatie vraagt wel een vergoeding voor administratieve en logistieke kosten, en laboratoriumkosten. Athene heeft een openstaande schuld opgebouwd van 5 miljoen Zwitserse franken (4 miljoen euro) bij de hulporganisatie.

Volgens Schwabe was de beslissing moeilijk om te nemen. "Maar bij een deficit van vijf miljoen Zwitserse franken loopt onze organisatie gevaar", betreurde hij. De beslissing was onafwendbaar, meende hij. Er is wel overleg met de Griekse autoriteiten aan voorafgegaan. Tegelijkertijd zal de Zwitserse organisatie Griekenland helpen om het bloeddonatieprogramma in eigen land uit te breiden.

Vandaag de dag exporteert het Zwitserse Rode Kruis jaarlijks 30.000 zakjes bloed, met een inhoud van 220 tot 300 milliliter, naar Griekenland. Het bloed wordt geput uit een reservebank. Het gaat om 10 procent van de reservehoeveelheid. Voor patiënten in Zwitserland hoefde de reserve tot nog toe niet aangesproken te worden.

27/06/2013

Europese bedrijven lijden recordverlies door wanbetaling

Europese bedrijven leden vorig jaar opnieuw een recordverlies van 350 miljard euro door afgeschreven facturen wegens wanbetaling. In 2011 bedroeg het verlies 340 miljard euro, toen ook een record. Dat blijkt uit de nieuwe European Payment Index (EPI) van incassobureau Intrum Justitia.

Ongeveer 10.000 Europese bedrijven werden bevraagd tussen april 2012 en maart 2013. De afgeschreven facturen door wanbetaling vertegenwoordigden in die periode 3 procent van alle openstaande vorderingen bij Europese bedrijven.

Belgische ondernemingen zien het aandeel afgeschreven vorderingen over die periode stijgen van 2,7 procent in 2012, naar 2,8 procent van het bruto binnenlands product in 2013. Deze oninbare vorderingen staan voor Belgische ondernemingen voor een economisch verlies van 9,2 miljard euro, tegenover 9,6 miljard euro een jaar eerder.

Die schijnbare tegenstelling tussen een stijging in percentage, maar een daling in bedrag, heeft te maken met het Belgische bbp dat kromp.

27/06/2013

Aantal faillissementen niet langer op recordniveau

Tijdens de maand mei zijn 902 bedrijven failliet verklaard in België. Het is de eerste keer in een jaar dat het maandrecord eens niet sneuvelt. Maar het aantal blijft wel hoog.

Dat meldt het handelsinformatiekantoor Graydon maandag. Van een fundamentele kentering is allerminst sprake, waarschuwt Graydon onmiddellijk. De maand mei telde dit jaar immers drie betaalde feestdagen en “de door velen eraan gekoppelde brugdagen”.

Tijdens de eerste vijf maanden van het jaar gingen al 5.139 bedrijven over de kop, 12,5 procent meer dan in dezelfde periode in 2012. Vooral in Brussel nam het aantal faillissementen fors toe. In totaal gingen van januari tot en met mei 9.923 banen verloren door faillissementen.

“Het gaat om een lichte verbetering tegenover vorig jaar (toen 10.127 jobs) maar ook hier speelt wellicht het temperend effect van de vakantiemaand mei”, aldus nog Graydon.

 

27/06/2013

In schijven betalen, zijn er ook addertjes?

Uw klant overweegt om een interessante bestelling te doen, maar vraagt om in schijven te mogen betalen. Hoe pakt u dat 'correct' aan? Een rechter bevestigde onlangs dat u daarbij wat mogelijkheden heeft én dat er aandachtspunten zijn.

Waarover gaat het?
Een mooie bestelling. Op zich is het goed nieuws als een klant laat weten dat hij een mooie bestelling wil doen. De kunst is tegenwoordig niet zozeer om alles geleverd te krijgen, maar wel om tijdig uw centen te zien.

Hoeveel krediet van uw kant? Mogelijk laat uw klant weten dat hij de rekening liever niet in één keer betaalt. Voor zover hij al op voorhand laat weten dat hij liever in schijven betaalt, kunt u daar meteen rekening mee houden.

Hoe pakt u dat correct aan?
Goede afspraken op papier. Op zich is er niets mis mee dat u met uw klant duidelijke afspraken maakt over de betaling van uw facturen, verre van. Het kan ook geen kwaad dat u betaalafspraken maakt 'op maat' van uw klant. Het spreekt voor zich dat u die wel het best op papier zet.

Gratis bestaat niet. Zo is het! Ook uw klant zal er wel begrip voor opbrengen dat, als u hem (klanten)krediet geeft, u die service op de een of andere manier doorrekent.

Interesten aanrekenen? Het is perfect geldig dat u vooraf met uw klant afspreekt dat u interesten aanrekent naarmate hij de betaling van uw factuur wil uitstellen.

Tarief van 12% is niet overdreven. Volgens de rechter is er niets op tegen dat u in zo'n geval bv. 12% interesten aanrekent. Uw klant kan achteraf niet beweren dat dit overdreven is en eisen dat het tarief herleid wordt tot bv. het wettelijke tarief van nu 7% (Antwerpen, 25 maart 2013).

Tip. Op die manier is het voor uw klant ook duidelijk hoeveel 'korting' hij kan krijgen als hij toch sneller betaalt.

Geldt dat ook voor een afbetalingsplan? Ja en neen. Heeft een klant een serieus bedrag openstaan en spreekt u dan pas een afbetalingsplan af, dan riskeert u wel dat een tarief van 12% herleid wordt, zo liet diezelfde rechter verstaan. Als het zover komt uiteraard…

Andere aandachtspunten
Dek u in met wissels. Voorziet de betalingsregeling in gespreide betalingen waarbij u en uw klant vooraf weten op welke datum welk bedrag betaald moet worden, dan is het voor u als leverancier perfect mogelijk om uzelf in te dekken. Trek op uw klant een aantal wissels, betaalbaar op de respectieve vervaldagen.

Uw klant vraagt een kwitantie. Wellicht schrijft uw klant het geld nadien telkens over. Mogelijk betaalt hij op een dag toch een deel contant. Vraagt hij dan niet alleen een kwitantie voor de contante betaling, maar ook voor wat er voordien overgeschreven werd, vermeld dan voor alle zekerheid op de kwitanties op welke betaling die slaan ('contant betaald' dan wel 'via overschrijving'). Zo niet riskeert u dat uw klant achteraf dubbel telt, nl. zijn rekeninguittreksels als bewijs van de overschrijving gebruikt en daarnaast de kwitantie voor zogezegd een tweede betaling, al slaan de twee betalingsbewijzen op één bedrag.

27/05/2013

Wanbetalers beloond?

Het wettelijke tarief voor nalatigheidsinteresten is gedaald. Bent u dan weer de pineut of is er toch een manier om wanbetalers bij de les te houden?

Wettelijk tarief voor wie te laat betaalt. In het begin van het jaar wordt het nieuwe tarief voor de nalatigheidsinteresten bekendgemaakt. Voor 2013 is dat slechts 2,75%, zo bleek onlangs.

Slechte betalers beloond? Neen! Dat tarief van 2,75% geldt in principe alleen voor particulieren die een rekening te laat betalen. Voor handelstransacties, lees: tussen handelaars, geldt een ander, hoger wettelijk tarief, nl. 8%. Uw klanten moeten dus sowieso niet rekenen op nagenoeg gratis krediet.

Uw factuurvoorwaarden hebben voorrang. Dat klopt! Staat er in uw factuurvoorwaarden dat u, in het geval dat uw factuur te laat betaald wordt, nalatigheidsinteresten aanrekent tegen een tarief van 10% of zelfs 12%, dan kunt u in uw rappels met die tarieven blijven rekenen. Dat wettelijk tarief geldt dan immers niet.

Tip. Vergeet in uw rappels ook uw forfaitair schadebeding (veelal 10% van het openstaande saldo) niet in rekening te brengen.

Nog geen garantie dat uw factuur tijdig betaald wordt. Helaas… Een klant die niet tijdig wil betalen, zal zich weinig aantrekken van uw kleine lettertjes. Hij zal geduldig wachten op uw rappel(s). Mogelijk komt hij met een klacht op de proppen om te verantwoorden waarom hij uw factuur nog niet en/of niet volledig betaalt, laat staan de in uw rappels aangerekende interesten en het schadebeding.

Werken met wissels? Daarmee kunt u inderdaad vermijden dat een (nieuwe) klant te laat betaalt en/of een wanbetaler in herhaling valt, zo gaf Cassatie onlangs aan. Tekent uw klant zo’n wissel, dan helpt het niet om klachten te verzinnen om de betaling te blokkeren. U kunt (lees: uw bank zal) die wissel op de vervaldag aanbieden en zijn bank zal die dan in principe ook uitbetalen (arrest van 13 december 2012).

Voor ‘aval’ getekend. Is uw klant een vennootschap (bv. een bvba) en wilt u helemaal op zeker spelen, laat de zaakvoerder dan ‘voor aval’ tekenen. Het volstaat dat hij zijn naam zet en tekent. Het kan geen kwaad dat hij daarbij ‘zaakvoerder’ vermeldt. Hij staat dan onherroepelijk persoonlijk borg, zo verduidelijkte dezelfde rechter nog.

Reken in uw rappels gerust verder het interesttarief en schadebeding uit uw factuurvoorwaarden aan. Werk waar mogelijk zo nodig met wissels. Uw klant kan immers moeilijk anders dan die op tijd te betalen.

27/05/2013

Kmo’s weten weinig over rating bij bank

Ruim 65 procent van de kmo’s en micro-ondernemingen kent de rating niet die de bank hen toekent.

In een jaarlijkse enquête naar kmo-financiering vroeg het Kenniscentrum voor Financiering van KMO (KeFiK) in welke mate zij op de hoogte zijn van de rating of scoring die hun banken hen toekennen. Zoals in 2011 geeft ongeveer 65% van de respondenten in 2012 aan niet te weten of zij een rating hebben bij hun bank. 13% van die groep respondenten (tegenover 15% in 2011) geeft zelfs aan niet te weten wat een rating is. Ongeveer een kwart van de respondenten geeft aan een rating te hebben bij een bank, terwijl 11,7% aangeeft geen rating of score te hebben.

Dat ontkennende antwoord is eerder verrassend, aangezien ongeveer 65% van deze groep aangeven één of meerdere kredieten te hebben uitstaan. Dat illustreert het gebrek aan kennis over dit onderwerp bij de ondernemingen, die bij elke kredietaanvraag een rating krijgen toegewezen door de bank.

Aan alle respondenten die menen een rating of scoring te hebben bij een bank werd gevraagd of zij weet hebben van die rating of scoring. Eén kwart van de respondenten die aangeven een rating te hebben, zijn ook effectief op de hoogte zijn van die rating. De overige 76% heeft geen weet van de rating.

De antwoorden op de vraag om de rating/scoring aan te geven, variëren zéér sterk. Bepaalde respondenten antwoordden met een concreet cijfer gaande van 0,5 tot 9, waarbij de schaal niet altijd even duidelijk werd weergegeven. Een aantal ondernemingen hebben de vraag vervolledigd met een kleuraanduiding (blauw, rood, groen) terwijl andere ondernemingen hebben geopteerd voor de aanduiding goed/slecht. Aangezien de verschillende banken een eigen manier hanteren om een rating/scoring weer te geven en er dus geen sprake is van uniformiteit, is een onderlinge vergelijking moeilijk.

Naast het hanteren van een eigen manier om de rating van een onderneming weer te geven, gebruiken de banken ook specifieke criteria bij het bepalen van de rating of score. Er werd aan de ondernemingen gevraagd of zij bekend zijn met de criteria van hun bank. 40,8% van de ondernemingen die een rating menen te hebben, kennen de criteria die bepalend zijn voor de rating door de bank. In 2011 steeg dat percentage met 26,5 procentpunten ten opzichte van 2010, maar dit jaar daalde het opnieuw met bijna 8 pro- centpunten zodat een niveau werd bekomen dat ligt tussen het niveau van 2008 en dat van 2009.

KeFiK ging ook na of de ondernemingen reeds aangesproken waren door hun bank over de manieren om hun rating te verbeteren. Slechts 10,6% van de ondernemingen heeft meer informatie gekregen over de verscheidene opportuniteiten. Vooral de verhoging van het eigen vermogen en de afbouw van de schuld worden daar door de respondenten naar voren geschoven.

Tenslotte gaf 67,2% een bevestigend antwoord op de vraag of ze vinden dat de bank hen meer informatie zou moeten geven inzake hun rating.

27/05/2013

Elektronische archivering, aangetekende zending en tijdsregistratie

Verscheidene meerderheidspartijen zijn het erover eens geworden dat ons elektronische recht aan een opfrisbeurt toe is.

Wat archivering betreft schrapt de tekst elke juridische discriminatie tussen papieren archieven en elektronische archieven. Gescande documenten, die volgens ons recht nog altijd worden beschouwd als een simpele kopie, kunnen voortaan ook voor juridische doeleinden worden gebruikt. Bedrijven die plaats willen winnen door hun gedigitaliseerde documenten te vernietigen kunnen dat voortaan met een gerust hart doen.

De elektronische aangetekende zending zou de ontvangstbevestiging, die momenteel niet verplicht is, veralgemenen. Net zoals voor de fysieke aangetekende zending moet de dienstverlener erop toezien de identiteit van de afzender niet aan de bestemmeling mee te delen zolang deze bestemmeling niet werd geïdentificeerd.

De weigering van het bericht mag impliciet (niet reageren van de bestemmeling) of expliciet zijn. De weigering moet echter wel plaatsvinden vóór de identiteit van de afzender bekend is gemaakt. Werd de identiteit van de verzender wel al bekend gemaakt, dan mag de dienstverlener geen weigering meer toestaan.

27/05/2013

Kunnen facturen verjaren… nee?

Toch wel! Stel u voor: Mijn debiteurenopvolging liet de laatste jaren te wensen over. Zo heb ik nooit achter de betalingen van de nog openstaande facturen aangezeten. Prestaties die maanden later nog niet gefactureerd zijn. Kan ik die ‘oude’ schulden bij mijn klanten nog invorderen, of zijn deze intussen verjaard?

Voor vele van deze openstaande vorderingen zal het wellicht nog niet te laat zijn. Als uw schuldenaars consumenten zijn dan geldt een verjaringstermijn van één jaar. Dus niet betaalde facturen die u al een half jaar geleden verstuurden maar nooit opvolgde, kan u nog altijd invorderen.

Voor transacties tussen ondernemers geldt zelfs een verjaringstermijn van tien jaar. Binnen deze verjaringsperiode kan u alsnog een factuur opmaken voor prestaties die u niet gefactureerd hebt. Dus vandaag opgemaakte facturen voor prestaties van meerdere maanden of langer geleden zijn nog altijd invorderbaar.

Let wel op: de maximumtermijn waarbinnen u een factuur kan invorderen, begint te lopen op de datum van de geleverde prestatie en niet op factuurdatum. Stuurt u bijvoorbeeld uw factuur naar een consument pas elf maanden na de geleverde prestatie, dan rest u slecht één maand om die schuld in te vorderen. Als de klant vervolgens de factuur betwist dan bent u voor u het weet de vervaldatum voorbij. U moet ook rekening houden met uw eigen factuurvoorwaarden. Als u uw klanten een betalingstermijn toestaat van 90 dagen, dan heeft het weinig zin om nog een factuur te sturen op dertig dagen van de verjaringstermijn. Dan zal de betaling immers niet meer wettelijk afdwingbaar zijn.

Wanneer u uw debiteurenbeheer weer op orde heeft, vermijd dan voortaan het laattijdig versturen van facturen. Niet enkel de klant maar onder meer ook de BTW-administratie kan hier moeilijk over doen en zelf boetes opleggen.

29/04/2013

Nederlandse bedrijven betalen beter dan Belgische

De gemiddelde tijd die Nederlandse bedrijven hanteren om hun rekeningen te betalen is de afgelopen zes jaar verbeterd.

Deze tijd liep van dertien dagen te laat in 2006, terug naar negen dagen te laat in 2012. Dat laten nieuwe cijfers van Dun & Bradstreet (D&B) zien. Nederland komt hiermee, achter Duitsland, op de tweede plaats wat betreft Europees betaalgedrag. Dit duidt erop dat bedrijven zich hebben aangepast aan het financieel opereren in de recessie en blijven streven naar het op peil houden van de cash flow.

Goed betalingsgedrag van ondernemingen is in een tijd waarin het moeilijk is om aan financiering van buitenaf te komen een zeer relevant onderwerp voor bedrijven.

Uit de gegevens van D&B blijkt dat Nederlandse bedrijven betalingstermijnen met gemiddeld negen dagen overschrijden. Dit is drie dagen meer dan Duitsland, het land met de kortste gemiddelde betalingstermijn van de negen onderzochte Europese landen. In Portugal daarentegen overschrijden bedrijven de betaaltermijn gemiddeld dertien dagen meer.

Er zijn vele factoren die het betalingsgedrag van bedrijven beïnvloeden, zoals druk van de macro-economie of de managementcultuur binnen verschillende sectoren. De publieke sector in Nederland overschrijdt de betaaltermijn bijvoorbeeld gemiddeld met elf dagen, terwijl dit voor de landbouwsector slechts acht dagen is. Over het algemeen is het betaalgedrag binnen alle Nederlandse sectoren de afgelopen zes jaar verbeterd.

De gegevens van D&B wijzen op de mogelijke impact van de nieuwe EU Betaalrichtlijn die deze maand in werking is getreden. Deze richtlijn legt de wettelijke basis voor leveranciers om risico’s te verminderen en cashflow te beschermen op een moment dat dit – als gevolg van het lastige economische klimaat – belangrijker is dan ooit. De geplande wetgeving zal het voor bedrijven makkelijker maken om betaling af te dwingen. Zo worden debiteuren gedwongen om wettelijke rente te betalen wanneer zij niet voldoen aan de betaaltermijn van zestig dagen voor bedrijven en dertig dagen voor de overheidsinstanties. Naast bescherming brengt de nieuwe richtlijn ook nieuwe risico’s met zich mee, omdat bedrijven die het financieel moeilijk hebben aansprakelijk kunnen worden gesteld voor rentebetaling.

Corinne Saunders, President Dun and Bradstreet Europe & Worldwide Network: “Betalingsgedrag geeft goed inzicht in de bedrijfsvoering van een onderneming en veranderingen in betaalgedrag zijn één van de eerste signalen van financiële moeilijkheden of mogelijk faillissement. Wij prijzen de intentie van de nieuwe Betaalrichtlijn die moet leiden tot snellere betalingen en verbetering van de cashflow voor de meeste bedrijven en zo de kans op insolvabiliteit moet verminderen. Het is onwaarschijnlijk dat het tot een toename van conflicten leidt, maar het zal bedrijven wel stimuleren om met een frisse blik en focus te kijken naar betaalgedrag en voorwaarden van henzelf en van hun klanten. Verder zal deze hervorming ook druk uitoefenen op grote ondernemingen in sectoren waar betalingstermijnen vaak gebruikt werden als een maatregel om marges te beschermen, iets wat er al te vaak toe leidde dat kleinere leveranciers onder verhoogde druk kwamen te staan.”

D&B raadt bedrijven de volgende drie kernstappen aan om betalingen van klanten effectief te beheren:

1) Houd betalingen altijd scherp in de gaten om zo de cashflow te verbeteren. Dit is uiterst belangrijk in economisch moeilijke tijden waarin kredietverstrekking beperkt blijft.

2) Beoordeel actief het betalingsgedrag van alle klanten om te bepalen of er mogelijkheden zijn om risico’s te verminderen door proactief op te treden in geval van achterstallige betalingen of door strengere of nieuwe voorwaarden op te nemen in contracten.

3) In geval van export, maak gebruik van de bestaande informatie over betalingsgedrag in het buitenland. Zo kan men de betalingsvoorwaarden voor nieuwe klanten hierop afstemmen en kan de onderneming zich tegen onnodig risico beschermen.

P.S.: Punt 1 & punt 3 zijn al jaren de kernwaarden van eXago. Vanaf mei zal eXago met haar nieuwe software ook actiever gaan werken op punt 2: Het beoordelen van het betalingsgedrag van klanten om preventief te betalingsproblemen te vermijden.

29/04/2013

17 procent meer Belgische faillissementen in eerste kwartaal

In het eerste kwartaal waren er 3.154 faillissementen in België. Dat is een stijging met 16,8 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar, zegt handelsinformatiebureau Graydon.Het is van het eerste kwartaal van 2009 geleden dat er een dergelijke stijging opgetekend werd, zo meldt handelsinformatiekantoor Graydon maandag. 6.932 jobs stonden door de faillissementen tussen januari en maart op de helling (+13,3 procent).

In maart legden 1.099 bedrijven de boeken neer, een stijging met 10 procent. Al tien maanden op rij, sinds juni vorig jaar, wordt het record voor die maand, op jaarbasis, gebroken. Vorig jaar waren enkel maart en mei geen recordmaanden.

Tot voor kort situeerde het stijgend aantal falingen zich louter in Vlaanderen, stelt Graydon. Maar nu delen ook de andere gewesten in de klappen. In het eerste kwartaal waren er in Vlaanderen 10 procent meer faillissementen. Wallonië telt tegenwoordig echter een surplus aan faillissementen van 19 procent. In Brussel loopt dat aantal zelfs op tot 25 procent.

Vlaamse bedrijven gevoeliger aan internationale trends
Volgens het handelsinformatiekantoor gaat het om een typische evolutie waarbij de faillissementen eerst in Vlaanderen stijgen omdat de bedrijven er 'sterker onder invloed van internationale trends' staan.

Voor Brussel speelt dat internationale aspect dubbel omdat ook steeds meer filialen van buitenlandse bedrijven hier de deuren sluiten. Bovendien vallen er in verhouding meer faillissementen in de hoofdstad: één faling per 198 actieve ondernemingen. In Wallonië en Vlaanderen is dat respectievelijk één op 329 en één op 436.

Bouw, kleinhandel en zakelijke dienstverlening zwaarst getroffen
De bouw, kleinhandel en zakelijke dienstverlening zijn de zwaarst getroffen sectoren. Graydon spreekt van een 'nieuwe faillissementsgolf' bovenop de 'faillissementsgolf die zich vanaf 2008 ontwikkelde'. Na de consumentgevoelige sectoren, bijvoorbeeld woningbouw en -renovatie, en de toeleveranciers is nu in een derde fase de industrie zelf het slachtoffer.

Volgens Graydon heeft een vijfde van de bedrijven het steeds moeilijker. Bij ongeveer 6 procent 'komt het water op dit ogenblik aan de lippen'.

29/04/2013

WCO redde vorig jaar 460 bedrijven

De discussies over de wijziging van de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen (WCO) mondden uit in heel wat negatieve commentaren. Er moet meer aandacht geschonken worden aan de resultaten die dankzij die wetgeving reeds werden behaald, vindt Philippe Lambrecht, bestuurder-secretaris-generaal van het VBO.

Zo redde de Wet Continuïteit Ondernemingen vorig jaar 460 bedrijven. Dat is 30% van de bedrijven die een beroep deden op de procedure tot gerechtelijke reorganisatie. Met al die ondernemingen hebben de betrokken schuldeisers een zakenrelatie in stand kunnen houden. “De WCO is niet alleen onontbeerlijk voor het economisch herstel van heel veel ondernemingen in moeilijkheden (vooral in de huidige crisisperiode), maar staat ook garant voor een gevrijwaarde en versterkte economische bedrijvigheid”, zegt Philippe Lambrecht.

Ook al lijken die resultaten in het licht van de 11.000 faillissementen vorig jaar misschien niet zo denderend, toch is dat geen reden om de gegrondheid van de wet weer ter discussie te stellen, meent Lambrecht: “Naast de vaak geciteerde cijfers verzuimt men dikwijls de ondernemingen te vermelden die een beroep deden op het minnelijk akkoord, het eerste instrument dat de WCO aanbiedt. Aangezien dit gebeurt buiten de gerechtelijke procedures, zijn er hierover geen betrouwbare officiële cijfers. Maar één vaststelling is wel betrouwbaar: deze procedure wordt wel degelijk gebruikt en ze werkt.”

Het VBO steunt het wetsontwerp tot wijziging van de WCO. De voorgenomen veranderingen zijn gebaseerd op de aanbevelingen die het met betrekking tot de wet had geformuleerd in zijn evaluatieverslag van 2012, dus 4 jaar na haar inwerkingtreding. “Met die veranderingen geeft men geen mislukking toe, integendeel. Ze blijven binnen de filosofie van de wet en moeten de werking ervan versterken. Ze zouden het mogelijk moeten maken misbruik of ondoordacht gebruik van de reorganisatieprocedure te voorkomen, beter rekening te houden met de belangen van de schuldeisers en de preventie te verbeteren.”

“Preventie is van cruciaal belang in deze context”, vindt Lambrecht. “Het is dan ook ontzettend belangrijk de inspanningen vooral daarop te richten. Te weinig ondernemingen doen een beroep op de wet. Of als ze dat wel doen, doen ze het te laat. Onwetendheid of terughoudendheid? Daarom is het meer dan noodzakelijk dat de overheden van de verschillende Gewesten van het land de ondernemingen informeren over de concrete middelen die met deze wet zijn ingevoerd om hen te helpen. Met een dergelijk preventiewerk kunnen ondernemingen in moeilijkheden overigens ook vroeger worden geïdentificeerd en krijgen ze dus een grotere kans op redding.”

29/04/2013

Voorrecht van de onbetaalde verkoper: de wetgever vereenvoudigt!

Wettelijk voorrecht van de onbetaalde verkoper: afschaffing van de plicht tot neerlegging ter griffie!

De verkoper van roerende goederen, waaronder machines, gereedschappen, toestellen, bedrijfsuitrustingmaterieel, kan zich bij niet-betaling van de prijs van zijn verkoopsfactuur beroepen op een bijzonder wettelijk voorrecht. Het betreft het voorrecht van art. 20,5 ° van de Wet op de Voorrechten en Hypotheken, opgenomen in het Burgerlijke Wetboek.

Om zich op dit voorrecht te kunnen beroepen bepaalt het art. 20,5° dat binnen een korte termijn, nl. binnen 15 dagen na de levering, de verkoper een eensluidend verklaard afschrift van de al dan niet aanvaarde factuur of van een andere akte waaruit de verkoop blijkt, moest neerleggen op de griffie van de Rechtbank van Koophandel van het arrondissement waarin de schuldenaar zijn woonplaats of verblijfplaats heeft. Werd deze factuur of akte neergelegd dan moest de griffier van de rechtbank een akte opstellen, een en ander verzamelen en bijhouden, en ook inzage geven aan diegenen die daarom vragen en die vooraf de identiteit van de koper konden opgeven.

Deze formaliteit en de daarbij horende korte termijn van 15 dagen worden afgeschaft. Mr. Piet Carlier en Mr. Nadia Ouzoubair van het advocatenkantoor Monard-D’Hulst Hasselt wijzen op het art. 45 van de wet van 14 januari 2013 houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie.

Het art. 45 schaft de neerleggingsverplichting af, en bijgevolg vervalt ook de werklast voor de griffie.

Dit was de bedoeling van de wetgever die de neerleggingsverplichting in de voorbereidende werken van deze nieuwe wet bestempelt als verouderd en overbodig.

De wet zal in werking treden op 1 september 2013 en leidt daardoor tot een administratieve vereenvoudiging, zowel voor de verkoper als voor de griffies van de Rechtbanken van Koophandel… Voor het overige blijft het wettelijk voorrecht behouden in zijn andere toepassingsvoorwaarden zoals voorzien in het art. 20,5° van de Wet op de Voorrechten en Hypotheken.

28/03/2013

Op 30 dagen betalen vanaf 16 maart?

Europa heeft nieuwe 'uniforme' betalingsregels uitgewerkt waarmee men laattijdige betalingen wil aanpakken. Gelden die vanaf 16 maart 2013 nu ook in België? Wat is er voor u van belang?

Waarover gaat het?
Nieuwe Europese regels. Europa heeft aan haar lidstaten richtlijnen gegeven over hoe ze het fenomeen van laattijdige betalingen van facturen moeten aanpakken. Het kan niet dat bepaalde firma's hun facturen pas op 120 dagen betalen, bv. omdat ze een sterke onderhandelingspositie hebben.

Vanaf 16 maart ook in België van kracht? Dat was toch de bedoeling. Probleem is dat er in België nog geen wet gestemd is. De nieuwe Europese regels gelden hier dus strikt genomen nog niet. Toch houdt u er het best al rekening mee…

Wat is er voor u van belang?
30 dagen is niet 'de regel'. Dat is nu zo en eigenlijk zal daaraan ook niets veranderen. Als het op het betalen van facturen aankomt, wordt 'op dertig dagen' in principe de maximale termijn voor betalingsuitstel. U mag echter nu en zelfs als de nieuwe wet er effectief komt, nog steeds van uw klanten eisen dat ze sneller betalen (bv. contant of ten laatste de tiende dag na de factuurdatum). Dat geldt uiteraard ook voor uw leveranciers.

Let op! De nieuwe Europese regels kunnen uiteraard niet garanderen dat uw klanten de gemaakte betaalafspraken stipt nakomen.

In eerste rappel al kosten aanrekenen? Ziet u zich verplicht om een eerste vriendelijke betaalherinnering te sturen, overweeg dan toch om daarin reeds € 40 administratiekosten aan te rekenen. Dat is volgens de Europese regels immers zowat het minimum dat u in rekening mag brengen als u rappels moet sturen.
Nadien de gebruikelijke extra's. Absoluut. Is een tweede en/of derde rappel nodig, dan is er niets mis mee dat u daarin de extra's aanrekent, conform wat er in uw factuurvoorwaarden voorzien is.
Tip. Is daarin een interesttarief van 12% voorzien, reken dan gerust daarmee. Volgens de Europese regels mag u immers minstens (!) 8% aanrekenen. Reken daarbovenop ook verder het forfaitaire schadebeding (vaak a rato van 10%) aan.

Buitenlandse klanten? Voorzien uw kleine lettertjes dat de Belgische rechters bevoegd zijn en het Belgische recht moeten toepassen, dan bent u strikt genomen nog niet 'verplicht' om maximaal 30 dagen betalingsuitstel te geven. Weet echter dat in andere EU-landen (bv. Frankrijk) die 30 dagen-regel wél al geldt. Klanten uit zo'n land verschieten dus niet dat u op dat punt niet soepeler bent.
Wat met (buitenlandse) leveranciers? Kreeg u tot voor kort bij bepaalde (buitenlandse) leveranciers 60 dagen betalingsuitstel, houd er dan rekening mee dat die nu een snellere betaling kunnen (bij buitenlandse leveranciers wellicht zelfs 'zullen') vragen. Omdat het van Europa moet…

Extra cashbuffer nodig. Dat klopt! In de mate dat u van uw leveranciers sneller moet betalen en uw eigen klanten niet sneller (kunnen?) betalen, heeft u meer zgn. bedrijfskapitaal nodig. U doet er dan ook goed aan om de komende maanden een extra cashbuffer achter de hand te houden.

28/03/2013

Derde van Italiaanse bedrijven in gevarenzone

Een derde van de bedrijven in Italië heeft een liquiditeitsprobleem en loopt daarom het risico personeel te moeten ontslaan of zelfs te moeten sluiten. Een van de belangrijkste oorzaken van die crisis is dat banken erg terughoudend zijn in het verstrekken van leningen, zo blijkt uit een studie van Confindustria, de vereniging van de Italiaanse industrie.

“Het land heeft zeker op dit moment een regering nodig die stabiliteit geeft en de noodzakelijke maatregelen neemt om de economie aan te zwengelen en werk te creëren”, aldus Confindustria-voorzitter Giorgio Squinzi in de krant la Repubblica van zaterdag. De verkiezingen van februari hebben geen meerderheid in de Senaat opgeleverd.

28/03/2013

Wanbetalingen en faillissementen in bouwsector groter dan ooit

Facturen in de bouwsector worden niet vroeger dan 60 tot 90 dagen betaald, zo blijkt uit een onderzoeksrapport van kredietverzekeraar Atradius. Daarmee situeert de bouw zich bij de sectoren met de langste betalingstermijnen in België.

Volgens Bouwunie, de Vlaamse federatie van kmo’s in de bouwsector, ondervindt 40% van de bouwbedrijven meer problemen met wanbetalers. Het betalingsgedrag van de federale overheid is over het algemeen verbeterd, maar dat van regionale en lokale overheden is verslechterd. De Belgische bedrijfsinsolventiecijfers stegen met 2012 met 5%. In lijn met die algemene trend steeg ook het aantal insolventies in de bouwsector in 2012 (zie grafiek).

Die onderzoeksresultaten bevestigen wat de verzekeraar in de dagelijkse praktijk ervaart: “We stellen een toename vast van het aantal incassozaken, claims en faillissementen in de bouwsector”, aldus Christophe Cherry, country director van Atradius.

Over het algemeen blijven de winstmarges en het eigen vermogen van bouwbedrijven zwak en is de druk op de prijzen zeer groot. De concurrentie is zo hevig dat de meeste bedrijven met break-evenprijzen of zelfs lagere prijzen werken, zo blijkt uit het rapport. Aangezien de huidige malaise in de bouwsector snel volgt op die van 2008, hebben bedrijven niet de tijd gehad om weer voldoende kas- en kapitaalreserves op te bouwen. Bij die zwakke financiële structuren voegen zich ook nog de felle concurrentie in de sector en de afschaffing van energiebesparende overheidsmaatregelen voor bv. glas en zonnepanelen.

De Confederatie Bouw schatte eerder in dat de activiteit in de Belgische bouwsector in 2012 zou afgenomen zijn met 1,5% in vergelijking met een groei van 4% in 2011. Dit betekent dat de bouwsector in de periode 2009-2012 een nulgroei kende. De terugval van de prestaties in 2012 volgt de trend voor de hele Belgische economie, die na een bbp-groei van 1,8% in 2011 naar verwachting met 0,2% kromp in 2012 en nog eens 0,2% zal krimpen in 2013.

Onderzoek

28/03/2013

Zou uw leverancier effectief onder WCO zitten?

Via via hebt u gehoord dat één van uw leveranciers bescherming tegen zijn schuldeisers aangevraagd heeft. Wat is dat nu & wat betekent dat concreet voor u? Kunt u daar nog veilig iets bestellen?

Waarover gaat het?

Via WCO beschermd tegen schuldeisers. Een firma die krap bij kas zit, kan aan de rechter vragen om tegen zijn schuldeisers beschermd te worden in het kader van de Wet op de continuïteit van ondernemingen (WCO).

Alle betalingen geblokkeerd. Wordt die aanvraag goedgekeurd, dan moet die firma de op dat moment openstaande rekeningen voorlopig niet meer betalen. Leveranciers waarvan een of meerdere facturen nog niet betaald werden, moeten dus noodgedwongen op hun geld wachten.

Om de continuïteit te garanderen. Dat is inderdaad de bedoeling. De firma onder WCO krijgt een aantal maanden de tijd om financieel orde op zaken te stellen (lees: een reorganisatieplan op te maken waarbij een deel van de 'oude' schulden kwijtgescholden worden). Ondertussen mag er 'gewoon' verder gewerkt worden.

Wat is het probleem?

Leverancier onder WCO. Het is niet gezegd dat u dat meteen te weten komt. Anders dan bij een faillissement is er immers geen curator die het roer overneemt. Het is goed mogelijk dat uw leverancier doet alsof er niets aan de hand is terwijl u 'via via' hoort dat er financiële problemen zijn.

Kloppen die geruchten? Dat kunt u gelukkig vrij snel checken vanachter uw pc. Surf daarvoor naar de website van het Belgisch Staatsblad (zie http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/welcome.pl). Klik daar op 'nieuwe opzoeking' en geef onder 'woorden van tekst' de officiële naam in van uw leverancier. U kunt daar ook het ondernemingsnummer ingeven. Vergeet daarbij dan wel niet de puntjes te zetten in de tiencijferige combinatie (dus bv. 0123.456.789).

Let op! Een check via de KBO volstaat niet. De publicatie van de bescherming onder de WCO wordt daarin immers (nog) niet overgenomen.

Is panikeren een goede zaak?

Bestelling lopend? Zeker als de levering binnen een korte termijn (één à twee maanden) voorzien was, moet u zich in principe geen zorgen maken. Die bescherming is immers net bedoeld om o.m. klanten te garanderen dat de firma actief blijft.

Nog nieuwe bestelling? Uw leverancier zal dat wellicht maar al te graag zien. Zonder is de reorganisatie immers moeilijk haalbaar. Het spreekt voor zich dat u daarbij wel beter geen voorschot betaalt. De kans is immers reëel dat zo'n bedrijf onder WCO finaal toch failliet gaat.

Een andere leverancier zoeken? In principe is er niets mis mee dat u met een nieuwe leverancier in zee gaat. De bescherming van die WCO gaat niet zover dat u verplicht klant moet blijven. Het zou er nog aan mankeren natuurlijk…

Wat bij langlopend contact? Heeft u een soort raamcontract met uw leverancier, dan kunt u daar niet zonder meer onderuit. De WCO is op zich geen goede reden om zo'n contract te verbreken.

Tip. Als klant doet u er in zo'n geval goed aan om vrijwillig tussen te komen in de procedure WCO en aan de 'gedelegeerde rechter' te vragen om u zijn verslagen te bezorgen en om u op de hoogte te houden van alle beslissingen die de rechtbank neemt. Zo kunt u opvolgen of de reorganisatie bij uw leverancier al dan niet de goede richting uitgaat.

 

25/02/2013

Vlaanderen betaalt facturen veel te laat

De Vlaamse overheid is een slechte klant: in 2012 moest ze meer dan zes miljoen aan extra interesten ophoesten omdat de ministers en hun departementen niet op tijd hun rekeningen betaalden.

Juridische geschillen met aannemers, foute facturaties en verloren gegane rekeningen maken de Vlaamse overheid tot een slechte betaler. Vorig jaar moest die in totaal 6,5 miljoen euro aan verwijlinteresten betalen. Dat is een soort boete bij laattijdige betalingen.

Grote sommen

De verwijlinteresten vormen een graadmeter voor het betalingsgedrag van de Vlaamse overheid. Grootste wanbetaler blijkt het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken, goed voor een dikke zestig procent van het totale bedrag. ‘Maar onlogisch is dat niet', verduidelijkt de woordvoerder van minister Muyters. ‘Voor het bouwen en het onderhouden van grote infrastructuurwerken trekt de overheid grote sommen uit. Dat laat zich automatisch ook voelen in de interesten, zelfs bij de minste vertraging.'

Onder impuls van Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V) werd vorig jaar nochtans een actieplan opgesteld met maatregelen om die onnodige kosten te vermijden.

Uit eigen berekeningen van Vereeck blijkt dat Vlaanderen tussen 2004 en 2012 jaarlijks gemiddeld 8,7 miljoen betaalde aan verwijlinteresten. ‘Een realiteit die niet strookt met de voorbeeldfunctie die een overheid heeft', aldus de LDD-politicus. ‘Bovendien is het bijzonder cynisch dat de Vlaamse regering uitpakt met een bankenplan om de kredietverlening aan bedrijven te verbeteren, maar zelf een probleem heeft om facturen op tijd te betalen.'

Binnenkort schakelt de regering over naar elektronische facturatie, wat volgens Muyters de doorlooptijd moet versnellen.

 

25/02/2013

Betaalgedrag 2012 stagneert op zwak niveau

Over het hele jaar 2012 werd er beter betaald dan in 2011, maar de Graydon betaalindex stagneert sedert twee trimesters op een nog steeds laag niveau.

Reeds in het eerste kwartaal van 2012 verslechterde het betaalgedrag en hij zakte verder in het tweede kwartaal, zij het minder uitgesproken dan in 2011, zo stelt Graydon vast. In de 2e jaarhelft van 2012 verbeterde het betaalgedrag ten opzichte van de eerste jaarhelft. Het was ondertussen al 7 kwartalen geleden dat op dat niveau betaald werd.

De verbetering van het afgelopen halfjaar is hoofdzakelijk het gevolg van de betere opvolging van onbetaalde facturen en de striktere betaalafspraken tussen bedrijven. Steeds meer ook mikken bedrijven met cashreserves op afspraken waarbij contante betaling in ruil voor korting wordt bedongen.

Anderzijds heeft een belangrijke groep ondernemingen duidelijk blijvende moeilijkheden om haar facturen tijdig te vereffenen door de opeenvolgende crisissen.

In het vierde kwartaal 2012 werd ruim 65% van de facturen tijdig betaald. Het aandeel van onbetaalde facturen die de vervaldag al meer dan 90 dagen overschreden hebben, daalde van 13,2% in kwartaal 2 naar 11,49% in het meest recente kwartaal. Dat betekent niettemin dat nog steeds één factuur per 8,7 uitgestuurde facturen met meer dan 90 dagen vertraging, of zelfs gewoon niet, betaald wordt.

In het derde kwartaal herstelt de betaalindex zich in alle gewesten, maar voor het vierde kwartaal is de stijging niet unaniem. Het betaalgedrag in Vlaanderen stagneert en nooit eerder dan nu werden er door bedrijven met zetel in het Vlaamse gewest zoveel facturen tijdig betaald. Echter: ook het omgekeerde is waar: nooit eerder werden er zoveel facturen meer dan 90 dagen te laat betaald.

Bedrijven met zetel in het Brusselse gewest evolueren in dezelfde richting, maar betalingen in het Waalse Gewest gaan er opnieuw licht op achteruit.

Globaal betalen de verschillende diensten van de federale overheid nu 71% van de facturen op tijd en 19% binnen de dertig dagen na afgesproken vervaldatum. Slechts 1% van de aan de verschillende federale overheidsdiensten gerichte facturen worden op meer dan 90 dagen na vervaldatum betaald.

Reeds in het eerste trimester 2011 bleek uit onze vele gesprekken met financieel verantwoordelijken en creditmanagers dat de betalingsmoraal de toen nog opwaartse economische trend niet volgde. De verdere en spectaculaire neergang gedurende het tweede trimester toonde aan dat vele bedrijven weinig vertrouwen in de toekomst hadden en de knip op de beurs hielden. Een andere groep, beperkt maar groeiend, werd met acute cashproblemen geconfronteerd. Hoewel de cijfers met betrekking tot het derde en vierde trimester enige beterschap toonden, bleven de resultaten ronduit zwak. De huidige vertrouwenscrisis als gevolg van de landen- en bankencrisis verzwaart het reeds beperkte vertrouwen.

Meer dan ooit zorgen de huidige crisiseffecten voor een tweedeling tussen de vele bedrijven die over voldoende reserves beschikken om snel en efficiënt te betalen en de nu steeds sneller aangroeiende groep ondernemingen die op droog zaad zitten. Reeds eerder meldde Graydon dat de liquide reserves van heel wat KMO-ondernemingen in ons land een uitputtingsniveau bereikten. De zeer beperkte economische groei die voor de komende maanden wordt voorspeld, zal de bedrijven nauwelijks in staat stellen hun reserves te herstellen, integendeel.

De blijvende onzekerheid over de verdere evolutie van de Europese economie zorgt er voor dat heel wat bedrijven de knip op de beurs blijven houden. In zijn publicatie van juli 2012 toonde Graydon reeds aan dat dit vooral het geval is bij die bedrijven die moeilijkheden ondervonden. Gezonde bedrijven zijn en blijven ook goede betalers.

Binnen onze KMO-wereld worden de productie- en verkoopvolumes van voor de crisis nog niet gehaald, terwijl de kostenniveaus in vele gevallen niet in verhouding zijn aangepast. Reeds einde 2011 hoorde Graydon van rapportages over een nieuwe dramatische terugval van die productie- en verkoopvolumes. Deze waarnemingen zijn de afgelopen maanden versterkt: vele bestellingen worden uitgesteld of afgeblazen.

De voorraden die in 2010 en 2011 terug werden opgebouwd, renderen niet. Bovendien blijft de consument, bezorgd omwille van de besparingsmaatregelen, eveneens zeer voorzichtig.

Zo goed als alle FOD’s betaalden ook tijdens de tweede jaarhelft van 2012 het leeuwendeel van de facturen volgens de vooropgestelde afspraken. Ze blijven dus verdere inspanningen leveren, maar de uitmuntende scores die we zagen gedurende de eerste jaarhelft van 2012, halen ze niet meer. Globaal betalen de verschillende diensten van de federale overheid nu 71% van de facturen op tijd: de beste waarde sinds het begin van onze metingen.

De Vlaamse Gemeenschap betaalt weer wat stipter, nadat ze een drietal trimesters op rij uitgesproken slechter betaalde. Op basis van een steekproef bij 129 verschillende leveranciers werden in het vierde kwartaal 2012 69% van de facturen tijdig betaald (tegen 53% in het tweede kwartaal 2012 en 57% tijdens het derde kwartaal 2012), en maar liefst 17% op meer dan 90 dagen na vervaldatum (tegen 23% gedurende het tweede en derde kwartaal 2012).

Ook op gemeentelijk niveau echter bleken sedert begin dit jaar steeds uitgesprokener problemen. Het afgelopen halfjaar echter zien we ook op gemeentelijk niveau correcties in de goede richting.

25/02/2013

5 miljoen voor faillissementspreventie bij kmo’s

De Vlaams regering maakt 5 miljoen euro vrij voor een projectoproep ‘faillissementspreventie’. Het geld moet kmo’s in moeilijkheden begeleiden en helpen bij een doorstart.

Om bedrijven in moeilijkheden op te sporen en te begeleiden wordt deze projectoproep gelanceerd, gericht op faillissementspreventie. De oproep geeft steun aan projecten van werkgeversorganisaties, of samenwerkingsverbanden met een werkgeversorganisatie.

Daarnaast voorziet men ook gratis eerstelijnsadvies voor kmo’s in moeilijkheden en komen er hogere subsidies voor de opmaak van een diepgaand doorstartplan (via de kmo-portefeuille) tot 75%.

Deze projectoproep heeft als doel om kmo’s die in moeilijkheden dreigen te komen, of geconfronteerd worden met continuïteitsbedreigende elementen, proactief te benaderen, en hen te informeren, sensibiliseren en begeleiden naar het bestaande instrumentarium aangeboden door de overheid. Om deze bedrijven op te sporen en te begeleiden wordt een projectoproep gelanceerd met een budget van 5 miljoen euro, gericht op faillissementspreventie.

Er wordt gemikt op creatie van een dienstenaanbod te creëren gericht op individuele kmo’s. De eindklant van de projectoproep inzake faillissementspreventie is de onderneming, gevestigd in het Vlaamse gewest en die voldoet aan de Europese KMO-definitie. In de onderneming zijn continuïteitsbedreigende elementen aanwezig. Er moet steeds voor gezorgd worden dat de werking gericht is op het vrijwaren van jobs. De impact van projecten op het behoud van werkgelegenheid is een cruciaal projectcriterium.

De oproep faillissementspreventie geeft via een wedstrijdprocedure steun aan projecten van werkgeversorganisaties of samenwerkingsverbanden met een werkgeversorganisatie. De projecten moeten tot doel hebben om faillissementen te vermijden en kunnen, uitgaande van Vlaams werkende organisaties, een regionaal of (sub)sectorale invalshoek hanteren of gericht zijn op specifieke doelgroepen.

Ondernemingen zullen via de gesubsidieerde projecten pro-actief benaderd worden om hen vanuit een vertrouwelijke, individuele aanpak te informeren, te sensibiliseren en te begeleiden naar het bestaande instrumentarium aangeboden door de Vlaamse overheid, het Agentschap Ondernemen in het bijzonder. Daarbij zullen vormen van eerstelijnsadvies, interventie en nazorg worden aangeboden, voor zover er additionaliteit is met het aanbod van het Agentschap Ondernemen, en meer bepaald het doorstartplan zoals voorzien in de kmo-portefeuille.

Specifieke werkpakketten in het kader van de oproep faillissementpreventie kunnen zijn:

  • Grondige analyse gericht op het proactief opsporen van ondernemingen in moeilijkheden, zodat deze pro-actief benaderd kunnen worden.
  • Sensibiliserings- en informatiemomenten.
  • Detectie en individuele vertrouwelijke benadering van potentiële kandidaten
  • Eerste financiële en operationele analyse van de onderneming op basis van een scan. Het resultaat van de scan moet de continuïteitsdreiging onderbouwd aanduiden, zodat onmiddellijk acties kunnen opgestart worden.
  • Concrete begeleidingsacties als gevolg van de eerste financiële en operationele analysebegeleiding. Het kan gericht zijn op verschillende doelstellingen:
    • Eerstelijnsadvies over de oplossingsrichtingen die kunnen bewandeld worden en over het overheids- of ander instrumentarium dat nuttig kan ingezet worden.
    • Effectieve interventies, gericht op het oplossen van de ergste problemen die de continuïteit van de onderneming bedreigen. (bv. specifieke begeleiding om tijdelijke liquiditeitsproblemen te overwinnen)
    • Begeleiding gericht op het toeleiden naar het instrumentarium voor het opmaken van een doorstartplan zoals voorzien in de pijler strategisch advies van de kmo-portefeuille.
    • Toeleiding naar het overige instrumentarium van het Agentschap Ondernemen of de federale overheid (wet continuïteit ondernemingen, faillissement,…).
    • Begeleiding gericht op het stopzetten, overlaten of vereffenen van de onderneming, waarbij overblijvende schulden bij de ondernemer zelf maximaal worden vermeden.
  • Nazorg. In de mate dat er additionaliteit is ten opzichte van ander bestaand overheidsinstrumentarium, kan ook nazorg voorzien worden als projectonderdeel.

Het Agentschap Ondernemen organiseert de projectoproep, waarvoor een budget van 8 miljoen euro wordt uitgetrokken verdeeld over de vier bovengenoemde luiken. Tot 80% van de aanvaarde kosten kunnen terugbetaald worden. De oproep richt zich tot privaatrechtelijke entiteiten, al dan niet in samenwerkingsverband. De projectvoorstellen worden beoordeeld op basis van welbepaalde ontvankelijkheids- en beoordelingscriteria.

25/02/2013

Hoeveel bedragen de nalatigheidsintresten?

Wettelijk zijn er twee tarieven: één algemeen tarief voor handel met particulieren (B-2-C) en een ander specifiek tarief voor handel tussen ‘handelaren’ (B-2-B).

2,75%, dat is het tarief dat u wettelijk nog krijgt als schadevergoeding van particulieren in 2013. Ter info, in 2012 was dit nog 3,75%, in 2011 3,25% en in 2009 (aanvang crisis) 5,5%.

Toch mag u nog steeds een hoger percentage als wettelijk tarief voor uw intresten. Staat in uw voorwaarden dat u 10% intrestvergoeding vraagt dan mag u perfect dit tarief aanhouden. Al geldt hier aan particulieren wel de regel dat dit expliciet dient ondertekend te zijn (het moest op de voorkant van uw bestelbon staan.) Mocht een rechter of uw advocaat dit overdreven vinden, kunnen zij dit nog steeds milderen.

Naar uw professionele klanten toe is dit percentage aanvaardbaar, velen passen overigens 12% of 1% per begonnen maand toe.

Is dit wettelijk? Jazeker, uw voorwaarden hebben voorrang op die die door de wet als basistarief zijn vooropgesteld.
Beschikt u niet over algemene voorwaarden dan is het intrest tarief voor transacties tussen handelaren wettelijk vastgelegd op 8,5% voor 2013.

Mag het ook 20% zijn? Toch wel, al zal dit door de rechtbank altijd worden herleid tot wat de rechter redelijk vindt. U maak er zich met andere woorden niet sympathiek mee en riskeert net minder te krijgen omdat de rechter u als te gulzig ziet!

Schadebeding? Dit staat los van de nalatigheidsintresten. Deze kunnen dus nog steeds gevraagd worden. Overigens bedragen die wettelijk 10% en mogen ze onmiddellijk vanaf vervaldag opgeëist worden.

23/01/2013

Beleidsmakers willen papieren factuur snel weg

Minister Chastel en staatssecretaris Bogaert willen dat zowel de publieke als de private sector versneld overschakelen op digitale facturen. Leveranciers zullen verplicht worden om mee te gaan.

Ons land engageerde zich tegenover Europa om tegen 2020 de helft van de facturen via e-invoicing te laten verlopen. Tegen eind deze legislatuur zou al 25% moeten gehaald worden. Gelijktijdig streeft de federale Regering ernaar om voor wat betreft de ontvangen facturen de doelstellingen van 20% via e-invoicing en 30% via het inscannen van facturen, te bereiken.

Minister van Begroting en Administratieve Vereenvoudiging Olivier Chastel kadert het grote project rond de elektronische facturatie in de vermindering van de administratieve lasten voor de ondernemingen: “Daarom stelt het Federaal Actieplan Administratieve Vereenvoudiging 2012-2015, dat door de ministerraad werd goedgekeurd, als tussentijds streefcijfer dat tegen het einde van de legislatuur 25 % van alle facturatiestromen elektronisch moet verlopen.”

Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten, beaamt en verwijst naar Finland, Denemarken en Griekenland, waar leveranciers al verplicht worden om elektronisch te factureren aan de overheid: “Daar wil ik ook zo snel mogelijk naartoe. De overheid moet hierin het voorbeeld geven en zo de private sector overtuigen. Elke actie om de overheid te moderniseren, moet ons land een competitieve boost geven.”

Voor de hele federale overheid gaat het in 2012 om ongeveer 1,2 miljoen facturen. Ramingen leren dat een elektronische factuur 1,84 € goedkoper is voor de leverancier en zelfs 6,49 € per factuur (of meer dan 11 minuten) voor de ontvanger. In totaal zouden de leveranciers dus ruim 2 miljoen euro per jaar kunnen besparen, de overheid 7,5 miljoen (of 132 VTE).

Bij scanning van facturen is de winst kleiner. De leverancier stuurt immers een gewone papieren factuur door die de overheid eerst moet scannen. Als de doelstellingen voor het einde van de legislatuur gehaald worden (20% e-invoicing en 30% scanning) dan bedraagt de winst 207.000 € per jaar voor de leveranciers en 1,4 miljoen € (of 23 VTE) voor de overheid.

Olivier Chastel wijst er ook op dat de digitalisering van de facturen die naar de federale overheid worden gestuurd het haar ook mogelijk maken om de modernisering van de federale boekhouding verder te zetten, de facturen efficiënter te behandelen, de interne controle ervan te verbeteren en de betalingstermijnen te verminderen.

23/01/2013

Tot 600 ontslagen op komst bij Cirque du Soleil

Bij Cirque du Soleil zouden 300 tot 600 banen op de tocht staan. Dat melden Canadese media woensdag. De Canadese multinational weigerde woensdag elke commentaar in afwachting van een persconferentie over ‘de huidige situatie binnen het bedrijf'.

‘Wij geven geen commentaar op deze geruchten', aldus woordvoerster Chantal Côté. Cirque du Soleil, dat in 1984 opgericht werd door de Canadees Guy Laliberté, telt vandaag wereldwijd 5.000 werknemers, van wie 2.000 op de zetel in Montréal.

Dat de crisis onvoorspelbare sprongen uithaalt met dit bedrijf is zeker.  Vorig jaar moest het bedrijf al het mes zetten in vijf van zijn vierentwintig producties wereldwijd.

23/01/2013

Ontvangen van aangetekende brief wordt eenvoudiger voor bedrijven

Bedrijven kunnen voortaan op een eenvoudigere manier aangetekende brieven ontvangen. bpost versoepelt immers de procedure op aandringen van Voka – Kamer van Koophandel Limburg. Concreet wordt de geldigheidsduur van volmachten substantieel verlengd en worden meerdere personen in een bedrijf gemachtigd om aangetekende zendingen in ontvangst te nemen.

Het postbedrijf vereenvoudigt immers de procedure voor bedrijven om aangetekende post in ontvangst te nemen. Deze vereenvoudiging komt er op expliciete vraag van Voka – Kamer van Koophandel Limburg, dat in een aangetekende brief aan bpost haar onvrede over de vroegere regeling bekend had gemaakt. Een vergelijking van vroeger en nu…

Vroeger

Tot hiertoe was het zo dat bedrijfsleiders (in tegenstelling tot ‘gewone’ burgers) hun aangetekende brief niet zomaar in ontvangst mochten nemen wanneer zij op het bedrijf aanwezig waren tijdens de postbedeling. Een aangetekende zending mag immers uitsluitend bezorgd worden aan een persoon die haar vertegenwoordigt. Bedrijfsleiders moesten hemel en aarde bewegen om een brief nog maar te mogen ontvangen. Het alternatief was om een volmacht aan te vragen, weliswaar gratis te downloaden maar voor slechts 3 maanden geldig. Er bestond ook een andere vorm van volmacht, die een personeelslid kon machtigen om in jouw naam aangetekende brieven te ontvangen. Deze volmacht was 3 jaar geldig, maar wel betalend…

Nu

Belangrijk is dat de geldigheidsperiode van de (gratis te downloaden) volmacht via de Kruispuntbank van Ondernemingen nu 3 jaar is, waar dat vroeger slechts 3 maanden was. Daarbij komt dat de volmachtkaart vanaf heden niet meer op naam is, en dus door meerdere personen kan gebruikt worden.

Johann Leten (gedelegeerd bestuurder Voka – Kamer van Koophandel Limburg): “Het rigide systeem en de administratieve mallemolen wekte ergernis op bij zowel ondernemers als postbodes. De versoepeling is een klantvriendelijke geste van bpost. Toch blijven er nog enkele vraagtekens. Wat doen we bijvoorbeeld met de tijdelijke handelsverenigingen, die je bijvoorbeeld in de bouw regelmatig tegenkomt? Maar goed, de versoepeling is positief. Bedrijfsleiders zullen voortaan heel wat nodeloze verplaatsingen van en naar het postkantoor kunnen uitsparen.”

23/01/2013

Bewarend beslag leggen, is dat de oplossing?

Wanneer u een gerechtsdeurwaarder een bewarend beslag laat “aanzeggen” bij uw klant dan blijkt hieruit dat bij u een schuldenaar op bewarende wijze aandringt op de blokkering van bepaalde sommen bij één van zijn schuldeisers bv. Een klant van een uw klant of zijn bankinstelling. Deze geblokkeerde sommen zullen aldus een waarborg uitmaken voor u als schuldeiser.

Als schuldeiser kan u een dergelijk beslag maar leggen onder strikte voorwaarden. Zo dient u te beschikken over een zekere en eisbare vordering en zal u in een aantal gevallen zelfs voorafgaande toestemming van de beslagrechter nodig hebben.

Let op: Vaak kan uw schuldenaar via zijn advocaat met succes verzet kunnen aantekenen tegen dit beslag.

De gelden waarvoor het bewarend derdenbeslag geldt, blijven bij de derde beslagene (dus de persoon bij wie het beslag voor de schulden wordt gelegd, vb. de bank of de klant van uw klant) geblokkeerd tot er een definitieve uitspraak door de rechtbank is gedaan of tot wanneer het bewarend beslag opgeheven werd.

Nogmaals opletten: Er kan zelfs schadevergoeding bekomen worden voor het aldus ten onrechte gelegde beslag. En zeker, er kan geen bewarend beslag worden gelegd voor ernstig betwiste vorderingen. Bovendien kan het bewarend beslag onder derden kan zich niet verder uitstrekken dan de omvang van een schuld.

De praktijk: Het bewarend beslag is een procedure waar voornamelijk in handelszaken veel misbruik van gemaakt wordt. Doordat bij bewarend beslag ook de klanten van uw klant en zijn bankier verwittigd worden kan dus de kredietwaardigheid van uw klant hieronder leiden. Het feit dat hierdoor ook nog de bankrekeningen geblokkeerd kunnen worden maakt het er alleen maar erger op. De beslagrechters kennen deze misbruiken, waarbij eerder de intimidatie dan de vrijwaring van rechten centraal staan.

De vereisten: Om bewarend beslag te kunnen leggen moet :

  • de schuldvordering moet eisbaar zijn
  • de schuldvordering moet zeker zijn
  • de schuldvordering moet vaststaand zijn

De beslagrechter beoordeelde de vordering marginaal. Hier dus geen uitspraak over de rechten van de partijen. De marginale toetsing betekent dat de beslagrechter nagaat of de vordering op het eerste zicht gegrond lijkt. Dit betekent dat de eis een voldoende is, geen van de gegrondheid heeft, dan wel niet vatbaar is voor redelijke betwisting.

20/12/2012

Credit Manager steeds belangrijker (Nederland)

Credit Management neemt een steeds prominentere positie in binnen Nederlandse organisaties.

Bij acht op de tien bedrijven (80%) is debiteurenbeheer het afgelopen jaar een grotere rol gaan spelen. Bijna de helft van de organisaties (44%) is er meer in gaan investeren. Bij een op de vijf (18%) is het aantal FTE’s voor creditmanagement toegenomen.

Dat blijkt uit de Creditmanagement Trendmeter, een onafhankelijke onderzoek van het VCMB (Verbond van Credit Management Bedrijven) dat sinds 2005 jaarlijks wordt uitgevoerd onder een representatieve groep van 110 creditmanagers van Nederlandse bedrijven.

Oplopende betalingstermijnen en duurdere kredieten dwingen creditmanagers meer maatregelen te nemen om rekeningen sneller betaald te krijgen. Zo maken negen op de tien organisaties (88%) onderscheid in de manier waarop zij met debiteuren omgaan. De belangrijkste indicatoren om potentiële wanbetalers in een vroeg stadium te signaleren zijn de risicoperceptie op basis van kredietinformatie (62%) en het historisch betalingsgedrag (62%). Twee derde van de organisaties (65%) maakt meer gebruik van kredietinformatie en de helft (50%) schakelt sneller een incassobureau in. Ook wordt er minder vaak gebruik gemaakt van outsourcing van creditmanagementactiviteiten naar lage lonen landen, merkt 43% van de creditmanagers.

Kennisniveau creditmanagementstudent voor verbetering vatbaar

Creditmanagers worden voor organisaties steeds belangrijker, maar het onderwijs op dit gebied is voor verbetering vatbaar. Hoewel driekwart (74%) vindt dat de opleiding goed aansluit op het werkveld, geeft meer dan de helft van de creditmanagers (52%) toch aan dat het kennisniveau van startende collega’s onvoldoende is. Waarschijnlijk komt dit ook omdat creditmanagers van mening zijn dat je het vak vooral in de praktijk leert (94%). Driekwart vindt dan ook dat het vak een prominente plek moet krijgen in hbo-opleidingen en zes op de tien (62%) vinden dat het zelfs een verplicht vak moet zijn voor economische en administratieve opleidingen. De belangrijkste zaken die nu ontbreken bij opleidingen zijn portefeuille analyse (44%), incasso wet- en regelgeving (43%) en risico analyse (39%). Er is dan ook meer behoefte aan mbo’ers dan aan hbo’ers, zegt ruim de helft (52%). Bijscholingsmogelijkheden zijn er voldoende, meent 60%. Een kwart heeft zelf ook daadwerkelijk een aanvullende opleiding of bijscholing gehad.

"De vraag naar goed opgeleid personeel neemt toe naarmate meer bedrijven het belang van creditmanagement voor hun organisatie inzien. Opleidingen kunnen daar beter op inspelen."

20/12/2012

Een op de zes kmo's heeft verhoogde kans op faillissement

Een op de zes Belgische kmo's (16,5 procent) loopt een verhoogd risico op falen en een beperkt groeipotentieel. In Vlaanderen zit 15 procent in die risicogroep, zo toont het kmo-Rapport aan dat ondernemersorganisatie Unizo en handelsinformatiekantoor Graydon donderdag voorstelden.

Voor het kmo-Rapport werden de jaarrekeningen 2011 en andere beschikbare bedrijfsinformatie van dat jaar onder de loep genomen. Enerzijds was de financiële situatie van de kleine en middelgrote ondernemingen vorig jaar beter dan in 2010.

Dat tonen Unizo en Graydon aan de hand van de zogenaamde ‘Fito-meter’ aan, die verschillend financiële parameters bundelt. De parameter steeg in alle gewesten, met Brussel op kop dat een inhaalbeweging maakt. Voor heel België noteert de parameter net boven het niveau van 2007.

Liquiditeit is een probleem

Anderzijds zitten in deze parameter solvabiliteit en liquiditeit niet verrekend. Vooral de liquiditeit is een probleem. De mate waarin een onderneming op korte termijn aan de financiële verplichtingen kan voldoen, is in Vlaanderen in 2011 voor het tweede jaar op rij gedaald.

Bovendien is ook de graad van financiële onafhankelijkheid van de Vlaamse bedrijven in 2011 licht gedaald. De bedrijven waren genoodzaakt om gebruik te maken van hun financiële reserves. Ook voegt Eric Van den Broele van Graydon toe dat in de Fit-meter een 'kern van bedrijven die het zeer moeilijk heeft' verscholen zit.

Situatie in risicogroep verslechtert

Een andere indicator is de ‘multiscore’ die het risico van kmo’s inschat. Er zijn drie categorieën: bedrijven met verhoogd risico op faling en beperkt groeipotentieel, een groep die matig scoort op beide vlakken en de topgroep met weinig faillissementsrisico en ruim groeipotentieel.

71,4 procent van de Vlaamse kmo’s zit in die topcategorie, 15 procent in de risicogroep. De omvang van de groepen blijft stabiel, maar in de risicogroep verslechtert de situatie. De agro-industrie, diensten aan personen en wegen- & waterbouw scoren het best. Horeca en vervoer & logistiek scoren het slechtst. Antwerpen heeft het grootste risicoprofiel van de Vlaamse provincies.

12.000 à 12.500 faillismenten verwacht in 2013

De cijfers van 2011 zijn dus niet slecht. Maar de vooruitzichten voor dit en ook volgend jaar zijn een andere zaak. Zo verwacht Eric Van den Broele op basis van de economische modellen van Graydon dat op het einde van dit jaar de kaap van 11.000 bedrijven (alle bedrijven) die failliet gaan in ons land, benaderd zal worden. Voor 2013 denkt hij aan een faillissementscijfer van 12.000 tot 12.500.

Unizo-topman Karel Van Eetvelt hamerde daarom donderdag opnieuw op de noodzaak om de kosten voor de ondernemingen te laten zakken. Zonder ingrijpen van de regering om die kosten voor de bedrijven te doen dalen, zullen meer bedrijven failliet en dus jobs verloren gaan. En de bedrijven moeten de mogelijkheid krijgen hun eigen vermogens opnieuw aan te dikken, klonk het.

'Eén op drie kmo's niet sterk genoeg om crisis te overleven'

Ten slotte nog kmo-nieuws uit een andere hoek: Volgens een studie van HR-bedrijf Tempo Team zegt een derde van de kmo’s in ons land onvoldoende sterk te staan om de crisis te overleven. Twee op de drie zegt dat het 'barslecht' gesteld is met het ondernemingsklimaat in België. Wel heeft nog ruim een derde de intentie om het komende halfjaar te rekruteren.

20/12/2012

Nooit eerder zoveel faillissementen in één jaar

Vorige week vrijdag werd het 10.550ste faillissement van 2012 uitgesproken. Dat is een historisch maar jammerlijk precedent. Nooit eerder kenden we zoveel faillissementen in één jaar. Vorig jaar was reeds een recordjaar met 10.528 bedrijven die boeken moesten neerleggen. Tegen Nieuwjaar wordt verwacht dat de teller circuleert rond 11.000 faillissementen. Dat blijkt uit cijfers van handelsinformatiebureau Graydon.

Op het einde van 2010 en gedurende de eerste maanden van 2011 was er sprake van een voorzichtige economische revival. Die was echter slechts beperkt waarneembaar op KMO-niveau. De meeste ondernemingen haalden hun winstmarges van voor de crisis nooit en voor veel ondernemers werd het onmogelijk om hun eigen reserves en vermogen terug aan te zwengelen.

Reeds vanaf het tweede trimester van 2012 was een verslechtering merkbaar in het afbetalingsgedrag bij kleine en middelgrote ondernemingen. Eerdere Graydon-studies hadden al aangetoond dat bij 25% van de faillissementen de oorzaak moet gezocht worden bij late betalers en wanbetalers.

Die zijn op hun beurt dan weer verantwoordelijk voor financiële problemen bij leveranciers. In die optiek genereren faillissementen nieuwe faillissementen.

Huidige crisis niet enige verantwoordelijke

Toch kan het huidige crisisklimaat onmogelijk als enige boosdoener voor het recordcijfer aangewezen worden. De overgrote meerderheid van de ondernemingen die nu met het water aan de lippen staan, vertoonden reeds voor de crisis van 2008 structurele moeilijkheden. De toenmalige economische crisis maar ook de huidige malaise zijn hoogstens een katalysator die leiden naar het faillissement.

Graydon wijst ook op andere oorzaken zoals bijvoorbeeld 'een steeds aanwezige structurele onderlaag van faillissementen' en 'een hausse sinds midden 2007 als gevolg van de oprichting van vele jonge ondernemingen van belabberde kwaliteit', luidt het. 'Ook nu nog kennen we een bijzonder hoog aantal oprichtingen met gelijkaardige kenmerken.'

Ongetwijfeld werd de stijging van het aantal faillissementen reeds midden 2007 beïnvloed door een stagnering, zelfs een verslechtering van het economisch klimaat. Analisten nemen aan dat de faillissementen dalen bij een stabiele economische groei boven de 2%.

Een daling van het aantal faillissementen volgt een economische groeipiek met ruim zes maanden vertraging. Het omgekeerde geldt evenzeer. De indicatoren voor 2011 toonden een beperktere groei, de verwachtingen waren voor 2012 weinig rooskleurig, die voor 2013 evenmin.

 

20/12/2012

Staan er al twee data op uw facturen?

Vanaf 2013 wijzigen de spelregels inzake de verplichte btw-vermeldingen op een factuur. Wat betekent dat concreet voor uw in- en uitgaande facturen en klopt het dat u uw factuurlay-out daardoor zal moeten aanpassen?

Extra verplichte vermelding vanaf 2013
Datum van de prestatie zelf. Vanaf 2013 wordt het m.a.w. verplicht om expliciet op de factuur te zetten wanneer u precies geleverd heeft of wanneer u die bepaalde dienst verricht heeft. Dat komt dus bovenop de andere verplichte vermeldingen, zoals naam, adres, btw-nummer, enz.

Was dat nu ook al niet zo? Ja en neen. In principe was dat inderdaad nu ook al verplicht, maar in de praktijk gold er wat dat betreft een zekere tolerantie. Als de datum van de levering of de dienstverrichting nl. dezelfde was als die waarop de factuur opgemaakt werd, dan volstond de datum van de factuur zelf. Klaar!

Concreet voorbeeld 2012. U levert op 19 november bij een klant in Brussel. U factureert dit op 25 november en u neemt die factuur op in uw btw-aangifte die u uiterlijk 20 december indient. Staat er op uw factuur alleen 25 november als datum, dan wordt er tot nog toe van uitgegaan dat dit ook de dag van levering is. Uw factuur is dan tijdig opgemaakt én ze zit in de juiste btw-aangifte.

Let op! Maakt u uw factuur op op 2 december, wat ook nog tijdig is, met de bedoeling om ze pas op te nemen in de btw-aangifte die u uiterlijk 20 januari moet indienen, dan is dat ook nu niet correct. De levering dateert immers van 19 november, dus hoort die factuur thuis in de aangifte over november, alleen ziet de Btw dat uiteraard niet direct...

Zelfde voorbeeld voor 2013. De datum van levering, 19 november, moet mee op uw factuur vermeld worden. Doet u dat niet, dan riskeert u een boete wegens het foutief factureren en kan uw klant de btw op uw factuur niet in aftrek brengen wegens een niet-conforme factuur.
Ook voor uw inkomende facturen? Uiteraard. Zonder twee duidelijke data is die factuur vanaf 2013 immers niet correct en dus is de btw daarop dan ook niet meer aftrekbaar.
Let op! Voor voorschotfacturen gelden nog andere regels, anders wordt het te gemakkelijk...

Factuurlay-out aanpassen?
Lay-out zelf is niet voorgeschreven! Hoe uw factuur eruitziet, is in se dus niet van belang. Wat telt, is alleen dat alle verplichte vermeldingen er sowieso op staan.
Dus mee in vak omschrijving? Dat kan! In plaats van enkel te vermelden "voor de levering van 15 stoelen" zet u daar voortaan ook de datum van de levering zelf bij en vermeldt u "voor de levering van 15 stoelen op 19 november 2012".

Kan dat de factuurdatum zelf zijn? Uiteraard! Gaat u 's middags leveren en maakt u 's avonds de factuur op, dan is dat twee keer dezelfde datum. Ook dan moeten die twee data vanaf 2013 echter duidelijk apart vermeld worden.

Zorg meteen voor 'achtergrond'. Een factuur op zich zal vanaf 2013 inderdaad niet meer genoeg zijn voor de btw-aftrek van uw klant. Zo zullen o.m. ook een bestelbon, een leveringsbon enz. moeten kunnen voorgelegd worden om de 'waarachtigheid' van die levering te onderstrepen. Het best zet u dat dus ook ineens bij de omschrijving.

Concreet. De vermelding in 2012 "voor de levering van 15 stoelen" wordt dan vanaf 2013 bv. "voor de levering van 15 stoelen op 19 november 2012 (leveringsbon 789), conform offerte xxx van 30 oktober 2012".

Vanaf 2013 moet u steeds de datum van levering of dienstverrichting vermelden op uw facturen, zo niet is de btw voor uw klant niet aftrekbaar en riskeert uzelf een boete wegens onregelmatige factuur. Lay-outmatig gezien is er echter niets verplicht, dus kunt u dat perfect mee vermelden bij de 'omschrijving'.

27/11/2012

Tegen het jaareinde dringend cashen bij uw klanten…

Met het einde van het jaar in zicht is het extra belangrijk om slechte betalers achter de veren te zitten, zeker maar niet alleen als u in vennootschap zit. Waarom is dat zo en hoe pakt u die slechte betalers nu concreet aan?

Waarover gaat het?
Uw cijfers einde boekjaar. Voor u het weet zit het jaar 2012 erop. De kans is dan ook groot dat uw boekhouder binnenkort het boekjaar afsluit en de balans opmaakt en bekijkt hoeveel omzet, (belastbare) winst (of verlies), e.d. u gerealiseerd heeft.
Vooral 'cash' van belang. Dat klopt. Dat u mogelijk minder gefactureerd heeft, is op zich niet zo erg. Als uw klanten op tijd betalen, beschikt u in principe over een voldoende grote financiële buffer om de crisis het hoofd te bieden.

Voor uw bvba van belang. Absoluut. Zit u in een bvba of nv, dan moet u in principe tegen midden volgend jaar uw balans en resultatenrekening neerleggen. Als u volgend jaar op krediet rekent bij uw bank en/of uw leveranciers, dan loopt het aantal dagen (gratis) klantenkrediet beter niet te veel op ten opzichte van voorgaande jaren.

Ook als u niet in vennootschap zit? Toch wel. Als zelfstandige moet u uw cijfers dan wel niet publiek maken. Als u bij de bank een krediet aanvraagt, zal die wellicht vragen hoeveel facturen er op het einde van het jaar openstonden en wat uw omzet was. Meer heeft uw bank niet nodig om te berekenen of u last heeft van slechte betalers.

Let op! Banken durven bij zo'n kredietaanvraag zelfs vragen dat u (lees: uw advocaat) een overzicht geeft van de stand van de invorderingen.

Waar komt het nu op aan?

Sneller cashen. Voor nieuwe bestellingen hanteert u nu het best zeer korte betaaltermijnen. Als het even kan 'contant', bij levering. Nu '30 dagen factuurdatum' toestaan, doet immers uw aantal dagen klantenkrediet oplopen.
Slechte betalers opvolgen. Dat is zeker ook een aandachtspunt. Klanten die hun factuur te laat betalen, zit u het best achter de veren.

Strikter dan anders? Misschien wel. Wacht u normaal gezien 14 dagen vooraleer u een (eerste) vriendelijke betalingsherinnering stuurt en daarna nog eens 14 dagen om een tweede al dan niet aangetekende rappel te sturen, dan staat het geld wellicht niet meer vóór het jaareinde op uw rekening. Zeker nu gunt u slechte betalers beter niet zo lang gratis klantenkrediet…
Eén rappel volstaat? Niemand verplicht u inderdaad om twee of drie rappels te sturen. Eén officiële (lees: aangetekende) aanmaning kort na de vervaldag van uw factuur volstaat om duidelijk te maken dat u geen verder uitstel duldt.

Laat gerust uw tanden zien. Dat is, zeker bij doorwinterde slechte betalers, het overwegen waard. Reken in uw officiële aanmaning de nalatigheidsinteresten én het schadebeding aan die in uw factuurvoorwaarden voorzien zijn. Betaalt uw klant daarna alleen de hoofdsom, dan heeft hij het gevoel dat hij iets uitgespaard heeft. U heeft echter uw centen binnen. En dat is wat telt…

Tip. Vermeld eventueel in de aanmaning de naam van de advocaat die uw facturen invordert. Verwittig hem in het voorkomende geval, zodat hij mee de druk kan opvoeren als een slechte betaler telefonisch zou informeren hoe snel hij moet betalen om alsnog de dagvaarding(skosten) te vermijden.

27/11/2012

Scholen krijgen tips rond omgaan met kosten en onbetaalde facturen

Alle Vlaamse scholen in het basis- en secundair onderwijs krijgen een brochure met 76 tips rond kosten en communicatie om beter om te gaan met onbetaalde facturen. Het stappenplan werd de voorbije drie jaar uitgewerkt door verenigingen en ervaringsdeskundigen uit het Netwerk tegen Armoede en krijgt steun van Vlaamse sp.a-ministers Pascal Smet (Onderwijs) en Ingrid Lieten (Armoedebestrijding).

We kregen de voorbije jaren signalen dat het thema “kosten in het onderwijs” steeds belangrijker werd”, aldus Sieg Monten (Netwerk tegen Armoede). “De digitalisering neemt steeds toe en er hangt een kostenplaatje aan. Maar scholen zetten meer en meer incassobureaus in omdat facturen onbetaald blijven.”

Centrale boodschap in de brochure is: “Hoe goedkoper een school kan werken, en hoe meer ze oog heeft voor kostenbeheersing, hoe minder ze kan worden geconfronteerd wordt met onbetaalde facturen.”

Een aantal concrete tips zijn bijvoorbeeld de mogelijkheid bieden om facturen gespreid en cash te betalen. “Ook werken aan een vertrouwensband tussen de school, het financieel team en de ouders is belangrijk”, verduidelijkt Nele Buyl van de Aalsterse vierdewereldwerkgroep Mensen voor Mensen. “Vertrouwen wordt opgebouwd vanaf het inschrijvingsmoment, maar ook op informele momenten bij het ophalen van de kinderen bijvoorbeeld. Een leraar moet ook proactief te werk gaan.”

In de brochure wordt ook aandacht besteed aan sensibilisering. “Leerkrachten zijn middenklassers en moeten zich telkens opnieuw inleven in mensen die leven in armoede, voor wie vijf euro wél veel kan zijn.”

27/11/2012

Bedrijven betalen facturen historisch slecht

41 procent van de facturen tussen bedrijven onderling wordt momenteel niet op tijd of zelfs helemaal niet betaald. Dat leidt het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) af uit haar 'betaalbarometer'. Het cijfer is het slechtste ooit.

De zelfstandigenorganisatie trekt dan ook aan de alarmbel. Gezien het torenhoge aantal faillissementen zijn de cijfers erg verontrustend. Een kwart van die faillissementen wordt immers veroorzaakt door een overvloed aan onbetaalde facturen.

Het aantal niet betaalde facturen dreigt de komende maanden zelfs nog op te lopen. Uit een studie van de Nationale Bank blijkt dat banken tegenwoordig minder vlot kredieten verstrekken aan kmo's. Het NSZ merkt die trend ook. Volgens de zelfstandigenorganisatie heeft een derde van de ondernemers problemen met de bankfinanciering.

Betalingsbevel

Het NSZ vraagt de federale regering om maatregelen. De zelfstandigenorganisatie pleit voor een betalingsbevel een plafonnering van de betaaltermijnen tot 60 dagen.

27/11/2012

Geen leveringsbon … geen betaling!

Een klant beweert dat hij uw factuur niet moet betalen omdat hij geen leveringsbon heeft ondertekend. Was dit dan een noodzaak? De factuur werd niet geprotesteerd, dus is die toch aanvaard?

De klant weigert de factuur te betalen? Als de klant beweert dat hij nooit een levering ontvangen heeft, waar staat u dan. Hij wil daarom enkel betalen als u hem een leveringsbon voorlegt.

Is de leveringsbon verplicht? Heel duidelijk, ‘neen’. Het is niet omdat u geen leveringsbon hebt dat u daarom geen recht op betaling hebt. Betwist de klant uw levering, dan is een leveringsbon (afgetekend) wel een bewijs.

De factuur werd niet geprotesteerd! Wanneer de klant pas achter de leveringsbon vraagt op het moment dat er een rappel in de bus valt, dan kan men uiteraard argumenteren dat de factuur zelf nooit werd geprotesteerd. De basis blijft dat, zeker de professionele klant, de factuur eerst dient te protesteren en niet mag wachten tot de rappel in de bus valt.

Opletten! De klassieke argumenten: ik heb nooit een factuur ontvangen werken hier natuurlijk.. hoe vervelend ook!

Uw boekhouding als bewijs? Ja en neen! Een regelmatige boekhouding en zeker een BTW-aangifte kunnen als begin van bewijs dienen. België anno 2012 betekent ook dat niet iedere rechtbank dit identiek interpreteert. Oppassen met dit begin van bewijs…
Tip: Staat de factuur in het dagboek van aankopen van uw klant, tja, dat verandert natuurlijk veel…

Conclusie: Een leveringsbon is een stuk veiliger. Uit ervaring bij eXago blijkt dat als het klantenaantal te groot wordt en de anonimiteit toeneemt dat dit argument wordt toegepast. Bij bedrijven met een relatief klein aantal klanten is dit argument eerder onbekend.

Wat staat er op de leveringsbon? Officieel is er niets geregeld. Maar dit staat er best wel op:

  • Wat werd er geleverd.
  • De datum van levering
  • Het leveringsadres
  • De naam van de firma
  • Een handtekening

En voor zij die zeker-zeker willen zijn: “Voor ontvangst van (# goederen) op (datum) geleverd aan (klantnaam) op (adres).

Uiteraard mag u ook de factuur laten aftekenen door de klant. Dit is enkel mogelijk indien u die factuur ook op voorhand kan opmaken omdat u de volledige inhoud kent. Denk er dan wel aan dat u dat niet door de buurvrouw laat doen, dan is uw leveringsbewijs ineens ook niets meer waard!

25/10/2012

Op uw geld wachten? Kijk naar uw eigen facturatie!

TLN stelt dat transportondernemers te lang op hun geld moeten wachten. In meer dan 75 procent van alle openstaande betalingen wordt de gangbare betalingstermijn van dertig dagen overschreden.

Het valt natuurlijk niet goed te praten; een zakelijke afspraak is een harde afspraak. Maar, we kunnen in eigen huis ook nog wel wat doen!

Transportondernemers kunnen zelf ook nog stappen zetten om sneller hun geld te krijgen. Dat begint met op tijd, en dat is veel sneller, te factureren. Sommige transportondernemers lopen 2 tot 4 weken achter met het sturen van facturen omdat hun dossiers nog niet compleet zijn of omdat ze wachten op de documenten van hun uitbestede transportopdrachten. Dat is zonde. Op langere termijn moet de gegevensuitwisseling in de transportsector toch echt volledige papierloos, en daarmee razendsnel, worden.

Juiste facturen
Ik zie bij sommige transportondernemers dat ze te weinig of foutief facturen, of ze kunnen niet aantonen dat ze echt alles hebben gefactureerd. Uiteraard hoor je de klant nooit klagen als de factuur te laag is. Dat staat dan in vetgedrukte letters in het accountantsverslag. Elk jaar weer…
Transportondernemers hebben gemiddeld 2 tot 3 procent creditnota’s en geven daarmee mogelijk 1 procent van hun omzet terug aan klanten. Niet zelden uit coulance.

Complete facturen
Steeds meer orders komen binnen via e-commerce of EDI en de orders moeten in verschillende ERP-, WMS- en TMS-systemen van vaak weer verschillende partners in de logistieke keten worden verwerkt. Het lijkt soms wel hordelopen en de kans dat orders in de Bermuda-driehoek van ICT-systemen ‘vermist’ raken of verkeerd worden gefactureerd, is niet denkbeeldig.

Self billing
Waarom draaien we het eigenlijk niet om? Steeds meer verladers vragen self billing. Dit systeem houdt in dat de klant een afrekening opmaakt in naam en voor rekening van zijn leverancier of dienstverlener. Laat de klant jouw factuur maken. Dat scheelt kostbare tijd, overbodige controlestappen en onnodige vertragingen bij betalingen.

Supply chain finance
Het integraal beter afstemmen van supply chains en finance biedt ook transportondernemers nieuwe mogelijkheden. Zo heeft Philips afspraken gemaakt met banken voor het tegen een lage rente financieren van debiteurenposities van hun toeleveranciers. Van ‘echte’ supply chain finance is sprake als transportondernemers gaan meeliften op de gunstige bankcondities van grote verladers.

Financiële professionals
Elk jaar studeren zo’n 500 jonge controllers af die enthousiast zijn over het logistieke vakgebied. In de afgelopen 10 jaar zijn er echter slechts 5 controllers uit de collegezaal gekomen die werkten bij een logistiek dienstverlener. Misschien is dit wel het grootste gat in de financiële dijken van transportondernemers.
Nogmaals: gewoon op tijd betalen moet de norm zijn. Maar, er is best nog wel wat te winnen bij transportondernemers die hun facturatie eens goed onder de loep nemen. Daar ligt een schone taak voor de controllers!

 

25/10/2012

Bij 38% van de facturen aan bedrijven blijft de betaling in gebreke

Na een jaar van onderzoek blijft het betaalgedrag tussen bedrijven een ramp. De trimestriële betaalbarometer van het NSZ toont aan dat 38% van de opgestelde facturen momenteel niet correct of te laat betaald worden.

In augustus 2011 bleek uit de betaalbarometer van het NSZ dat 32% van de facturen niet correct betaald werd. Sindsdien zijn de betalingen aan bedrijven nog fel verslechterd. In januari 2012 was dat het geval bij 40% van de facturen, en in april was die proportie blijven steken op 39%. Op een jaar tijd geeft deze barometer dus een duidelijke stijging aan van de niet of slecht betaalde facturen. En amper een stabilisering tegenover de laatste 6 maanden.

Dit gedrag heeft in eerste plaats gevolgen voor de KMO, die over het algemeen niet over de financiële reserves beschikken om "voor bankier te gaan spelen" voor hun klanten. Het NSZ stipt aan dat een kwart van de faillissementen hun oorsprong vinden bij een slecht betaalgedrag.

3 snelle maatregelen

Het NSZ doet dan ook beroep op de politiek om "krachtige maatregelen te nemen om dit probleem onverwijld aan te pakken". Christine Mattheeuws, voorzitster van het NSZ, stelt enkele maatregelen voor die onmiddellijk toegepast kunnen worden, zoals het opnemen in de Belgische wet van een Europese richtlijn die voorziet in een maximale betaaltermijn van 60 dagen, en dat voor maart 2013. De organisatie van zelfstandige ondernemers roept de overheden op om deze maatregel zo snel mogelijk in te voeren: "In Frankrijk bestaat deze regel al sinds begin 2009, met succes, vooral dankzij de strenge boetes wanneer deze termijn overschreden wordt".

Het NSZ vraagt in de tweede plaats opnieuw om het gebod tot betaling in te voeren. Met deze procedure kan de schuldeiser gemakkelijk zijn schuld recupereren, door een eenzijdig verzoekschrift te richten tot een bevoegde rechter. Dit dossier was al door de senaat gehaald, maar door de val van de regering in 2010 is het weer in de schuif beland.

En tot slot zou een derde, meer algemene maatregel er volgens het NSZ in bestaan om "zuurstof te blazen in de economie, door een structurele vermindering van de sociale lasten voor de KMO en zelfstandigen".

25/10/2012

En nu de verborgen gebreken?

Ben u altijd aansprakelijk bij verborgen gebreken?: Of mag u in uw verkoopsvoorwaarden zetten dat u daarvoor niet aansprakelijk bent? Een rechterlijke uitspraak indertijd ging alvast akkoord!

De term is exonereren: Dit houdt in dat u overeenkomt samen met de klant dat hij u niet kan aanspreken als hij later mankementen ontdekt.

Voor welke gebreken geldt dat dan? Logischerwijs geldt dit NIET voor de zichtbare gebreken. Zo mag u geen wagen aan uw klant afleveren terwijl er een wiel ontbreekt. Evident, denkt u, maar toch cruciaal. Voor gebreken die zichtbaar zijn bij de levering behoudt de klant de mogelijkheid om te protesteren.

En hoe zit het dan met de gebreken die verborgen waren bij de levering? Hierover kan u inderdaad een afspraak maken met de klant dat hij u als leverancier hierover niet meer kan aanspreken. (Arrest te Luik, 10 mei 2012)

Toch is dat niet 100% waterdicht: Zo wordt deze clausule niet aanvaard als het bijvoorbeeld een nieuwe PC betreft en deze het reeds na 2 maanden begeeft Hier werkt die exoneratieclausule niet!

Helemaal niet waterdicht… Neen, ten overstaan van particuliere consumenten bent u voor goederen sowieso gebonden aan een garantieplicht van 2 jaar.

Voorziet u dit nu in uw contract: De clausule kan handig zijn en dus is het niet omdat het in bepaalde gevallen niet bruikbaar is, dat u ze beter weglaat. Overigens, niets verbiedt u vanuit uw commercieel gevoel om toch tegen uw eigen voorwaarden in te gaan. Als u contractueel niet verplicht bent, komt dit over als een mooie geste.

Beperk uw aansprakelijkheid: Als professioneel verkoper is het uiteraard beter om niet onmiddellijk vanaf dag één uw aansprakelijkheid uit te sluiten. Verstandig is wel dat u in uw algemene verkoopsvoorwaarden een beperking in termijn oplegt. Zo blijft u niet eeuwig aansprakelijk. Als u het daarenboven commercieel inkleedt door bijvoorbeeld te stellen dat met garantie krijgt tot op een bepaald moment, is dit zelfs een voordeel.

28/09/2012

Kwart kmo’s krijgt moeizaam krediet van bank

Eén kwart van alle kmo’s heeft nog altijd moeite om kredieten bij banken te krijgen of te behouden, zo blijkt uit een bevraging van Unizo.

Volgens de driemaandelijkse KMO-Barometer van UNIZO is het grootste probleem zijn de strengere voorwaarden die banken opleggen. Dat is het geval bij acht op tien kmo’s.

Daarnaast zijn voor één op vijf de hoge interesten problematisch. Bij één op vijf kmo’s werd het krediet gewoon stopgezet. De resultaten zijn geen verbetering ten opzichte van de vorige KMO-Barometer in juni. Ook dan had één op vier problemen met het krijgen of behouden van kredieten.

Net voor de zomer keurde de regering principieel het kmo-plan goed dat onder meer de financiering van kmo’s moet verbeteren. UNIZO is tevreden met de goedkeuring, maar vraagt de regering om voor het einde van het jaar nu ook werk te maken van concrete maatregelen daartoe. Zelf wijst de ondernemersorganisatie nog op de problematiek van de (verhoogde) waarborgen, de dure wederbeleggingsvergoeding en de hoge kost voor kaskredieten. Ten slotte pleit UNIZO voor een soepelere kredietverlening door banken.

Vooral kredieten op korte termijn bij banken zijn noodzakelijk om kmo’s ademruimte te geven om te ondernemen. UNIZO roept de Vlaamse en federale overheid op om erop toe te zien dat banken wel degelijk bereid zijn om kmo’s van kredieten te voorzien. Ook vraagt de organisatie goedkopere formules voor kredieten op korte termijn. De kostprijs voor kaskredieten ligt vandaag nog steeds te hoog.

28/09/2012

Wet die noodlijdende bedrijven moest helpen, helpt fraudeurs

De wet van 2009 die bedrijven in nood beter moest helpen, is een geschenk uit de hemel voor fraudeurs. Staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez (sp.a) wil daarom de wet aanpassen. Dat schrijft De Tijd vrijdag.

De ’wet op de continuïteit van ondernemingen’ (WCO) moest de drempel verlagen voor bedrijven in moeilijkheden om tijdelijk bescherming te krijgen tegen schuldeisers. "De wet is zeer nuttig, maar te fraudegevoelig", zegt Crombez aan De Tijd.

"De vorige wet op het gerechtelijk akkoord was te streng, maar de huidige wet is te laks", bevestigt Walter Quirynen van het Brusselse parket.

"De huidige wet zet ons volledig buiten spel. Nu krijgt het parket zelfs geen kopie meer van het WCO-verzoekschrift dat een bedrijf heeft ingediend. We moeten zelfs geen advies meer geven aan de rechter. Als een bedrijf of de zaakvoerders bij ons bekend staan als fraudeurs of zelfs al veroordeeld zijn, weet de rechter dat dus niet meer. Het gaat zelfs zo ver dat bedrijven die we willen dagvaarden nog vlug een WCO-verzoekschrift indienen. Dan kunnen we hen één of twee maanden niets maken."

Ook bij eXago heeft men het aantal procedures WCO opgemerkt. Daarenboven is ook hier het misbruik opgevallen. En inderdaad het bijstellen van de wet ook in de zin van de bescherming van de rechten van de schuldeisers dient bekeken te worden. ‘Het is ons meermaals opgevallen dat leveranciers die met goed vertrouwen de klant blijven steunen, alm te vaak het grootste slachtoffer zijn’ vertelt Philip Beckers van eXago.

28/09/2012

B2B-betaalgedrag binnen EU verre van gelijk

In maart 2013 wordt een Europese richtlijn van kracht die een maximum van 60 dagen stelt aan intercompanybetaaltermijnen. Die Europese richtlijn halen wordt voor sommige EU-landen moeilijk, aangezien nog wijde kloven gapen qua B2B-betaalgedrag tussen landen.

Doel van de nieuwe maatregel is de late betalingen aan banden te leggen, die het handelsklimaat negatief beïnvloeden en de cashposities van bedrijven verzwakken wanneer de toegang tot bankfinanciering moeilijk is. De nieuwe richtlijn, die de betaaltermijnen in de EU moet verkorten en harmoniseren, zal niet eenvoudig te implementeren zijn. Een analyse van het betaalgedrag in Europa door kredietverzekeraar Euler Hermes toont significante verschillen tussen de landen én tussen de sectoren.

Een driedelig Europa

De analyse per land identificeert een scenario van ‘drie Europa’s’, met verschillen in zowel standaardbetaaltermijnen als in de evolutie ervan tussen 2000 en 2010.

- Duitsland en Polen: De betaaltermijnen in deze landen zitten reeds onder de 60 dagen, zoals verwacht wordt door de Europese richtlijn. Duitsland staat aan kop met een gemiddelde klantenbetaaltermijn van 24 dagen in 2010.

- Frankrijk en België: Beide landen brachten hun betaaltermijnen het afgelopen decennium in lijn met de 60-dagenvereiste. De klantenbetaaltermijn in Frankrijk bedroeg in 2010 61 dagen. Dat was vooral te danken aan de introductie van de Franse LME-wet in 2009 die als doel had de economie te moderniseren en op de Europese richtlijn anticipeerde door een betaaltermijn van 60 dagen te introduceren.

- Spanje, Italië en Portugal: Betaaltermijnen zijn in deze landen een stuk langer dan de norm, gaande van 80 tot 100 dagen en stegen sterk sinds 2009. Een te snelle reductie van de contractuele betaaltermijnen zou in deze landen het aantal wanbetalingen snel kunnen doen stijgen en de economie in deze landen verder verzwakken.

Betaaltermijnen in 2012 worden verwacht de economische ontwikkelingen te volgen. Landen met de meest positieve groeivooruitzichten, zoals Duitsland en Polen, zullen hun betaaltermijnen zien krimpen, terwijl landen met negatieve groeivooruitzichten, zoals Italië, Portugal en Spanje een aanzienlijk risico lopen om betaaltermijnen te verlengen. Die verslechtering van betaaltermijnen zal de druk op de cashposities van bedrijven verhogen en hen dwingen op zoek te gaan naar andere financieringsbronnen.

De groeivooruitzichten voor 2013, die verwacht worden te verbeteren in vergelijking met 2012, gaan samen met een verwachte verbetering van de B2B-betaaltermijnen. Die zal echter beperkt zijn voor de Zuid-Europese landen, die bijgevolg een grotere inspanning zullen moeten leveren om in lijn te zijn met de Europese richtlijn.

Ook groot sectorverschil

Een sectorgebaseerde analyse van B2B-betalingen toont twee grote verschillen: die tussen sectoren binnen één land en voor één sector tussen verschillende landen.

- Bouwsector en IT-sector: In de meeste landen vertonen deze sectoren de langste betaaltermijnen, met een gemiddelde van respectievelijk 91 en 76 dagen. IT-bedrijven ondervinden de impact van de onderhandelingskracht van grote klanten, die hun eigen betalingsvoorwaarden kunnen opleggen. Betaaltermijnen in de bouwsector, die typisch een zeer lokale sector is, neigen langer te worden wanneer de economische situatie verslechtert. Spanje is hier een typisch voorbeeld: de leveranciersbetaaltermijn bereikte er een record van 157 dagen.

- Chemiesector: Met een gemiddelde klantenbetaaltermijn van 65 dagen heeft deze sector significante vorderingen gemaakt sinds de vermindering van activiteit in 2008/2009.

- Automobielsector: Deze sector behaalde de kortste betaaltermijnen (gemiddeld 37 dagen), dankzij gezamenlijke inspanningen van klanten en subcontractors, vooral in Noord-Europa.

28/09/2012

Wat houdt een Europese domiciliëring in?

Allereerst SEPA: Dit is het geïntegreerde Europese betalingssysteem, hiermee kunt u makkelijker betalingen doen in het binnen- en buitenland.

Betalingen via domiciliëring. Dit systeem bestaat al jaren, u kan aan de bank de toestemming geven om facturen van een Belgische leverancier via domiciliëring te betalen. Met de invoering van de Europese domiciliëring komen alle facturen van Europese leveranciers daarvoor in aanmerking.

Is dat wel veilig? Jazeker, meer nog, u kan bij een Europese domiciliëring tot acht weken in het verleden gaan om uw betaling terug te eisen van de bank. In sommige gevallen is dat zelfs dertien maanden en laat nu net dit niet mogelijk zijn bij het Belgische systeem.

En hoe werkt een stopzetting? Van zodra u aan de bank doorgeeft dat de domiciliëring van facturen voor een bepaalde leverancier dient stopgezet te worden, zal de bank dat ook uitvoeren. Maar, inderdaad als u via PC-banking dit nakijkt, valt het u op dat de leverancier toch nog steeds in de lijst staat. Het lijkt er dus meer op dat u de automatische domiciliëring als het ware geschorst hebt en niet zozeer stopgezet…

Wakker blijven! Er zijn namelijk twee soorten Europese domiciliëringen Als klant is het uitkijken voor de B-2-B domiciliëring, dewelke vaak zal worden voorgesteld binnen een professioneel kader. Het stopzetten van dergelijke B-2-B domiciliëring kan alleen met medewerking van de leverancier, en daar kan het dus al eens wringen…

Hoe ontdekt u de verschillen? Vraagt de leverancier u om het ingevulde domiciliëringsformulier aan hemzelf terug te sturen zonder meer, dan gaat het om de gewone Europese variant. Vraagt hij echter om het bij uw bank te bevestigen dan hebt u te maken met de striktere Europese variant!

24/08/2012

Verjaring stuiten per brief

Heel wat procedures worden in gang gezet, niet om een uitspraak van het gerecht te bekomen maar om de verjaringstermijn te stuiten. Het gevolg daarvan is dat de rechtbanken hun handen vol hebben.

Om het werk te verlichten heeft de regering besloten aan de ingebrekestellingsbrief van de advocaat een verjaringsstuitende werking te verlenen. Elke schuldeiser zal voortaan door middel van een aangetekende brief de verjaring kunnen stuiten zodat er een nieuwe termijn van één jaar ingaat.

De stuitende werking van de ingebrekestelling kan slechts één keer worden toegepast. Bovendien moet de ingebrekestelling een aantal regels naleven.

De brief moet aangetekend en door een advocaat worden verstuurd en “volledig en uitdrukkelijk” bepaalde vermeldingen bevatten zoals de beschrijving van de verbintenis die de schuldvordering heeft doen ontstaan, een verantwoording van alle bedragen die van de schuldenaar worden geëist, met inbegrip van de schadevergoeding en de verwijlinteresten, de termijn waarbinnen de schuldenaar zijn verbintenissen kan nakomen alvorens bijkomende invorderingsmaatregelen kunnen worden getroffen, enz.

24/08/2012

Het record aantal onbetaalde facturen doen dalen

Het commerciële informatiebureau Graydon geeft regelmatig cijfers vrij over de evolutie van het fenomeen van de onbetaalde facturen in België. En de conclusie is verontrustend: een bedrijf op zeven zou zijn facturen met veel vertraging betalen... of zelfs nooit. Wat gegevens tegenspreekt van een ander onderzoek, dat van D&B, gepubliceerd in maart.

Volgens het Syndicaat voor zelfstandigen NSZ zouden er nochtans snel maatregelen genomen kunnen worden door de politieke overheid "als daar de moed voor gevonden wordt". In de eerste plaats eist het NSZ dat de Europese richtlijn die voor maart 2013 de betalingstermijnen moet beperkten tot 60 dagen, "zo snel mogelijk" in de Belgische wet ingeschreven wordt. In Frankrijk, waar deze regel sinds 2009 bestaat, zijn er zware boetes voorzien als de betalingstermijn niet eerbiedigd wordt. Het NSZ denkt ook dat het rechterlijk bevel tot betalen een uitstekend wapen zou zijn om slechte betalers aan te pakken. "De beste remedie zou een efficiënte strategie voor een heropleving zijn, die een structurele vermindering bevat van de sociale lasten, maar de federale overheid is niet van plan om voor een dergelijk beleid te kiezen", stipt het Neutraal Syndicaat voor zelfstandigen aan.

Het onderzoek van Graydon actualiseert een ander onderzoek dat op grotere schaal (10 landen) uitgevoerd werd, en in maart gepubliceerd werd door D&B; dat plaatste de Belgische bedrijven bij de drie "best betalende" landen, na Duitsland en Nederland. Einde 2011 was 41,5% van de facturen van Belgische bedrijven betaald binnen de overeengekomen termijn, tegenover 34,8% gemiddeld in Europa. En dat zou al vele jaren een constante trend zijn. Nog altijd volgens D&B zou ons land, met 12 dagen achterstal, samen met Frankrijk, het derde snelst betalende land in Europa zijn, na Duitsland en Nederland.

24/08/2012

Hogere intresten voor bedrijven die schulden niet op tijd betalen

Kamerlid Leen Dierick (CD&V) wil harder optreden tegen bedrijven en overheden die hun schulden aan elkaar niet op tijd betalen. Ze heeft een wetsvoorstel ingediend dat straks door de Kamer wordt in overweging genomen.

In het derde trimester van 2011 werden 35% van de facturen die bedrijven elkaar toesturen, te laat betaald. Maar liefst 12% van die facturen worden meer dan 90 dagen te laat of zelfs helemaal niet betaald. De Federale Overheid betaalt 81% van de facturen van bedrijven op tijd, de Gemeenschappen en Gewesten 65%, de provincies 55%. Het laattijdig betalen van facturen is de eerste oorzaak van faillissementen.

Dierick wil nu een aantal maatregelen. Zo moet iedere factuur binnen de 30 dagen betaald worden. Nu is dat nog niet altijd zo. Vanaf de eerste dag dat de schuldenaar te laat is, start een intrest van 9,5% (nu: 8,5%). Vanaf die dag mogen de bedrijven ook een vast bedrag van 40 euro vragen voor het invorderen van de sommen uit die overtijdige facturen. De schuldeiser behoudt bovendien het recht om zijn advocatenkosten of de kosten om een incassobureau in te schakelen, terug te vorderen.

Het voorstel geldt alleen voor handelstransacties tussen ondernemingen onderling en tussen ondernemingen en de overheid. Het is ook van toepassing op vrije beroepen en geldt eveneens bij de uitvoering van openbare werken. Het is echter niet van toepassing op schulden van consumenten.

24/08/2012

Dienen "oude" facturen nog betaald te worden?

Plots valt er bij u een factuur in de bus van jaren geleden. Dient u deze nog te betalen of is deze reeds verjaard? Ook een rechter sprak zich hierover uit!

Moet u die factuur nu nog steeds betalen? In principe wel! Een factuur in een B-2-B omgeving verjaart immers pas na 10 jaar. Dus ook al was de levering drie jaar geleden dan is deze factuur –uiteraard- niet verjaard. Ja, ze is erg laattijdig opgestuurd, maar dat is geen reden om ze niet te betalen.

Kan daar vanaf geweken worden? Inderdaad. Steeds meer rechters vinden dat u tijdig uw factuur dient te sturen. Hoe langer u wacht, hoe moeilijker het wordt om de correctheid van de factuur na te gaan. Mocht de factuur onterecht zijn, is het dus ook steeds lastiger om dit te verdedigen.

En wanneer er wel een factuur werd gestuurd doch geen herinneringen? Ook hier volgt men dezelfde redenering als bij het laattijdig versturen van facturen. Trouwens, op zulk moment zal veelal de vraag gesteld worden of de factuur wel is aangekomen…

De factuur is ouder dan 7 jaar, wat nu?
Hier starten de praktische problemen:
Een collega-ondernemer ontving na zeven jaar een aanmaning voor een kennelijk onbetaalde factuur. Het probleem was dat er reeds documenten uit die periode waren weggegooid en hij zo niet kon betwisten of de factuur wel of niet betaald was.
Ook de rechter volgde die redenering en het Hof van beroep te Gent (06-09-2010) wees de eis tot betaling van de factuur af.

Dus na 7 jaar niet meer betalen? Dit is misschien enigszins krom om het zo te stellen, doch dit is de redenering die de juridische macht, de rechters, in dit land volgen. En deze is gebaseerd op de bewaartermijn van de stukken voor de BTW en de belastingen. Voor sommige diensten dient u stukken tot tien jaar te bewaren doch dit zijn niet alle documenten waardoor u terugvalt op die zeven jaar.

Wat doe ik dan met een rappel? Protesteren, ook al is de redelijke termijn overschreden, u doet er goed aan toch nog de factuur te protesteren en dit per aangetekend schrijven. Zo vermijdt u dat men dit toch nog als een aanvaarding ziet. In dat protest geeft u dan aan dat u de factuur niet meer kunt verifiëren omdat u de nodige stukken reeds hebt verwijderd.

25/07/2012

Chris Buyse CFO van het Jaar

Een resem kapitaalrondes, een meesterlijk consistente communicatie met de belegger en een perfect teamspel met zijn CEO leverden Chris Buyse van ThromboGenics de titel op van CFO van het Jaar.

De CFO van deze unieke biotechspeler was best tevreden met de erkenning, maar zit dezer dagen met het hoofd in de VS. Het adviescomité van de FDA (Amerikaanse Food and Drug Administration) zal al op 26 juli advies uitbrengen over iplasmine tegen oogziekten: een potentiële blockbuster. Mocht dat lukken, dan wordt dat een primeur in de sector: een biotechbedrijf dat op eigen kracht een van nul af ontwikkeld medicijn op de markt kan brengen. De meeste biotechbedrijven moeten veel eerder samenwerking zoeken met een pharmabedrijf.

Vandaag laat ThromboGenics trouwens ook weten dat het een aanzienlijk dalend belastingtarief tegemoet kan zien dankzij een positieve ruling rond aftrek van patentinkomsten.

In de verkiezing van CFO van het Jaar ging Buyse Jan Gesquière (CFO Elia) en Luc Popelier (CFO KBC) vooraf.

25/07/2012

B2B-betaalgedrag binnen EU verre van gelijk

In maart 2013 wordt een Europese richtlijn van kracht die een maximum van 60 dagen stelt aan intercompanybetaaltermijnen. Die Europese richtlijn halen wordt voor sommige EU-landen moeilijk, aangezien nog wijde kloven gapen qua B2B-betaalgedrag tussen landen.

Doel van de nieuwe maatregel is de late betalingen aan banden te leggen, die het handelsklimaat negatief beïnvloeden en de cashposities van bedrijven verzwakken wanneer de toegang tot bankfinanciering moeilijk is. De nieuwe richtlijn, die de betaaltermijnen in de EU moet verkorten en harmoniseren, zal niet eenvoudig te implementeren zijn. Een analyse van het betaalgedrag in Europa door kredietverzekeraar Euler Hermes toont significante verschillen tussen de landen én tussen de sectoren.

Een driedelig Europa
De analyse per land identificeert een scenario van ‘drie Europa’s’, met verschillen in zowel standaardbetaaltermijnen als in de evolutie ervan tussen 2000 en 2010.

- Duitsland en Polen: De betaaltermijnen in deze landen zitten reeds onder de 60 dagen, zoals verwacht wordt door de Europese richtlijn. Duitsland staat aan kop met een gemiddelde klantenbetaaltermijn van 24 dagen in 2010.

- Frankrijk en België: Beide landen brachten hun betaaltermijnen het afgelopen decennium in lijn met de 60-dagenvereiste. De klantenbetaaltermijn in Frankrijk bedroeg in 2010 61 dagen. Dat was vooral te danken aan de introductie van de Franse LME-wet in 2009 die als doel had de economie te moderniseren en op de Europese richtlijn anticipeerde door een betaaltermijn van 60 dagen te introduceren.

- Spanje, Italië en Portugal: Betaaltermijnen zijn in deze landen een stuk langer dan de norm, gaande van 80 tot 100 dagen en stegen sterk sinds 2009. Een te snelle reductie van de contractuele betaaltermijnen zou in deze landen het aantal wanbetalingen snel kunnen doen stijgen en de economie in deze landen verder verzwakken.

Betaaltermijnen in 2012 worden verwacht de economische ontwikkelingen te volgen. Landen met de meest positieve groeivooruitzichten, zoals Duitsland en Polen, zullen hun betaaltermijnen zien krimpen, terwijl landen met negatieve groeivooruitzichten, zoals Italië, Portugal en Spanje een aanzienlijk risico lopen om betaaltermijnen te verlengen. Die verslechtering van betaaltermijnen zal de druk op de cashposities van bedrijven verhogen en hen dwingen op zoek te gaan naar andere financieringsbronnen.

De groeivooruitzichten voor 2013, die verwacht worden te verbeteren in vergelijking met 2012, gaan samen met een verwachte verbetering van de B2B-betaaltermijnen. Die zal echter beperkt zijn voor de Zuid-Europese landen, die bijgevolg een grotere inspanning zullen moeten leveren om in lijn te zijn met de Europese richtlijn.

Ook groot sectorverschil
Een sectorgebaseerde analyse van B2B-betalingen toont twee grote verschillen: die tussen sectoren binnen één land en voor één sector tussen verschillende landen.

- Bouwsector en IT-sector: In de meeste landen vertonen deze sectoren de langste betaaltermijnen, met een gemiddelde van respectievelijk 91 en 76 dagen. IT-bedrijven ondervinden de impact van de onderhandelingskracht van grote klanten, die hun eigen betalingsvoorwaarden kunnen opleggen. Betaaltermijnen in de bouwsector, die typisch een zeer lokale sector is, neigen langer te worden wanneer de economische situatie verslechtert. Spanje is hier een typisch voorbeeld: de leveranciersbetaaltermijn bereikte er een record van 157 dagen.

- Chemiesector: Met een gemiddelde klantenbetaaltermijn van 65 dagen heeft deze sector significante vorderingen gemaakt sinds de vermindering van activiteit in 2008/2009.

- Automobielsector: Deze sector behaalde de kortste betaaltermijnen (gemiddeld 37 dagen), dankzij gezamenlijke inspanningen van klanten en subcontractors, vooral in Noord-Europa.

25/07/2012

Slecht betaalgedrag verlamt bedrijfsleven

Het is een oud zeer. We hebben er in dit blad al herhaaldelijk op gewezen, maar er verandert weinig. Integendeel. Graydon, specialist in handelsinformatie, bevestigt ons: facturen worden hoe langer hoe later betaald en de Vlaamse overheid geeft het slechte voorbeeld. Slechts de helft van de facturen van de Vlaamse overheid wordt op tijd voldaan. Foei.

Vlaanderen betaalt traag
Volgens de gegevens van Graydon werden eind vorig jaar nog bijna driekwart van de facturen op tijd betaald door de (Vlaamse) overheid. Tijdens de eerste drie maanden van dit jaar zakte dat betaalgedrag tot iets meer dan twee derde. Het gaat van kwaad naar erger want tijdens het tweede kwartaal 2012 is het betaalgedrag zelfs tot 53 procent gedaald.

Nog verontrustender: het aantal achterstallige betalingen (waarbij de leverancier 90 dagen na de betaalafspraak nog altijd geen geld gezien heeft) is toegenomen van 9 procent eind vorig jaar naar 23 procent vandaag.

Het is duidelijk dat een dergelijk gedrag niet anders dan (negatieve) gevolgen heeft. Vlaams minister van Begroting, Philippe Muyters, heeft zich voorgenomen de toestand te onderzoeken en zijn collega’s aan te manen om meer fatsoen in het betaalgedrag te leggen. De minister maakt nog enig voorbehoud omdat hij eerst wil onderzoeken in hoeverre de cijfers kloppen. De gegevens van Graydon zouden gebaseerd zijn, volgens de minister, op slechts 122 leveranciers. Toch is actie noodzakelijk want – op basis van dezelfde gegevens – scoren de andere overheden veel beter in hun betaalgedrag.

Bedrijfsleven betaalt bijna even traag
Het bedrijfsleven betaalt, nog altijd volgens de gegevens van Graydon, slechts 63 procent van de facturen op tijd. Dat is beter dan de (Vlaamse) overheid, maar ook nog altijd geen reden om halleluja te roepen. In vergelijking met het eerste kwartaal van dit jaar is het aantal achterstallige betalingen met 9 procent gestegen. De betaalindex bedraagt 98,06 en dat is de op één na slechtste score ooit.

Betekenisvolle kanttekening: in Vlaanderen betalen de bedrijven sneller dan in Wallonië en Brussel. Volgens Graydon zijn gezonde bedrijven in de regel ook goede betalers.

Elk bedrijf heeft er belang bij om zijn leveranciers voor de vervaldag van de facturen te betalen. Dat is een bewijs van fatsoenlijk management en komt perfect tegemoet aan de bekende wijsheid: behandel je leveranciers zoals je zelf behandeld zou willen worden. Binnen de afspraak betalen is van groot belang. Het is economisch gezien niet normaal dat bedrijven in moeilijkheden kunnen komen omdat afspraken (ook betaalafspraken) niet gerespecteerd worden.

Unizo en Graydon trekken daarom aan de alarmbel. Zij waarschuwen: 1 op de 7,5 facturen leidt tot wanbetaling. Zowat 36,69 procent van de bedrijven betaalde tijdens het tweede kwartaal niet op tijd. Beide partijen pleiten daarom dringend voor meer zuurstof voor de bedrijven. Vooral de oorzaken van het gebrek aan liquide middelen moeten worden weggewerkt. Volgens Unizo kan dit onder meer door de invoering van een 40-uren werkweek.

Volgens het Neutraal Secretariaat voor Zelfstandigen (NSZ) mag men doortastende maatregelen tegen betaalzondaars niet langer uitstellen. Een beetje politieke moed volstaat, maar we weten ondertussen dat het een behoorlijke zoektocht vergt om in ons huidig klimaat deze politieke moed te vinden. Geen woorden maar daden zou de rode draad doorheen het beleid mogen zijn.

Oplossingen gevraagd
Velen kijken uit naar de Europese richtlijn inzake betaalgedrag die – volgens de regelgeving – tegen maart 2013 (dat is nog 8 maanden) omgezet zou moeten zijn in een Belgische wet.

Het NSZ dringt ook bij de politici aan om “onverwijld” het betalingsbevel in te voeren. He gaat om een procedure die schuldeisers toelaat om sneller en vlotter hun centen te zien en daarom hoogst noodzakelijk is. Een politieke beslissing hierover was zo goed als rond net voor de val van de vorige federale regering, in april 2010. Zolang is het ondertussen al windstil rond dit onderwerp. “Het komt er nu op aan dat dossier opnieuw boven te halen, af te stoffen en erover te stemmen,” aldus Christine Matheeuws van NSZ.

Het NSZ is ervan overtuigd dat het aantal wanbetalingen verminderd kan worden als de federale regering met haar relancestrategie vertrouwen zou pompen in onze economie. De plannen die nu op tafel liggen ogen echter zeer mager en vallen best te omschrijven (aldus NSZ) als gepruts in de marge, terwijl kmo’s en ondernemers vooral nood hebben aan een algemene lastenverlaging.

Unizo benadrukt opnieuw – en terecht – het belang van een soepelere kredietverlening door de banken, vooral dan naar korte termijn kredieten. Kortom: de overheid moet met evenveel enthousiasme het bedrijfsleven helpen aanwakkeren dan ze onbelangrijke dossiers, die niets met onze welvaart te maken hebben, prioriteit geeft. De speeltijd is voorbij.

25/07/2012

De klant vraagt een afbetalingsplan, is dat wel een goed plan?

Tijdens de opvolging van uw vervallen facturen meldt een klant dat hij een afbetalingsplan wenst. Hoe gaat u daarmee om, wat zijn de opties en aandachtspunten. En hoe zorgt u ervoor dat u voldoende sterk staat!

Een situatieschets! Het opvolgen van facturen is vaak niet het meest aangename werk en als er dan toch aan gewerkt wordt, vraagt een klant voor een afbetalingsplan. Op korte termijn een zekerheid van betaling krijgen , is niet eenvoudig. Voordat u een uitvoerbaar vonnis van de rechtbank hebt, ben u makkelijk 3 tot 4 maanden verder. Daarenboven loopt u het risico dat ook de rechtbank een afbetalingsplan toestaat…

Dan maar een afbetalingsplan! Uiteraard doe je dit niet mondeling. De termijn & bedragen dienen duidelijk op papier gespecificeerd te staan. Vergeet natuurlijk de intresten (en het schadebeding) niet in rekening te brengen. Doe u dit niet of mildert u de intresten bij wijze van commerciële toegift, maak dan onderaan uw schrijven voorbehoud dat indien het plan niet gevolgd wordt deze toch nog volledig opeisbaar zijn.

En wat als de aflossingen dan toch niet volgen? Dan staat u uiteraard nog niet veel verder, doch de rechter zal dan ook geen bijkomend afbetalingsplan goedkeuren. Voorzie sowieso dat bij het niet-volgen van één aflossing van het afbetalingsplan de volledige som (inclusief intresten en schadebeding) opeisbaar zijn.

Meer juridische zekerheid nodig?
De notaris.
Als u het afbetalingsplan regelt via een notariële akte hoeft u alleszins niet via de rechter te passeren om een deurwaarder te sturen als het plan niet gevolgd wordt. Dit levert alvast tijdswinst op, doch reken op zo’n € 800,00 aan kosten… Maar ook die kosten kan u natuurlijk mee laten opnemen in het afbetalingsplan!

Wissels. Ook dat is een mogelijkheid om op voorafbetaalde data met vast bepaalde bedragen wissels te trekken. Daarenboven blijft een geprotesteerde wissel een slecht teken aan de want voor derden. De kans is dus groot dat uw klant dit wil vermijden. Reken echter niet op de medewerking van uw bank als u die wissels wilt verdisconteren. De reden van de wissel is namelijk geen goed teken…

Aval. Jazeker maar ook hier zal de bank dat vermoedelijk niet op zich willen nemen. De klant zal dus op zoek moeten gaan naar een derde die zich borg wil stellen.

 

25/06/2012

Tax Freedom Day dit jaar op 14 juni

Tot 14 juni werken Belgen voor de staat, vorig jaar tot 10 juni. Alleen Denen en Zweden beginnen nog wat later voor eigen zak.

Tax Freedom Day (TFD), de symbolische dag waarop de gemiddelde Belgische belastingplichtige stopt met belastingen te betalen en voor eigen rekening gaat werken, in de veronderstelling dat hij/zij al wat hij/zij tot dan toe verdiende als belasting zou hebben afgedragen, valt dit jaar op 14 juni. Een duidelijke achteruitgang ten opzichte van vorig jaar toen TFD nog op 10 juni viel.

Voor de berekening van TFD wordt het totaal aan belastingen betaalde bedrag (gebaseerd op de gegevens van het Federaal Planbureau), inclusief sociale bijdragen, gedeeld door het Bruto Binnenlands Product. Voor 2012 komt dit neer op 45% (een verhoging met 1,2% ten opzichte van vorig jaar). Als men dit percentage projecteert op een jaar (te beginnen vanaf 1 januari), valt TFD dit jaar dus op 14 juni. Met die 45% bereikt de Belgische belastingdruk het hoogste peil in 30 jaar.

Top 3 zwaarst belaste landen van EU

Daarmee blijft België één van de zwaarst belaste landen in de wereld en staat ons land in de Europese unie zelfs op de derde plaats, net achter Denemarken en Zweden. Het is overigens al het zevende jaar op rij dat PwC deze berekening maakt. Vorig jaar viel TFD op 10 juni, de 2 jaren daarvoor telkens op 8 juni en nog een jaar eerder op 10 juni. "In de afgelopen 30 jaar lag de belastingdruk altijd tussen de 40% en 45% van ons BBP", zegt Frank Dierckx, Managing Partner PwC Tax Consultants. "maar die magische grens van 45% hadden we tot nu toe nog niet overschreden."

Bovendien wordt het verschil met onze buurlanden groter: in Nederland valt TFD dit jaar op 23 mei, in Luxemburg op 20 mei, in Frankrijk op 12 juni en in Duitsland op 3 juni. Mocht TFD in ons land op dezelfde dag vallen als in Nederland, dan zouden alle overheden ongeveer € 23 miljard minder belastingen mogen innen.

Efficiënte overheid

Maar de Belgen krijgen er misschien veel voor terug? Dierckx gaat er ook van uit dat belastingen nodig zijn voor de organisatie van onderwijs, sociale zekerheid, gezondheidszorg, openbaar vervoer enz. Maar een objectief criterium als TDF toont dat sommige landen met een gelijkaardig systeem als het Belgische, meer doen met minder middelen, zo concludeert PwC. In de TFD-studies van 2008 en 2009 onderzocht Professor Moesen al de impact van de omvang van het overheidsbudget op de efficiëntie van de overheid. Hoewel een grotere publieke sector normaal gezien meer publieke goederen (zoals justitie, infrastructuur, sociale zekerheid, onderwijs, ...) zou moeten opleveren, toonden die studies al aan dat een grotere publieke sector met grotere budgetten niet noodzakelijk zorgt voor een competitiever land, wat nodig is om investeringen aan te trekken.

Maar Moesen concludeerde toen al dat de publieke sector vanaf een bepaalde omvang te groot wordt om nog efficiënt te zijn. Uit een rapport van de Wereldbank over de Government Effectiveness Index blijkt ook dat ons land in een vergelijking van 23 OESO-landen op de 13 plaats staat qua efficiëntie, met het 6de grootse budget. Wat nu? Ons land kampt zoals bekend met een torenhoog overheidstekort, dus moeten de uitgaven zeker beperkt worden en moet de regering echt werk maken van concrete besparingen, aldus Dierckx: "Het feit dat TFD dit jaar een stuk later valt, lijkt toch eerder te suggereren dat de overheid op zoek is gegaan naar nieuwe inkomsten. Uiteraard moet dit niet blindelings gebeuren, maar moet in detail bekeken worden welke besparingen de voor ons broodnodige economische groei niet fnuiken."

Dierckx wijst naar een OESO-rapport Fiscal consolidation: how much, how fast and by what means van april van dit jaar, waarin die voor elke lidstaat maatregelen suggereert met een positieve impact op de groei en zo min mogelijk schade voor de economische activiteit. De OESO heeft daarin voor België mogelijke besparingen geïdentificeerd voor meer dan 9% van het BBP, goed voor om en bij de € 33 miljard, en dat zonder negatieve impact op onze economie.

Dierckx pleit ook voor een oordeelkundige belastinghervomingvertekkend van een strategische analyse en met het oog op een fiscaal systeem dat nieuwe investeringen aantrekt. Hij wijst ook hier naar een OESO-studie uit 1997 naar belastingsstructuren die de groei van het BBP kunnen bevorderen. De OESO kwam tot de conclusie dat de belasting op onroerende goederen de minst negatieve impact heeft op de groei van het BBP, gevolgd door indirecte belastingen. De personenbelasting stond daarbij op de derde plaats en als vierde de vennootschapsbelasting, die de meest negatieve invloed heeft. Een andere conclusie was dat een verschuiving van directe naar indirecte belastingen een positief effect heeft, terwijl een progressief belastingsysteem in feite erg nefast is voor economische groei.

Groot-Brittannië formuleerde al conclusies voor een belastinghervorming in de studie 'UK Mirrlees Review', Nederland in het rapport 'Continuïteit en Vernieuwing'. Recente studies die ons zeker kunnen inspireren, zo suggereert Dierckx.

Intussen in Europa...

Ook relevant is de context van de Europese crisis en de euro. Eén van de problemen van de Europese eenheidsmunt is volgens Professor Moesen dat de lidstaten niet langer de monetaire autonomie hebben om hun munteenheid te manipuleren. "Staatsschuld werd traditioneel altijd aanzien als een schuldinstrument zonder risico, omdat men er van uitging dat een staat altijd wel bij machte was om de staatschuld af te lossen. Er zijn twee argumenten voor die redenering. Een eerste argument, dat van de publieke financiën, berust op de macht van de overheid om te belasten. Een land met een grote staatschuld kan bijvoorbeeld een eenmalige vermogensbelasting invoeren om zo privaat kapitaal over te hevelen naar de publieke sector. Anderzijds is het er het monetaire argument waarbij de nationale bank van een land wordt beschouwd als de 'lender of last resort'. Een nationale bank kan bijvoorbeeld geld bijdrukken om het schuldprobleem op te lossen. Maar in de eurozone hebben de lidstaten niet langer de mogelijkheid om hun geldvoorraad autonoom te beheren."

Civiel kapitaal

Dus rest er nog enkel het argument van de publieke financiën. Hier wijst Professor Moesen op de belangrijke rol van het 'civiel kapitaal', zeg maar de kwaliteit van het publieke apparaat. Dat berust op drie peilers: "een integere overheid die de markten voldoende vertrouwen geeft dat ze waar nodig kan ingrijpen, een efficiënt ambtelijk apparaat dat bij machte is de opgelegde regels te doen naleven en de nodige burgerzin, zeg maar een bevolking die de juiste normen en waarden deelt opdat de opgelegde regels ook algemeen gedragen worden. In het geval van Griekenland hebben we intussen gezien dat er wel wat schort aan het civiel kapitaal: corrupte politici, cliëntelisme, een makke administratie, enz."

Vandaar dat Europa meer en meer focust op de publieke financiën, wat zich vertaalt in meer 'economic governance' en meer en meer richtlijnen om de staatsfinanciën op orde te krijgen. Er is bijvoorbeeld de 3%-norm voor 2013 die Europa oplegt en in 2015 moet België zelfs een begroting in evenwicht kunnen voorleggen. "Als we vanaf nu tot 2015 een constante belastingdruk kunnen behouden, kunnen we die 0%-norm wel halen op voorwaarde dat we de overheidsuitgaven enkel laten toenemen met de inflatie. Er zijn uitgavencategorieën waarvoor dat niet mogelijk is, zoals de pensioenen of de gezondheidszorg, maar dat moet je dan compenseren door op andere vlakken meer efficiëntie aan de dag te leggen. In ieder geval zal België er voor moeten zorgen dat het door middel van de juiste besparingen en belastinghervormingen bij de 'goede leerlingen van de klas' hoort", aldus Professor Moesen.

25/06/2012

Debiteurenbeheer bij de Nederlandse ondernemers: ondergeschoven kind

Ondanks dat ze in toenemende mate worden geconfronteerd met omzetdaling en verlies van inkomsten, kiezen ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (nvdr. MKB = KMO) in veel gevallen nog steeds niet voor een solide debiteurenbeheer. Hierdoor belandt een substantieel gedeelte van hen financieel in de gevarenzone. Dat blijkt uit online onderzoek van De Zaak in opdracht van Intrum Justitia. "Eigenlijk is het een typisch geval van ‘we zien als ondernemer het probleem, we kennen het, maar doen niks met deze kennis'", licht Edwin Prevoo, de uitkomsten toe.

Uit het onderzoek blijkt de mkb'ers weinig schriftelijke herinneringen versturen wanneer niet betaald wordt. Tien procent van de ondervraagden geeft aan zelfs helemaal geen betalingsherinneringen te sturen. Twintig procent volstaat met één of twee herinneringen. Daarentegen wordt wel met meer discipline nagebeld naar klanten met openstaande facturen. Ruim driekwart van de ondernemers geeft aan dit structureel te doen.

Rem op bedrijfsgroei door slecht betaalgedrag

Vorige maand nog concludeerde Intrum Justitia in de European Payment Index 2012 (EPI) dat meer dan de helft van de Nederlandse bedrijven een verslechtering van de liquiditeit constateert als gevolg van late betalingen. Uit hetzelfde onderzoek bleek dat een derde van de ondernemers ervaart dat slecht betaalgedrag zorgt voor een rem op de bedrijfsgroei.

Redenen

De ondervraagde ondernemers weten over het algemeen prima waarom hun klanten te laat betalen. ‘Hebben hun administratie niet op orde' en ‘verkeren zelf in financiële problemen' worden het meest opgegeven als verklaring. Ook ‘opzettelijk te laat betalen' wordt vaak genoemd. Het aantal te late betalingen is als gevolg van de economische crisis alleen maar gestegen, geeft meer dan de helft van de ondervraagde ondernemers aan.

Financieel checken aan de voordeur

"Vreselijk zonde en totaal onnodig dat zoveel ondernemers hun debiteurenbeheer niet goed georganiseerd hebben", vindt Prevoo. "Daar valt zoveel te winnen. Het begint al voor een transactie plaatsvindt: elke ondernemer zal elke klant financieel al aan de voordeur moeten checken, dus voordat hij besluit zaken te doen. Bovendien moet hij van meet af aan niet beschroomd zijn als het gaat om het bespreken van geldzaken. Daarnaast kan het aanscherpen van algemene voorwaarden een optie zijn, met bijvoorbeeld het toevoegen van een boeteclausule in geval van te laat betalen."

25/06/2012

Bijna één derde totale waarde B2B-vorderingen in België te laat betaald

De waarde van de oninbare vorderingen op binnenlandse B2B-klanten steeg met 17% (tot in totaal 3,5), maar de waarde van totaal af te schrijven vorderingen op buitenlandse B2B-klanten steeg zelfs met 40% (tot in totaal 2,8).

Niettemin leert een de Atradius Payment Index ook dat Belgische kmo's eerder krediet verlenen aan hun buitenlandse B2B-klanten (39,6%) dan aan binnenlandse B2B klanten (29%). Atradius wijst erop dat buitenlandse klanten als tweede belangrijkste reden voor betalingsachterstand verwijzen naar de complexiteit van de betalingsprocedure. "Wetend dat ook inefficiëntie in het banksysteem vrij hoog scoort als reden, loont het misschien de moeite voor de Belgische ondernemer om de opgelegde betalingsprocedures te herbekijken en hier van bij aanvang van een commerciële relatie klaar en duidelijk over te communiceren," zo adviseert Atradius.

Positief is wel dat de Belgische respondent in de Payment Index er in deze economisch moeilijke tijden duidelijk in slaagt om zijn DSO quasi stabiel te houden. 74,8% van de Belgische respondenten gaven dit aan tegenover 67% voor het West-Europese gemiddelde.

De Atradius Payment Index peilt ook naar een aantal kernfactoren van het beleid dat Belgische ondernemingen voeren op het gebied van handelskrediet en creditmanagement, zoals in welke mate handelskrediet wordt verleend, welke betalingsvoorwaarden worden opgelegd, evenals het aantal te laat of niet betaalde facturen en de acties die worden ondernomen om betalingsrisico's te beperken. Het aantal dagen evolueert van 49 tijdens vorige survey naar 50,5 dagen, wat quasi gelijkloopt met het West-Europese gemiddelde.

De kleine Belgische kmo wijkt echter sterk negatief af van de rest qua DSO's. Nochtans scoren de micro-onderneming (40 dagen tegenover gemiddeld 46,3), de middelgrote onderneming (40 dagen tegenover gemiddeld 51) en de grote onderneming (36,8 tegenover 45,5 dagen), maar de Belgische kleine kmo zit op gemiddeld 74,3 dagen, tegenover een West-Europees gemiddelde van 57,4 dagen.

Nochtans is diezelfde kleine kmo vrij streng met betalingstermijnen; de grote onderneming geeft gemiddeld 58,3 dagen vanaf factuurdatum, de kleine kmo zit ergens tussen de 23 en 36 dagen. "Moeten we hieruit besluiten dat de kleine Belgische KMO de teugels gevierd heeft met betrekking tot de opvolging van haar betalingen?" zo vraagt Christophe Cherry, Country Director Atradius België Luxemburg, zich af.

25/06/2012

Teveel gefactureerd, dus niet betalen?

Factureert een leverancier te veel, weiger dan gerust om die factuur te betalen, zo werd onlangs in de pers opgeroepen. Dat mag toch niet zonder meer, wel?

Niets betalen omdat te veel gefactureerd? Neen! U hebt niet het recht om een teveel gefactureerd factuur aan de kant te schuiven en weigeren te betalen totdat het één en ander is opgelost. Met die aanpak riskeert u een hoop miserie

Eerst die factuur protesteren. Dat klopt! Als u niet akkoord gaat met de factuur, protesteer zo snel mogelijk, binnen de 8 dagen na ontvangst factuur en dit het best op papier. Indien u later protesteert hangt het vaak af van de geleverde goederen of diensten of dit nog aanvaardbaar is. Zo wacht u bij groenten of fruit zelfs best minder dan 8 dagen om te protesteren…

Verduidelijk wat u betwist en waarom. Leg uit waarom u te veel aangerekend wordt. Maak duidelijk als de factuur in zijn geheel of gedeeltelijk betwist wordt.

*Let op!
Een factuur terugsturen met enkel de vermelding “geprotesteerd “ is geen geldig protest en u riskeert dat u de factuur zonder meer volledig moet betalen.
Houd daarna gerust het betwiste gedeelte in. Na protest en verduidelijking, kunt u gerust in die mate ook een deel van de factuur inhouden.

 

  • Tip 1. Zo vindt uw leverancier het minder snel de moeite om er een zaak van te maken
  • Tip 2. U vermijdt hiermee ook dat de rechter u voor het grootste deel van de gerechtskosten laat opdraaien omdat het niet betwiste deel niet eerder betaalde.

 

Geen publieke muiterij dus. U gaat dus beter niet in op de oproep zoals die in de pers verscheen. U hoeft dat ook niet te aanvaarden van uw klanten!
U mag uw klanten duidelijk maken dat u op een correcte afhandeling van u facturen staat.
Wie uw factuur niet of niet tijdig protesteert, wordt hiermee geacht de factuur aanvaard te hebben en moet deze betalen. Het kan dus niet dat uw klant voor een gedeeltelijke betwisting een volledig uitstel doet van de factuur.

Enkel bij tijdig protest, mag u het gedeeltelijke betwiste deel inhouden. Sta bij uw eigen klanten op dit punt gerust op u strepen.

29/05/2012

Bijna kwart meer faillissementen in april dan jaar geleden

In vergelijking met april 2011 werden vorige maand 22,2 procent meer bedrijven failliet verklaard. Dat meldt handelsinformatiekantoor Graydon Belgium woensdag in een persbericht. Met 924 faillissementen sneuvelde bovendien het record voor een aprilmaand. Het vorige record dateert van 2010, toen in april 805 bedrijven de boeken neerlegden.

Er kwamen volgens de cijfers van Graydon van januari tot april al 8.505 jobs op de tocht te staan als gevolg van failliete werkgevers. Dat is een stijging met 8 procent tegenover vorig jaar en het zwaarste cijfers sinds 2003.

In het Waals Gewest gaat het om een stijging met een kwart, terwijl het banenverlies in het Vlaamse Gewest 4 procent hoger uitkwam. In Brussel daalde het aantal verloren jobs met 13 procent.

Vooral de horeca kreeg het in april hard te verduren. In die sector gingen 169 zaken over de kop, een stijging met 34,1 procent in vergelijking met april 2011. Over de eerste vier maanden van dit jaar gemeten, gingen in vergelijking met vorig jaar in de horeca dik 10 procent meer zaken failliet.

Ook in de bouw waren er in april een kwart meer faillissementen dan vorig jaar.

29/05/2012

Centraal cashbeheer nog geen standaard

Voor zes op tien bedrijven is de controle op de behoefte aan werkkapitaal een absolute prioriteit. Centraal cashbeheer is zeker bij kleine bedrijven verre van algemeen.

In de huidige economische context krijgen steeds meer ondernemingen te maken met structurele problemen (klanten die te laat of helemaal niet betalen, moeite om de leveranciers op tijd te betalen, zwakke groeivooruitzichten, veranderende boekhoudregels, enz.). In die context hield BNP Paribas Fortis via het magazine Trends een enquête naar de mate waarin Belgische ondernemingen hun behoefte aan werkkapitaal optimaliseren.

Ruim 40 vragen peilden naar vijf thema’s: betalingen en tegoeden, financiering, centraliseren van fondsen, bescherming van transacties en een duidelijk overzicht van de financiële stromen binnen de onderneming. Uit 385 antwoorden (42% bedrijfsleiders en 50% financieel directeurs) blijkt dat de meeste ondernemingen inzien dat ze het beheer van hun behoefte aan werkkapitaal niet alleen via klassieke kredieten kunnen optimaliseren, maar dat ze zeker ook nood hebben aan een globale analyse van hun exploitatiecyclus en een combinatie van verschillende bancaire en niet-bancaire oplossingen.

9 op de 10 respondenten hechten veel belang aan een efficiënt beheer van hun werkkapitaal. Voor liefst 59% van hen is het zelfs een absolute prioriteit. Sedert de economische en financiële crisis kijkt meer dan de helft van de ondervraagde topmanagers (57%) anders aan tegen liquiditeit. De beweegredenen om de behoefte aan bedrijfskapitaal te optimaliseren, variëren van het streven naar meer efficiëntie (49%) en de druk van directie en aandeelhouders (40%) tot klanten die steeds later betalen (36%).

Twee op drie hebben effectief maatregelen genomen om hun behoefte aan werkkapitaal te optimaliseren. Een kleine minderheid van de deelnemers (minder dan 1%) verklaart totaal geen belang te hechten aan de betaaltermijnen.

Zes op tien respondenten innen de facturen sneller (75%) en/of betaalt zijn leveranciers later (37%). Bijna één op de twee deelnemers vindt de financieringsproblematiek van werkkkapitaal zeer belangrijk en één op vier belangrijk. Toch toont de enquête aan dat de ondernemingen niet alle mogelijkheden kennen of benutten om liquiditeiten die vastzitten in de exploitatiecyclus vrij te maken, zodat ze hun kredietlijnen minder hoeven aan te spreken.

De ‘Working Capital Barometer’ toont ook het belang aan van een gecentraliseerd cashbeheer. Dat is een echte bezorgdheid voor de ondernemingen, want meer dan 70% van hen beschouwt het als buitengewoon belangrijk of belangrijk.

Terwijl meer dan 60% van de ondervraagde grote ondernemingen (met een omzet van meer dan 7,5 miljoen euro) een systeem van cashpooling toepast, werkt minder dan een vierde van de kleine bedrijven met een systeem voor fondsencentralisatie.

Acht op de tien respondenten hecht er veel belang aan dat hun klanten binnen de termijn betalen. 52% van de geënquêteerde bedrijven geeft trouwens aan concrete maatregelen te hebben genomen om de transacties te beveiligen. Negen op tien respondenten vindt het essentieel een duidelijk overzicht te hebben over alle binnenkomende en uitgaande financiële transacties. Dat geldt nog meer voor de grote ondernemingen: 73% van hen werkt eraan, tegenover 51% van de ondernemingen met een omzet van minder dan 7,5 miljoen euro.

BNP Paribas Fortis organisereert deze ‘Working Capital Barometer’ jaarlijks. De resultaten zijn Voor 71 procent van de 385 deelnemers boekt het bedrijf een omzet van meer dan 7,5 miljoen euro. Twee derde van hen heeft zijn hoofdzetel in Vlaanderen en 80% houdt zich bezig met business-to-business.

29/05/2012

Onrust in eurozone drijft insolventiepeil op

Atradius, een van 's werelds toonaangevende kredietverzekeraars, verwacht in de meeste ontwikkelde markten een toename van het aantal insolventies. De vertraging van de economische groei is vooral voelbaar in de eurozone en de krappe financieringen maken het bedrijven steeds lastiger om te groeien.

De onzekerheid omtrent de soevereine schuldencrisis in de eurozone en de ontwikkeling van de economie drijft de spanning op de financiële markten verder op, hoewel de gemoederen na de injectie van 1 biljoen euro van de ECB ietwat zijn bedaard.

Eén belangrijk pijnpunt blijft de strenge kredietvoorwaarden op de ontwikkelde markten, die sinds de financiële crisis van 2008 nauwelijks zijn versoepeld. De banksector blijft zijn schulden consolideren en zoekt extra kapitaal om aan de nieuwe, strengere regelgeving te voldoen. Al die factoren maken het er niet makkelijker op voor gezinnen en bedrijven, vooral in de eurozone en in mindere mate ook in de VS.

Meer insolventies

Atradius verwacht dat het aantal bedrijven die hun rekeningen niet langer kunnen betalen in de meeste Europese markten zal toenemen, terwijl het insolventiepeil in de Verenigde Staten daalt. Dit wordt verder toegelicht in de Atradius Economic Outlook van april 2012

Het insolventiepeil zou vooral in Zuid-Europa een piek bereiken, met een verwachte toename van 10% en meer in Italië en Griekenland. Ook in Duitsland zou het aantal insolventies ondanks het relatief gunstige klimaat licht toenemen. Dan doen de VS het aanmerkelijk beter. Atradius voorspelt een daling van het Amerikaanse insolventiepeil als gevolg van de gematigde groei. Het aantal insolventies over het hele jaar blijft evenwel historisch hoog.

Neerwaartse risico's

Het insolventiepeil volgt doorgaans de conjunctuurcyclus, waarbij een ondermaatse economische groei het aantal insolventies opdrijft. Aan dit scenario blijven dus neerwaartse risico's verbonden.

Ten eerste zou een escalatie van de crisis in de eurozone een impact hebben op bedrijven en overheden over de hele wereld, omdat ze financieel en commercieel met elkaar verstrengeld zijn. Aansluitend bij haar analyse in januari verwacht Atradius nog steeds dat de eurozone in tact blijft, aangezien de gevolgen van het uiteenvallen van de eurozone zeer schadelijk zouden zijn.

Ten tweede ligt het risico van een fors stijgende olieprijs op de loer, aangezien de reservecapaciteit beperkt is en de onrust in het Midden-Oosten aanhoudt. Hoewel landen minder afhankelijk worden van olie, zou een fikse prijsstijging over een korte periode de detailhandelsprijzen opdrijven, waardoor consumenten wereldwijd de hand op de knip gaan houden.

29/05/2012

Alleen u beslist of u crediteert!

Wanbetalers vormen een ware plaag voor huidig ondernemer. Kan het onbetaald gebleven saldo van uw debiteur niet alvast afgeboekt worden om zo uw btw te recupereren?

Het driezijdig facet van een onbetaalde factuur! In eerste instantie is het al erg genoeg dat de centen op zich laten wachten. Daarnaast bezorgt iedere onbetaald gebleven factuur u een fiscale kater. Zo moet elke factuur geboekt of ingeschreven worden, ondanks het feit dat hij al dan niet betaald werd. Dit heeft dan ook verdere gevolgen op zowel het vlak van de btw alsmede de belastingen.

Dubbele fiscale kater? Een feit is dat het factuurbedrag geïntegreerd zit in uw omzet en daardoor dus ook in uw belastbare inkomsten. Als u hier geen aandacht aan schenkt, dan zal u ook op deze bedragen belast worden ondanks het feit dat er nog geen centen zijn gepasseerd. Daarbij komt dat die factuur moet opgenomen worden in uw eerstvolgende btw-aangifte. Dit resulteert erin dat u de btw hierop reeds zult moeten doorstorten aan Vadertje Staat, zonder zelf hier iets van ontvangen te hebben. Als dat geen nachtmerrie is???

Afboeken wegens oninbaar? Wilt u een fiscale kater vermijden, zou afboeken van de oninbare factuur een oplossing lijken. Maar is dat daadwerkelijk zo?... De fiscus gaat deze afboeking enkel en alleen aanvaarden als de oninbaarheid van de factuur ‘zeker en vaststaand’ is en dat kan natuurlijk ter discussie gelegd worden. Ook de Btw is daarin niet zo soepel. Deze zal enkel de afgedragen btw terugbetalen als de klant effectief failliet verklaard is.

Is crediteren een oplossing? Dat kan een oplossing zijn, al is de impact natuurlijk al veel zwaarder. U geeft op deze manier immers te kennen dat de klant niet meer moet betalen. Fiscaal gezien verdwijnt het factuurbedrag zo wel uit uw omzet en de reeds betaalde btw zou u in principe kunnen terugvragen via uw btw-aangifte.

Uitspraak van de rechter: Alleen u beslist! De Btw doet hierover inderdaad nogal eens moeilijk, maar dat kan dus niet, zei de rechter onlangs (Gent, 13 december 2011). De beslissing ligt enkel in uw handen, aldus de rechter, of u het geschikt vindt uw klant een creditnota te bezorgen of niet. Het is niet aan de fiscus en de Btw om zich hierover uit te spreken. Voor facturen die oninbaar zijn gebleken en waarvoor u het niet de moeite loont naar de rechtbank te stappen, kan u perfect beslissen ze te crediteren om zo alvast uw btw te recupereren.

Oninbare facturen crediteren om ze af te kunnen boeken en zodanig de btw erop te recupereren, is perfect mogelijk. De beslissing ligt volledig bij u! Zowel fiscus en Btw hebben niet het recht zich hiermee te moeien.

18/04/2012

Hoeveel vraagt een advocaat voor een uurtje advies?

100 euro voor een uurtje advies
In 2006 peilde de Orde van de Vlaamse Balies (OVB) naar de erelonen van 8.440 advocaten. Het gemiddelde uurtarief voor juridisch advies aan burgers bedraagt 100 euro per uur, zo leert de enquête. 1 op 3 advocaten rekenen voor een uur juridisch advies 75 à 99 euro. Haast evenveel (27,83%) advocaten rekenen 100 tot 149 euro aan. Voor ondernemingen rekenen de meeste advocaten tussen 100 en 149 euro per uur aan, ofwel gemiddeld 124,24 euro. Overheden betalen met gemiddeld 133,60 euro per uur een stuk meer, maar dat is nog altijd flink minder dan buitenlands cliënteel, dat in 2006 gemiddeld 158,80 euro per uur moest ophoesten.

Van 25.000 tot 100.000 euro per jaar
Op jaarbasis verdienen 29,7% van de advocaten tussen 25.000 en 50.000 euro per jaar en 35,4% tussen 50.000 en 100.000 euro. “Deze bedragen komen, als je de normale indexering in rekening brengt, overeen met die anno 2010”, zegt meester Kathleen Vercraeye, bestuurder van het departement communicatie en interne relaties van de OVB. “Er zijn uiteraard verschillen tussen advocaten, naargelang onder meer hun ervaring en kwaliteit, maar er zijn ook verschillen naargelang de specialiteit. Zakenadvocaten verdienen substantieel meer dan advocaten die zich bezig houden met vreemdelingenrecht of jeugdrecht.”

In De Standaard van zaterdag 2 oktober 2010 laten ook enkele doorwinterde assisenpleiters in hun tarieven kijken:

  • Sven Mary: "(...) We sluiten nooit een resultaatsverbintenis. Ons tarief schommelt tussen de 100 en 250 euro per uur. Dat hangt onder meer af van de omvang, de complexiteit en de duur van de zaak. Een eerste consult is altijd gratis. (...) Zodra we een zaak accepteren, wordt als eerste provisie minimaal tien uur aangerekend. Dat is sowieso het minimum aan tijd dat in een zaak kruipt."
  • Hans Rieder: "Hoeveel ik mijn cliënten aanreken, varieert van zaak tot zaak. Soms werk ik op uurbasis. Het tarief per uur schommelt tussen de 100 en 300 euro. Maar er zijn ook zaken waarbij ik met de cliënt vooraf een vast bedrag afspreek. Soms hangt het bedrag ook af van het resultaat dat ik bereik. Daarvoor hanteren we verschillende parameters, zoals de vrijspraak of een straf die lager ligt dan wat het openbaar ministerie geëist had."

 

Belgische advocaat op één na goedkoopste in Europa
Zoals de strafpleiters al aangeven, zijn er heel wat verschillen in de manier waarop erelonen berekend worden: per uur, per zaak, per geleverde prestatie, volgens de waarde van de zaak. Zowat 40,53% van de advocaten rekent een ereloon op basis van een uurtarief aan, ongeveer 1 op 7 berekent zijn ereloon op basis van de waarde van het geschil of op percentage van het bereikte resultaat, anderen gebruiken een combinatie van die verschillende systemen. “Elk systeem heeft zijn voor- en nadelen. Sommige cliënten hebben liever een bedrag dat ze vooraf kunnen budgetteren, maar het is uiteindelijk de advocaat die daarover beslist, al dan niet in overleg met zijn cliënt. Hij kiest ook zelf hoeveel hij vraagt. In Europa is de Belgische advocaat de op één na goedkoopste.”

"Rijk word je er niet van"
Dat geldt ook voor de pro deo-advocaten. "In Nederland rekenen die meer dan 100 euro per uur aan", zegt Vercraeye. Een groot verschil met ons land, waar per zaak vergoed worden en de vergoeding ook een stuk lager ligt. Advocaten die minvermogenden bijstaan worden niet betaald door hun cliënten, maar ontvangen een vergoeding van het ministerie van Justitie. “In België werken we met punten: elke prestatie in gratis rechtsbijstand levert een advocaat een aantal punten op. Justitie verhoogde onlangs het budget, waardoor de waarde van een pro deopunt verhoogt van 24,28 naar 26,91 euro.” Voor een echtscheidingszaak krijgt een pro deo-advocaat nu 403 euro bruto, vóór de verhoging was dat 350 euro. In een verkeerszaak stijgt de pro deo-vergoeding van 185 naar 215 euro bruto. De pro deo-vergoedingen bedragen nog altijd veel minder dan de markttarieven, waarbij je gemakkelijk 1.000 euro voor een eenvoudige echtscheidingszaak betaalt. “In het algemeen geldt dat je van advocatuur goed kan leven, maar rijk word je er niet van”, aldus meester Vercraeye.

18/04/2012

Wet Continuïteit Ondernemingen kan nog beter

Drie jaar na de inwerkingtreding van de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen (WCO) en 3500 vonnissen later is de balans gemengd. Vooral transparantie ten aanzien van schuldeisers kan veel beter.
Het VBO, Graydon, CAP en CAP Netwerk Vlaanderen evalueren de wet en stellen concrete verbeteringen zonder veel aan de wettekst te raken.

De nieuwe reorganisatieprocedure die door de WCO werd ingevoerd, heeft steeds meer succes. Cijfers van Graydon leren dat de jongste drie jaar bijna 3500 vonnissen werden uitgesproken waarbij de procedure voor gerechtelijke reorganisatie werd geopend. Op 31 december 2009 hadden 633 ondernemingen een beroep gedaan op de reorganisatieprocedure, tegen 1252 eind 2010 en 1398 eind 2011. Die cijfers zijn bijzonder veelbetekenend als ze worden vergeleken met die van de vroegere wet van 17 juli 1997 betreffende het gerechtelijk akkoord. Zo waren er onder de regeling van die vroegere wet 1397 akkoordprocedures over een periode van tien jaar.

De WCO heeft een groot potentieel: soepelheid, het aantal instrumenten ter beschikking van ondernemingen in moeilijkheden en de potentieel lage kostprijs. Maar ze heeft ook zwakke punten. Daarom hebben vijf multidisciplinaire werkgroepen voorstellen geformuleerd op het vlak van preventie, gelijkheid van schuldeisers, rol van de magistraten, toegang tot de procedure en overdracht onder gerechtelijk gezag.

Deze voorstellen willen het soepele, genuanceerde karakter van de WCO absoluut behouden en willen de wet niet in een keurslijf stoppen waarin de ondernemingen niet meer het antwoord zouden vinden dat het best afgestemd is op hun behoeften om hun continuïteit te herstellen. De meeste voorstellen zijn best practices in het kader van de tenuitvoerlegging van de procedure en vormen een verbetering van de informatie en de transparantie ten aanzien van de schuldeisers.

Concreet bevelen het VBO, Réseau CAP en CAP Netwerk Vlaanderen de volgende maatregelen aan:

  • Efficiëntere preventie
  • Uitbreiding van het toepassingsgebied van de WCO
  • Verbetering van de procedure van overdracht van onderneming
  • Uitbreiding van de rol van de gedelegeerd rechter en van de gerechtsmandataris
  • Opstelling van een vademecum voor de gedelegeerde rechters en de gerechtsmandatarissen
  • Informatisering van de proceduredossiers en raadpleging van het reorganisatieplan via internet

 

“Daar waar zeer weinig ondernemingen toegang hadden tot het gerechtelijk akkoord, is de WCO veel toegankelijker. Bovendien zijn na drie jaar bestaan van de wet 30% van de bedrijven die een beroep deden op de WCO, actief gebleven en wij hopen dat dit percentage nog zal toenemen dankzij een beter gebruik van de wetgeving. Daarom heeft het VBO een evaluatierapport aan minister Annemie Turtelboom overhandigd om ervoor te zorgen dat de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen nog beter in de behoeften van de ondernemingen kan voorzien. Het is een instrument dat nog beter kan gebruikt worden”, zo besluit Philippe Lambrecht (Secretaris-generaal van het VBO).

18/04/2012

Hoge loonkost nekt onze competitiviteit

De Belg is de productiefste werknemer van Europa en ons land staat in de top tien qua winst per voltijdse equivalent. Helaas verpesten de torenhoge (loon)lasten die scores volledig.

Het rendement op menselijk kapitaal, de zogenaamde ROI on Human Capital, toont voor ons land geen al te fraai plaatje, zo blijkt uit de studie ‘Key Trends in Human Capital’ van PwC. Die HC ROI wordt als volgt berekend:

omzet – andere dan salariskosten
---------------------------------------
salariskosten

Voor ons land ligt die index op 1,06; een stuk lager dan in de rest van Europa (1,11). Dat kan verklaard worden door de kosten per voltijdse equivalent (VTE). Daarbij gaat het niet enkel om salariskosten, maar ook andere kosten als gebouwen en infrastructuur, ICT, productie en energie. Volgens de studie bedroeg de mediaan in ons land in 2010 €224.000 per VTE; maar liefst 39% hoger dan de Europese mediaan (€161.000/VTE).

“Willen we onze HC ROI-index opkrikken, dan moeten we ofwel de omzet per VTE verhogen, wat weinig waarschijnlijk is, gegeven onze reeds uitstekende prestatie op die indicator,” zegt Peter De Bley van PwC, “ofwel moeten de salariskosten naar beneden. Dat laatste scenario betekent dat ondernemingen mensen moeten laten afvloeien of dat de overheid ingrijpt om iets te doen aan de hoge salariskosten.”

Volgens De Bley vormt die hoge loonkost een steeds grotere handicap door de omschakeling van een productie- naar een diensteneconomie. “Ons land is al langer bezig met die omschakeling; heel wat productiebedrijven hebben ons land verlaten. In een diensteneconomie ligt het aandeel van de salariskosten in de totale kosten echter een stuk hoger. Dat vormt een serieuze bedreiging voor de competitiviteit van België in een geglobaliseerde diensteneconomie.”

De studie ‘Key Trends in Human Capital’ is een onderzoek van PwC naar het investeringsrendement op menselijk kapitaal. Over een periode van 6 jaar (2005 – 2010) werden financiële cijfers en sociale balansen van 620 Belgische bedrijven geanalyseerd en vergeleken met een Europese steekproef van meer dan 10.000 bedrijven. Financiële instellingen, interim-kantoren en non-profitorganisaties werden niet in de analyse opgenomen.

18/04/2012

En wat als ik nu meteen met een deurwaarder werk?

Herinnert u zich nog het bericht uit de krant waarbij de NMBS resoluut besliste om alle boetes die ze had uit geschreven (hoofdzakelijk voor zwartrijden) te laten innen door een deurwaarder. Een brug te ver?

Zwaar geschut! In vele gevallen zal zo’n deurwaarder indruk maken bij mensen en dus zullen ze sneller geneigd zijn te betalen. Waarom zou u daar geen rekening mee houden?

Dus vanaf nu ‘invorderen via een deurwaarder’? Dit als standaard procedure invoeren voor de eerste rappel is natuurlijk overdreven. U heeft ook een commerciële relatie met de klant en hoopt dat deze nogmaals bij u zal kopen. Door een deurwaarder te sturen is het logisch dat u deze relatie verbreekt.

Dien ik niet eerst een advocaat te raadplegen? Het antwoord hierop is neen. Via de Gouden Gids of www.gerechtsdeurwaarders.be vindt u een lijst en daaruit kan u vrij kiezen.

Een deurwaarder laten aanmanen via brief of persoonlijk? Beiden zijn mogelijk. Het is inderdaad zo dat een brief van de deurwaarder meer indruk maakt dan één op uw eigen briefpapier. Uiteraard kan u ook vragen om onmiddellijk langs te gaan. Vraag even op voorhand wel of de deurwaarder een dergelijke incasso-service aanbiedt.

Kan een deurwaarder dan meer? Strikt genomen kan een deurwaarder in deze fase niet meer dan uzelf of een advocaat. Hij kan met andere woorden uw klant niet dwingen om te betalen of goederen in beslag nemen. Ook de intresten en schadebeding kan hij niet opeisen. U moet daarvoor steeds een vonnis hebben en dat betekent dat u langs de rechtbank moet.

Tip: Een lokale deurwarder gaat u vaak wel kunnen zeggen of het de eerste keer is dat hij die debiteur moet aan schrijven/langs gaan of dat deze reeds vaker in dat straatje is gesukkeld…

 

27/03/2012

Belgische bedrijven top drie stipte betalers

Het aantal facturen aan Belgische bedrijven dat op tijd wordt betaald is vorig jaar zodanig gestegen dat onze bedrijven nu de derde snelste betaler zijn van Europa, samen met Franse. Enkel Duitse en Nederlandse betalen sneller.

Ook wat betreft het aantal wanbetalers doet België het beter dan het Europees gemiddelde, zo blijkt uit een studie van Dun & Bradstreet (NYSE: DNB). Eind vorig jaar werden 41,5% van de facturen van Belgische bedrijven binnen de afgesproken termijn betaald. Dat is een pak meer dan het Europees gemiddelde van 34,8%. Jean Weemans, Trade consultant bij D&B stelde de trend al een aantal vast en is bijgevolg niet verbaasd.

België steeg in 2011 van de vijfde naar de vierde positie op de Europese rangorde, maar doet het nog steeds minder goed dan Duitsland (54% stipte betalingen), Nederland en verrassend genoeg Italië. Vooral in Nederland gaat het echter in dalende lijn met het aandeel stipt betaalde facturen: dat slonk van 54,5% (Q1 2011) naar 46,6% (Q4 2011). Dat België het niet beter doet dan Italië en amper beter dan Spanje, heeft alles te maken met de gebruikelijke betalingstermijnen die in beide landen tot 120 dagen kunnen oplopen, het dubbele waarvan er in België normaal gezien sprake is.

Stipte betalingen: facturen die binnen de vervaltermijn betaald worden (van meest naar minst stipte betalers)

Rangorde

(Q4 2011) Q1 2011 Q4 2011In %

1 Duitsland 56,86 54,09*

2 Nederland 54,51 46,66

3 Italië 40,96 45,3

4 België 40,19 41,56

5 Spanje 42,64 41,06

6 Frankrijk 31,68 33,43

7 Verenigd Koninkrijk 24,69 26,32

8 Ierland 19,61 22,45

9 Portugal 19,89 21,76

Gemiddelde Europa 36,78 34,8175

Minder wanbetalingen

Met respectievelijk amper 22,4% en 21,7% van de facturen die op tijd betaald worden, zijn Ierland en Portugal er het slechtst aan toe. Hier vinden we ook het meeste wanbetalers. Zo worden zelfs 20,6% van de Portugese facturen langer dan 30 dagen na vervaldatum betaald. In Spanje is dit 17%, in Italië 11,4% en in Ierland 10,7%. Jean Weemans stelt vast dat de voorspelde economische problemen in de PIGS-landen bevestigd worden door de betalingservaringen en raadt bedrijven aan om de teugels niet te vieren bij hun debiteuren, en te anticiperen op mogelijke wanbetalingen: “Dit kan bijvoorbeeld door een voorschot te vragen of de betalingstermijn terug te schroeven voor volgende orders. Aan hardnekkige wanbetalers zit er soms niets anders op dan verdere leveringen te weigeren.”

In België zakten het aantal wanbetalingen. Begin 2011 ging het nog om 7,5%, in Q4 was dit gezakt tot 6,5% van de betaalde facturen. Ook hier bevinden we ons op de vierde plaats in de Europese ranglijst na Nederland, Frankrijk en Duitsland.

Wanbetalingen:facturen die meer dan 30 dagen na de vervaldatum worden betaald

Rangorde (Q4 2011) Q1 2011 Q4 2011 In %

1 Nederland 3,47 3,45

2 Frankrijk 5,80 5,93

3 Duitsland 4,57 6,15*

4 België 7,54 6,56

5 Verenigd Koninkrijk 11,56 9,45

6 Ierland 10,24 10,75

7 Italië 10,67 11,4

8 Spanje 14,95 17,02

9 Portugal 23,35 20,62

Gemiddelde Europa 10,24 10,14

*Cijfer Q3

Minder betalingsachterstand

D&B onderzocht ook het aantal dagen dat bedrijven gemiddeld te laat betalen na de vervaldatum van hun facturen, en ook hier is de situatie in België er in 2011 iets op verbeterd. Met 12 dagen achterstand is ons land samen met Frankrijk de derde snelste betaler van Europa, na Duitsland en Nederland. Bij onze noorderburen werd er eind 2011 trouwens minder snel betaald (van 3 naar 5 dagen betalingsachterstand in Duitsland en van 8 naar 9 in Nederland). Portugal is met betalingen die gemiddeld 20 dagen te laat vallen ook hier de hekkensluiter.

Aantal dagen betalingsachterstand

Voor zijn onderzoek bracht D&B het betalingsgedrag van het voorbije jaar in kaart van ruim 2,8 miljoen bedrijven in België, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk.

27/03/2012

Kredieten aan ondernemingen op recordhoogte

De kredieten aan ondernemingen bereikten in het vierde trimester van 2011 het hoogste punt ooit. Het uitstaand bedrag ondernemingskredieten bedroeg eind 2011 ruim 129,34 miljard euro, een stijging van 7 miljard euro of 5,8 procent tegenover eind 2010. Dat blijkt uit de driemaandelijkse kredietbarometer die Febelfin vrijdag publiceert.

Zowel het volume aangevraagde kredieten (+4 procent) als verstrekte kredieten (+10 procent) nam in het vierde trimester van 2011 toe ten opzichte van hetzelfde trimester vorig jaar. Voor het aantal aangevraagde en verstrekte kredietdossiers werd wel een daling van respectievelijk 4 en 3 procent opgetekend.

De weigeringsgraad bevond zich in het vierde trimester van 2011 grotendeels op een lager niveau dan in hetzelfde trimester van het voorgaande jaar. 'Dit toont aan dat banken bereid blijven om voor goede kredietdossiers krediet te verstrekken aan de ondernemingen', stelt Febelfin.

In het uitstaand volume van de opgenomen ondernemingskredieten, maken de kredieten op lange termijn het grootste deel uit. Eind januari 2012 bedroeg het aandeel van de kredieten op lange termijn 68,7 procent van het volume, tegen 31,3 procent voor kredieten op korte termijn.

 

27/03/2012

Krediet wordt schaarser en duurder, zo stellen banken

Belgische banken zullen minder makkelijk krediet verschaffen en het zal duurder worden, zo blijkt uit een onderzoek naar hun intenties. Vooral de bouw-, bedrijfsvastgoed- en dienstensector zullen daar last van krijgen.

Volgens de European Banking Barometer van Ernst & Young ziet ook de Belgische banksector de toekomst somber tegemoet. De eerste tekenen van herstel tekenen zich af maar de sector staat aan de vooravond van een onvermijdelijke en grondige hervorming.

De Belgische, Oostenrijkse en Scandinavische banken maken zich het meest zorgen over hun huidige positie en zien ook de eerste helft van 2012 het meest somber in. Dit geldt in België voor 37% van de respondenten. De typisch Belgische spaarcultuur blijft echter met stip de grote troef en sterkhouder van het Belgische bankwezen. Veel meer nog dan in andere landen schat de bankier de toekomst van dit depositosegment als zeer positief in. “De Belg is altijd een groot spaarder geweest met hoge spaarquota als gevolg. De crisis heeft deze reflex zelfs nog verder aangewakkerd. Dit geeft onze banken meer ademruimte om strategische beslissingen uit te voeren terwijl de kapitaalbasis versterkt wordt. De banken zetten hier ruimschoots op in en voorzien nog verdere groei in dit segment, ondanks het lage rendement van spaarboekjes”, aldus Philippe Desombere van Ernst & Young.

Krediet wordt duurder

Sinds de bankencrisis van 2008 wordt de sector onderworpen aan een spervuur van stresstests en nieuwe regelgeving. Om hieraan te voldoen is kapitaal noodzakelijk. Niet toevallig is prioriteit nummer één van de Belgische sector de voorbereiding op de Basel III-akkoorden. Opvallend is wel dat risicomanagement en allerhande kostenbesparingen in België minder prioritair zijn dan bij de Europese buren. Dit kan een signaal zijn dat de Belgische banksector reeds noodzakelijke hervormingen heeft doorgevoerd en focust op een verhoogde kapitaalpositie, zo hoopt Philippe Desombere.

De grote meerderheid van de Belgische banken (68%) verwacht dat Basel III zal leiden tot hogere kredietkosten voor de klanten. Banken denken echter niet dat ze de volledige kosten zullen kunnen doorrekenen aan de klant, want 45% verwacht ook dat Basel III zal drukken op de rentabiliteit van hun bank.

Minder lenen, meer stabiliteit?

Banken moeten afslanken en dat in een kwetsbaar macro-economisch klimaat. Bijgevolg verwachten ze minder krediet in alle sectoren voor de volgende 6 maanden. Vooral de bouw-, bedrijfsvastgoed- en dienstensector zouden een restrictiever kredietbeleid gaan ondervinden.

Dit is eveneens een gevolg van het feit dat banken vrezen dat deze sectoren een verhoogde kwetsbaarheid hebben voor toekomstige wanbetalingen. De Belgische distributiesector, samen met de chemische en farmaceutische industrie, worden dan weer als relatief veiliger ingeschat wat dit aspect betreft.

Grieks faillissement

De bankbarometer peilde ook naar welke mogelijke gevolgen een faillissement van één van de Europese lidstaten zou hebben voor de sector. Opmerkelijk daarbij is dat ‘slechts’ 30% van de Belgische banken denkt dat zo’n scenario een substantiële impact zou hebben op hun sector. Hiermee scoren we lager dan het Europees gemiddelde van 42%. “Het Belgische bankwezen heeft grote inspanningen geleverd om zijn blootstelling en verliezen ten aanzien van overheidsschuld te verminderen. De ‘vrijwillige’ Griekse schuldherschikking toonde ook aan dat de banken hier geen opbrengsten meer verwachten. Het mogelijke gevolg hiervan is dat banken zich iets comfortabeler voelen in hun schuldpositie ten aanzien van landen zoals Griekenland, Italië en Spanje”, stelt Philippe Desombere.

Toch zou het resultaat van meerdere zulke faillissementen volgens 61% betekenen dat banken minder kredieten zullen kunnen uitkeren en 13% denkt zelfs opnieuw naar staatsfinanciering te zullen moeten grijpen in zulk een scenario. Toch scoort België hiermee beter dan Europa met deze cijfers.

Werkgelegenheid

De Belgische banken blijven voorzichtig en koesteren geen ambitieuze plannen voor de nabije toekomst. Zo leert de bevraging ons dat ze de komende 6 maanden nauwelijks zullen rekruteren. De meeste jobs komen er wellicht binnen sales en retail, HR zou krimpen. Dit staat in schril contrast met landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waar banken substantieel zouden aanwerven. Duitse en Spaanse banken voorzien dan weer een afname aan arbeidsplaatsen in de sector. "Banken in heel Europa denken momenteel vooral aan kostenreductie, risicobeperking en nieuwe regelgeving. De aanhoudende problemen in de eurozone dwingen hen om te focussen op het oplossen van problemen en het reageren op gebeurtenissen, eerder dan op het proactief ontwikkelen van strategische groeiprojecten", besluit Philippe Desombere.

De studie

De European Banking Barometer van Ernst & Young is een onderzoek bij 500 banken in heel Europa; het gaat daarbij telkens om 50 banken uit Oostenrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Scandinavië, Polen, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

27/03/2012

Mijn schadebeding moet wederkerig zijn?

Door een rechterlijke uitspraak van 4 januari 2012 te Gent kreeg een bedrijf geen schadebeding! De reden: het was niet wederkerig. Wat is hier aan de hand en dienen de algemene voorwaarden nu aangepast te worden?

De feiten: Een bedrijf met een slechte betaler… Voor de rechtbank vroeg dit bedrijf de betaling van de factuur alsook de nalatigheidsintresten (10% per jaar) en het schadebeding (10%).
Vonnis: Het Hof van Beroep te Gent oordeelde dat de hoofdsom terecht was, doch kende geen intresten noch schadebeding toe.

Waarom? Noch de nalatigheidsintresten, noch het schadebeding zijn overdreven maar dat was het probleem ook niet. De voorwaarden zijn tussen handelaren perfect geldig, doch niet naar consumenten…
In het Belgisch recht zijn particulieren zeer sterk beschermd en genieten ze extra bescherming in vergelijking met overeenkomsten tussen handelaren.

Strengere regels voor particulieren! Om rechtsgeldige voorwaarden te hebben bij particulieren te hebben moet u deze laatste ze ondertekenen. Een gewone vermelding dat ze op de achterkant van de bestelbon/contract te lezen zijn, is niet voldoende. Door ze op de voorkant te vermelden en de klant eronder te laten tekenen vermijdt u bij voorbaat veel problemen.
Tip: Behoud voor uw voorwaarden hetzelfde lettertype grootte als het merendeel van de andere tekst op de voorkant.

En het schadebeding? Het argument van de rechter was hier dat dit niet ‘wederkerig’ was. Het voorzag enkel een sanctie voor de particulier en niet voor de handelaar. Volgens de rechter moest de handelaar dus ook intresten en een schadebeding voorzien als de handelaar in gebreke bleef.

Moet u nu de algemene voorwaarden aanpassen?
Meestal niet, doet u enkel zaken met handelaren dan is dit sowieso niet nodig. Bestaat uw handel in hoofdzaak uit particulieren klanten dan doet u dit best wel. Vergeet zeker niet tijdig een ingebrekestelling (oftewel aangetekend schrijven) te sturen zodat u zeker bent dat u steeds terug valt op de wettelijke intresten, momenteel 3,75%

Belangrijk is dat indien u uw voorwaarden aanpast dat u deze voor particulieren ook wederkerig maakt.

28/02/2012

Wereldwijd minder falingen, behalve in euroland

De bedrijfsfalingen wereldwijd staan op het laagste peil sinds midden 2008, maar tegen de trend in scoren de eurolanden slecht en met name ook België.

Een studie van D&B ziet beterschap in Noord-Amerika, Azië en Oost-Europa. In de eurolanden steeg de falingsindex dan weer lichtjes. Als maatstaf voor dit onderzoek gebruikt Dun & Bradstreet de D&B Global Insolvancy Index of internationale falingsindex, die een gewogen gemiddelde is van het falingspercentage uit 30 landen, samen goed voor 70% van het wereldwijde BNP.

De verbeterde falingsscore reflecteert dan ook het economisch herstel in een aantal specifieke gebieden, met name de opkomende markten van Azië, waar het laatste jaar (periode Q3 2010-Q3 2011) het aantal falingen met 18,6% afnam, Noord-Amerika (-12,5%) en Oost-Europa (-7,5%).

Met een stijging van de falingsindex met 2% gaat de eurozone in tegen de globale trend. De eurolanden waar de schuldencrisis het hoogst was, vertonen zoals verwacht de sterkste stijging van het aantal faillissementen (Spanje: +31,5%; Portugal: +13,9% sinds Q3 2010) en beïnvloeden sterk de negatieve resultaten.

Maar ook in België steeg het aantal falingen. Wij deden het in de periode Q3 2010 – Q3 2011 met een stijging van de index met 6,5% minder goed dan het Europees gemiddelde, en ook minder goed dan onze buurlanden Nederland (+3,1%), Frankrijk en Duitsland. In deze twee laatste landen daalde de falingsindex zelfs met respectievelijk -5,1% en -8,1%, een reflectie van de gunstige interne marktcondities in de tweede helft van 2011.

De opkomende Oost-Europese markten zijn met een verlaagde falingsindex de sterke broers van Europa, met Polen (17,7% minder falingen) als uitschieter.

Naast de regionale verschillen zijn ook de verschillen tussen de sectoren opvallend. Terwijl de ‘Distributie’ (+8,2%) en ‘Landbouw’ (+3,4%) meer failliete bedrijven telden in de periode Q3 2010 – Q3 2011, noteerden de sectoren ‘Financiële diensten & verzekeringen’ en ‘Telecom & transport’ beide een daling van 9,3%. Ook de Vastgoedsector deed het met 8,5% minder falingen in 2011 beter dan het jaar voordien.

In de ‘Industriële productie’ daalde het aantal bedrijven dat in dezelfde periode over kop ging met 7,2%. Ter vergelijking: in Q3 2009, in het kielzog van de wereldwijde recessie, steeg het aantal falingen in deze sector nog met 176% t.o.v. het jaar daarvoor.

28/02/2012

Betalingstermijn inkorten is bittere noodzaak, maar volstaat niet

Het betalingsgedrag van de Belgische bedrijven is een zeer grote doorn in het oog van de overlevingskansen van onze bedrijven. Een laattijdig betaalgedrag heeft te maken met een onfatsoenlijk gedrag, contractbreuk, vaak geïnspireerd door een laattijdig betaalgedrag van de leveranciers van onze klanten. Een sneeuwbaleffect. Wat doen we ertegen?

In afwachting dat Europa ons maatregelen oplegt, zijn er toch al partijen in eigen land die de noodkreet van het bedrijfsleven begrepen hebben. Zo wil CD&V de betalingstermijnen voor bedrijven en overheden inperken zodat ondernemers minder hinder ondervinden van laattijdig betaalde of onbetaalde facturen. Daarnaast zouden ondernemers hogere kosten kunnen aanreken bij laattijdige betalingen.

Volgens NSZ zijn beide voorstellen bittere noodzaak. Uit de laatste betalingsbarometer van de ondernemersorganisatie van begin januari 2012 bleek immers dat maar liefst 40 procent van de facturen aan ondernemingen op dit moment niet tijdig of correct betaald wordt. Toch heeft NSZ een bedenking bij de voorstellen van CD&V: ondernemers zullen nog steeds genoodzaakt zijn om naar de rechtbank te trekken wanneer een factuur onbetaald blijft. Daarom moet er ook dringend werk gemaakt worden van de invoering van het betalingsbevel.

De voorstellen van CD&V om de betalingstermijn te beperken tot 30 dagen en hogere kosten te mogen aanrekenen bij laattijdige betalingen zijn goed, maar ze maken het plaatje nog niet rond omdat ondernemers bij onbetaalde facturen nog steeds naar de rechtbank moeten stappen. Daarom hamert NSZ op het belang van het betalingsbevel, een procedure waarbij schuldeisers makkelijker aan hun geld geraken door een eenzijdig verzoekschrift naar de rechter te sturen. Nu denken heel wat schuldenaars dat de eisende partij toch niet naar de rechtbank stapt omdat het te kostelijk is en men vaak vertrokken is voor maanden of zelfs jaren gerechtelijke procedure. Het betalingsbevel moet daar korte metten mee maken en bestaat trouwens al voor grensoverschrijdende facturen binnen Europa.

Wanneer komt eindelijk dat betalingsbevel?
“Het betalingsbevel, dat politiek gezien in een vergevorderd stadium zit, moet dringend goedgekeurd worden”, benadrukt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

Betalingen aan ondernemingen verlopen sinds een halfjaar gevoelig stroever, zo leidde NSZ begin januari nog af uit haar betaalbarometer. Op dit moment worden 4 op de 10 facturen aan ondernemingen niet tijdig of correct betaald. Zo erg is het nog nooit geweest. Tot en met 2007 viel slecht betaalgedrag nog binnen de perken. Gemiddeld werd één derde van de facturen slecht of niet betaald, maar sinds de financiële crisis die in 2008 losbarstte verslechterde het betaalgedrag enorm, hier en daar een opflakkering niet te na gesproken. 40 procent onbetaalde facturen, zoals begin januari het geval was, is echt enorm. In augustus van vorig jaar werd immers “slechts” 32 procent van de facturen niet tijdig of correct betaald, terwijl dat aantal nu met een kwart is toegenomen tot 40 procent. 12 procent van de facturen staat bovendien al drie maanden of langer na de vervaldatum open. Op dit moment lopen kmo’s en ondernemers uit de sectoren industrie en dienstverlening en vrije beroepers daardoor 509 miljoen euro mis.

28/02/2012

Januari was met 820 faillissementen de zwaarste januarimaand ooit

Afgelopen maand zijn in België 820 bedrijven failliet verklaard. Hoewel het niet om een absoluut maandrecord gaat, aangezien januari traditioneel wat rustiger is, betreft het wel de zwaarste januarimaand ooit. Dat meldt handelsinformatiekantoor Graydon Belgium woensdag 1 februari. Bij het vorige januari record in 2010 werden 10 faillissementen minder genoteerd.

Het Vlaamse Gewest laat de scherpste stijging van het aantal faillissementen optekenen, met 7,67 procent, gevolgd door het Waalse Gewest, met +6,3 procent. In het Brusselse Gewest daalt het faillissementencijfer dan weer met 11,05 procent.

Het aantal banen dat als gevolg van een faillissement van de werkgever op de helling kwam te staan, verdubbelde in Wallonië (+104 procent) en steeg ook in Brussel (+12 procent), maar daalde in Vlaanderen (-21 procent). In totaal waren het er 1.802.

Graydon stelt vast dat in vergelijking met januari vorig jaar, beduidend meer grote bedrijven de boeken moesten neerleggen. Zo waren er 4 faillissementen van bedrijven met meer dan 50 werknemers, waarvan het grootste dat van Laboratoires Thissen in Eigenbrakel (344 werknemers).

Op sectoraal vlak merkt Graydon opnieuw een scherpe stijging binnen de horeca. Toch zijn het vooral de vernieuwde stijgingen binnen de groothandel en de sector 'zakelijke dienstverlening' die aantonen dat de nieuwe faillissementengolf verder uitdiept, zo luidt het. De bouwnijverheid doet het daarentegen in vergelijking met januari verleden jaar iets beter.

28/02/2012

Mag ik kiezen in welke taal ik mijn factuur opstel?

U heeft het vermoedelijk al meegemaakt. Een buitenlandse klant dringt aan op een factuur in zijn landstaal. Gevolg, u bent klantgericht ingesteld, staat er niet bij stil en vertaalt gewoon uw factuur in zijn taal. Maar mag u dat wel doen?

Alle individuele en collectieve contacten tussen een werkgever en een werknemer moeten gebeuren in de taal van het gebied waar de exploitatiezetel gelegen is. Denk daarbij voornamelijk aan de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de opzegbrief en zo meer. Contacten met klanten moeten daarentegen niet noodzakelijk in het Nederlands gebeuren. Deze worden immers niet aanzien als sociale betrekkingen. Dat betekent dat u in principe mag kiezen welke taal u hanteert.

Opgelet: Als u documenten moet opstellen die door de wet worden voorgeschreven dan moeten deze eveneens worden opgesteld in de taal van het gebied waar de exploitatiezetel gelegen is. Denk daarbij aan facturen, bestelbons, ontvangstbewijzen. De taal van uw klant, de plaats waar hij gevestigd is, zijn hoedanigheid (professioneel of particulier), doen hier dus niet ter zake.

Vermeldenswaardig is nog dat de wet betreffende de marktpraktijken en de consumentenbescherming stelt dat gebruiksaanwijzingen, garantiebewijzen en vermeldingen die noodzakelijk op het etiket moeten worden opgenomen in een voor de gemiddelde consument begrijpelijke taal moeten worden opgesteld. En dat rekening houdend met het taalgebied waar de goederen aan de consument worden aangeboden.

20/01/2012

Wanbetalingen zullen nog sterker stijgen

Vorig jaar bleef in Europa 2,7% van het totaal aantal facturen onbetaald. 312 miljard euro, zo'n 855 miljoen per dag, werd afgeschreven. Maar het ergste moet nog komen, zo denkt Intrum Justitia.
Het aantal onbetaalde facturen hangt overigens sterk af van de sector, zo blijkt uit een onderzoek door Intrum Justitia. Zo schrijven professionele dienstverleners (kleine onafhankelijke zelfstandigen zoals bijvoorbeeld accountants, webdesigners, vertalers, advocaten en architecten) drie keer zoveel facturen af als de nutsbedrijven (gas, water en energie). De bouw- en vastgoedsector en het onderwijs kampen eveneens meer dan gemiddeld met onbetaald blijvende facturen. Terwijl de transportsector en de dienstverlenende sector (bijvoorbeeld onderzoeksbureaus en marketing/PR-agentschappen) beter dan gemiddeld betaald worden.

"Dit onderzoek toont aan dat de situatie nog geen dieptepunt bereikt heeft. Kleine onafhankelijke dienstverleners zijn veelal de eersten die getroffen worden door besparingen in budgetten door bedrijven. De veranderingen in deze sector zijn dan ook vaak de voorbode voor wat er komen zal in andere sectoren: nog meer onbetaalde facturen," zegt Guy Colpaert, managing director van Intrum Justitia België.

De ‘professionele diensverleners’ zien de grootste toename van het totale bedrag aan afgeschreven facturen in vergelijking met vorig jaar (maar liefst 12,5%). Bedrijven in de transportsector zien dan weer een stijging van het totale bedrag aan afgeschreven facturen met 9,5%. Bedrijven uit de vastgoedsector krijgen dan weer minder te maken met wanbetalers. Zo krijgen ze te maken met een totaal bedrag aan afgeschreven facturen dat 5% lager ligt dan in 2010.

”Hoewel de resultaten van onze enquête misschien geen positief beeld scheppen, zijn er maatregelen die bedrijven kunnen nemen om zichzelf te beschermen tegen wanbetalers. Er kan nog veel gedaan worden om de Europese bedrijven een echte ‘boost’ te geven. We merken dat bedrijven die hun klanten kennen en een efficient credit management beleid toepassen, sneller betaald worden en minder openstaande facturen moeten afschrijven.”, aldus Guy Colpaert.

De European Payment Index (EPI) 2011 Industry White Paper is een onderzoek uitgevoerd door Intrum Justitia bij bijna 6.000 bedrijven in Europa

20/01/2012

Externe controle op gedragscode voor kredietverzekeraars

Een onafhankelijke overheidsinstantie zal weldra controleren of de kredietverzekeraars zich wel houden aan de Code of Conduct die ze hebben ondertekend.
“We zijn volop in onderhandeling met een partij die dit op zich zal nemen en die klanten zal enquêteren over de dienstverlening van de kredietverzekeraars. Bedoeling is dat daarover elk jaar een rapport wordt gepubliceerd zodat duidelijk wordt op welke punten de verzekeraars goed of slecht scoren. Op die manier kan de sector in zijn geheel zich stap voor stap verbeteren”, zegt Jean-Louis Coppers, CEO van de Crion, een makelaar gespecialiseerd in kredietverzekeringen.

Onder zijn impuls werd een Credit Management Think Tank opgericht met daarin een aantal kredietbeheerders en experts. Die Think Tank heeft een Code of Conduct opgesteld die intussen door alle kredietverzekeraars in België is ondertekend. Met de onafhankelijke controle wordt een nieuwe grote stap gezet die past in de ambitie om dit initiatief op Europese schaal te verspreiden.

20/01/2012

Aantal stopzettingen stijgt sneller dan aantal oprichtingen

Hoewel in absolute getallen het aantal ondernemingen stijgt tot bijna het recordniveau van 2007, neemt verhoudingsgewijs het aantal stopzettingen sneller toe dan het aantal oprichtingen.
Dat is één van de belangrijkste conclusies uit de studie van Graydon Belgium NV, waarbij UNIZO een bijhorende analyse levert. Het aantal jonge ondernemingen dat de activiteiten snel na oprichting stopzet, stijgt bovendien enorm. Een aantal parameters, waaronder omzetdaling, geven ook aan dat een kwart (26%) van de bedrijven problemen ondervindt, in 6% van die gevallen gaat het om zeer zware moeilijkheden. Deze bedrijven hebben geen buffers meer bij een komende nieuwe malaise. UNIZO hamert daarom op een verlaging van de loonlast voor ondernemingen en zet zelf extra in op persoonlijke en doeltreffende begeleiding voor starters.
Uit de studie van Graydon blijkt dat één bedrijf per 84 actieve ondernemingen over de kop gaat. Met 10.528 faillissementen is dat een absoluut record, en een stijging van 5,86% ten opzichte van 2010. Maar ook de oprichtingen van nieuwe ondernemingen gebeuren aan een snel tempo: in 2011 zullen ongeveer 79.000 ondernemingen opgericht zijn geweest. Tot op kerstdag werden in totaal 75.396 nieuwe ondernemingen opgetekend. In 2010 werden er 77.249 ondernemingen opgericht, in 2007 - het absolute topjaar - lag dat aantal op 79.865.

Faillissementrecord in 2011
Opvallend is dat de ondernemingen die nu failliet gaan, tijdens de crisis van 2008 reeds structurele moeilijkheden ondervonden. Er moet daarom, volgens UNIZO, vooral ingezet worden op preventie van faillissementen. “Het grote probleem is dat bedrijven pas hulp inroepen als het eigenlijk al te laat is,” reageert UNIZO-topman Karel Van Eetvelt.
De ondernemersorganisatie pleit voor meer bekendheid van de Wet op de Continuïteit van de Ondernemingen (WCO). Die WCO zorgt voor een afbetalingsplan voor de ondernemer en verhindert schuldeisers in tussentijd ook de betaling van openstaande facturen op te eisen. “Maar ondernemers roepen de WCO nu veel te laat in. Die wet moet een noodrem zijn, nog voor het faillissement onvermijdelijk wordt.” UNIZO pleit daarom voor een tijdig en correct gebruik van de WCO en meer bekendheid en werkt samen met FVIB, de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen, voorstellen uit voor bijsturen van de WCO. Anderzijds pleit de organisatie ook voor goedkopere en efficiënte invorderingsprocedures, geïnspireerd op het Europees betalingsbevel.

Starters nood aan betere begeleiding
Ook het aantal jonge ondernemingen dat de activiteiten snel stopzet, stijgt snel. Daar is, volgens UNIZO, vooral meer nood aan goede voorbereiding en persoonlijke begeleiding. De faillissementscijfers en stopzettingen spelen zich vooral af in de eerste levensjaren (0 tot 5). De overlevingsgraad na 5 jaar ligt nu tussen de 60% en 70%, terwijl die vroeger boven de 70% lag. Volgens UNIZO is er nog meer nood aan een uitgebreide en goed onderbouwde voorbereiding voor starters. “De leuze “bezint eer ge begint”, is één van de voornaamste sleutels tot succes,” reageert Van Eetvelt.
Om in die begeleiding te voorzien, start UNIZO het Go4Business project (in samenwerking met VIA en het Agentschap Ondernemen) waarbij starters persoonlijk begeleid en geadviseerd worden bij de uitwerking van hun ondernemings- en financieel plan. Het aanbod aan sessies en cursussen wordt verder uitgebreid en de Vlaamse Startersdag van eind april wordt een Vlaamse Startersweek, waar kandidaat-starters een ganse week advies kunnen krijgen.

Slechte betalingen belangrijkste oorzaak stopzettingen


Slechte betaling van facturen blijft oorzaak nummer één voor faillissementen. De ondernemersorganisatie wil daarom ook wijzen op de noodzaak van voldoende “eigen vermogen”, als buffer tijdens een recessie. Te veel starters zondigen echter tegen deze regel en beginnen hun onderneming met weinig of geen eigen startkapitaal. UNIZO roept de federale en de Vlaamse overheid daarom op de banken permanent te monitoren op hun bereidheid starters van kredieten te voorzien. “We stellen vast dat kredietverlening steeds moeilijker wordt, als de starter geen kapitaal heeft waarop hij terug kan vallen om de moeilijke periode te overbruggen, dreigt het faillissement,” reageert UNIZO.

Brussels gewest en horeca kennen hoogste faillissementscijfers

Vooral in Brussel en in het Waalse Gewest meldt Graydon een belangrijke stijging van de faillissementen. In Vlaanderen moest één op de 101 bedrijven de boeken sluiten, in Wallonië was dat één op 81, in Brussel één op 57. De sectoren die het zwaarst getroffen worden, zijn de horeca, de transportwereld en de groothandel. 1/5 van alle faillissementen bevindt zich in de horeca, waar het opnieuw een rampjaar is met 1940 horecazaken die failliet gingen. Bijna 20% van alle failliete ondernemingen zijn horecazaken. Dit is 1 horecazaak per 29 die over de kop gaat. UNIZO pleit samen met de aangesloten sectororganisatie Horeca Vlaanderen voor structurele ondersteuning van de horecasector voor de cafés, waaronder een btw-verlaging tot 12% op alle dranken.

20/01/2012

Een factuur van toen de dieren spraken… nog te betalen !

Ineens ontvangt u een factuur voor leveringen van een aantal jaren geleden. Bent u nog wel verplicht om die factuur te betalen of is die ondertussen verjaard? Een vonnis brengt meer duidelijkheid hierover…

Een factuur die reeds enkele jaren oud is, dient u die nog te betalen? In principe wel. Een factuur binnen een B-2-B omgeving verjaart pas na 10 jaar. Een factuur die betrekking heeft op een levering die u vijf jaar geleden ontving, is dus nog steeds rechtsgeldig (lees: niet verjaard.)

Dus betalen maar? Neen, niet helemaal… Er zijn steeds meer rechters die er begrip voor opbrengen en vinden dat u niet te lang mag wachten met factureren. Hoe langer u wacht met factureren, hoe moeilijker het wordt om de juistheid van de gegevens na te gaan. Het is niet evident u te verdedigen op de correctheid van de factuur na een dergelijke termijn.
Stel, u ontvangt de factuur, ‘vergeet’ te betalen (Belgische ziekte anno 2011) maar ontvangt geen aanmaningen! Bij vele rechters geldt er daar een analoge redenering. U dient volgens hen wel degelijk achter uw geld te vragen.

De factuur is ouder dan zeven jaar …
Opeens ontvangt u een aanmaning voor een factuur die ouder dan 7 jaar is. U kan daar vaak weinig tegen inbrengen omdat u de documenten reeds hebt weggegooid! De wetgeving voorziet namelijk een termijn van zeven jaar waarbinnen u uw documenten dient bij te houden.

En de rechter…
Die gaf de bedrijfsleider in kwestie gelijk (Hof van beroep van Gent, 06.09.2010) Het was volgens het vonnis niet meer mogelijk voor de klant om zich correct te verweren aangezien deze de documenten of zelfs het bewijs van betaling had weggegooid.

Zeven jaar? Dit blijkt inderdaad de termijn te zijn, aangezien u zich vanaf dat moment op het arrest kunt  beroepen.

En bij overmacht? In geval van brand is het zelfs mogelijk dat een rechter zich op een kortere termijn beroept…

Dus ook niet protesteren? Uiteraard wel, anders zou de rechter toch nog van een aanvaarding kunnen uitgaan. Een aangetekend schrijven is aangewezen.

Maar... indien u systematisch opvolgt komt het nooit zo ver! En als dat niet lukt, doe dan een beroep op eXago. Het bovenstaande zal u dan alvast niet meemaken!

23/12/2011

Dit jaar meer dan 10.000 faillissementen

In november zijn in België 854 bedrijven over de kop gegaan, 15 meer dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. De zwaarste novembermaand ooit blijft echter die van 2009, toen 899 bedrijven failliet verklaard werden. Dat meldt handelsinformatiekantoor Graydon Belgium donderdag.

Volgens Graydon mag met zekerheid gesteld worden dat dit jaar het aantal faillissementen in België voor het eerst de kaap van de 10.000 zal overschrijden.

Graydon stelt duidelijke verhogingen van het aantal faillissementen vast binnen de kleinhandel, de bouwnijverheid en de horeca. Dit terwijl de faillissementenstorm binnen de transportsector enigszins luwt. De eet- en drinkgelegenheden zijn samen met de sector van de posterijen en koeriers de sector met het grootste falingsrisico (1 per 29 actieve ondernemingen op 11 maanden tijd).

Sinds het begin van dit jaar werden al 9.586 ondernemingen failliet verklaard, een stijging met 4,72 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Graydon stelt wel een gevoelige daling vast van het aantal jobs dat op de tocht staat als direct gevolg van het faillissement van de werkgever. Waar vorig jaar tot november 22.272 banen op de tocht stonden als gevolg van het faillissement van de werkgever, zijn dat er nu slechts 16.553 (-26%).

Vlaanderen is goed voor 45,92 procent van de in 2011 reeds uitgesproken faillissementen, een daling met 2,86 procent ten opzichte van 2010. Wallonië staat in voor 29,06 procent (+1,11%) en Brussel voor 25,02 procent (+1,74%). Op provinciaal gebied springt volgens Graydon vooral een opmerkelijke daling met 7,14 procent van het aantal faillissementen in de provincie Antwerpen (periode januari-november) in het oog. Geen enkele andere provincie laat betere cijfers noteren.

De provincie Vlaams-Brabant bleek de sterkste stijger in Vlaanderen, met een toename van het aantal faillissementen met 20 procent.

23/12/2011

Failliet door fraude ex-werknemer

Een 59-jarige man uit Betekom (Begijnendijk) is op de Leuvense correctionele rechtbank veroordeeld tot een celstraf van negen maanden met uitstel over vijf jaar en een boete van 1.100 euro. De man tankte vier jaar lang met een tankkaart van de industriële bakkerij waar hij was ontslagen. In totaal stal de beklaagde op die manier ruim 25.000 euro.

De man uit het Vlaams-Brabantse Betekom werkte in de periode 1999-2000 veertien maanden lang voor een grote bakkerij in Tremelo. Toen hij aan de deur werd gezet vergat zijn werkgever een tankkaart terug te vragen. Enkele jaren later vond de vijftiger de kaart terug in een kast.

Hij besloot de kaart te gebruiken en tankte in de periode tussen oktober 2006 en oktober 2010 voor maar liefst 25.066 euro aan diesel. In 2011 ging de bakkerij failliet en kwam de curator de fraudeur op het spoor. De ex-werknemer moet het volledige bedrag terugbetalen.

23/12/2011

Wat kunnen we leren van paters?

Niets, denk je? Dan heb je het mis. Marc Vermeulen, een – ongelovige - coach van leidinggevenden, trok in totale afzondering naar 11 abdijen. Hij kwam terug met 7 werkgerelateerde lessen, niet toevallig naar analogie met de 7 hoofdzonden.

Van augustus 2010 tot maart 2011 - een woelige periode voor de Belgische katholieke kerk - trekt Marc Vermeulen naar 11 abdijen voor een uniek experiment. Vermeulen is een ongelovige en coacht leidinggevenden op een eigentijdse en eigenzinnige manier.
Gedurende twee dagen is hij telkens vergezeld van een andere leidinggevende. Ze huren elk een kamer in de abdij en schrijven elkaar berichten. Ze steken die in een enveloppe onder de deur van hun metgezel. Hun bedoeling? Te kijken wat ze kunnen leren van een kloostergemeenschap, niet in het minst op professioneel vlak. Over zijn belevenissen in de 11 abdijen schreef hij net het boek “Onder de deur”.
Iedereen naar de abdij

"Als men mij vraagt of een verblijf in een abdijcontext zinvol is, heb ik geen enkele twijfel: als buitenstaander haal je er praktische nut uit en doe je vele ontdekkingen", vertelt Marc Vermeulen.
"Ik ben iemand die al jaren actief is in de bedrijfswereld, een omgeving met zeer veel aangename kanten, maar ook met een reeks punten die voor geen meter lopen. Als ik rondkijk in die bedrijfswereld (of wat uitgebreider: overal waar rendabiliteit en efficiëntie vooropstaan), kan ik met gemak enkele categorieën personen opnoemen die dringend abdijwaarts kunnen gestuurd worden."
7 dingen die we kunnen leren van paters

1. Kloosterlingen komen altijd op tijd
Klinkt het je ook bekend in de oren: ‘ik hol mezelf voorbij’, ‘ik ben nog niet klaar’, ‘mijn mailbox puilt uit’, ‘ik ga te laat komen’, ‘ik loop achter de feiten aan’ ...
In een abdij: "Paters komen nooit te laat (de zusters trouwens ook niet). Integendeel, ze zijn telkens weer aanwezig in voortijdigheid ... Het respect dat ze opbrengen voor elkaars tijdsbesteding is bewonderenswaardig. Het gaat natuurlijk niet vanzelf: de discipline die ze aan de dag leggen waarborgt efficiëntie en effectiviteit", merkte Marc Vermeulen.

2. De missie en de visie zijn door alle kloosterlingen gekend én worden uitgedragen
Voor veel medewerkers betekent de missie en de daarbij horende waarden van het bedrijf niets meer dan een mooi kader dat in de vergaderzalen hangt. Ze herinneren dit slechts vaag vanuit hun opleiding tijdens de introductie in het bedrijf, laat staan dat ze ernaar handelen.
In een abdij: "Kloosterlingen hebben een mantra, een slagzin die steeds weer terugkomt. Hét principe waar de kloosterlingen zich aan kunnen optrekken in momenten van twijfel en onzekerheid. Ze beluisteren en zingen psalmen. Ze dragen en beleven hun missie sinds eeuwen met een ongeziene trots."

3. Kloosterlingen (ver)oordelen niet
Als medewerker in een bedrijf hebben we soms wel eens een uitgesproken mening over collega’s, bazen, klanten of leveranciers. Vooroordelen op basis van (wan)prestaties, onvolledige informatie of afgunst ... We betrappen ons er allemaal wel eens op. Om nog maar te zwijgen van de opmerkingen over kleur, afkomst, taal of religie.
In een abdij: p>Kloosterlingen (ver)oordelen niet. In hun abdij is iedereen welkom ongeacht rang, stand, kleur of afkomst. Iedereen wordt met hetzelfde enthousiasme onthaald en uitgenodigd. De diversiteit van hun gemeenschap draagt bij tot het welslagen van hun gemeenschap."

4. Paters zijn vooral 50-plussers en zijn blijvend geëngageerd en gemotiveerd
Leidinggevenden in bedrijven beseffen nog te weinig de waarde van 50-plussers. Ze worden te snel opzijgezet. Ook 50-plussers zelf denken al gauw dat ze beter het schip verlaten.
In een abdij: "50-plussers worden in een abdijgemeenschap als jongelingen beschouwd. Wanneer je de gloed in hun ogen ziet, merk je zo hun meerwaarde voor hun gemeenschap. Ze worden gewaardeerd omwille van hun vinnigheid en verworven deskundigheid."

5. Kloosterlingen leren levenslang met volle overtuiging
Sommige werknemers beheren hun persoonlijke ontwikkeling onvolledig. Ze volgen zelden een opleiding of worden er nooit voor uitgenodigd door hun verantwoordelijke. Ze nemen de kansen niet om zich te vervolmaken, tenzij het opgelegd wordt door de ''baas''.
In een abdij: "Kloosterlingen stoppen nooit met oefenen en informatie op te doen. Zelfs toen we tussen de paters en zusters aten - terwijl een kloosterling van op een verhoog voorlas - merkten we dat zij zelfs dan nieuwe inzichten over heden, verleden en toekomst bleven opdoen."

6. Kloosterlingen werken samen naar een gemeenschappelijk resultaat
Veel teams zijn op zoek zijn naar een hechtere vorm van teamwork en een handig, zachtaardig model van samenwerking. Daarvoor organiseren ze lange, intensieve en vaak ook dure teambuildings met een kortstondig effect. Op lange termijn onthouden we enkel nog de heldhaftige activiteiten die we destijds ondernamen. Het achterliggend doel is dan al helemaal vervaagd.
In een abdij: "In de rust van een abdij heersen beproefde methodes van samenwerking tussen kloosterlingen. Tientallen jaren werken en leven ze intensief samen om bijdragen te leveren aan hun gemeenschappelijke doelen. Het is duidelijk wie welke verantwoordelijkheden draagt en iedereen respecteert die ook. Het geeft kracht om mensen in hun zelf gekozen engagementen bezig te zien en naar hun begeestering te luisteren."

7. Kloosterlingen zijn bescheiden
We verwachten soms van onze meerdere wat meer erkentelijkheid voor onze prestaties, los van het financiële aspect. Sommige bedrijven verkiezen daarom een medewerker van de maand of van het jaar.
In een abdij: "Wanneer je door de majestueuze gangen van een abdij of klooster loopt, voel je je vanzelf heel erg klein. Iedere kloosterling heeft zijn eigen opdracht binnen de gemeenschap en ze verwachten ook niet dat ze hierom geprezen worden. Ze blijven trouw aan hun eigen persoonlijkheid en gemaakte keuzes. Dat vinden ze voldoende."

23/12/2011

Hoe lang mag u op een betaling wachten … ?

… tot u niets meer mag verwachten!

U weet ook wel dat hoe langer u moet wachten op de betaling van een factuur, hoe minder kans u hebt dat de factuur ook effectief betaald wordt.

Afhankelijk van de sector is uw risico grote of kleiner en dus is het wel interessant te weten hoe dat voor u zit. Onthoud dit: Horeca, bouw, groothandel. Dit zijn de drie meest faillissementsgevoelige sectoren en dat ook in die volgorde.

Algemeen: na 3 maanden wachten op een onbetaalde factuur hebt u nog 75% kans dat er een betaling volgt. Na 6 maanden is dit gezakt tot 50% en na 12 maanden hebt u zelfs nog maar 10% kans.

Conclusie: Er is geen enkele, zelfs geen commerciële, om uw klanten niet snel na vervaldag aan te manen hun factuur te betalen. Meer nog, wacht niet onnodig lang om juridische stappen te nemen.

Inning

18/11/2011

Bedrijven stuk minder schokbestendig

Vandaag is één op vijf bedrijven verlieslatend, maar als er nog een schok komt zoals na 2008, worden het er drie op tien.

Op basis van de stresstest voor kmo’s die VKW Metena ontwikkelde, kan worden afgeleid dat onze bedrijven de afgelopen jaren veel minder schokbestendig zijn geworden. Waar vandaag ongeveer 20% van de bedrijven verlieslatend is (30.000 bedrijven), zou een nieuwe dip van de ordegrootte van 2008/2009 dat percentage opdrijven tot meer dan 30% (50.000 bedrijven). De berekeningen zijn gebaseerd op een bestand van 158.000 jaarrekeningen van 2010 van Trends Top.

Dat een nieuwe recessie zo zwaar zou toeslaan heeft ook te maken met het feit dat veel van de absorptiecapaciteit tijdens de Grote Recessie van 2008/2009 verloren gegaan is. Dankzij een beter 2010 kon een deel van de schade weliswaar worden hersteld, maar lang niet tot op een prerecessie niveau.
Vooral de marge voor verdere kostendalingen komt in het gedrang. In de vorige recessie kon men handig gebruik maken van allerlei overheidsmaatregelen om de kosten te beperken (tijdskredieten, economische werkloosheid, verloven,…).
Ook werden de voorraden sterk afgebouwd. Maar vandaag vallen die buffers grotendeels weg. Er zijn amper nog voorraden en budgettair gezien lijkt het onwaarschijnlijk dat de overheid die inspanningen van destijds zou kunnen herhalen. Ook neemt de arbeidskrapte besparingen op arbeid steeds meer in de tang.
Deze berekeningen houden dan nog geen rekening met begrotingsmaatregelen van de federale regeringsonderhandelaars die de lasten op de bedrijven nog zouden verhogen.

Indien de recessie volgend jaar weer even zwaar zou toeslaan als in 2008-2009, zouden de inkomsten uit de vennootschapsbelastingen teruglopen met maar liefst 2 miljard euro. Dergelijke cijfers plaatsen ook de discussies over de notionele intrestaftrek in een ander daglicht. Diezelfde intrestaftrek heeft er de afgelopen jaren voor gezorgd dat bedrijven hun eigen vermogen konden versterken. Het aantal bedrijven dat in een nieuwe recessie een negatief eigen vermogen laat optekenen, zou daardoor relatief beperkt stijgen van 15.380 naar 18.850. Maar ook hier zien we dat de buffers grotendeels werden opgebruikt.

Gelukkig konden de bedrijven hun zelffinancieringsgraad tijdens 2010 lichtjes opkrikken. Voor de gemiddelde Vlaamse kmo’s, bijvoorbeeld, steeg die graad van 20,6 naar 21,4%. Voor de grotere kmo’s (meer dan 50 mio euro omzet) ligt het gemiddelde wel een stuk lager (12,4%). In het algemeen konden de bedrijven de voorbije jaren de zelffinancieringsgraad opdrijven. Ze zien dit vooral als een middel om minder afhankelijk te worden van externe financiering. Daarbij hebben de bedrijven duidelijk geanticipeerd op de toenemende kredietschaarste ten gevolge van hogere kapitaalvereisten voor financiële instellingen.

18/11/2011

Slecht betalingsgedrag kan verholpen worden met Europees betalingsbevel

Graydon, de onafhankelijke bron van handelsinformatie, deelt ons mee dat het Belgisch bedrijfsleven blijvend hoge aantallen facturen veel te laat (dit is: meer dan 90 dagen na vervaldatum) of niet meer worden betaald. Met betrekking tot het derde kwartaal 2011 stelt Graydon vast dat 12,07% van alle facturen binnen het Belgische bedrijfsleven met meer dan 90 dagen vertraging of zelfs niet meer wordt gehonoreerd. Hier moet tegen opgetreden worden. Laat de belangenverenigingen binnen het bedrijfsleven stappen ondernemen om onze politici onder druk te zetten. Het zal nodig zijn.

Wanbetalingen zijn in vele opzichten een structureel probleem geworden die dus ook een structurele oplossing nodig hebben. Het betalingsbevel – een procedure die schuldeisers toelaat om sneller en vlotter hun centen ten zien – moet daarom dringend opnieuw op de (Europese) agenda geplaatst worden. Een politieke beslissing hierover was zo goed als rond, net voor de val van de federale regering in april 2010.

Vijf minuten politieke moed gevraagd

Christine Mattheeuws, voorzitter Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen: “Het komt er nu op aan dat dossier opnieuw boven te halen, af te stoffen en erover te stemmen, samen met de implementatie van een Europese richtlijn uit oktober 2010n die voorziet in een maximale betalingstermijn van 60 dagen. We kunnen niet langer blijven toekijken naar de abominabele cijfers over het betaalgedrag en de erg pijnlijk gevolgen van wanbetalingen. Uit alle mogelijke onderzoeken blijkt het een constante te zijn dat minstens 3 op de 10 facturen niet tijdig worden betaald. Berichtgeving hierover mag ons niet doen indommelen, maar aanzetten tot concrete en structurele acties, te beginnen met het betalingsbevel, een dossier dat politiek gezien in een vergevorderd stadium zit.” De Senaat heeft het wetsvoorstel over het betalingsbevel immers al goedgekeurd. Door de val van de federale regering in april 2010 verdween het echter van tafel. De nieuwe federale regering lijkt nu stilaan in de steigers te staan, maar toch vraagt NSZ dat het federaal parlement zich hier nu al over buigt. Dat is technisch perfect mogelijk. NSZ roept daarom alle parlementsleden op om dit opnieuw ingediende dossier snel te behandelen en goed te keuren. Het is een belangrijke stap om meer rechtvaardigheid te krijgen in ons economisch beleid. Heel wat bedrijven, en vooral diegene die niet over voldoende reserves beschikken, hebben erg te lijden onder wanbetalers. Wanbetalingen kunnen de liquiditeit ernstig aantasten en vormen nog steeds een van de voornaamste oorzaken bij faillissementen. Vermits volgens Graydon 35 procent van de facturen nog steeds niet tijdig betaald wordt en het aantal facturen dat ruimschoots te laat of zelfs niet meer betaald wordt, erg hoog blijft, zullen die problemen alleen maar erger worden.

Wat is het betalingsbevel?

Het betalingsbevel is een procedure waarbij schuldeisers makkelijker aan hun geld geraken door een eenzijdig verzoekschrift naar de rechter te sturen. Nu denken heel wat schuldenaars dat de eisende partij toch niet naar de rechtbank stapt omdat het te kostelijk is en men vaak vertrokken is voor maanden, zelfs jaren gerechtelijke procedure. Gevolg: heel wat ondernemingen fungeren daardoor als banken.

Het betalingsbevel moet daar korte metten mee maken en bestaat trouwens reeds voor grensoverschrijdende facturen. Het is dus echt niet normaal dat ondernemers op dit moment beter af zijn met een buitenlandse schuldenaar dan met een Belgische.

18/11/2011

Kwart meer bedrijfsfacturen te laat betaald dan jaar geleden

Ondanks een lichte verbetering ten opzichte van de twee voorgaande kwartalen, bleven de Belgische ondernemingen elkaar tijdens het derde kwartaal op een bedroevende wijze betalen. Tegenover het derde kwartaal van 2010 waren er een kwart meer wanbetalingen. Dat blijkt vrijdag uit de betaalindex van handelsinformatiekantoor Graydon.

Bij het afsluiten van het derde kwartaal van dit jaar blijkt dat 65 procent van de facturen die de Belgische bedrijven elkaar toezenden tijdig betaald wordt. Ruim 12 procent van alle facturen binnen het Belgische bedrijfsleven werd pas meer dan negentig dagen na vervaldatum of helemaal niet betaald. Het gaat om een stijging met een kwart van het aantal wanbetalingen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.

De bedrijven met zetel in het Brusselse Gewest bleken in het derde kwartaal de beste betalers, met 66,82 procent van de Brusselse bedrijven die hun facturen binnen de afgesproken termijnen betaalden. De bedrijven in het Vlaamse Gewest betaalden hun facturen in 65,97 procent van de gevallen binnen de afgesproken vervaltermijn, die in het Waalse Gewest in 60,81 procent van de gevallen.

Wat het betalingsgedrag van de overheden betreft, blijken de provinciale overheden de allerslechtste betalers, met slechts 55 procent op tijd betaalde facturen en maar liefst een derde van de facturen die meer dan negentig dagen na vervaldatum betaald worden. De federale overheid scoort veel beter, met 81 procent van de facturen die tijdig betaald worden. De gemeenschappen en gewesten betaalden tijdens het derde trimester dan weer 65 procent van de facturen op tijd.

18/11/2011

Creditmanager is een commerciële functie!

Toch wel. Hoewel deze persoon steevast een plaats krijgt op de financiële afdeling maakt hij/zij toch deel uit van de commerciële afdeling

De credit manager degraderen tot iemand die de klanten belt en communiceert met de advocaat is niet meer van deze tijd.

De taken van de creditmanager zijn breder. Toch merk je in de praktijk vaak een spanningsveld tussen de creditmanager en de verkoper. Terwijl de eerste de stelling inneemt dat meer orders oké is zolang deze ook vlekkeloos betaald worden, zal de tweede de inningprocedure als hinderlijk bestempelen.

Daarom dient men over te gaan naar ‘integrated creditmanagment’. Zaken doen EN financieel ‘zo veilig mogelijk’ werken. Met andere woorden het gaat om het evenwicht tussen financieel risico en commercieel risico. Geen van beiden mogen in een moderne omgeving overheersen.

Gevolg: De creditmanager is een schakelstuk tussen de financiële en commerciële belangen!

Waar uit zich dat dan het sterkst? Als we een commerciële invulling willen geven aan de creditmanager dan betekent dit concreet dat hij mee de prospecten van de commerciële screent. Hierdoor kan deze laatste zich focussen op stabiele en rendabele klanten en verliest hij geen tijd met het bezoeken van klanten die hun rekeningen uiteindelijk toch niet kunnen/zullen betalen!

Conclusie: De moderne creditmanager heeft naast een curatieve functie ook een preventieve functie en die start reeds bij de prospectie van de commerciëlen.

20/10/2011

Starters kiezen vaak faillissementsgevoelige sector

Wie een nieuwe zaak start, kiest vaak voor een faillissementsgevoelige sector. Dat blijkt uit cijfers van Coface die het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen opvroeg.

Tot eind september werden in 2011 al 53.641 nieuwe ondernemingen opgericht in ons land. Daarmee blijft het aantal starters op hetzelfde niveau dan in 2009 (52.779 starters tijdens eerste negen maanden) en 2010 (52.820 starters tijdens eerste negen maanden), twee crisisjaren die gekenmerkt werden door een eerder laag aantal starters.

De populairste sectoren om als ondernemer in te starten blijven de zakelijke dienstverlening (8295 starters tijdens de eerste drie kwartalen van 2011), de bouw (5595 starters), de kleinhandel (5206 starters), de horeca (3265 starters) en de groothandel (3009 starters). Opvallend is dat het hier vaak gaat om faillissementsgevoelige sectoren.

De meeste starters komen uit de provincie Antwerpen, gevolgd door Brussel, Oost- en West-Vlaanderen en Henegouwen. "Beginnende ondernemers zouden daar toch rekening mee moeten houden. In deze sectoren heerst er vaak een bikkelharde overlevingsstrijd", aldus nog Mattheeuws.

De meeste starters zijn in de provincie Antwerpen (16,6%) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (14,2%) gevestigd, gevolgd door Oost-Vlaanderen (12,2%), West-Vlaanderen (10,2%), Henegouwen (9%), Vlaams-Brabant (8,9%), Luik (8,5%), Limburg (7,6%), Waals-Brabant (4,2%), Namen (3,8%) en Luxemburg (2%).

20/10/2011

Bedrijven geven te makkelijk krediet

Bert Bruning, directeur van Atradius Nederland, zegt het bij herhaling: "Heel veel bedrijven realiseren zich onvoldoende welke risico's ze lopen als ze hun afnemers krediet geven."

En Bruning kan het weten. Het internationaal opererende Atradius krijgt, zeker sinds het begin van de kredietcrisis, veelvuldig te maken met bedrijven die te lichtvoetig omgaan met kredietverstrekking. "Betalingstermijn van dertig of zestig dagen zijn tegenwoordig heel gebruikelijk", weet Bruning. "Zelfs negentig dagen of langer. En veel bedrijven, zowel in binnen- als buitenland, komen daardoor in de problemen."

Kredietverzekering ‘vanzelfsprekend'

Atradius helpt die problemen op te lossen, maar ook en vooral om ze te voorkomen. "Kredietverzekering en incasso zijn onze hoofdproducten. Wij verzekeren bedrijven voor het risico van non-betaling van hun debiteuren. Dat doen we wereldwijd, in zo'n veertig landen. Datzelfde geldt voor de incasso.

Nog steeds meer aandacht voor machines en gebouwen dan debiteuren.

Uit de balansen blijkt dat in steeds meer bedrijven niet het personeel, het machinepark of de gebouwen de grootste post vormen, maar de debiteuren: de openstaande rekeningen. Bruning: "Ik kom veel bedrijven tegen die ontzettend gericht zijn op sales, zonder in te kunnen schatten of de verkochte producten uiteindelijk ook betaald worden. Ze zijn apetrots op hun product en dat is een goede zaak, want je kunt alleen succesvol zijn als je een goed product hebt. Maar uiteindelijk doe je pas succesvol zaken als de rekening betaald wordt." Slechts 1 op de 20 bedrijven in Nederland heeft een kredietverzekering.

Zo hoog mogelijke dekking

Het groter wordend risico van wanbetaling is inherent aan de (negatieve) ontwikkeling van de economie. Atradius zag vanaf 2008 haar schadeuitkeringen flink in aantal en omvang toenemen. Bruning: "Natuurlijk maakt ons bedrijf de nodige schommelingen mee als gevolg van de economische crisis van dit moment. De risico's zijn nu eenmaal hoger dan voorheen. Mondiaal, maar ook op branche-niveau, neem bijvoorbeeld de Nederlandse bouwsector, en op het niveau van individuele bedrijven. Als kredietverzekeraar keren we in economisch slechte tijden veel uit. Daardoor hebben wij in 2008 en 2009 zelfs verlies geleden. Maar dat is inherent aan onze taak."

Uiteraard stelt een internationaal opererend bedrijf als Atradius haar eigen strategie af op de mondiale crisis. Bruning: "De crisis in de eurozone kan een behoorlijke impact hebben op de groei. Ook de Amerikaanse economie, de onrust in het Midden-Oosten en de situatie in Japan, kunnen onze uitkomsten beïnvloeden. Toch gaan we uit van een gematigde economische groei in de komende jaren. Met die prognose richten we onze bedrijfsvoering in en proberen we de betalingsrisico's van onze klanten een zo hoog mogelijke dekking te geven. Daarmee houden we bedrijven op de been en dragen we een klein steentje bij aan het stoppen van de economische neergang."

20/10/2011

Familieleden betalen lening slechter terug

Geld dat wordt uitgeleend aan familieleden wordt minder vaak terugbetaald. Het aantal vorderingen dat openstaat aan familieleden steeg het afgelopen half jaar met 9% ten opzichte van het half jaar daarvoor. Dit blijkt uit een onderzoek van Verkoopjevordering.nl

In de periode van september 2010 tot en met februari 2011 werden 249 particulieren geregistreerd die hun vordering op een familielid wilden verkopen. In de periode maart tot en met augustus van dit jaar bedroeg dat aantal 271. Het gemiddelde bedrag dat familieleden aan elkaar leenden bedroeg 2400 euro. Uit het onderzoek blijkt dat het geld met name wordt geleend voor de start van een eigen bedrijf. Indien vorderingen na 4 jaar niet zijn geïnd, wordt weinig meer ondernomen om het geld alsnog te incasseren.

Ook blijkt dat familieleden onderling minder snel naar een incassobedrijf stappen. 
Slechts 27% schakelde een incassobureau in om betaling af te dwingen, 13% stapte naar de rechter. Het grootste deel van de schuldeisers trachtte de zaak minnelijk te schikken. "Vanwege de familiesolidariteit hebben familieleden meer geduld bij het innen van hun vordering en zijn ze bij vergeefse incassopogingen sneller geneigd de openstaande vordering uit hun geheugen te schrappen", aldus het platform.

20/10/2011

Een factuur protesteren via e-mail, is dat rechtsgeldig?

Op een gegeven moment ontvangt u een factuur van een leverancier maar u bent niet akkoord met de inhoud. U beslist dus de factuur te protesteren. Hoe doet u dat? Moet dat per aangetekend schrijven of is en e-mail voldoende? Wat zegt de rechter hierover?

Een factuur protesteren! U weet dat indien u een factuur ontvangt u die binnen een redelijke termijn dient te protesteren. Welke termijn dat is, hangt enerzijds af van de termijn die de leverancier in de voorwaarden oplegt. Anderzijds speelt hier ook de redelijkheid. Zo moet u niet proberen een factuur voor verse voedingswaren proberen nog te protesteren na 3 weken terwijl dat voor een bijv. foutieve eenheidsprijs wel nog zal gaan

Maar hoe doet u dat? Als u regelmatig zaken doet met deze leverancier kan een telefoon volstaan. Als mist u daar wel alle bewijskracht. U laat het daar dus best niet bij en bevestigt dit best schriftelijk

Tip: Een aangetekend schrijven is natuurlijk het meest zekere…

En via e-mail? Een collega was het niet eens met de factuur van zijn drukker met wie hij al jaren samenwerkte. De levering was niet conform met hetgeen hij besteld had. Gedurende lange tijd vernam hij niets van zijn drukker tot die hem na enkele jaren plots dagvaardde Uw collega haalde voor de rechtbank zijn e-mail naar boven om te bewijzen dat hij wel degelijk geprotesteerd had. Ook al vergat hij dit zogezegd via een aangetekend schrijven te doen…

En ja, dat werkte! De rechter aanvaardde dit protest dat uw collega via e-mail verstuurd had (Rechtbank van Koophandel 01.09.2009) De redenering was dat de e-mail in dergelijke relatie voldoende was.

Dus voortaan enkel e-mail? Helaas, liever niet. Over het algemeen neemt u best het zekere voor het onzekere, vooral als het om grote bedragen gaat. Een aangetekend schrijven daarbij is dus nog steeds de meest zekere manier om een factuur te protesteren.

En een e-mail dan? Als u protesteert via e-mail vraag dan steeds om een leesbevestiging. Om u te beschermen tegen een crash van een harde schijf dient u dan wel de e-mail en leesbevestiging af te drukken.

Tip: Met beide documenten staat u natuurlijk wel erg sterk voor de rechtbank…

Een reactie op uw e-mail… Krijgt u geen leesbevestiging maar wel een antwoord op uw mail dan telt dit evenzeer als een ontvangstbevestiging natuurlijk. Ook dit wordt als bewijs gezien van een geldig protest al staat er zelfs geen handtekening onder.

En zijn er beperkingen? Toch wel, stel dat uw leverancier in zijn algemene voorwaarden uitdrukkelijk vermeld dat het protest per aangetekend schrijven de enige wijze is ‘met uitsluiting van alle andere’. Indien u in dit geval anders protesteert, loopt u wel degelijk kans dat de rechter dit niet aanvaardt.

 

27/09/2011

KMO laat kansen debiteurenbeheer liggen

Ondernemers kunnen veel meer doen aan te laat of niet betalende klanten. Dankzij business intelligence is zoveel informatie voorhanden, dat goed debiteurenbeheer bij alle bedrijven mogelijk is, ook bij het KMO. Betere benutting van kennis verkleint niet alleen de kans op non-betaling of het niet op tijd betaald krijgen van rekeningen. Het is essentieel voor alle bedrijfsprocessen. Dat stelt Bervin Janssen, voorzitter van het Verbond van Credit Management Bedrijven (VCMB).

Uit onderzoek van PwC bleek onlangs dat 475 miljard euro vastzit in werkkapitaal bij Europese bedrijven, onder andere door slecht debiteurenbeheer. "Met name KMO'ers klagen veel over te laat of niet betalende opdrachtgevers," zegt Janssen. "Hoewel de klachten vaak terecht zijn, kunnen zij daar wel degelijk zelf iets aan doen."

Volgens Janssen is dankzij de opkomst van business intelligence, waarbij gegevens slim worden omgezet in kennis, tegenwoordig zoveel informatie aanwezig dat goed debiteurenbeheer nu bij alle bedrijven mogelijk is. Voorheen werd business intelligence vooral toegepast bij grote organisaties. Door de ontwikkeling van deze systemen zijn ze nu binnen handbereik gekomen van alle ondernemers. "De afweging die ondernemers daarbij moeten maken is of ze deze informatie zelf verzamelen, of deze inkopen via derden," aldus Janssen.

Financiële risico's

De input voor business intelligence, zoals gegevens over non-betaling, is afkomstig uit de praktijk van debiteurenmanagement. Ondernemers kunnen door middel van business intelligence het betaalgedrag en betaalrisico's van klanten goed in kaart brengen. Verder is het mogelijk de verhaalbaarheid van vorderingen in te schatten, om zo het kostenrisico van gerechtelijke incasso te verkleinen. Dankzij beter credit management hoeven ondernemers minder snel (dure) overbruggingskredieten af te sluiten, vergroten ze de waarde van hun bedrijf en verbeteren ze hun risicoprofiel, wat weer effect kan hebben op verzekeringspremies.

"Leveren we wel of niet, en zo ja, onder welke condities? Gestructureerde informatie helpt ondernemers bij deze vragen," zegt Janssen. "Hiervoor is niet alleen financiële kennis nodig, maar moet ook naar kwalitatieve factoren worden gekeken. Achter elk cijfer zit immers gedrag. Business intelligence wordt steeds belangrijker in credit management."

Verbetering bedrijfsproces

Goed debiteurenbeheer met behulp van business intelligence levert ondernemers door de betere inzichten minder financiële risico op. De kennis die ondernemers opdoen dankzij gestructureerd debiteurenbeheer, kunnen zij bovendien gebruiken om intelligenter zaken te doen. Bijvoorbeeld door de salesfocus te leggen op goed betalende sectoren, of door al in contractonderhandelingen goede afspraken te maken over betalingen. Janssen: "Met de juiste informatie kunnen ondernemers het hele bedrijfsproces verbeteren."

27/09/2011

Belgische bedrijven betalen slechter dan ooit

Nog slechts zes op tien van de facturen tussen Belgische bedrijven worden tijdig betaald. Bijna één op zeven facturen wordt slechts na meer dan 90 dagen na vervaldatum of zelfs nooit betaald.

De betalingsmoraliteit van de bedrijven blijft achteruit gaan. "Ook het aantal facturen dat véél te laat wordt betaald (meer dan 90 dagen na vervaldatum) of niet meer betaald wordt, stijgt naar een record van 14,32%," zo stelt Eric Van den Broele van Graydon Belgium vast. Op dit ogenblik wordt bijna één factuur op zeven méér dan 90 dagen na vervaldatum of niet meer betaald. "Zelfs tijdens het derde kwartaal van 2009, in volle crisis, was het niet zo erg," aldus Van den Broele.

De betaalachterstand is het grootst bij bedrijven die het dichtst bij de consument en de dienstverlening staan: horeca, verhuur en lease van consumentenartikelen, verhuur en exploitatie van onroerend goed, … Ook de organisatoren van allerhande congressen en beurzen en de ‘administratieve en ondersteunende activiteiten ten behoeve van kantoren en zakelijke activiteiten’ houden de knip angstvallig op de beurs. Deze recente tendens geldt voor ’s lands drie gewesten.

Niet alle sectoren doen het slecht. Zo doen met name de Federale Overheidsdiensten (FOD's) het steeds beter. Dat geldt helaas niet voor provincies en gemeenten.

Globaal genomen verslechtert het betaalgedrag in het vierde kwartaal 2010. Na een aanvankelijke verbetering en elementen die begin dit jaar wezen op een economische revival, kan dit verrassen, zo bedenkt Van den Broele. "Reeds in het eerste trimester bleek nochtans uit onze vele gesprekken met financieel verantwoordelijken en creditmanagers dat de betalingsmoraal de toen nog opwaartse economische trend niet volgde. De verdere en spectaculaire neergang toont aan dat enerzijds vele bedrijven weinig vertrouwen in de toekomst hebben en dat een andere, beperkte maar groeiende groep ondernemingen  met acute cashproblemen wordt geconfronteerd."

Van den Broele vreest voor een nu snel aangroeiende groep ondernemingen die op droog zaad zitten. "Reeds eerder meldden we dat de liquide reserves van heel wat KMO-ondernemingen in ons land een uitputtingsniveau bereikten." De verschaffer van bedrijfsinformatie ziet nieuwe crisiselementen "die de reserves van de bedrijven verder uitputten."

Binnen onze KMO-wereld worden de productie- en verkoopvolumes van voor de crisis nog niet gehaald, terwijl de kosten in vele gevallen niet in verhouding zijn aangepast.

"De inflatieopstoot die zich in het bijzonder laat gevoelen op niveau van de grondstoffen, kan niet of te weinig worden doorgerekend: inflatie blijkt in eerste instantie een importproduct. De voorraden die de afgelopen maanden terug werden opgebouwd, renderen niet. Bovendien wordt de consument sedert enkele maanden geconfronteerd met scherpe stijgingen van de prijzen van consumptiegoederen en energie," aldus Eric Van den Broele.

27/09/2011

NSZ eist snelle goedkeuring betalingsbevel.

Het Neutraal Syndicaat voor de Zelfstandigen eist een snelle goedkeuring van het betalingsbevel. Daarbij kan een bedrijf via een eenzijdig verzoekschrift aan de rechtbank een betaling afdwingen. Het grote voordeel voor de schuldeiser is dat hij nu niet meer op een datum hoeft te wachten waarop het dossier dient gepleit te worden.

Uiteraard heeft de schuldenaar nog steeds de mogelijkheid om zich te verweren, al dient hij dit te doen binnen de 30 dagen. Indien hij niet reageert binnen die periode wordt het vonnis definitief en uitvoerbaar.

Het bestaat al voor buitenlandse facturen, maar niet voor binnenlandse. ‘Het is niet normaal dat ondernemers op dit moment beter af zijn met een buitenlandse schuldenaar dan met een Belgische’ klinkt het.

Het wetsvoorstel werd al door de Senaat goedgekeurd, maar door de val van de regering in 2010 werd het weer in de kast gestopt. Het NSZ vraagt nu dat het parlement het voorstel verder afhandelt wanneer het terugkeert uit zomerreces.

‘We kunnen niet langer lijdzaam toekijken bij de abominabele cijfers en de erg pijnlijke gevolgen van wanbetalingen voor de bedrijven’ zegt voorzitster Christine Mattheeuws.

27/09/2011

Laattijdige betalers: Pak de telefoon vast!

Klanten ertoe bewegen om uw factuur te betalen lijkt eenvoudig. Stuur ze vanuit uw boekhoudpakket een automatische aanmaning. Vroeger per brief, tegenwoordig ook al per mail. Een druk op de knop volstaat!

En de reactie? Helaas, hoe meer geautomatiseerd, hoe minder reactie (zeg maar, betaling) u krijgt. Klanten voelen nu eenmaal erg makkelijk aan of u ook echt aandacht hebt besteed aan hun specifieke factuur. Van het moment dat ze natuurlijk zien dat het standaard is gegenereerd uit een systeem en het bijgevolg anoniem is, volgt een zeer lauwe reactie.

De praktijk: Uit een studie is gebleken dat amper 38% reageert op een schriftelijke aanmaning terwijl 70% betaalt na een telefoon.

Iets op papier…: Vaak denkt men dat er toch ‘iets op papier’ moet verstuurd worden, “een telefoon heeft toch geen bewijskracht”.
Inderdaad, het is moeilijk te bewijzen dat er een telefoongesprek heeft plaatsgevonden, laat staan wat er gezegd werd. Echter ditzelfde probleem is er met een gewone brief. Als de klant beweert niets ontvangen te hebben, is er nog steeds geen bewijs.
Wil u dus een bewijs dient u de brief ‘aangetekend’ te versturen. Maar dat is direct hard en er zijn ook nog extra kosten aan verbonden.

Reactie meten: Als u uw klant belt, krijgt u onmiddellijk zijn reactie. Afhankelijk daarvan weet u vaak al of de factuur snel betaald zal worden. Daarenboven kan u hieruit ook een commercieel voordeel halen, een klein probleem vertelt men makkelijker aan telefoon dan het neer te schrijven in een brief.

Maak dus tijd om klanten telefonisch te contacteren, u zal zien dat dit op termijn de beste resultaten oplevert.

23/08/2011

Geen jaarrekening verhoogt kans op failliet

Er bestaat een duidelijke correlatie tussen faillissementen en het ontbreken van een jaarrekening.

Het handelsinformatiebedrijf Dun & Bradstreet nam een staal van meer dan 82.000 Belgische ondernemingen en onderzocht de status van hun jaarrekeningen. 2,6 procent van de onderzochte ondernemingen met een jaarrekening ouder dan 18 maanden (van de datum van neerlegging) ging binnen de twee jaar over de kop.
Voor ondernemingen met een jaarrekening ouder dan drie jaar liep het percentage falingen op tot 6,8 procent en bedrijven met een jaarrekening meer dan drie jaar kenden zelfs een falingspercentage van 12,4 procent.
“Er bestaat dus een duidelijke link tussen het ontbreken van een recente jaarrekening en een eventuele faling”, zegt Dun & Bradstreet. “Als we merken dat de jaarrekening van een onderneming twee jaar oud is, krijgt deze onderneming van ons een dalende „faillissementsscore‟. Als we vaststellen dat de jaarrekening drie jaar oud is, geven we deze onderneming zelfs automatisch een verhoogd risicoprofiel.

We raden bedrijven die zaken doen met zo’n onderneming dan ook aan gepaste maatregelen te nemen.
Als je dan bedenkt dat de Europese commissie de jaarrekeningplicht wilde afschaffen voor geheel Europa, kan je je voorstellen wat de gevolgen zouden zijn. Gelukkig is er nu toch een akkoord in België om het niet af te schaffen maar wel te versoepelen.

23/08/2011

Beste baas is ... een verslaafde!

Niet alleen drugsverslaafden en topsporters zijn verslaafd aan dopamine, ook de ondernemersgeest van menig visionair leider hunkert naar dit genotshormoon. Het is daarom dat ze zo kicken op het nemen van risico’s.
Een topsporter krijgt na het behalen van een topprestatie een geweldig deugddoend gevoel, een verslaafde voelt zich na een shot in de zevende hemel, en een ondernemer krijgt na een geslaagde deal ook een kick, bovenop het extra geld in het laatje ... Dat smaakt uiteraard naar meer, en liefst zo snel mogelijk.

Op zoek naar genot!
Leiders en ondernemers zijn vaak mensen met een onweerstaanbare drang naar het nog onbereikte. Genot is in deze context het sleutelwoord. Of beter gezegd de sleutelmotivator, of de superbeloner. Bij leiders ontwaren we vaak dezelfde persoonlijkheidstrekken als bij alcohol-, drugs- of seksverslaafden.
Cruciaal hiervoor is de aanmaak van het genotshormoon dopamine. Het is algemeen geweten dat bijvoorbeeld hardlopen verslavend kan zijn. Dit komt omdat het lichaam tijdens het lopen een cocktail van drugs produceert: pijnstillers, het antidepressivum serotonine, adrenaline en niet in het minst dopamine. Dat laatste wordt ook tijdens een orgasme geproduceerd, en ook tijdens het innemen van drugs gaat ons brein dopamine aanmaken. Bij de zoektocht naar onzekere en onvoorspelbare beloningen wordt ons genotshormoon eveneens in gang gezet, dat zien we bijvoorbeeld bij gokkers op de paardenrennen.

Succesvol ondernemer ondanks of dankzij verslaving?
Hoe komt het dan dat niet iedereen na de eerste kick verslaafd wordt of spontaan een ondernemersgeest ontwikkelt? Onderzoek heeft aangetoond dat sommige mensen over bepaalde genetische varianten beschikken die het dopaminesignaal in het genotcircuit onderdrukken, waardoor zij steeds meer stimuli nodig hebben om dezelfde genotservaring te kunnen krijgen. Bij hen dreigt het wel eens problematisch te worden.
De meeste andere mensen hebben minder stimuli nodig om eenzelfde genotsniveau te bereiken. Volgens wetenschappers blijven slechts enkelen zich het gelukzalige moment herinneren waarop de dopamine vrijkomt in de hersenen. Dat zijn de echte entrepreneurs. Altijd op zoek naar het volgende shot.

Nooit tevreden.
Niet enkel een verminderde dopaminefunctie is dus een pluspunt als je een succesvolle ondernemer wil worden. Meestal zorgen daarnaast bepaalde chemische- en breineigenschappen ervoor dat een succesvolle baas ook nog eens beschikt over de nodige intelligentie, creativiteit, wijsheid, charisma, de drang om te slagen, de honger naar innovatie, de hunker naar steeds groter succes en bovenal … dat hij nooit tevreden is!

23/08/2011

Vier augustus is 'Tax Freedom Day'

De ‘Tax Freedom Day’ voor Belgische bedienden, de dag waarop de gemiddelde Belgische bediende niet langer belastingen betaalt en dus voor eigen rekening begint te werken, valt dit jaar op 4 augustus. Dat blijkt uit een studie van het Institut Économique Molinari op basis van berekeningen van consultancybedrijf Ernst & Young.

De studie toont aan dat de Belgische bedienden het meest belast worden van alle bedienden in de Europese Unie. In juni berekende consultancybedrijf PwC Tax Freedom Day voor de gemiddelde Belg nog op 10 juni. Voor bedienden valt die dag dus bijna twee maanden later.
Ter vergelijking: Tax Freedom Day voor Cypriotische bedienden valt op 13 maart. Daarmee zijn de Cypriotische bedienden de minst belaste in de EU.

Uit de studie blijkt dat voor iedere euro die een Belgische bediende betaald krijgt, zijn bedrijf 1,43 euro aan de staat moet geven. "Om competitief te blijven moet België kiezen: ofwel de bedienden minder betalen, ofwel minder aan de regering geven", oordeelt het Institut Molinari in Parijs.

De Tax Freedom Day voor bedienden komt een dag later dan vorig jaar. Toen begon de Belgische bediende op 3 augustus voor eigen rekening te werken.

23/08/2011

Zoomit-facturen & de BTW...

Steeds vaker ziet u dat facturen online beschikbaar zijn via de gratis Zoomit-functie van uw pc-bankingprogramma. En wat zegt de BTW daarover?

Klik en het is betaald. Dat is in een paar woorden inderdaad waar Zoomit voor staat. In tegenstelling tot een klassieke pc-banking is de overschrijving bij een online Zoomit-factuur reeds direct volledig ingevuld. U hoeft alleen maar de betaling te bevestigen.
Uiteraard is een domiciliëring nog iets anders. U dient nog steeds zelf de betaling te bevestigen terwijl bij een domiciliëring de leverancier zelf het geld van uw rekening mag halen.

Praktisch: Enkel de aangesloten bedrijven bij ‘Zoomit’ kunnen dit uitvoeren. M.a.w. de leveranciers versturen hun facturen digitaal via Zoomit en die dienst zorgt ervoor dat deze facturen in uw pc-bankingprogramma terechtkomen.

Op papier: Neen, die krijgt u niet. Zodra u de Zoomit-functie aanvaardt, zal er u geen papieren versie meer toegestuurd worden. Blijft u evenwel de facturen van die bepaalde leverancier betalen op de klassieke manier dan activeert u de Zoomit-functie niet en zal uw leverancier u blijvend een papieren versie sturen.

En de BTW-aftrek? Zo’n online factuur is nog steeds in orde voor BTW-aftrek. Een Zoomit-factuur bevat nog steeds alle verplichte vermeldingen die nodig zijn om recht te hebben op de BTW-aftrek.

Hoe kan ik die facturen dan bewaren? U dient ze voor de BTW ook online te bewaren. Facturen mogen perfect online of elektronisch verzonden worden maar ze moeten dan wel in die vorm bewaard worden. Enkel de afgeprinte versie voorleggen bij een BTW-controle is NIET voldoende!

19/07/2011

Beduidend minder faillissementen in juni, toch blijft het eerste semester recordhouder

Na een bijzonder zware meimaand vallen de junicijfers inzake faillissementen beduidend beter: ‘slechts’ 901 bedrijven legden de boeken neer, 8,4% minder dan tijdens de junimaand van 2010. We moeten tot juni 2007 terug om voor de junimaand, toen telden we 730 faillissementsuitspraken, betere cijfers te noteren.

Toch blijft het eerste semester van dit jaar geboekstaafd als dat eerste halfjaar met het hoogste aantal faillissementen ooit. Inderdaad, de eerste zes maanden van dit jaar noteerden we 5.403 bedrijven die de boeken neerlegden, nog altijd 2,27 % méér dan over dezelfde periode verleden jaar (toen ook een absoluut record).

Op niveau van het Vlaamse Gewest echter daalt het aantal faillissementen met -2,97%.

De komende maanden verwachten we een verdere jojobeweging: soms wat meer, soms wat minder faillissementen, op langere termijn gekoppeld aan een stagnatie van het aantal faillissementen op een blijvend hoog aantal.

In vergelijking met de eerste jaarhelft van 2010 vallen er nu -13% minder jobs weg. Deze tendens is zowel in Vlaanderen (-12%) als Wallonië (-16%) een feit.

Vooral binnen de deelsector ‘Posterijen en koeriers’ noteren we naar verhouding pieken. Hier zagen we de eerste zes maanden van dit jaar al één faillissement per 46 actieve ondernemingen. Binnen de horeca is het vooral binnen de populatie van de eet-en drinkgelegenheden (dus niet de accommodatieverschaffers) waar moeilijkheden opduiken. Hier ging er de eerste zes maanden van dit jaar één bedrijf over de kop per 55 actieve ondernemingen. Verder noteren we stijgingen van het aantal faillissementen binnen de kleinhandel en de bouwnijverheid.

19/07/2011

Meer aandacht voor klanten

Klanten zijn cruciaal voor het voortbestaan van een onderneming. Binnen vrijwel iedere organisatie wordt hard gewerkt aan het verbeteren van de klantrelaties. Ook de credit manager is begaan met zijn klanten, zo blijkt uit de 11e Credit Management Trendmeter van OnGuard. Desondanks hebben de meeste Credit Management afdelingen nog geen richtlijnen opgesteld met betrekking tot klanttevredenheid.

De meeste credit managers hechten belang aan een goede klantrelatie. Immers een goede relatie met de klant draagt bij een hoge klanttevredenheid en een lagere DSO. De helft van de credit managers geeft zelfs aan dat klantbehoud belangrijker is dan een goed DSO.

Desondanks schenkt de credit manager te weinig aandacht aan relatiebeheer, zegt 42%. Hoewel de afdeling Credit Managent dagelijks in contact is met klanten, ligt de nadruk van het gesprek meer op het betaald krijgen van facturen dan op het versterken van de klantrelatie. Slechts 3 op de 10 credit managers heeft richtlijnen opgesteld over klanttevredenheid.

Delen van informatie

Social media kan goed ingezet worden om de relatie met de klanten te versterken. Meer dan de helft van de credit managers verwacht tevens dat social media in de toekomst wordt ingezet voor het aanmanen van debiteuren.

Ook het beschikbaar stellen van klanteninformatie binnen de organisatie wordt steeds belangrijker. Nagenoeg alle credit managers geven te kennen dat hun afdeling klantinformatie deelt met de rest van de organisatie (94%). Echter weinig credit managers maken hierbij gebruik van een automatische koppeling tussen het CRM systeem (Customer Relationship Management System) en de credit management software.

Over de Credit Management Trendmeter

De Credit Management Trendmeter is een onderzoek dat twee keer per jaar de trends en ontwikkelingen op het gebied van credit management in kaart brengt. De Credit Management Trendmeter wordt door onafhankelijk onderzoeksbureau Blauw Research uitgevoerd in opdracht van OnGuard.

19/07/2011

Ik ben een (spectaculair) mooie vrouw van 25

'Ik ben een mooie vrouw van 25 (spectaculair mooi zelfs). Ik ben welbespraakt en heb klasse. Ik ben niet van New York. Ik wil trouwen met een man die minimaal een half miljoen dollar per jaar verdient. Ik weet dat dit wat hol klinkt, maar een miljoen per jaar is middenklasse in New York, dus ik denk niet dat ik overdrijf.

Zitten er kerels die 500.000 dollar of meer maken op deze site? Of vrouwen die me tips kunnen geven? Ik had iets met een zakenman, maar die verdiende niet meer dan 200.000 - 250.000 dollar per jaar. En dan loop ik tegen de lamp. Met 250.000 raak ik nooit in Central Park West (betere buurt van New York, nvdr.) Ik ken een vrouw uit de yogaklas die gehuwd was met een investeringsbankier en die in Tribeca (duurste buurt van Manhattan, nvdr.) leeft, ze is zeker minder knap dan ik ben en intelligent is ze ook al niet. Wat doe ik verkeerd? Hoe raak ik op haar niveau?

Ik heb een aantal specifieke vragen: Waar kan ik rijke vrijgezellen treffen? Bars? Restaurants? Fitnesszalen? Wat zoeken mannen in een vrouw?

Wees gerust, jullie kunnen me niet pijn doen. Moet ik een bepaalde leeftijdsklasse achternazitten? Waarom zijn sommige vrouwen die in Upper East Side wonen gewoon lelijk? Ik heb echt lelijke vrouwen ontmoet die getrouwd waren met schatrijke kerels. En prachtige exemplaren van meiden in vrijgezellenbars. Hoe zit dat daar?.

Moet ik speciale beroepen achternazitten? Advocaat, investeringsbankier, artsen? Hoeveel verdienen die kerels trouwens? En waar zitten ze? Waar zitten de kerels van die hefboomfondsen?

Hoe beslis je of je gewoon een vriendin hebt of wil trouwen? Ik wil alleen TROUWEN.

Wees zo vriendelijk beledigingen achterwege te laten- ik ben eerlijk over mezelf. De meeste mooie vrouwen zijn oppervlakkig; ik kom er eerlijk voor uit; ik zou dit soort kerels niet achternazitten indien ik me niet op hun niveau zou kunnen bewegen- qua uiterlijk, cultuur en geraffineerdheid.

Ook het antwoord mag er zijn:

'Beste,

Ik heb je advertentie met veel interesse gelezen en heb nagedacht over je dilemma. Ik voldoe zeker aan de vereisten, ik verdien meer dan 500.000 dollar per jaar. Ik zie de zaken als volgt:

Vanuit mijn perspectief is je aanbod gewoon een slechte zakelijke deal. Ik leg je uit waarom: als we al de 'bullshit' achterwege laten, breng jij je schoonheid in en ik het geld. Goed. Maar nu komt het. Jij wordt van nu af aan enkel lelijker en ik ga hoogstwaarschijnlijker steeds meer verdienen. Dan is er de absolute zekerheid dat jij niet nog mooier wordt.

Dus in economische termen ben jij een verminderende waarde en ik een vermeerderende waarde. Niet enkel ben je een verminderende waarde, de snelheid waarmee je waarde afneemt neemt enkel toe. Je bent nu 25 en je blijft waarschijnlijk nog 5 jaar mooi, maar daarna wordt het elk jaar minder. En dan wordt het echt ernstig. Wanneer je 35 bent, zijn we klaar met je schoonheid.

Dus in termen van de financiële wereld, ben je in een handelspositie, maar het advies is kopen, noch houden. Het heeft geen zin om jou te kopen (wat je wel vraagt), dus stel ik voor om je te leasen. Indien je vindt dat ik gemeen ben, dan wil ik het volgende zeggen. Mocht ik mijn geld verliezen, dan verlies ik ook jou, dus als jij minder mooi wordt, heb ik ook recht op een uitstapmogelijkheid. Zo eenvoudig is dat. Dus een deal die het overwegen waard is, is verkering, geen huwelijk.

Toen ik jonger was, werd me geleerd wat efficiënte markten zijn. Daarom vraag ik me af waarom een meisje dat welbespraakt is, klasse heeft en spectaculair mooi is, nog steeds geen rijke suikeroom heeft kunnen vinden. Ik kan amper geloven dat, als je zo mooi bent als je beweert, de 500.000 dollar je nog niet heeft gevonden, al was het maar om je eens te proberen.

Daarbovenop kan je altijd proberen zelf geld te verdienen, dan wordt dit soort conversaties overbodig.

Ik denk dat we te maken hebben met een klassiek 'pump and dump'-scenario ('pump and dump 'is een manier om de prijs van een aandeel artificieel de hoogte in te jagen, nvdr.)

Ik hoop dat je iets hebt geleerd, als je de lease-optie ziet zitten, laat me dan iets weten.'

19/07/2011

[Toelichting Monard D'Hulst] Forse toename aantal disputen door economische crisis

Advocatenkantoren hebben als gevolg van de crisis het aantal geschillen wereldwijd fors zien toenemen. Uit recent onderzoek van KPMG onder meer dan zeventig vooraanstaande advocatenkantoren in zestien verschillende landen blijkt dat ruim 30% van de kantoren het aantal financiële geschillen sinds het uitbreken van de crisis in 2007 heeft zien groeien.

Het aantal kantoren dat betrokken is bij meer dan vijftig financiële geschillen is in de afgelopen drie jaar gestegen van 28% tot 44%. Twee van de drie kantoren geven aan dat het aantal financiële geschillen met een waarde van 12,5 miljoen of meer is gestegen van 29% tot 35%.

Vóór de crisis, in de periode 2004 tot 2007, was contractbreuk in bijna de helft van de gevallen de aanleiding voor een geschil. In de periode 2007 tot heden is dit aandeel gedaald tot 36% en blijkt het aantal complexe financiële geschillen te zijn toegenomen.

Het aantal geschillen met omstreden waarderingen en mis-selling als aanleiding is sinds 2007 met de helft toegenomen, terwijl het aantal geschillen door fraude slechts steeg van 8% voor de crisis tot 11% daarna.

Uit het onderzoek van KPMG blijkt voorts dat de meeste geschillen te maken hebben met banken en hun consumenten. Zowel voor als na de crisis vormt de controverse tussen een bank en zijn cliënt een reden voor een dispuut.

Daarnaast is het aantal geschillen dat gerelateerd is aan complexe, financiële instrumenten aanzienlijk gestegen. In de drie jaren voor de crisis was 18% van de geschillen gerelateerd aan financiële instrumenten vergeleken met 23% in de periode 2007 tot nu. "Deze stijging wordt met name veroorzaakt door de aanzienlijke verliezen die veel stakeholders uiteindelijk met deze instrumenten hebben geleden", constateert Roel Menken, partner bij KPMG Financial Risk Management.

--------------------------------------------------------------

Mtr. Piet Carlier van MONARD D’HULST HASSELT:

De Belgische advocatenkantoren die hun dienstverlening toespitsen op de ondernemingen, hebben sinds het ontstaan van de bankencrisis/economische crisis inderdaad een aantal specifieke juridische problemen en betwistingen zien toenemen. Uit deze crisissituatie ontstonden nieuwe problematieken en bijgevolg nieuwe vragen tot het verstrekken van juridisch advies of het verlenen van bijstand in procedures of via bemiddeling.

Enkele concrete voorbeelden illustreren dit :

  • Voor alle bedrijven nam het belang van een performant incassobeleid toe. Het overgaan tot gerechtelijke invordering werd door de bedrijven ervaren als een te versnellen noodzakelijk kwaad. Bovendien zagen de bedrijven zich geconfronteerd met de opvallend toenemende toepassing van insolventieprocedures, waarbij de opmerkelijke stijging van het aantal procedures van gerechtelijke reorganisatie (toepassing van de wet WCO – de wet betreffende de continuïteit van ondernemingen – die de oude wet m.b.t. het gerechtelijk akkoord of concordaat vervangt sinds 1.04.2009) in het oog springt.
  • Hoe kan men zich als schuldeiser opstellen wanneer men met zulke procedures wordt geconfronteerd? Welke rechten kan men nog doen gelden en welke slaagkansen behoudt de ondernemer-schuldeiser m.b.t. de inning van de openstaande facturen…?
  • Een ander voorbeeld gerelateerd tot de aanhoudende crisis: bedrijven die noodzakelijkerwijze herstructureringen moesten doorvoeren, met implicaties op het vlak van tewerkstelling; bedrijven die zich genoodzaakt zagen tot het inroepen van crisiswerkloosheid en andere crisismaatregelen die de tewerkstelling betreffen en waaromtrent recent nog maatregelen door de regering werden verlengd.

Anderzijds veroorzaakte dezelfde crisis een opmerkelijke daling op het vlak van de overnamepraktijk binnen de advocatuur en andere dienstverleners, al wordt de voorbije maanden een voorzichtige heropleving hieromtrent vastgesteld.

Men zou dan ook mogen besluiten dat voor de advocatuur de bankencrisis/de economische crisis naast een tijdelijke daling binnen bepaalde specialismes (zoals de M & A) een toename mocht ervaren van andere of zelfs nieuw toe te passen wetgeving.

19/07/2011

Een afbetalingsplan, heeft dat wel zin!

Of u nu merkt dat een klant niet kan betalen of hij zegt het u zelf, wat doet u dan? Uiteraard is het perfect mogelijk om in zo’n geval de factuur juridisch aanhangig te maken. Maar levert u dat het beste resultaat?
U weet ook dat indien dit tot een faillissement leidt dat u in slechts uitzonderlijke gevallen effectief (een deel van) uw centen ziet.

Afbetalen, waarom niet! De hele schuld op een later tijdstip betalen blijkt in de praktijk vaak een illusie. Bij een afbetalingsplan kan u daarenboven eisen dat er onmiddellijk een deel wordt gestort. Op die wijze komt er dan effectief cash binnen.

Intresten? Uiteraard, een afbetalingsplan dat wordt opgesteld zonder extra kosten geeft het signaal aan de klant dat hij gratis bij u kan lenen. De kans dat hij dat in de toekomst zal doen neemt dus toe.

Praktisch: Een goed afbetalingsplan bevat niet alleen de bedragen die dienen afbetaald te worden maar ook de exacte datum waarop de betaling ten laatste dient gestort te worden. Dus niet; in het begin van de maand, maar wel; voor de 5de van iedere maand.
En liefst nog vermeld u iedere datum apart waarop er dient gestort te worden met het bedrag ernaast.
Om te vermijden dat de klant uiteindelijk de intresten weigert te betalen, mag u erop wijzen dat de eerste aflossingen worden gebruikt voor het betalen van de intresten.
Zorg er ook voor dat het afbetalingsplan op papier wordt gezet EN ondertekend wordt door uw klant. Mocht u later toch nog naar de rechtbank trekken, spaart u dit het feit dat u opnieuw over zo’n plan moet onderhandelen.

En dan? Uit ervaring weten we dat een afbetalingsplan ook een telefonische opvolging vereist. Het voordeel is wel dat het dreigement van de rechtbank nu reëler is.

20/06/2011

8 op 10 bedrijven heeft nauwelijks zicht op winstgevendheid

Volgens recent onderzoek hebben zeer veel bedrijven een slecht tot onvolledig zicht op de winstgevendheid. Op basis van een kluwen aan rekenbladen nemen zelfs grote en internationaal gestructureerde bedrijven regelmatig verkeerde beslissingen die het winstpotentieel aanvreten.

Na tientallen jaren zijn allerlei ERP-systemen ingeburgerd en lopen heel wat processen efficiënter. Maar hetzelfde kan niet gezegd worden van de managementprocessen. Een onderzoek gebaseerd op 1500 interviews in 13 landen leert dat managers (er werden niet alleen finance managers bevraagd) over steeds meer data beschikken, maar er lang niet altijd in slagen om die te vertalen in bruikbare en actuele informatie. De strategie toetsen aan die gegevens of resultaten optimaliseren is niet mogelijk.

Wereldwijd focust een meerderheid van 51% van de grote bedrijven (meer dan $100 miljoen euro omzet) evenveel op het verhogen van de verkoopscijfers als op het verbeteren van de winstgevendheid. Bij 17% stopt het management meer tijd in verkoopsinspanningen. Eén op vier managers op topniveau is meer bezig met verkoopscijfers dan winstgevendheid. Dit geldt overigens wat meer voor Franse en Amerikaanse bedrijven en opvallend minder voor Noord-Europese. Daar is 44% van de bedrijven zelfs méér bezig met winstgevendheid dan met verkoopsresultaten.

Dit is meestal géén bewuste keuze, maar ligt gewoon aan het feit dat bedrijven geen goed zicht hebben op winstgevendheid. In elk geval zegt 82%  van de bedrijven dat ze geen compleet zicht hebben op de winst voor alle afdelingen van hun bedrijf

Van die groep van 82% zonder complete visibiliteit op winsten uit alle afdelingen, zeggen ze bijna allemaal dat die handicap gevolgen heeft. Meestal worden middelen niet optimaal toegekend en het bedrijf zou volgens 4 op 10 respondenten financieel beter kunnen presteren. Evenveel managers beseffen dat de planning niet optimaal is, dat verkeerde beslissingen worden genomen, dat prijzen verkeerd berekend worden en dat verkoopsresultaten bij bepaalde klanten onder het potentieel blijven.

Eén van de oorzaken van de gebrekkige visibiliteit van de winst is de overvloed aan cijfers die ze moeten verwerken en het zoeken naar de juiste financiële informatie. Meer dan 9 op 10 managers hebben een flinke kluif aan het verzamelen en analyseren van cijfers, onafgezien van hun hiërarchisch niveau of van de afdeling waartoe ze behoren. Maar bijna 4 op 10 spenderen evenveel tijd aan het verzamelen van de cijfers als aan het analyseren ervan. Dat geldt ook voor vier op tien respondenten van de financiële afdeling. Bijna een op vijf spendeert zelfs méér tijd aan het verzamelen dan aan het analyseren en ook hier geldt dat voor 17% van de financiële managers en voor de leden van het topmanagement.

En hoe doen ze dat? Bijna allemaal doen ze dat met rekenbladen. Ze worden het meest gebruikt voor financiële planning & budgettering en voor financiële rapportering & analyse. Zes op tien gebruikt ze ook om winstgevendheid op te volgen en de helft om KPI's op te volgen. Dat gebeurt op de afdeling finance, zou je denken? Finance managers stoppen er het meeste tijd in, maar eigenlijk gebruiken bijna alle managers die rekenbladen om financiële en andere gegevens te verzamelen en analyseren. Zelfs topmanagers zijn algauw 40 % van de week bezig met spreadsheets. Bijna acht op tien finance managers loopt gefrustreerd over de manier waarop ze financiële informatie moeten verzamelen, analyseren en op een behoorlijke manier rapporteren aan de stakeholders van het bedrijf. Die frustratie is het meest uitgesproken in organisaties die bij het budgetteren rekening houden met winstgevendheid.

Performance Management: An Incomplete Picture werd uitgevoerd in februari en maart van dit jaar. 1499 managers uit 13 landen werden telefonisch bevraagd. Er waren minstens 100 interviews per land en steeds binnen grote bedrijven (minstens 100 miljoen omzet, maar 43% doet meer dan 1 miljard dollar). 69% van de bedrijven heeft vestigingen in het buitenland. De respondenten per land komen ruwweg voor de helft uit financiële afdelingen. De andere helft managers uit de niet-financiële groep werken in uiteenlopende functies. Het gaat om respondenten in het hoger management tot het allerhoogste niveau (7% op C-niveau).

20/06/2011

Wanbetalingen kosten Europese organisaties dagelijks 855 miljoen

Het aantal facturen dat vorig jaar in Europa onbetaald bleef, is gestegen naar 2,7%. Dat betekent dat organisaties in Europa 312 miljard euro per jaar, of 855 miljoen per dag, verliezen.

Uit de European Payment Index (IPE) 2011 blijkt dat het aantal facturen dat in Europa onbetaald blijft, opnieuw is gestegen van 2,6% in 2009 naar 2,7% in 2010. Dat staat gelijk aan een recordbedrag van 312 miljard euro dat als verloren of afgeschreven moet worden beschouwd en dus door bedrijven niet in innovatie, R&D of een stabiele werkgelegenheid geïnvesteerd kan worden.

52% van de ondervraagde bedrijven voelt zich in een 'liquiditeits-tang' zitten, namelijk tussen enerzijds late betalingen door klanten en anderzijds de druk van leveranciers. En die situatie wordt nog penibeler door de aarzelende kredietverstrekking door banken.

Ook in België blijft het moeilijk om tijdig betaald te krijgen: slechts de helft van alle Belgische facturen worden binnen de afgesproken betalingstermijn vereffend. De oorzaak is volgens 82% de financiële problemen van de schuldenaar. 64% vermoedt dat de late betalingen louter intentioneel zijn, terwijl 45% ze aan een dispuut wijdt. Opmerkelijk is dat 69% van de respondenten aangeeft dat de reden van te laat betalen ligt bij administratieve inefficiëntie. Voor België bedraagt het totaal bedrag aan afgeschreven facturen vorig jaar 9,15 miljard euro (een stijging van 2,5% naar 2,6%)

Verder vertoont de EPI grote discrepanties tussen de 25 bevraagde Europese landen. Locomotief Duitsland kent een sterke economische groei met 2,4% aan afgeschreven facturen (tegenover 2,6 in 2009) en een aanzienlijke daling van de betalingstermijnen van particulieren, bedrijven en overheden. Daartegenover staat het Verenigd Koninkrijk, dat het aantal afgeschreven facturen sterk zag toenemen: van 2,4% in 2009 naar 3,2% vorig jaar. Het Verenigd Koninkrijk was dan ook het enige Europese land dat volgens het IMF zijn groeiverwachtingen moest terugschroeven van 2% naar 1,7% in 2011. Ook andere Europese landen als Portugal, Ierland, Denemarken, Hongarije, Zweden en Griekenland blijven uitgesproken probleemgebieden inzake betalingsrisico's

De Late Payment Directive, de Europese richtlijn omtrent late betalingen, die het betalingsgedrag van overheid en bedrijven aan banden moet leggen, is volgens Guy Colpaert, managing director Intrum Justitia België, "een positieve stap op weg naar een sanering van de economische markten en een heilzame maatregel voor de bescherming van de kmo's." Toch is er voor die omzetting van die richtlijn in nationale wetgeving een federale regering nodig: "Zonder regering kan de richtlijn niet worden omgezet. Onze ondernemingen blijven ondertussen een hoge prijs betalen voor het slecht betaalgedrag van overheid, leveranciers en consumenten."
Philip Beckers, zaakvoerder bij eXago vreest dan weer dat deze Directive weinig zal bijdragen omdat voor de meeste bedrijven de commerciële relatie zal blijven primeren.

De European Payment Index 2011 onderzocht het betalingsverkeer, -risico's en ondernemersvertrouwen bij bijna 6000 bedrijven in 25 Europese landen tussen januari 2011 en maart 2011.

20/06/2011

Lady Gaga is voorbeeld voor managers van morgen

Lady Gaga is niet alleen een inspiratiebron voor collega-muzikanten en de modewereld, ook het onderwijs en de zakenwereld kunnen enorm veel van haar leren. Daarom wijdt de Antwerp Management School een volledige lessenreeks aan het popfenomeen.
Volgens de professoren Jamie Anderson en Jörg Reckhenrich kunnen de zakenmensen van morgen van de Antwerp Management School enorm veel leren van Lady Gaga. 'Ze is veel meer dan een ongelooflijk creatief talent, ze is ook een bijzonder doortastende zakenvrouw. Van haar kan je even veel leren als van Steve Jobs van Apple', zegt Anderson.

Schoolvoorbeeld
Volgens hem ligt de kracht van het popfenomeen, net zoals bij Apple-baas Steve Jobs, erin dat ze als geen ander begrijpt dat je in de zakenwereld een sterk verhaal moet hebben en dat ook moet kunnen verkopen, dat je je fans en consumenten moet begrijpen en geven wat ze willen en dat je moet willen waar je heen wil.

In de lessenreeks wordt Lady Gaga voorgesteld als het schoolvoorbeeld van iemand die weet wie ze zelf is, wie haar klanten zijn en hoe ze zichzelf en die klanten een meerwaarde kan geven. 'Wie die principes begrijpt, legt de basis om in alle aspecten van het zakenleven succesvol worden', meent Anderson.

Grootverdiener
'Lady Gaga zelf zegt altijd dat ze muziekindustrie wil veranderen. En dat doet ze ook. Terwijl alle artiesten geld verliezen omdat hun muziek illegaal gedownload wordt, slaagt zij erin miljoen singles te verkopen. Volgens voorspellingen zal ze dit jaar meer verdiend hebben dan wat rockveteranen zoals AC/DC en U2 op een hele carrière.'

Het is overigens niet de eerste keer dat het popfenomeen Lady Gaga de onderwijswereld inspireert. Eerder dit jaar lanceerde de in België geboren professor Mathieu Deflem een lessenreeks over de Amerikaanse zangeres aan de universiteit van South Carolina.

20/06/2011

Wanneer verjaart de factuur?

De verjaringstermijn van de vordering die gegrond is op een factuur (schuldvordering of overeenkomst tot levering) verschilt al naargelang de aard van de vordering.

Hieronder vind je enkele belangrijke richtlijnen:

  • De vordering van handelaren (bedrijven) voor producten die zij verkopen aan niet-handelaren (consumenten) verjaren door verloop van één jaar.
    > Ook wel Business to Consumer genoemd: B-2-C
  • De vordering van handelaren voor producten die zij verkopen aan andere handelaren verjaren door verloop van tien jaar.
    > Ook wel Business to business genoemd: B-2-B
  • Voor hotelhouders en restauranthouders verjaart de vordering reeds na zes maanden.
  • Ook voor gerechtsdeurwaarders, advocaten (5 jaar), belastingschulden en sociale zekerheidsschulden gelden bijzondere verjaringstermijnen.
  • In de transport sector geldt algemeen een verjaringstermijn van één jaar.
  • De gemeenrechtelijke verjaringstermijn van tien jaar is van toepassing telkens wanneer de wet geen bijzonderde verjaringstermijn voorschrijft.
  • Ook voor het verlenen van diensten verjaart de vordering na tien jaar.

Indien de factuur niet geprotesteerd wordt, erkent de schuldenaar de schuldvordering. Deze erkenning stuit de verjaring.

En ook hier is er een verschil tussen een factuur aan bedrijven of consumenten. Terwijl een bewijs van verzending voldoende is voor bedrijven, dient de particuliere consument het aangetekend schrijven ook afgetekend te hebben om de verjaringstermijn te stuiten!

17/05/2011

Kredietwaardigheid België niet omlaag

De Amerikaanse kredietbeoordelaar Standard & Poor’s gaat op korte termijn de kredietwaardigheid van België niet verlagen.

Reden zijn de goede, economische prestaties. Wat ook meespeelt zijn de onderhandelingen over de staatshervorming, waarin de overheveling van de sociaal-economische hefbomen opgenomen zijn. Dit is belangrijk voor de sanering van de overheidsfinanciën, het opkrikken van de werkgelegenheid en de hervorming van de pensioenen.

Het zeer gezaghebbende Standard & Poor’s is een bureau dat inschat in hoeverre een bedrijf of een overheid haar leningen correct kan aflossen. Hun beoordeling heeft meer invloed dan de rapporten van de OESO of het IMF. Half december dreigde het bureau ermee om in juni de Belgische kredietwaardigheid te verlagen als er geen regering zou zijn.

Dit zou zware financiële gevolgen hebben. Hoe lager de beoordeling, hoe hoger de rente. De staatsschuld wordt dan duurder, de begrotingsaanpak moeilijker en de sanering zwaarder.

17/05/2011

Te onthouden: "Ondernemen versterkt Limburg"

Al voor het zevende jaar op rij zet VKW Limburg een grootschalige imagocampagne op om het ondernemerschap in onze provincie te promoten.

Ook eXago steunt dit jaar die actie. Voor zaakvoerder Philip Beckers had de hele campagne breder mogen zijn. “Ondernemen versterkt Vlaanderen, België, Europa, ...” en dus verdient iedereen die onderneemt een hart onder de riem.

Het doel is om iedereen duidelijk te maken dat onze bedrijven welvaart voor iedereen creëren, en de inspanningen van de ondernemers op dat vlak, naar waarde moeten geschat worden. In de volgende 4 weken zullen VKW Limburg en de honderden bedrijven die de actie steunen als ‘ambassadeur’ de slogan Ondernemen versterkt Limburg zoveel mogelijk uitdragen. Dit gebeurt via grote spandoeken, affiches, stickers op lijnbussen, een website, gadgets en ander promomateriaal.

Voor de verspreiding van de boodschap en de financiële inbreng, kan VKW Limburg rekenen op 10 partnerbedrijven en op de steun van Europa en de Provincie. Voor het grote publiek is er ook een wedstrijd aan de actie gekoppeld, waarmee reischeques en wellness-arrangementen te winnen zijn.

Aansluitend aan de lancering overhandigde VKW Limburg ook aan de Limburgse sociale partners – werknemersorganisaties ACV en ABVV en werkgeversorganisaties UNIZO-Limburg, Boerenbond en VOKA-Limburg – een ‘Ondernemen versterkt Limburg’-taart om hen te informeren en mee te betrekken.

Op 18 mei organiseert UNIZO dan weer haar nationale startersdag. Ook daar zal eXago aanwezig zijn om starters met 10 nuttige tips weer een eind op weg te helpen.

17/05/2011

Aantal faillissementen op precrisisniveau

De voorbije maand zijn in België 767 bedrijven over de kop gegaan, een daling met 4,72 procent ten opzichte van de maand april in 2010 (805), en ook een lager cijfer dan in april 2009 (796). Dat meldt handelsinformatiekantoor Graydon maandag.

Vlaanderen en Wallonië laten forse dalingen optekenen, terwijl het aantal faillissementen in Brussel met de helft toenam.

Tijdens de eerste vier maanden van dit jaar noteerde Graydon 3.478 faillissementen in ons land, een toename met 0,14 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Sterkste daling in Vlaanderen

De sterkste daling in april was voor rekening van Vlaanderen. Het aantal bedrijven dat er in april over de kop ging daalde met 21 procent ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar, tot 358. In het Waalse gewest werden 200 bedrijven failliet verklaard: een daling met 10 procent. De Brusselse handelsrechtbanken spraken in april 209 faillissementen uit, wat dan weer een stijging met de helft (+53 procent) betekent ten opzichte van april 2010.

In april kwamen 1.761 jobs op de helling te staan als gevolg van het faillissement van de werkgever. Graydon telde in april opnieuw twee faillissementen bij bedrijven die meer dan 100 mensen tewerk stelden (Leaf Business Belgium uit Luik en United Depots Belgium uit Antwerpen), wat het voorlopige jaartotaal op 6 cases brengt: evenveel als over het volledige jaar 2010.

Graydon merkte de afgelopen maanden een duidelijke stijging van het aantal faillissementen binnen de horecasector en die van de detailhandel.

17/05/2011

En waarom vraagt u niet naar uw centen?

Wat is het probleem? Al te vaak hebben we schrik om ook naar onze centen te vragen. Vaak denken we dat onze klant koning is maar uiteindelijk waant hij zich ‘keizer’. Ondanks dat we een goede service/een goed product hebben geleverd, durven we nog steeds niet naar ons geld vragen als dat op vervaldag niet is binnengekomen.

We vinden het normaal dat onze klant de gemaakte afspraak NIET nakomt. Indien wij onze belofte niet voor 100% zijn nagekomen, valt er niemand over dat er een bepaald percentage van de factuur wordt afgetrokken. Doch als de klant zich extra korting toe-eigent onder de vorm van een langere betalingstermijn dan …

Waarom vraagt u niet naar uw geld? Het is inderdaad voor ons een hele klus om effectief achter geld te vragen... Hoe vaak zegt men niet: “Denkt u nog eens aan mij?” of “Hebt u nog iets voor onze firma”, en zelfs “ “Kan u iets overmaken?” Maar wat bedoelt u...???

Zelden wordt gevraagd “Wanneer staat het geld op onze rekening? “ op het moment dat men telefonisch contact heeft met de klant. Toch blijkt deze laatste zin het meest efficiënt te zijn als je achter centen vraagt bij een debiteur. Onze natuur houdt ons blijkbaar tegen rechtuit te zijn.

Nu blijkt uit onderzoek dat klanten die ook echt achter hun centen vragen als meer professioneel overkomen dan die bedrijven die dat niet doen.

Realiteit: Door een omschrijving te geven hoort de klant zelden wat u ook echt wilt. Meestal zal ook hij niet bij het onderwerp blijven waardoor uw boodschap verloren gaat.

Tip: Draai niet rond de pot, vraag in vriendelijke doch duidelijke bewoordingen dat wat u wilt. Een klant die daarvoor bij u weggaat, kan u beter missen!

25/04/2011

Incasso herinvesteerde € 176 miljoen in de Belgische economie

De twaalf leden van de Belgische Vereniging Incasso-ondernemingen (ABR-BVI) becijferden dat ze samen 176 miljoen euro uitkeerden aan hun klanten.

Het aantal vorderingen en klanten is in 2010 fors toegenomen, namelijk met 75% in aantal en met 38% in waarde t.o.v. 2009. Het geïnde bedrag is gedaald en die daling komt volledig voor rekening van de B2B-sector en is toe te schrijven aan de cash-problematiek van vele ondernemingen en de belangrijke stijging van het aantal faillissementen.

De crediteurs, de klanten van ABR-BVI, hebben veel meer oog voor de financiële situatie van hun klanten. Op die manier vermijden zij problematische betalingen in de toekomst.

De stijging van het aantal uitbestede vorderingen laat zien dat crediteurs steeds meer te maken krijgen met vertraagde betalingen. Dat draagt ertoe bij dat zij dan ook sneller een beroep zullen doen op incassoprofessionals.

Ook de houding van de debiteuren kende een verandering. Ze zijn vaker bereid te onderhandelen over afbetalingsplannen op lange termijn, waardoor dit eveneens een invloed heeft op het globale inningsniveau. Voor crediteurs is het dus noodzakelijk om snel te handelen en hun vorderingen sneller toe te vertrouwen aan incasso-ondernemingen.

25/04/2011

WCO veel toegepast, maar manier waarop stelt problemen

De wet betreffende de continuïteit van ondernemingen wordt veel toegepast, maar de wijze van toepassing stelt belangrijke problemen. Het VBO begint aan een eerste evaluatie.

De nieuwe procedure voor gerechtelijke reorganisatie die is ingevoerd door de wet betreffende de continuïteit van ondernemingen, is volgens de statistieken een onvervalst succes. Een recente studie van Graydon becijferde dat er sinds de inwerkingtreding van de wet 2250 vonnissen werden uitgesproken waarbij een gerechtelijke reorganisatie werd toegekend. In 2008, onder het vroegere gerechtelijk akkoord, waren er slechts 78 akkoordprocedures.

Ook is de nieuwe wet succesvol in alle gerechtelijke arrondissementen van het land, terwijl er bij de toepassing van de vorige wet sterke verschillen waren tussen de arrondissementen.

Ook het bereik van de wet blijkt uitgebreid te zijn: "Een positief punt is dat vandaag alle handelaars, en meer in het bijzonder de kleine vennootschappen, gebruik maken van deze wetgeving, terwijl voorheen enkel de grote ondernemingen zich konden veroorloven een beroep te doen op het gerechtelijk akkoord", licht Eric Van den Broele, deputy senior manager Research bij Graydon toe.

Toch rijzen er problemen, vooral bij de toepassing van de wet. Zo zouden sommige ondernemingen van de procedure misbruik maken door het voordeel van de gerechtelijke reorganisatie te vragen terwijl hun continuïteit niet bedreigd zou zijn.

Ook blijft de mogelijkheid om de onderneming over te laten aan een derde onder de controle van de rechter volkomen onderbenut. De preventiemechanismen (opsporing, alarmprocedure) werken slecht en zouden dringend herzien moeten worden en te weinig bedrijfsleiders kennen de mogelijkheden die door de wet worden geboden.

Ten slotte heeft de wet betreffende de continuïteit van ondernemingen het weliswaar mogelijk gemaakt de schok van de crisis te verzachten, maar het aantal faillissementen bereikt toch recordhoogtes.

Op het moment dat de wet betreffende de continuïteit van ondernemingen werd goedgekeurd, werd meteen een eerste evaluatiemoment vastgelegd en dat is nu aangebroken. Philippe Lambrecht, bestuurder-secretaris-generaal van het VBO: "Na twee jaar toepassing van de wet, en gelet op de vragen die de toepassing ervan doet rijzen, lijkt het ons opportuun een rondetafel met de verschillende spelers op gang te brengen om de wet te evalueren."

Het VBO denkt aan een uitgebreide evaluatie met alle betrokken partijen om de problemen die rijzen in de toepassing van de wet te identificeren en om concrete voorstellen te formuleren met het oog op de amendering van de wetgeving. Het VBO zal daartoe een multidisciplinaire werkgroep oprichten waarvoor onder meer magistraten, rechters in handelszaken, advocaten, beoefenaars van de cijferberoepen, vertegenwoordigers van de federaties, bedrijfsleiders, bedrijfsjuristen, en universiteitsprofessoren zullen worden uitgenodigd.

De wet betreffende de continuïteit van ondernemingen trad twee jaar geleden, in april 2009 in werking. Die wetgeving, die onder het impuls van het VBO werd goedgekeurd, hervormde het vroegere gerechtelijk akkoord, met als doel ondernemingen in moeilijkheden in staat te stellen zich gemakkelijker te reorganiseren.

25/04/2011

CEO’s vrezen dat belastingen groei zullen fnuiken

Wat zullen overheden doen om hun schulden te beheersen? De belastingen verhogen, zo vrezen CEO’s wereldwijd. En dat riskeert de schuchtere groei in de kiem te smoren.

Uit een jaarlijkse bevraging van PwC blijkt dat CEO’s vrezen dat de overheden, in de nasleep van de financiële crisis, de gestegen overheidsschuld zullen willen delgen door meer en/of hogere belastingen. Dat zou de groei en het gestegen ondernemersvertrouwen in de kiem smoren.

De bezorgdheid voor een hogere belastingdruk staat voor het eerst in PwC's CEO Survey. Die zorg vormt meteen de grootste businessbedreiging, evenals de vierde grootste bedreiging in het algemeen. Op de tweede plaats staat de bezorgdheid over de beschikbaarheid van cruciale talenten (55%). Daarna komt de bezorgdheid dat consumentengedrag en –besteding nooit meer dezelfde zullen zijn (48%). Ook de bezorgdheid rond de kost van energie staat met 41% hoog op de muizenissenlijst. De bezorgdheid over de stijgende belastingdruk is er overigens in zowat alle delen van de wereld: in West-Europa (49%), Noord-Amerika (53%), Oost-Europa (69%), het Midden-Oosten (15%), Azië en het gebied rond de Stille Zuidzee (66%), Latijns-Amerika (72%) en Afrika (57%).

Frank Dierckx, managing partner Tax Consultants, vindt het cruciaal dat de Westerse economieën gestabiliseerd worden door de overheidsschulden en –tekorten aan te pakken zonder de bedrijven daar de rekening voor te presenteren onder de vorm van meer belastingen. Zeker voor België ziet hij geen ruimte meer voor extra belastingen: “Integendeel. Naast het behoud van de bestaande maatregelen, moet er gewerkt worden aan nieuwe fiscale incentives om investeringen in België te stimuleren. De overheid moet herstructureren en efficiënter werken om haar tekorten en schulden te verminderen.”

Zes op tien CEO's is ervan overtuigd dat de verhoogde belastingdruk in combinatie met verminderde overheidsuitgaven de groei vertraagt in eigen land. 55% van de CEO's is er zeker van dat ze meer belastingen zullen moeten betalen omwille van de hogere openbare schuld. Maar het gaat niet alleen om het thuisfront natuurlijk. Ook Belgische bedrijven zijn actief in de hele wereld. De bezorgdheden van de bedrijfsleiders gelden ook voor de andere markten waarop ze actief zijn. 44% van de ondervraagde CEO’s vreest ook een verminderde groei in zijn belangrijkste buitenlandse markten ten gevolge van het plaatselijke belasting- en bestedingsbeleid. 32% van de CEO's voert zelfs strategische veranderingen door omwille van dat overheidsbeleid.

Vergeleken met de CEO-bevragingen van de voorgaande jaren, is de top tien van de algemene bezorgdheden flink door mekaar geschud. In de vier recentste CEO Surveys was de bezorgdheid nummer één de economische recessie. Ook overregulering was de voorbije jaren altijd een zorg en die heeft eveneens te maken met het overheidsapparaat. De bezorgdheid voor een hogere belastingdruk staat er voor het eerst in, en vormt meteen de grootste businessbedreiging, evenals de vierde grootste bedreiging in het algemeen. De top drie van de businessbedreigingen zijn de economische recessie, de overheidstekorten en –schuld, en overregulering.

Voor de 14de jaarlijkse, globale CEO Survey werden 1201 CEO's geïnterviewd in 69 landen (420 in West-Europa, 257 in Azië, 221 in Latijns-Amerika, 148 in Noord-Amerika, 98 in Oost-Europa en 57 in het Midden-Oosten en Afrika) eind 2010. Voor België waren het er twintig. Het aantal CEO's per land werd bepaald in functie van het BNP van dat land. In de top 30-landen werden CEO's geïnterviewd van bedrijven met meer dan 100 medewerkers of een omzet van meer dan 10 miljoen euro. Voor de top 10-landen werden CEO’s bevraagd van bedrijven met minstens 500 medewerkers of een omzet van minstens 50 miljoen dollar.

25/04/2011

Een kredietverzekering: de oplossing tegen wanbetalers?

Wat houdt het in? U verzekert zich tegen het mogelijke niet-betalen van een factuur door een van uw klanten.

Eender welke business, eender welke klant? Helaas niet alles, zo zijn particulieren en overheden uitgesloten voor een kredietverzekering. Ook kan u niet één individuele klant waarbij u betalingsmoeilijkheden vreest, verzekeren.

Wat dan wel? In principe verzekert u uw gehele klanten portefeuille of een gedeelte zoals bv uw exportklanten van een bepaald land.
Vaak zal er met een zogenaamde ‘blinde dekking’ gewerkt worden. D.w.z. dat u mag leveren aan uw klanten tot een bepaald bedrag (bijv. € 7.500) zonder dat u de naam daarvan doorgeeft aan de kredietverzekeraar. Lopen de bestellingen van deze klant boven dit bedrag uit dan moet u de kredietverzekering daarvan op de hoogte stellen.
De kredietverzekering zal dan op haar beurt kijken of u met deze klant zaken mag doen of niet. Bij een niet-betaling betaalt de maatschappij u dan 70 à 85% uit van het factuurbedrag. Dit hangt af van het contract dat u hebt.

Niet? Indien de kredietverzekeringsmaatschappij meent aan de hand van de gepubliceerde balans, RSZ-dagvaarding of andere feiten dat het bedrijf waarmee u zaken wil doen insolvabel is, zal het u niet meer dekken bij een wanbetaling.

Voordeel: De kredietverzekeringsmaatschappij zal in uw plaats uw klanten nakijken op solvabiliteit en u verwittigen indien er probleemgevallen tussenzitten.

Praktijk: Vaak doen KMO’s na een negatief advies van de kredietverzekeringsmaatschappij toch zaken met dit bedrijf maar dan op eigen risico…

Belangrijkste spelers op de markt: Euler, Atradius & Delcredere.

 

21/03/2011

Vrouwelijke topfuncties vaak financieel

De niet zo talrijke vrouwen die wereldwijd doorbreken naar een senior level, doen dat dikwijls in een een financiële functie. In België gaat het echter meestal om een HR-rol in het senior management en pas op de tweede plaats om een financiële functie.

Uit het 2011 International Business Report van Grant Thornton blijkt dat 22% van de vrouwen die wereldwijd op senior level tewerkgesteld zijn, een financiële functie bekleden (zoals CFO of finance director). De top drie van functies wordt aangevuld door human resource director (20%) en chief marketing officer en sales director (beide 9%).

In ons land oefenen de meeste vrouwen op senior management niveau de functie van human resources director uit (27%), gevolgd door CFO (18%) en chief information officer (12%). We hebben ook 10% vrouwelijke CEO’s in ons land, wat iets meer is dan het wereldwijde gemiddelde (8%).

21/03/2011

Vlaamse regering is grote wanbetaler

De Vlaamse regering is een hardnekkige wanbetaler. Dat blijkt uit cijfers van LDD-fractieleider Lode Vereeck, die maandag in Het Laatste Nieuws en Metro staan. Eind vorig jaar had de Vlaamse overheid een betaalachterstand van 130 miljoen euro.

In totaal kampten acht van de dertien Vlaamse beleidsdomeinen eind vorig jaar met een betaalachterstand. Het gaat zowel om niet uitgekeerde subsidies als laattijdig betaalde facturen.

Vlaams begrotingsminister Philippe Muyters ziet verschillende oorzaken voor de betaalproblemen: een fout ingeschat betaalritme, een ongelukkige timing qua facturering van de tegenpartij en een kastekort. Toch werden de uitbetaalde intresten op facturen teruggebracht van 4,8 miljoen euro in 2009 tot 2,4 miljoen euro in 2010.

Vereeck wijst er in de krant op dat de Vlaamse regering met dit wanbeleid heel wat bedrijven in de problemen brengt. "Vandaag spelen de bedrijven als het ware bank voor de overheid. Grote firma's en instellingen kunnen dit opvangen, maar voor kmo's betekent dit vaak de doodsteek", luidt het.

21/03/2011

Recordmaand faillissementen

Vorige maand was de zwaarste februarimaand ooit inzake faillissementen, met een nieuwe hausse binnen de horeca en de kleinhandel. Dat doet denken aan eind 2007, toen vele bedrijven uit de transportnijverheid en de groothandel volgden.

In februari 2011 gingen er 870 bedrijven over de kop, 7,6% meer dan in februari 2010, zo blijkt uit een studie van handelsinformatiekantoor Graydon. Die stijging buigt de licht dalende trend van de afgelopen drie maanden weer om. Opvallend is de nieuwe hausse van het aantal faillissementen binnen de horeca (+9,6%) en de kleinhandel (10,4%), twee sectoren die dicht bij de eindconsument staan.

Dat doet denken aan het scenario van eind 2007, toen een hausse van de consumptieprijzen ook onmiddellijk gevolgd werd door een hausse van het aantal faillissementen binnen die sectoren. Dat leidde toen tot een domino-effect, waarbij enkele maanden later vele bedrijven uit de transportnijverheid, de groothandel en later ook de bouwnijverheid, in de problemen kwamen. Dat effect stond toen los van de subprime crisis, die pas in september 2008 ons land bereikte. Graydon waarschuwt het gevaar voor herhaling van dat scenario niet te onderschatten. Toch zien we op dit ogenblik zowel binnen de sector van de groothandel (-31,6%) als van de transportnijverheid (-11,9%) een daling van het aantal faillissementen.

Het februarirecord van dit jaar stelde in totaal 2313 jobs op de helling. Vooral de faillissementen van Brinks, die op basis van de laatst gepubliceerde jaarrekening 444 mensen tewerkstelde, de Zultse Wolspinnerij en Juma Beton wegen hierbij bijzonder zwaar door.

 

21/03/2011

Een herinnering via de deurwaarder, kan dat?

Voor u staat de deurwaarder gelijk met de betekening van uw dagvaarding en/of vonnis plus in een later stadium, het opschrijven en ophalen van de goederen voor de uitverkoop.

Kan een deurwaarder iets zonder vonnis uitvoeren? Helaas, dat zou net iets te gemakkelijk zijn. Enkel na een vonnis van de rechtbank mag de deurwaarder maar goederen in beslag nemen.

Maar er is nog iets! U kan de deurwaarder ook in uw plaats een brief laten schrijven naar uw debiteur. Hij kan dit dan wel niet uitvoeren maar dit verhoogd wel de druk. De deurwaarder zal deze brief in principe op zijn briefpapier versturen en dat maakt natuurlijk altijd indruk.
Het voordeel is dat dit ook voor één enkele factuur kan. U hoeft met andere woorden niet iedere debiteur te laten aanschrijven. U kiest vrij wie en wanneer.

Zijn er vereisten? De deurwaarder zal in principe een rechtsgeldig document (de factuur) aan u vragen waarop hij zich kan baseren.

En wat zijn de nadelen? Echte nadelen zijn er niet, al is dit niet de goedkoopste manier om aan debiteurenbeheer te doen. Vergeet wel niet dat er geen voorafgaand vonnis is en dat indien de debiteur toch nog weigert uw factuur te betalen u vooralsnog naar de rechtbank moet…

22/02/2011

België zéér kredietwaardig

Volgens onderzoeksbureau BERI hoeft België enkel Nederland, Duitsland en Oostenrijk te laten voorgaan als het aankomt op kredietwaardigheid.

Business Environment Risk Intelligence (BERI) is een onderzoeksbureau gespecialiseerd in ratings en zakelijke prognoses. BERI bekijkt daarbij ook - in tegenstelling tot klassieke ratingbureaus zoals Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch – niet-kwantitatieve factoren, waaronder de maatschappelijke en politieke context. Bovendien calculeert BERI ook de solvabiliteit op lange termijn in. Klassieke ratingbureaus hebben sterk de neiging om informatie op zeer korte termijn te verdisconteren.

“Het verschil in aanpak leidt tot verrassende resultaten”, zo concludeert Geert Janssens op de website van denktank VKW Metena. België behoort tot de meest kredietwaardige landen van Europa en zelfs van de wereld. De hoogste rating ‘klasse 1’ is weggelegd voor onder meer Nederland, Duitsland en Oostenrijk. België zit in ‘klasse 2’; zo’n land is kredietwaardig, maar betaalt een kleine risicopremie bovenop de rente die ‘klasse 1’-landen betalen op hun schulden. Ook de VS zitten in ‘klasse 2’, maar bijvoorbeeld Ierland en Frankrijk in ‘klasse 3’.

“De positie van Ierland mag een positieve verrassing heten, maar bij BERI zijn ze van mening dat de zwaar gehavende economie er relatief snel terug bovenop komt. Concreet verwacht men dat het land opnieuw zal kunnen exporteren en mede daardoor haar schulden zal kunnen afbouwen”, zo meent Geert Janssens (VKW Metena).

Die exportvitaliteit is ook voor België een troef, dat over een industrieel exportapparaat beschikt dat bijdraagt tot een positief saldo op de lopende rekening. Bovendien kent ons land een intern spaarsaldo. Als we alle spaargelden van binnenlandse gezinnen, bedrijven en overheden optellen en daarvan alle schulden aftrekken, dan houden we een buffer over die 32,6% van ons BBP beloopt. Daarmee doen we zelfs beter dan Duitsland.

Geert Janssens heeft evenwel een bedenking: de banksector blijft in deze berekeningen buiten beschouwing. “Problemen in de financiële sector kunnen de vermogenspositie van landen met een grote banksector snel aantasten.”

België had nog hoger kunnen eindigen in de rangschikking van BERI, maar verliest punten op het vlak van beleid. Bruno Hake, directeur BERI Europa, zoekt de oorzaak echter niet op de eerste plaats bij de huidige politieke impasse, want reeds sedert 2005 verliest België op dit domein pluimen. Naast de versnippering van het electorale landschap is ook het gebrek aan beleidsdaadkracht een negatieve factor geweest. Om onze structurele problemen aan te pakken, gebeurde er beleidsmatig de afgelopen vijf jaar in ons land te weinig en ook dat laat sporen na. Wat de huidige politieke impasse betreft, wijst men er bij BERI op dat die niet eeuwig kan blijven duren.

22/02/2011

Betalingsmoraal Belgische bedrijven blijft constant

De Belgische bedrijven hebben tijdens het vierde kwartaal van vorig jaar 64,85 procent van hun facturen tijdig betaald. Dat blijkt uit cijfers van het bureau Graydon. Tijdens het derde kwartaal werd een stiptheidsniveau van 63,73 procent opgetekend. Met een score van 61,72 procent vormde het tweede kwartaal van het voorbije jaar op het gebied van stiptheid het dieptepunt van het voorbije decennium.

Er wordt echter ook opgemerkt dat tijdens het vierde kwartaal van vorig jaar 10,05 procent van de facturen meer dan drie maanden te laat of helemaal niet meer wordt betaald, tegenover 9,67 procent tijdens het kwartaal voordien. Graydon geeft toe dat de stijging niet buitensporig is, maar wel nauwgezet moet worden opgevolgd.

Graydon stelt dat de betalingsmoraal nog wel ver onder het niveau blijft dat voor het uitbreken van de economische crisis werd opgetekend.

22/02/2011

Belastingen zijn (een beetje) diefstal

Belasting is gelegaliseerde roof. Die nogal controversiële uitspraak wordt toegeschreven aan kerkvader Augustinus. Het citaat zal ongetwijfeld uit zijn verband zijn gerukt. Maar nu het ruim anderhalf millennium heeft overleefd, zal er toch ook wel een beetje geloofwaardigheid in schuilen. Als oud-inspecteur van belastingen heb ik moeite met dergelijke harde uitspraken. Ik heb immers nooit het gevoel gehad tot een roversbende te hebben behoord. (...)

Mensen die een gemeenschap willen vormen, moeten de integriteit van het recht respecteren en het belastingrecht vitaal houden. Daarin past geen profiteursmentaliteit. Mee eens! Maar om die ethische grondhouding, als fundament van deugdelijk belastingstelsel, in stand te houden, mag de politieke opportuniteit niet te overheersend worden. (...)

Beginselrechtelijk omstreden, maar om partijpolitieke gronden tot stand gebrachte belastingsubsidies (eigenwoningfaciliteiten) of "sturende heffingen" (vliegtaks en verpakkingsbelasting), zijn dan ook bepaald geen vruchtbare voedingsbodem voor de acceptatie van de gewenste "fair share"-benadering. (...)

Te vaak worden belastingsregels ingevoerd die te eenzijdig op het belang van de schatkist zijn gericht. Ze geven voeding aan de diskwalificerende gevoelens van gelegaliseerde roof. (...)

Leo Stevens, emeritus hoogleraar fiscale economie van de Erasmusuniversiteit Rotterdam, in een opiniestuk in Het Financieele Dagblad, 23 december 2010

22/02/2011

Welke extra’s kan u een late betaler aanrekenen?

Misschien bent u er niet voor te vinden om al meteen in de eerste rappel ‘extra’s’ aan te rekenen. Toch heeft u er wettelijk gezien wel recht op.

Maar welke zijn die extra’s? Enerzijds is er het schadebeding (veelal 10%) en anderzijds zijn er de nalatigheidsintresten (veelal 12% op jaarbasis)

Hoe reken ik die correct aan? Voor het schadebeding is het eenvoudig. In principe mag u vanaf de dag dat uw factuur vervallen is deze kosten aanrekenen. Uiteraard moet u hier rekening houden of u aldan niet handel drijft met een zakelijke klant of een particulier. Die laatste dient uw voorwaarden expliciet ondertekend te hebben alvorens u er recht op heeft. Gewoon een vermelding op de factuur of op de achterkant van de bestelbon is niet voldoende…

En de intresten? Staat in uw voorwaarden dat u recht hebt op 12% dan dient u dit steeds te herrekenen tot de periode dat de factuur vervallen is. TIP: Vaak staat in de voorwaarden dat er 1% per begonnen maand wordt aangerekend, hetgeen makkelijker telt…

En wat met mijn administratiekosten? Indien u in uw eerste rappel bijv € 7,00 administratie kosten hebt aangerekend dan mag u die niet nog eens extra bij uw schadebeding tellen. De wetgever stelt dat deze inbegrepen zijn in uw schadebeding.

Is het schadebeding altijd 10%? Neen, langs de ene kant mag u hiervoor een minimum aanrekenen (Bijv € 50,00) maar langs de andere kant is er ook een maximum en dat ligt op € 2.500,00. De nalatigheidsintresten zijn dan weer niet beperkt omdat ze ook de duurtijd volgen.

20/01/2011

België steeds hoger op lijst bankroetrisico

België is de snelste stijger in de ranglijst van landen die bankroet kunnen gaan. Dat blijkt uit een studie door het onderzoeksbureau Credit Market Analysis (CMA).

Door het snel afbrokkelende beleggersvertrouwen staat België volgens het onderzoeksbureau op een verontrustende zestiende plaats, net achter Libanon en Roemenië. Het onderzoeksbureau baseert zich vooral op de verzekeringspremie die de grote beleggers betalen tegen een mogelijke wanbetaling van staatspapier. Die verzekeringspremie kende in België tijdens het vierde kwartaal van vorig jaar de snelste groei van de hele wereld. Beleggers moeten op dit ogenblik tussen 220.000 euro en 250.000 euro per jaar betalen om Belgisch staatspapier ter waarde van 10 miljoen euro te verzekeren. Eind september kostte die verzekering 129.000 euro.

Negen maanden geleden, de laatste meting voor de federale verkiezingen, stond België nog op een drieënvijftigste plaats. (MH)

20/01/2011

Kmo’s nog niet uit crisis, zegt Unizo

De economische crisis is nog niet uitgewerkt bij de kmo’s, zo blijkt uit het jongste kmo-rapport van ondernemersorganisatie Unizo en studiebureau Graydon.

De productiviteit bij de kleine en middelgrote bedrijven ligt nog altijd lager dan in 2007 terwijl hun kosten opnieuw aan het stijgen zijn. Het globale winstcijfer werd zelfs teruggecatapulteerd naar het jaar 2006, zeggen Graydon en Unizo.

"Het beeld dat alles terug beter gaat sinds 2010 klopt niet helemaal. We zitten nog altijd niet op het pre-crisisniveau, hogere lasten vormen nog altijd een hypotheek op de toekomst", verklaarde Eric Van den Broele van Graydon bij de voorstelling van het rapport.

Hij wees erop dat vooral het aantal kmo’s dat in de gevarenzone zit, is gestegen. Uit de zogenaamde multiscore, dat de kans op faling berekent, blijkt dat in Vlaanderen 15,6 procent van de kmo’s een groot risicoprofiel kennen. "Dit zijn 79.605 kmo’s in 2010, een stijging met 4.653 tegenover het jaar voordien", luidde het. Volgens Van den Broele is het voor het eerst in tien jaar dat die cijfers toenemen. "Het is niet zeker dat deze ondernemingen failliet zullen gaan, men kan het vergelijken met een patiënt die aan een longontsteking lijdt".

De sectoren die hier het slechtste scoren zijn de horeca, groothandel en handelsbemiddeling.

Productiviteit

Unizo en Graydon baseerden zich voor hun rapport op de jaarrekeningen van zowat een half miljoen Vlaamse eenmanszaken en kleine vennootschappen. De cijfers hebben dus betrekking op 2009. Uit het rapport blijkt dat de productiviteit bij kmo's nog altijd lager ligt dan in 2007, terwijl de kosten opnieuw de hoogte ingaan. Ook op het vlak van rendabiliteit is de evolutie negatief. Het globale winstcijfer werd zelfs teruggekatapulteerd naar het jaar 2006.

Heel wat kleine en middelgrote bedrijven konden standhouden dankzij hun spaarpotje uit het verleden. "Op korte termijn zijn er geen acute problemen te verwachten, maar op middellange termijn dreigen er wel repercussies van de crisis", meent Van den Broele, verwijzend naar het feit dat er minder geld beschikbaar wordt voor investeringen en innovatie in de toekomst.

20/01/2011

Wet op continuïteit van ondernemingen kent voorzichtig succes

Sinds de nieuwe Wet op de Continuïteit van de Ondernemingen (WCO) in april 2009 in voege trad hebben de Belgische rechtbanken al 1759 gerechtelijke reorganisaties toegekend. Opmerkelijk: dat is meer dan het totale aantal bedrijven dat tussen 1998 en 2009 een beroep deed op het toenmalige gerechtelijk akkoord.

De procedure voor gerechtelijke reorganisatie moet de continuïteit van een onderneming in moeilijkheden garanderen. Wanneer een rechter de gerechtelijke reorganisatie toestaat, beslist hij zelf hoelang de opschorting duurt, al is die in principe beperkt tot zes maanden.
Op die manier is elke onderneming in moeilijkheden beschermd tegen schuldeisers en kan ze werken aan oplossingen.

Volgens het handelsinformatiekantoor Graydon zijn ondernemingen die nu een beroep doen op de WCO meer solvabel. Het voormalige gerechtelijk akkoord leidde in bijna negen op tien gevallen tot een faillissement. Nu is dat een pak minder. Het zijn vooral bedrijven uit de metaalverwerkende nijverheid, de transportsector en de drukkerijen en de uitgeverijen die van de wet gebruik maken.
Niet toevallig zijn dit de sectoren die crisisgevoelig zijn. Pas dan volgen de sectoren horeca, bouw, groothandel, kleinhandel en dienstverlening aan ondernemingen.

Toch zijn er nog belangrijke werkpunten. Zo zijn heel wat ondernemingen niet of weinig op de hoogte van de wet. Een doorgedreven informatiecampagne is dus nodig. Daarnaast werken schuldeisers, zoals de fiscale administraties, de banken of de sociale zekerheid niet altijd mee aan het herstel.

20/01/2011

Zet uw 'nieuw' rekeningnummer op de factuur!

Waarschijnlijk hebt u het al gemerkt, het klassieke bankrekeningnummer (3-7-2 opstelling) verdwijnt. Wat komt er in de plaats? Vanaf 1 januari 2011 wordt dit een combinatie van vier keer 4 karakters: twee letters met twee nieuwe cijfers en vervolgens het (oude ) rekeningnummer in een opstelling per 4, het IBAN-nummer.

OUD FORMAAT: 725-0088635-62 > NIEUW FORMAAT: BE51 7250 0886 3562

De banken schakelen definitief om. Vanaf 1 januari 2011 werken alle banken volledig volgens de uniforme SEPA-regels, zowel voor binnenlandse als voor grensoverschrijdende betalingen. SEPA staat overigens voor Single Euro Payments Area.

Wat verandert er? Het oranje overschrijvingsformulier wordt vervangen door een roze voor zij die nog steeds een papieren overschrijving willen. Daarenboven dient u nu de naam van de begunstigde te vermelden anders loopt uw betaling vertraging op.
Bij elektronische overschrijvingen past enkel het nieuwe formaat van bankrekeningnummer.

Het IBAN-nummer en de BIC-code. De BIC-code is het internationaal identificatienummer van een bank. Indien u wil overschrijven naar het buitenland dan moet die code erbij.

En op uw facturen? Aangezien de banken in het begin van het volgend jaar omschakelen, is het maar logisch dat u dat ook doet op uw facturen. Geef uw klanten dus geen aanleiding om laattijdig over te schrijven (Argument: “Ik dien dat nog na te kijken hoe ik het rekeningnummer moet omzetten …)

Tip: Bij sommige banken kan u stickertjes bekomen om uw oude rekeningnummer aan te passen.

13/12/2010

Risico op te late betaling door kerstreces

Bedrijven moeten juist nu een extra inspanning doen om openstaande rekeningen te innen. Het VCMB (Verbond van Credit Management Bedrijven in Nederland) waarschuwt ondernemingen dat betalingen als gevolg van Kerst en Oud & Nieuw een week of langer worden uitgesteld.

De vakantieperiode is vaak een excuus om facturen langer te laten liggen. Waar bedrijven in december door eindejaarsuitkeringen krapper bij kas zitten, beschikken consumenten om die reden juist over meer geld.

Een eindsprint door de debiteurenafdeling is niet gebruikelijk, omdat bedrijven al bezig zijn met de jaarafsluiting en veel medewerkers afwezig zijn. Toch zou deze periode juist extra reden moeten zijn voor verhoogde inspanningen om nog voor de Kerst openstaande rekeningen betaald te krijgen. Ondernemingen voorkomen zo extra incassokosten, terwijl een opgeschoonde debiteurenportefeuille een positief effect heeft op de balanspositie en kredietwaardigheid van een bedrijf.

Gratificatie
Goed credit management is juist in deze periode belangrijk. Niet alleen vanwege het kerstreces, maar ook omdat veel bedrijven krap bij kas zitten door eindejaarsuitkeringen als de dertiende maand. Toch op tijd betaald krijgen vergt dan extra aandacht. Daarentegen hebben consumenten door die eindejaarsuitkeringen juist meer mogelijkheden om hun rekeningen te voldoen, waardoor het een goed moment is rekeningen uit te sturen.

"In december wordt aan de ene kant heel veel geld uitgegeven, terwijl het aan de andere kant traditioneel een slechte maand is om vorderingen te incasseren. Die paradox kan en moet doorbroken worden," zegt Bervin Janssen, voorzitter van VCMB. "Het betaald krijgen van facturen en de gezellige feestmaand lijken elkaar te bijten, maar op tijd betalen is voor iedereen profijtelijk. Ook de debiteur, die daardoor niet te maken krijgt met extra incassokosten."

 

Tips

Proactief debiteurenbeheer is een van de manieren om rekeningen op tijd betaald te krijgen. VCMB raadt credit managers onder meer aan om:

  • heldere betalingsafspraken te maken met klanten, specifiek voor de komende periode;
  • een inventarisatie te maken van het betaalgedrag van debiteuren tijdens de vorige kerstperiode. Zo kunnen de slechtste betalers worden geïdentificeerd;
  • tijdig voldoende extra capaciteit in te zetten, zowel voor als na de Kerst;
  • hoog op het prioriteitenlijstje te staan bij consumenten, voordat de extra gelden zijn gespendeerd in deze feestmaand.

13/12/2010

Aantal faillissementen daalt in november

In november werden met 844 falingen voor de eerste maal in 2010 minder faillissementen genoteerd in vergelijking met dezelfde maand een jaar eerder. Dat meldt het handelsinformatiebureau Graydon woensdag.

Omgerekend gingen er in november 2010 55 bedrijven minder over de kop dan tijdens dezelfde maand in 2009. Dat stemt overeen met een daling met 6,1 procent.

Volgens Graydon gaat het om een belangrijk signaal, maar is het nog te vroeg om van een definitief keerpunt te spreken. Daarvoor ligt de faillissementsgraad nog te hoog.

Het totale aantal faillissementen voor 2010 bedraagt eind november 9.160. In vergelijking met de eerste 11 maanden van 2010 gaat het om een stijging met 5,01 procent.

Het Brussels Gewest draagt het zwaarste juk met  2.132 failliete bedrijven in 2010  (+7,57 procent ten opzichte van 2009). In het Vlaams Gewest legden 4.468 bedrijven de boeken neer (+6,13 procent) en in het Waalse Gewest 2.560 (+1,47 procent).Het relatief lage cijfer in Wallonië is te verklaren door het feit dat daar zeer veel bedrijven overheidsafhankelijk zijn. En deze laatste is (uiteraard) blijven spenderen.

Van januari tot november wordt in West-Vlaanderen een duidelijke daling (-7,06 procent) genoteerd. Dat is ook het geval in Vlaams-Brabant (-6 procent), Henegouwen (-2,61 procent) en Waals-Brabant (-1,26 procent). In de andere provincies neemt het aantal faillissementen gestaag toe.

13/12/2010

Staat vergooit 5 miljoen euro door te laat te betalen

De federale overheid heeft vorig jaar 5,2 miljoen euro aan verwijlintresten betaald. Dat is bijna drie keer zoveel als in 2005. De staat moest dat bedrag op tafel leggen omdat facturen te laat betaald werden. Dat antwoordde minister van Begroting Guy Vanhengel (Open Vld) op een parlementaire vraag van Kamerlid Hendrik Bogaert (CD&V).

De meeste verwijlintresten worden betaald door de Regie der Gebouwen (2,2 miljoen euro) en Defensie (1,8 miljoen). Beide departementen doen volgens Vanhengel het vaakst een beroep op bedrijven voor overheidsopdrachten, schrijft De Tijd.

Bogaert betreurt dat de verwijlintresten tussen 2005 (1,8 miljoen euro) en 2009 fors zijn opgelopen. 'Ik vind dat bijzonder veel en weggegooid geld op een ogenblik dat wij het wel erg goed zouden kunnen gebruiken', zegt het CD&V-Kamerlid. Hij vindt dat zowel de bedrijven slachtoffer zijn, omdat ze lang moeten wachten op hun geld, als de overheid, want die betaalt consequent te veel.

Vanhengel wijst erop dat er bij sommige overheidsopdrachten sprake is van een betwisting van het eindresultaat en dus van de facturen. 'Daardoor worden de facturen te laat betaald en zijn er soms nalatigheidsintresten verschuldigd', aldus Vanhengel.

13/12/2010

Wat als uw klant een kopie van de factuur vraagt…

U maant uw klant aan om de factuur te betalen en dan komt het … hij beweert dat hij de factuur niet ontvangen heeft!

Hoe gaat u nu best te werk?

Gewoon een dubbeltje afdrukken uit de boekhouding mag niet. Zo kan u namelijk problemen krijgen met de fiscus en/of de BTW.
Voorwaarde 1: De kopie die u opstuurt moet een exacte kopie zijn van het origineel. Er mag met andere woorden bijvoorbeeld geen andere datum op staan.
Voorwaarde 2: Ook de fiscale vermelding “dubbel uitgereikt op vraag van de klant ter vervanging van een verloren gegane of vernietigde factuur’ moet op de kopie vermeld worden.

Wat als dit een truc is om te protesteren?

Geef in de begeleidende brief aan wanneer u het origineel verstuurd hebt. Meer nog, u mag in dat schrijven reeds vermelden dat de redelijke termijn om te protesteren reeds overschreden is. Zo bent u de debiteur reeds een stap voor.

Wat als de klant enkel uitstel probeert te bekomen?

Veelal wordt er een kopie gevraagd om u zo aan het werk te zetten. En stiekem hoopt men dat u er de eerstvolgende dagen toch niet aan toe komt, dus … tijd gewonnen. Als u op het moment dat de klant om een kopie vraagt gewoon de tegenvraag stelt of een uitreksel voldoende is, zal u zien dat de klant in één op de twee gevallen akkoord gaat.

Nu weet u zeker dat het om uitstel gaat en daarenboven is een uitreksel eenvoudiger te genereren dan een kopie van een factuur die aan 2 formaliteiten dient te voldoen.

Juridisch

Uit recente rechtspraak blijkt dat rechters de factuur die u in uw boekhouding inboekt ook beschouwt als verstuurd. Of m.a.w. het argument van ‘ niets ontvangen’ wordt te vaak gebruikt!

De tijd dat er massaal poststukken verloren gingen, ligt ook ver achter ons en dus zal tegenwoordig de rechter een verzonden factuur ook als ontvangen beschouwen. Let wel: voor particulieren bestaat dit vermoeden niet zo sterk!

18/11/2010

Ontwerper Stijn Helsen: "Er is iets serieus fout met de modebusiness"

De modeontwerper Stijn Helsen en zijn familie grepen sinds de start van de crisis onderhuids in. Onder het motto: kiezen is niet altijd verliezen.
De verkoop van maatpakken in andere dan in de eigen winkels in België schrapte Helsen bijvoorbeeld volledig. “Die multimerkenwinkels prijsden mijn producten af. Ik moest hen daarin volgen. Want ik kan het me niet permitteren dat mensen hier een prêt-à-porterpak kopen van 1100 euro en ze hetzelfde pak volgende maand ergens in de uitverkoop vinden. Dat is toch een probleem in de modebusiness”, vindt Helsen.
“De seizoenen gaan zo snel en elk merk heeft wel een extra collectie of een sportlijn om meer omzet te genereren. Terwijl de markt oververzadigd is en daardoor de wintermantels de deur al uit gaan tegen verlaagde prijzen nog voor het koud wordt. Er is dus iets serieus fout met de modebusiness. Reden te meer om je eigen ding te doen”, concludeert Helsen in het weekblad Trends.

Facturen niet betaald
In de modesteden in de rest van de wereld zijn Helsens pakken wel nog te vinden in de betere multimerkenwinkels. Al is het ook bij die verdeling rijden met de rem op. “Veel winkels betalen hun facturen niet meer”, verklaart Helsen. “Er waren bijvoorbeeld winkels in New York die onze collectie aankochten, maar geen geld meer hadden op het moment dat ze aankwam. We moesten onze collectie dus in New York opslaan. Vijf maanden later hingen er nog altijd stuks die niet werden betaald, maar het was duurder om ze terug te verschepen dan ze te laten hangen. Dan moet je van je hart een steen maken en ervoor kiezen om in tien winkels niet langer te verkopen.”
Noem het nog een droom of noem het al een plan, de Limburger heeft wel al een idee om de omzet die hij aan de andere kant van de oceaan moest laten schieten terug te winnen. “Ik zou wel graag een zaak openen in Los Angeles”, bekent Helsen. “Eigenlijk zouden we dat morgen al kunnen. Ik heb er veel klanten en er zijn daar niet veel ontwerpers gespecialiseerd in maatwerk. Er kan wel eens een grote omzet in dat gat in de markt te vinden zijn.”

 

18/11/2010

Crisis brengt KMO’s in grote problemen

In zijn jaarlijks “KMO Kompas” maakt Deloitte een eerder vernietigende balans op van de crisis. Deloitte vergeleek de cijfers van 2007 (net voor de crisis) met die van 2009 (volle crisis) en komt tot voor de KMO’s eerder onthutsende conclusies.

Het is de eerste maal dat dit soort onderzoek -op basis van balansgegevens- gebeurt bij KMO’s.
Eind 2009 kampte bijna één op drie (30 procent) van de Belgische KMO’s met een verlies. Daarbij werden oudere ondernemingen iets minder zwaar getroffen dan jongere ondernemingen. Dertig procent van de kleine en middelgrote bedrijven kon alvast zijn financiële verplichtingen niet meer nakomen.

Alsof dat al niet voldoende was, blijkt uit de studie ook dat de helft van de KMO’s (50 procent) meer dan een kwart van hun waarde verloren tijdens de crisisjaren. Een kwart (25 procent) van de bedrijven noteert zelfs een waardedaling van 72 procent of meer. Zes op tien KMO’s noteerden in de periode 2007-2009 ook voor het tweede jaar op rij een omzetverlies.

Over het algemeen zijn de industriële bedrijven de grootste verliezers van de crisis. En ook: hoe groter en hoe jonger de onderneming is, hoe groter het impact van de crisis op de waarde van de onderneming.
Het is gelukkig niet allemaal kommer en kwel. Deloitte stelt vast dat het eigen vermogen van de doorsnee KMO meer dan behoorlijk stand hield. Eén op twee KMO’s financiert zich voor een groot deel (vijftig procent of meer) met eigen middelen of quasi-eigen middelen.

18/11/2010

Faillissementenrecord duurt voort in oktober

In oktober gingen in België 905 bedrijven over de kop. Het gaat om de donkerste oktobermaand ooit. Dat meldt het onderzoeksbureau Graydon Belgium dinsdag.

Hoewel er in oktober minder bedrijven failliet werden verklaard dan  in september het geval was, noteert ons land dit jaar de zwartste oktobermaand ooit. Het is bovendien de tiende maand op rij dat een record wordt gebroken.

De grootste stijging situeert zich in het Brusselse gewest, waar in  oktober 242 bedrijven de boeken dienden neer te leggen. Dat stemt overeen met een toename met 83 (+53,16 procent) in vergelijking met oktober 2009.

In het Vlaamse gewest blijkt het tij te keren met 407 faillissementen tegenover 528 in 2009. In Wallonië moesten in oktober 256 bedrijven de boeken sluiten. Dat zijn er acht meer dan in oktober 2009.

Rake klappen komen terecht bij de zakelijke dienstverlening (902 faillissementen) en de auto- en garagehandel (een toename met +14,34 procent ten opzichte van oktober 2009).

De horecasector telt het grootste aantal faillissementen in absolute cijfers. Afgelopen maand failleerden 181 horecazaken tegenover 171 in oktober 2009.

Het totale aantal faillissementen voor 2010 komt nu op 8.316 te liggen. Het Brusselse arrondissement is met 1.909 ter ziele gegane bedrijven goed voor 23 procent van alle falingen. Er gingen 20.084 banen verloren als een gevolg van alle faillissementen samen.

18/11/2010

Boot Gert Verhulst in beslag genomen na wanbetaling uitbaters

Een Antwerpse beslagrechter heeft in september bewarend beslag gelegd op de Evanna, het jacht van Gert Verhulst. Een geschil tussen onderaannemers zou aan de basis liggen.
Vorig jaar kocht Studio 100-baas Gert Verhulst een 36 meter lang luxeschip met acht suites voor bedrijfsfeesten. Prijskaartje: 1,5 miljoen euro.
Er is sprake van een geschil tussen onderaannemers. Wat dat geschil precies inhoudt, is niet duidelijk. Gert Verhulst hoopt dat de kwestie snel wordt opgelost. In afwachting van een procedure ten gronde voor de rechtbank van koophandel werd reeds via een eenzijdig verzoekschrift bewarend beslag op de boot gelegd.
Evenementen op de boot kunnen nog doorgaan, maar het vaartuig mag niet meer worden verplaatst.
In welke omstandigheden kan een bewarend beslag een nuttig instrument zijn? Wat zijn de voordelen? Zijn er ook nadelen of risico’s?

Kristof Zadora van het ADVOCATENKANTOOR MONARD D’HULST geeft een woordje uitleg:

De hierboven aangehaalde situatie heeft op het eerste zicht betrekking op de rechtstreekse vordering van de onderaannemer die door de hoofdaannemer moet worden betaald en dan beslag legt in handen van de opdrachtgever.

Meer in het algemeen moet bewarend beslag worden onderscheiden van uitvoerend beslag. Bewarend beslag is per definitie voorlopig en strekt ertoe om de debiteur te verhinderen om de beslagen (roerende of onroerende) goederen, aandelen, effecten, waarden... te verkopen of op een andere manier uit zijn vermogen te halen. Het kan worden omschreven als een beveiligingsmaatregel.

Bij uitvoerend beslag is er daarentegen werkelijk sprake van een ‘ten gelde maken’ van de in beslag genomen goederen. Hierbij wordt een officiële titel (bijvoorbeeld een vonnis of een notariële akte) uitgevoerd en zullen de goederen van de debiteur op verzoek van de schuldeiser kunnen worden verkocht indien de debiteur blijvend weigert om de schuldvordering integraal te betalen.

Bewarend beslag kan in bepaalde gevallen enkel worden gelegd indien de beslagrechter daartoe toestemming geeft. Deze toestemming kan door de schuldeiser worden gevraagd bij eenzijdig verzoekschrift. Dit betekent dat de debiteur niet weet welke acties de schuldeiser onderneemt. Het verrassingseffect speelt hier een grote rol.

In specifieke omstandigheden kan ook bewarend beslag worden gelegd zonder toestemming van de beslagrechter: het bewarend beslag onder derden. Hiertoe is onder andere vereist dat de aanspraken van de schuldeiser steun vinden in een “authentieke of onderhandse akte” zoals bijvoorbeeld: een vonnis, een notariële akte, een onderhands geschrift, een schuldbekentenis, een niet geprotesteerde factuur (althans tussen handelaars), een wisselbrief edm.

We geven een voorbeeld: A (schuldeiser) heeft een vordering op B (schuldenaar). B heeft een vordering op C (schuldenaar van B, bvb. de bankier van B die effecten in portefeuille heeft voor rekening van B). A kan dan beslag laten leggen (door tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder) in handen van C op alles wat C verschuldigd is aan B. Dit beslag betreft de totaliteit van het bedrag van de schuldvordering van B op C ongeacht of dit het bedrag van de eigen schuldvordering van A overtreft. Het gehele bedrag dat op het ogenblik van het beslag op de bankrekening van B staat, wordt dan geblokkeerd.

In geval de schuldeiser met een aantal onbetaalde facturen wordt geconfronteerd kan hij overwegen om bewarend beslag te (laten) leggen. Hij dient hierbij voor ogen te houden dat enkele voorwaarden moeten vervuld zijn:

  1. er moet sprake zijn van urgentie: de solvabiliteit van de debiteur moet in het gedrang komen (indicaties dat de debiteur zijn insolvabiliteit poogt te organiseren kunnen bewarend beslag wettigen);
  2. de schuldeiser moet over een schuldvordering beschikken ten aanzien van de debiteur die zeker, eisbaar en vaststaand is.

Voordelen:

  • Relatief snelle procedure.
  • U voorkomt dat uw debiteur nog snel enkele goederen of waarden zou wegmaken.
  • De debiteur verliest zijn beschikkingsbevoegdheid over de in beslag genomen goederen.

Nadelen:

  • Bewarend beslag levert de schuldeiser geen enkel voorrecht op in geval van faillissement van de debiteur. (enkel de kosten voor het behoud van de in beslag genomen goederen zouden bevoorrecht kunnen zijn)
  • In geval van bewarend beslag onder derden weet u niet op voorhand of de derde nog iets verschuldigd is aan uw debiteur (bvb. de bankrekening kan een negatief saldo vertonen)

Ten slotte is het belangrijk te vermelden dat bewarend beslag niet louter als drukkingsmiddel mag worden gebruikt. De kans bestaat dat de debiteur nadien een procedure start om het beslag op te heffen. Indien hij kan aantonen dat de schuldeiser enkel druk wilde zetten om sneller betaling te bekomen, kan de schuldeiser veroordeeld worden wegens misbruik van beslagrecht met eventueel toekenning van schadevergoeding.

Mtr. Zadora raadt daarom aan om u eerst goed te laten adviseren (geval per geval) alvorens actie te ondernemen.

20/10/2010

Belgische bedrijven minst stipte betalers in Europa

Belgische bedrijven behoren tot de minst stipte betalers van Europa, leert een barometer van Dun & Bradstreet (D&B). De leverancier van handelsinformatie vergeleek het betaalgedrag van Belgische bedrijven met dat van de zes Europese economische grootmachten (Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk) in de eerste jaarhelft van 2010.

Uit die ‘Europese betaalbarometer' blijkt dat Belgische bedrijven geen correcte betalers zijn: amper 33,5% van de facturen wordt stipt betaald. Dat is een groot verschil met Duitse (59,9%) en Nederlandse (51,5%) bedrijven. Ook Frankrijk doet het met 35% stipte betalingen beter dan België. Alleen het Verenigd Koninkrijk (24,8%) scoort slechter.

Positief is wel dat er een lichte verbetering is in het late betaalgedrag van Belgische bedrijven. Het gaat daarbij om facturen die later dan 30 dagen na de vervaldatum betaald worden. In de periode april-juni betaalden Belgische bedrijven 8,4% van hun facturen pas 30 dagen of later na de vervaldag. In de eerste 3 maanden van dit jaar was dat nog 8,6%, en eind 2009 nog 8,5%.

Daarmee doen Belgische bedrijven het beter dan het Europese gemiddelde van 9,1%. Nederlandse bedrijven zijn hier de beste leerlingen: slechts 3,8% betalen hun facturen na 30 dagen of langer.

20/10/2010

September zwartste faillissementenmaand ooit

In ons land zijn in september 2010 1.069 bedrijven failliet verklaard. Daarmee wordt september 2010 de maand met het  grootste aantal faillissementen ooit, meldt het handelsinformatiekantoor Graydon Belgium vrijdag.

Het vorige dieptepunt dateert van maart 2010, toen 1.050 bedrijven over de kop gingen. De 1.069 faillissementen van september 2010 zijn er 58 meer dan in september 2009. In die maand werden toen de zwartste septembercijfers ooit opgetekend.

In september 2010 wordt overigens voor de negende maand op rij het maandrecord gebroken. In de eerste drie kwartalen van 2010 legden intussen al 7.404 bedrijven de boeken neer, of 6,12 procent meer dan tijdens de eerste negen maanden van 2009.

Het Vlaamse Gewest lijdt met 9,54 procent het meest onder de faillissementenregen, gevolgd door Brussel (6,61 procent) en Wallonië (0,39 procent).

Volgens Graydon zijn de zware cijfers niet enkel te wijten aan de crisis, maar ook aan de talrijke nieuwe ondernemingen die de laatste jaren werden opgericht waardoor per definitie ook het aantal afvallers groter wordt. Daarbij moeten ook de faillissementen van  die bedrijven die het afgelopen anderhalf jaar bescherming zochten onder de wet op continuïteit van ondernemingen geteld worden, luidt het.

Goed nieuws is dat er minder nv's (naamloze vennootschappen) over de kop zijn gegaan, waardoor het aantal verloren jobs niet recht evenredig is gestegen.

20/10/2010

Snelle betaling uitlokken: korting contant!

U wilt uw kaspositie verbeteren of gewoon gezegd; u wilt uw centen op uw rekening!

Hoe zorgt u ervoor dat uw factuur binnen de acht dagen betaald wordt? Dat is net wat korting contant inhoudt. Zo beloont u immers klanten die hun factuur binnen een korte periode betalen.

Hoeveel bedraagt die korting-contant?
In principe bepaalt u dat vrij. Toch is het aan te bevelen rekening te houden met de rentestand. Zo is een korting-contant van 3% op dit moment aan de hoge kant. En terwijl 1% op dit moment zeer redelijk is, zal u helaas weinig bedrijven over de streep trekken om tijdig te betalen.

Welke termijn om te betalen?
Ook hier bepaalt u dat volledig zelf, doch in de praktijk zal dit zeer vaak neerkomen op een betaling binnen de acht dagen.

Moet dat op voorhand overeengekomen worden?
Neen, dat is niet nodig. Trouwens welke klant zal reclameren op het moment dat hij gebruik mag maken van een extra korting… U hoeft die korting-contant dus niet eerder kenbaar te maken dan op uw factuur.

Formaliteiten
Toch wel en niet onbelangrijk: de BTW. Geeft u een korting-contant van 2%, dan mag u alleen BTW aanrekenen op het bedrag na aftrek van die 2% en dat in alle gevallen. Het maakt m.a.w. niet uit of uw klant die korting-contant uiteindelijk gebruikt of niet. Op een factuur van € 500,00 met 2% korting-contant (voor wie bijv. betaalt binnen de 8 dagen) moet u dus altijd BTW aanrekenen op slechts € 490,00. En dit ook indien de klant na deze periode betaalt…

Let op: Indien u BTW over het volledig bedrag aanrekent, is het teveel aan BTW NIET recupereerbaar door uw klant!

20/10/2010

Industrie in België verdwijnt in recordtempo

De industrie in België is in een recordtempo aan het afkalven. Nergens ter wereld, behalve in het Verenigd Koninkrijk, is er de voorbije veertig jaar zoveel industriële activiteit (-17 procent) verdwenen. Dat blijkt uit een studie van Econopolis, de denktank van econoom Geert Noels, in samenwerking met de ondernemersorganisaties Unizo en VKW. Volgens hem moet de overheid dringend de handicaps voor de sector wegwerken, om de welvaart in ons land te behouden.

Desindustrialisering lijkt een natuurlijk proces, zoals het verminderen van de landbouwactiviteit, maar is dat niet, beklemtoont Noels. Hij wijst erop dat Duitsland en Zwitserland er wel in slaagden hun industriële basis te behouden. Maar door de hoge loonkosten, rigide arbeidsmarkt en complexe regelgeving deed België het heel wat minder goed.

Het wegvallen van industrie maakt een land trouwens bijzonder kwetsbaar, aldus de econoom. Men verliest export - en dus inkomsten uit het buitenland - en wordt meer en meer afhankelijk van de binnenlandse vraag, die op zijn beurt gestimuleerd moet worden door de overheid. Er is ook het hefboomeffect, waarbij elke industriële job een veelvoud aan directe werkgelegenheid oplevert.

Economische piramide
"De industrie vormt de basis van de economische piramide, de basis van de welvaart. Zonder industrie dreigt verarming", waarschuwt Noels. "De financiële crisis heeft aangetoond dat een land niet zonder industrie kan en dat dienstenjobs bijzonder kwetsbaar zijn."

Niet alleen het verleden was dramatisch voor de Belgische industrie, ook de toekomst oogt weinig rooskleurig. Zo staat de concurrentiekracht van onze bedrijven op de 24ste plaats van 26 landen, citeert Noels uit een studie van consultant Deloitte.

Toch kan de overheid, met een goed flankerend beleid, de negatieve trend keren, meent de econoom. "Het is zoals met onze nationale voetbalploeg, de capaciteiten zijn er en we zouden kunnen winnen van Duitsland. Maar dan moeten wel alle details goed zitten."

Duitsland als voorbeeld

Hij pleitte dinsdag dat België een voorbeeld moet nemen aan Duitsland, bijvoorbeeld inzake loonbeleid. "De voorbije tien jaar is dat land er in geslaagd zijn concurrentiehandicap om te buigen in een grote voorsprong, onder meer dankzij de Hartz-wetten."

Ook zou de bedrijfssteun in België moeten worden vereenvoudigd, zodat niet alleen grote bedrijven ervan profiteren. De sociale partners moeten op hun beurt "hervormd" worden om belangenconflicten tussen werkenden en niet-werkenden te vermijden. De exportbegeleiding moet zich richten op de zogenaamde BRIC-landen en er moeten buitenlandse topondernemingen worden aangetrokken.

17/09/2010

Hoe gratis is gratis?

Is leverancierskrediet ‘gratis’, of is er soms toch een kost aan verbonden?

Het is beslist een redelijk gemakkelijk toegankelijke vorm van krediet. Dikwijls is het ook het eerste substituut voor weggevallen bankkrediet … met alle gevaren van dien! Maar gratis? Is er niet toch ergens een kostprijs aan verbonden?

In het algemeen kan men stellen dat de aangeboden betaaltermijn deel uitmaakt van de productmix. Het feit dat betaaltermijnen nog altijd dikwijls in de verkoopsfeer bepaald worden, onder invloed van bepaalde marktgebruiken, of onder druk van een ‘goede’ aankoper, doet het gevoel ontstaan dat dat er ‘gratis’ bijkomt. Niet geheel onbegrijpelijk. Maar hieruit afleiden dat leverancierskrediet geen financiële kost heeft, gaat natuurlijk te ver.

Cash discount
Onze verkopers vragen me dikwijls welke cash discount ze mogen geven aan een klant die wil betalen ‘op contant’. De huidige rentestand laat hier niet veel ruimte toe, maar commercieel wordt al snel tot 2 à 3% korting geboden. Met andere woorden, de klant die niet in staat is zeer snel te betalen, en zijn volle leverancierskrediet neemt, verliest een pak marge. Als men 3% marge prijsgeeft om ca. 50 dagen later te betalen, dan komt dat op ca 22% op jaarbasis. Is dat krediet dan niet zeer duur!? Wellicht zien veel bedrijven het anders: de prijsgegeven korting is een kost; de verkoopprijs lag vast. Dus de klant betaalt eigenlijk niets méér. En het is alleen maar een dure kost voor de leverancier … Maar finaal zal elk bedrijf toch moeten uitkijken om voldoende marge te genereren. De korting is in dat opzicht uiteindelijk toch een zeer duur prijselement – de rentevoeten belopen momenteel amper 1% p.a. – want ze zal toch vroeg of laat in de verkoopprijs moeten ingerekend worden.

Kredietbeperking
Wellicht is de link tussen leverancierskrediet en financiële kost niet altijd even transparant. Er bestaat echter een andere techniek, die die link wel duidelijk legt, met name de zogeheten “kredietbeperking”. Dat systeem houdt in dat men a priori een opleg bijrekent, die de klant mag aftrekken als hij op tijd betaalt, anders is hij de opleg verschuldigd. Gratis leverancierskrediet …?

En wat te denken van het feit dat een businessunitmanager me al eens belt: “Of we akkoord gaan om een klant een langere betaaltermijn toe te staan? … Maar geen nood, hij heeft de prijs al met enkele centiemen laten stijgen ‘in ruil voor …’!” Verder zal een klant die niet correct betaalt wellicht ook een zwakkere positie hebben bij de volgende prijsonderhandelingen.

Kortom, ‘gratis’ is een woord dat het in marketingtermen nog altijd goed doet, maar een financieel verantwoordelijke rekent toch best nog even goed het totale plaatje na.

17/09/2010

Impact van faillissement onderschat

Er wordt in Nederland & België te makkelijk gedaan over faillissementen. Hoewel het taboe hier groter is dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten waar een ondernemer pas meetelt als hij minstens één keer over de kop is gegaan, is failliet gaan een ramp waar absoluut niet te lichtzinnig over gedaan mag worden. Dat zegt Arnold van der Voort, voorzitter van de stichting Stidag (NL) die opkomt voor de belangen van ondernemers die in de problemen zitten.

"Een faillissement is heel erg. 82 procent van de huwelijken van failliete ondernemers strandt. 1 procent van de ondernemers probeert zichzelf wat aan te doen. We doen wel alsof het allemaal niet zo erg is, maar ondertussen..." Van der Voort is dan ook niet te spreken over programma's die spartelende ondernemers helpen het hoofd boven water te houden. Van der Voort, die zelf zakelijk failliet ging in 1999 omdat hij tijdens een ziekenhuisopname werd bestolen en door de faillissementswet geen tijd had zijn problemen op te lossen, ziet geen positieve kanten aan een faillissement.

"Acht van de tien keer gaan ondernemers behalve zakelijk ook privé failliet. Slechts 7 procent van de mensen die over de kop gaat begint overnieuw. Je kan in Nederland in principe maar vijf jaar achtervolgd worden voor je schulden. Maar na die vijf jaar mogen schuldeisers gewoon weer opnieuw beginnen, dus eigenlijk heb je de deurwaarder een leven lang achter je aan."

In België is de morele situatie vergelijkbaar, doch de faillissementswet is enigszins anders, volgens Piet Carlier van het advocatenkantoor Monard D’Hulst. Zo kan een persoon die als “eenmanszaak” handel heeft gedreven, bij de afsluiting van het faillissement door de curator, van de Rechtbank “verschoonbaarheid” bekomen. Dit verouderde woord slaat op het feit dat schulden die einde faillissement onbetaald zijn gebleven, definitief worden kwijtgescholden. Voor die schulden, en dit in tegenstelling tot de situatie in Nederland, kan men deze ex-gefailleerde dus niet meer aanspreken op zijn later privé-vermogen.

Om deze definitieve kwijtschelding te bekomen moet de gefailleerde wel te goeder trouw zijn en door “ongelukkige” omstandigheden failliet zijn verklaard. De verschoonbaarheid kan geweigerd worden wanneer de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan zoals het plegen van strafbare feiten (bedrieglijk bankbreuk, oplichting, wegmaking van activa,…). De verschoonbaarheid geldt voor alle onbetaalde schulden die zijn ontstaan vóór het faillissementsvonnis. Zelfs de echtgenoot van de gefailleerde kan in bepaalde mate van de verschoonbaarheid genieten.

Aan handelsvennootschappen die in faling zijn gegaan kent de faillissementswet in België dit systeem van verschoonbaarheid niet toe.

De personen die betrokken waren als oprichter en/of bestuurder in een failliet verklaarde handelsvennootschap, lopen na het faillissement het risico dat zij met hun privé-vermogen kunnen instaan voor bepaalde schulden. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er sprake is van oprichtersaansprakelijkheid of bestuurdersaansprakelijkheid. De Belgische wetgever heeft de regels van bestuurdersaansprakelijkheid nog verstrengd, ondermeer ten voordele van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de fiscus.

Wie in België als privé-persoon een zekerheid heeft gesteld voor schulden van de handelsvennootschap die failliet werd verklaard, kan onder bepaalde voorwaarden een volledige of gedeeltelijke kwijtschelding van deze verplichtingen bekomen. Deze privépersoon moet dan wel belangeloos deze zekerheid hebben gesteld (bijvoorbeeld: een persoonlijke borgstelling).

De meerderheidsrechtspraak stelt dat dit niet geldt voor een vennoot-aandeelhouder noch voor een zaakvoerder of bestuurder vermits deze geacht worden niet belangeloos te hebben gehandeld.

Voor wie nog meer wilt weten:

Piet Carlier: “Ter verduidelijking van de tekstsuggestie kan ik vermelden dat i.g.v. faillissement van een handelsvennootschap de zgn. gehele of gedeeltelijke bevrijding van de kosteloze zekerheidsteller (dit zijn de woorden van de wetgever…) niet mag verward worden met de situatie van een oprichter, een zaakvoerder of bestuurder lastens wie een bepaalde aansprakelijkheid wordt weerhouden zoals een bestuurdersaansprakelijkheid. In dit laatste geval kan de betrokkene hiervan niet worden bevrijd. Het is aansprakelijk of niet-aansprakelijk en in bevestigend geval zal het privé-vermogen worden aangesproken en kan hierop in concreto beslag worden gelegd”.

De kosteloze zekerheidsteller : op te vatten als belangeloos, geldt dit bijvoorbeeld voor de ouders van de zaakvoerder van een vennootschap die aan hun zoon of dochter het plezier hebben gegund om een aangegane lening (aangegaan door de vennootschap) mede te ondertekenen als mede-schuldenaar of als borg en eventueel hiervoor zelfs hun privé-woning in hypotheek hebben gegeven.

17/09/2010

Blijf onderhandelen, ook na het vonnis!

U heeft een klant die niet betaalde uiteindelijk gedagvaard en nu is hij veroordeeld. De deurwaarder stelt echter voor om een klant te laten afbetalen... Is dat wel het beste om uw centen te bemachtigen?

Van rappel tot vonnis.
Bij het opvolgen van uw factuur hebt u het juiste parcours gevolgd. Schriftelijke/telefonische aanmaningen en finaal een aangetekend schrijven waarbij u de klant officieel in gebreke stelt. Zelfs het schadebeding en de intrest hebt u er netjes bijgeteld maar centen hebt u nog steeds niet!

De oplossing: een advocaat.
Om in België uw centen (op een legitieme wijze) te krijgen, hebt u een vonnis nodig van een rechtbank en daarvoor maakt u best gebruik van een advocaat. Onmiddellijk naar een deurwaarde stappen of een incassobureau raadplegen zijn alleen maar omwegen als het gaat om een hardleerse klant!

En dan het vonnis.
Het is niet omdat uw klant veroordeeld wordt tot het betalen van uw factuur + de bijkomende kosten dat hij dit ook spontaan zal doen! Dan had hij dat voordat er al die kosten bijkwamen wel gedaan... Het vonnis zal moeten ‘uitgevoerd’ worden.

De deurwaarder: betalen of beslag?
Dit zijn de twee mogelijkheden die nog resten.
Of toch niet? De klant doet een voorstel. Hij wil namelijk de inbeslagname van de goederen vermijden door alsnog een ‘regeling’ voor te stellen.

Mag de deurwaarder dit aanvaarden? Ja, hij kan het vonnis niet wijzigen –bijvoorbeeld door de schuld kwijt te schelden- maar hij zal en moet zoveel mogelijk voor u incasseren en daarbij is het vaak interessanter toch een afbetaling te aanvaarden dan een inbeslagname uit te voeren.

Waarom toch nog afbetalen? Op die wijze moet u NIET delen met andere schuldeisers. Bij een inbeslagname moet u wel delen met andere schuldeisers en in de praktijk betekent dat dat u totaal niets van uw centen ziet...

17/09/2010

Belgen dol op zomerse rokjes en shorts op de werkvloer

Uit een peiling van carrièresite Monster bij 6.079 werknemers blijkt dat 90 procent van de Belgen helemaal geen probleem heeft met rokjes en korte broeken op de werkvloer.

45 procent van de ondervraagden vindt dat shorts en rokjes moeten kunnen, zolang we het maar niet hebben over minirokjes of teenslippers. 27 procent zegt bovendien niet te kunnen werken voor een werkgever die beperkingen zou opleggen wat betreft werkkledij.

Situatie

17 procent gaat akkoord met zomerse kledij, maar zal zijn kledij aanpassen aan de situatie: indien een leveranciers- of klantenbezoek is gepland, dan wordt een passende outfit uit de kast gehaald.

Slechts 11% is van mening dat shorts en rokjes niet kunnen: "Vrijetijdskledij draag je thuis."

16/08/2010

Aantal faillissementen ook tijdens maand juli gestegen

Tijdens de maand juli van dit jaar zijn in België 610 bedrijven failliet gegaan. Dat blijkt een cijfers van het handelsinformatiebureau Graydon. Daarmee ligt het niveau van het aantal faillissementen opnieuw hoger dan tijdens dezelfde periode de voorbije twee jaar.

In juli vorig jaar werden er 536 faillissementen geteld. Tijdens dezelfde maand het jaar daarvoor moesten er 535 ondernemingen de boeken neerleggen. Graydon voegt er aan toe dat er tijdens de eerste zeven maanden van dit jaar in totaal 5.893 faillissementen werden geteld. Dat is een stijging met 5 procent tegenover dezelfde periode vorig jaar.

Het handelsinformatiebureau merkt op dat de kans bijzonder groot is dat dit jaar opnieuw een recordaantal faillissementen zal worden opgetekend. Ook vorig jaar werden al een recordaantal faillissementen uitgesproken.

16/08/2010

Westerling gedraagt zich als verwend kind

Het Westen heeft een mentaliteitsverandering nodig in de economische strijd tegen Azië en in de toekomst Afrika. De grote massa`s in het Westen gedragen zich als kinderen. Ze jengelen en dreinen net zo lang tot ze hun zin krijgen. Ze eisen instant genot. Ze willen alles, ze willen het nu, en ze willen dat het liefst zonder zich zelf in te hoeven spannen.

Hoe komt het dat de grote massa meent dat hun wil wet is? Wellicht hangt het samen met het opkomende consumentisme in de jaren 60. Dat werd versterkt in de jaren 70 en 80, toen de klant steeds meer centraal wereld gesteld. In de jaren 90 kwam daar een ongebreideld opportunisme bovenop, en in het afgelopen decennium gooide het bedrijfsleven alle principes overboord om steeds hogere kwartaalcijfers te realiseren.

In opkomende economieën als Brazilië, India en China zitten de massa`s op school, bekwamen ze zich in een vak en werken ze hard aan de toekomst. Zelfgenoegzaamheid en behoudzucht zijn hen vreemd. Ook demografisch gezien staan ze er gunstiger voor dan het Westen. Als er in het Westen niet snel iets verandert, dan is het duidelijk wie de winnaars van morgen zullen zijn.

16/08/2010

Doe wat u zegt

Hoe ver mag u gaan als u uw centen wil zien? Uiteraard mag u uw klant niet fysiek bedreigen, toch mag u wel dreigen met een proces.

Het is dan interessant dat u uw klant ook wijst op de consequenties. Zo kan u zeggen dat er kosten bijkomen, zoals het schadebeding (10% van de totale factuur), intresten (variërend van 1% per maand tot 10% op jaarbasis) en natuurlijk ook de proceskosten (Dagvaardingskosten en rechtsplegingvergoeding)

Wat echter fundamenteel is voor uw geloofwaardigheid is dat u ook doet wat u zegt. Doet u dat niet slaat u niet alleen een mal figuur, de debiteur zal dit gegarandeerd verder vertellen. En dat kan voor nog meer wanbetalers zorgen …

Zegt u dus dat u een proces zal inspannen, doe dat dan ook! Ben u er zelf niet zo zeker van dat zoiets een haalbare kaart is, zegt het dan niet!

P.S.: Bij een niet-betwiste factuur in een B-2-B relatie vindt u vaak een advocaat bereid het proces te voeren waarbij u de hoofdsom ontvangt terwijl het ereloon bestaat uit de intresten, het schadebeding en de rechtsplegingvergoeding. Op voorwaarde dat hij kan invorderen natuurlijk.

 

16/08/2010

Sportievelingen werken harder

Dat sporten gezond is, wist je al. Maar het blijkt je ook een boost te geven op je werk.

Bijna 80 procent van de werknemers is productiever op het werk door aan sport te doen, stelt Nederlands onderzoek vast. Meer dan de helft voelt zich fitter en een vijfde komt daardoor minder gespannen op kantoor toe. Een minderheid, 7 procent, zegt dat sporten hen daarentegen net lui maakt op het werk.

De helft trekt zijn sportschoenen wel liever niet aan samen met de collega’s. Veertig procent vindt samen sporten dan weer de ideale manier om zijn collega’s beter te leren kennen.

Tips voor extra beweging op het werk:

  • Neem de trap in plaats van de lift.
  • Ga met de fiets naar kantoor.
  • Maak een wandeling tijdens de lunch.
  • Stel vragen persoonlijk aan het bureau van je collega's, niet via de telefoon of via e-mail.
  • Kies niet voor een karaf water, haal liever glas per glas aan de waterkoeler.

 

Onderzoekers van de Universiteit van Bristol in Engeland onderzochten dan weer werknemers hun prestaties en gemoedstoestand op werkdagen waarop ze wel en niet aan sport deden. Het verschil was duidelijk. Op sportdagen werkten ze duidelijk beter.

Enkele cijfers:

  • 72 procent besteedde zijn tijd efficiënter
  • 79 procent presteerde beter
  • 74 procent kon beter om met de workload

 

En dat is nog niet alles:

  • 26 procent kon beter om met de stress
  • 33 procent was gemotiveerder om te gaan werken
  • 26 procent kon zich beter concentreren op het werk
  • 28 procent nam veel minder pauzes
  • 27 procent kon zijn werk op tijd afmaken

Het positieve effect van sporten kan trouwens nog verhoogd worden als je kiest voor de juiste sport, zo blijkt. En dat hangt helemaal af van hoe je je voelt op het werk.

14/07/2010

Europese CEO’s vrezen nieuwe financiële crisis

Slechts 3 procent van de Europese CEO’s gelooft dat de stabiliteit van het financiële en bancaire systeem hersteld is. Een meerderheid verwacht dat de problemen weer de kop zullen opsteken. Dat is de opmerkelijkste vaststelling uit een enquête die het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) hield bij 250 Europese topmanagers.

Het VBO peilde naar aanleiding van de European Business Summit 2010, die vandaag van start gaat in Brussel, naar wat leeft bij Europese bedrijfsleiders en hoe ze denken de Europese economie weer op de rails te krijgen.

Uit de enquête blijkt een groot geloof in het Europese model, in de ondernemerszin van kmo’s, en in innovatie om vooruit te komen. Daarentegen ziet slechts 14 procent van de grote Europese ondernemingen jobcreatie als een middel om te groeien.

De meeste Europese CEO’s denken dat Azië het sterkst uit de economische crisis zal komen. Daarom willen ze dringend hun wagonnetje aan deze locomotief vasthangen. Drie vierden van de CEO’s uit de industriële sector is onder de indruk van het overwicht van de opkomende Aziatische economieën en wil een businessrelatie opbouwen met landen als China en India.

De meest opmerkelijke vaststelling uit de enquête is dat de Europese bedrijfsleiders heel ongerust blijven over de situatie van de banken. Een grote meerderheid denkt dat de problemen niet van de baan zijn en verwacht op korte tot middellange termijn nieuwe financiële problemen. Voor de bedrijfsleiders is het herstel van de stabiliteit van het financiële systeem belangrijker dan de aanpak van de ontsporende overheidsbegrotingen.

14/07/2010

Aantal wanbetalingen bij Belgische bedrijven neemt weer toe

Het aantal facturen dat door de Belgische bedrijven onderling op tijd werd betaald, is in het tweede kwartaal gedaald tot "het slechtste cijfer van het afgelopen decennium". Dat blijkt uit een studie van het handelsinformatiekantoor Graydon.

De zogenaamde "B2B Betaalindex" van Graydon leert dat  slechts 61,72 procent van de facturen die Belgische bedrijven elkaar toesturen tijdig werd betaald. In het eerste kwartaal was dat nog 65,22 procent.  Het aantal wanbetalers neemt dus opnieuw toe, hoewel in het laatste kwartaal van 2009 nog sprake was van een "significante verbetering van de betaalmoraal".

De Betaalindex is in het tweede kwartaal gedaald tot 99,28, wat overeenstemt met een bijna-dieptepunt. De index, die weergeeft in welke mate bedrijven hun betaalafspraken nakomen, noteerde in het eerste kwartaal op 103,04. Over heel 2009 was dat 101,87.

Graydon noemt de toenemende tendens van wanbetalingen "des te meer alarmerend omdat deze waarneming betrekking heeft op het kwartaal voor de vakantieperiode." Het studiebureau vreest zelfs dat de B2B-betaalmoraal in het derde kwartaal naar een historisch dieptepunt zakt.

De neerwaartse tendens geldt voor de drie gewesten, maar is het meest opvallend in Wallonië. In het zuiden van ons land werd slechts 58,36 procent van de bedrijfsfacturen tijdig betaald. In Vlaanderen kwam 63,24 procent binnen de betaaltermijn op de rekening tegenover bijna 66 procent een kwartaal eerder. In Vlaanderen werd in 9 procent van de gevallen meer dan 90 dagen te laat betaald, wat een toename is met 15 procent. In de twee andere gewesten gaat het aantal wanbetalingen van die orde met 30 procent de hoogte in.

Volgens Graydon tonen de cijfers aan dat "heel wat kmo-ondernemingen in ons land een uitputtingsniveau bereiken".

14/07/2010

Klantenrelaties en betalingsgedrag: een kwestie van balans

Analyseer het betalingsgedrag en u zal zien dat dit bijdraagt aan duurzame en winstgevende klantrelaties.

Verbetering van de inkomende cashflow begint bij het consequent registreren van dit betalingsgedrag. Immers, als u niet meet welke klanten u waarom wel/niet op tijd betalen, hoe kunt u dit dan effectief verbeteren?

Zodra u een goed beeld heeft van het betalingsgedrag van uw klanten, kunt u uiteindelijk ook op zoek gaan naar de oorzaken waarom uw klanten u op tijd of juist niet op tijd betalen. Bij de verbetering van het betalingsgedrag - en daarmee de inkomende cashflow - komen uiteraard veel meer zaken kijken dan alleen de analytische kant, maar het stelselmatig registreren, volgen en analyseren van het betalingsgedrag van uw klanten is een goed begin naar meer duurzame en winstgevende klantrelaties.

Als u immers weet waarom (sommige van) uw klanten u te laat betalen, dan kunt u dat vertalen naar aanpassing en verbetering van het beleid, processen en procedures (logistiek, klachten, facturatie, kredietbeleid, klant relatiebeheer, etc.). Uiteindelijk zal analyse van betalingsgedrag in combinatie met klantgericht relatiebeheer u in staat stellen om winst voor alle partijen te behalen. Win win so to speak.

14/07/2010

Brief of telefoon?

Uit onderzoek blijkt dat een schriftelijke herinnering of aanmaning slechts in 38% van de gevallen tot een betaling leidt. 70% van de klanten betaalt na een telefoontje wel nog.

Het is dus veel efficiënter om slechte (laattijdige) betalers op te bellen dan om ze een schriftelijke herinnering te sturen. Daarenboven is het gewenningseffect bij een brief veel groter omwille van het gestandaardiseerd karakter. Indien uw klanten weten dat u steeds 2 of 3 herinneringen stuurt, zullen ze uiteindelijk ook wachten tot u de ‘laatste herinnering’ stuurt.

In tijden van crisis zijn er vandaag zelfs bedrijven die wachten tot u een aangetekend schrijven stuurt…

Concreet: Bel de klant reeds na 3 dagen na het vervallen van de factuur op. Wijs hem op de situatie en vraag hem waarom er nog niet betaald is. Kom een betalingstijdstip overeen en meldt dat u dit ook zo in uw systeem zet.
Indien u er de tijd voor heeft, kan u dit ook nog per mail of fax bevestigen. Zo heb u ook nog een geschreven document en staat u juridisch sterker.

16/06/2010

Belgische belastingdruk is het hoogst

Met 52% kent ons land de hoogste belastingdruk. De Belgische wetgever toonde zich erg vindingrijk bij het bedenken van nieuwe belastingen.

In het tweede rapport Total Tax Contribution over België brachten het VBO en PwC opnieuw alle wettelijk verplichte heffingen (belastingen en socialezekerheidsbijdragen) in kaart die bedrijven in ons land zelf betalen of inhouden voor rekening van de overheid (alle bevoegdheidsniveaus). Het onderzoek werd uitgevoerd in 2009, slaat op het boekjaar 2007 en objectiveert de werkelijke fiscale bijdrage van de ondernemingen aan de overheidsbegroting.

Daaruit leidt men vier opmerkelijke trends af:
Op het vlak van belastingdruk is België koploper met een ruime voorsprong op de andere landen. Voor de negen onderzochte landen bedraagt die druk gemiddeld 37% t.o.v. 52% voor België, terwijl dat voor onze voornaamste concurrenten, Zwitserland en Nederland, respectievelijk maar 30 en 31% is.
De Belgische wetgever is veel vindingrijker dan andere landen als het aankomt op nieuwe belastingen bedenken. Het onderzoek bracht bijna 92 belangrijke heffingen aan het licht. 76 keer als heffingen die de ondernemingen moeten betalen en 39 keer als heffingen die voor rekening van de overheid worden geïnd.
Voor elke betaalde euro belasting, innen de ondernemingen gratis (maar niet zonder risico) 2 euro voor de overheid. In verhouding tot de betaalde vennootschapsbelasting loopt dat bedrag op tot 5,68 euro. Voor iedere tewerkgestelde werknemer hadden de ondernemingen gemiddeld 37.115 euro fiscale en parafiscale kosten per jaar;
De administratieve kosten van het gratis innen van die belastingen voor rekening van de Belgische staat werken ontradend en worden niet gecompenseerd door evenredige overheidsdiensten.

Volgens Frank Dierckx, managing partner van PwC Tax & Legal Services, weerleggen die resultaten ook de perceptie dat ondernemingen niet hun deel van de belastingen zouden betalen. “In feite bedroeg de gemiddelde aanslagvoet van de deelnemende bedrijven 52,06% van de winst vóór belastingen, dat is 20% meer dan in Zwitserland of Nederland. Samen maken de vennootschapsbelasting en socialezekerheidsbijdragen 85,85% van de totale betaalde bedrijfsbelasting uit. Daarnaast zijn er echter nog vele andere heffingen: niet minder dan 74 heffingen zijn goed voor slechts 15,15% van het totaal, wat aantoont dat sommige vrij kleine belastingen de ondernemingen met zware beheerskosten opzadelen. De hoge belastingdruk en het grote aantal bestaande heffingen geven ook aan dat er een duidelijke behoefte is aan transparantie en bewustwording hierover.”

16/06/2010

Liquiditeitspositie blijft onder druk

Ondanks de vlottere toegang tot bankkredieten, kampen bedrijven nog steeds met langere betalingstermijnen en laattijdige betalingen.

Uit een enquête van het VBO en CRiON blijkt dat Belgische ondernemers de toegang tot bankenfinanciering iets positiever percipiëren dan zes maanden geleden, zowel wat betreft het rentetarief als de gevraagde waarborgen. Tussen bedrijven onderling wordt echter nog vaak te laat betaald en met langere betalingstermijnen.

De betalingen van de facturen door overheid zijn nog steeds problematisch. De overheid zou vaak te laat betalen en uitstel van meer dan 60 dagen na de vervaldatum van de factuur blijkt geen zeldzame uitzondering.

28% van de ondervraagde bedrijven verwacht dat de omzet in de komende zes maanden nog zal dalen als gevolg van de financieel-economische crisis. Zes maanden geleden was dat nog 70%. 32% voorspelt dat de werkgelegenheid in hun bedrijf nog zal dalen, t.o.v. 43% een halfjaar geleden. Die cijfers tonen dat het dieptepunt achter de rug is, maar er is nog lang geen sprake van een echte heropleving. Slechts 14% zal zijn voorraad in de komende zes maanden opnieuw opbouwen. 46% zal de investeringen ook in de zes volgende maanden uitstellen (t.o.v. 52% een halfjaar geleden).

Kredietverstrekking licht verbeterd

Voor wat bestaande kredieten betreft, oordeelt 22% van de bevraagde ondernemingen dat de bankier het rentetarief heeft verhoogd gedurende de voorbije zes maanden. 17% geeft aan dat er  nog bijkomende waarborgen werden gevraagd. Zes maanden geleden was dat resp. 27 en 29%.

35% meent dat de bankier hogere rentetarieven aanrekent in vergelijking met voor de crisis. 33% ondervindt dat meer waarborgen worden gevraagd om een kredietlijn te verkrijgen of te vernieuwen. T.o.v. zes maanden was dat resp. 36% en 35%. Het oordeel van de ondernemers ten opzichte van de door de bankier gevraagde rentetarieven en gevraagde waarborgen is dus lichtjes verbeterd of gestabiliseerd in de loop van de voorbije zes maanden.

Daarnaast gaat 42% van de ondernemers akkoord met de stelling dat hun leveranciers vroegere betaling eisen (44% in nov. 2009) en 57% meent dat hun leverancier strenger optreedt bij laattijdige betaling (65% in nov. 2009). Tezelfdertijd oordeelt 61% van de ondernemers dat klanten minder snel betalen dan zes maanden geleden (64% zes maanden geleden).

16/06/2010

Europese Commissie is een laattijdige betaler

De Europese Commissie betaalt zijn toeleveranciers veel te laat uit. Dat heeft de Europese ombudsman bekend gemaakt. Sinds de Europese ombudsman vijftien jaar geleden werd geïnstalleerd, werden inmiddels 63 dossiers over mogelijke laattijdige betalingen door de Europese Commissie onderzocht. Drie jaar geleden stelde de ombudsman dat 20 procent van alle contracten met de Europese Commissie te laat werden uitbetaald. De ombudsman had toen aanbevolen dat de procedures zouden worden vereenvoudigd en dat de internet controle zou worden opgedreven. Hij toonde zich toen wel tevreden dat beslist werd om in bepaalde gevallen van laattijdige betalingen intresten te betalen. Maar bij een recent onderzoek bleek dat ook twee jaar geleden nog altijd 22 procent van alle betalingen te laat werden uitgevoerd.

"Uit een rondvraag bij bedrijven, organisaties, universiteiten en onderzoeksinstellingen, bleek volgens de Europese ombudsman dat laattijdige betalingen een structureel probleem lijken te vormen bij de Europese Commissie," aldus EurActiv.com. "Europees ombudsman Nikiforos Diamandouros stelt dat dit het gevolg blijkt te zijn van een gebrek aan coördinatie en overdreven bureaucratie." Onderaannemers zouden onder meer klagen dat de Europese Commissie steevast de deadlines van betalingen verschuift wanneer er nog een aantal bijkomende randformaliteiten moeten worden vervuld. Ook wordt geklaagd over een gebrek aan onderlinge communicatie wanneer een contract moet worden behandeld door meer dan één afdeling van de Europese Commissie. Daarnaast zouden er ook opvallend veel vertragingen optreden tijdens de zomervakanties en bij een ziekteverlet van cruciale medewerkers.

Ombudsman Diamandourous heeft aan de Europese Commissie gevraagd een antwoord te formuleren, een update bekend te maken over de laattijdige betalingen en maatregelen uit te werken om het probleem te verhelpen. Tegelijkertijd heeft Diamandourous aan de Europese Commissie gevraagd om erover te waken dat de Europese financiële procedures niet overdreven bureaucratisch zouden worden. De Europese Commissie heeft zelf gezegd dat laattijdige betalingen een belangrijk probleem vormen, aangezien vooral kleinere bedrijven daardoor zwaar in financiële problemen zouden kunnen komen. Correcte betalingen moesten volgens de Europese Commissie dan ook bestempeld worden als een politieke prioriteit. Daarom werd aan de overheden trouwens gevraagd om hun facturen binnen de dertig dagen te betalen. (MH)

16/06/2010

Hoelang uw facturen bijhouden?

De algemene regel is zeven jaar. Dat geldt voor de BTW, maar ook voor de boekhoudwetgeving en de Belastingen. Die termijn begint te lopen vanaf 1 januari volgend op het jaar waarop de stukken betrekking hebben.

Concreet; de stukken van 2002 mag u met een gerust hart bijhouden. Of toch niet?

Soms langer bijhouden? Inderdaad, bepaalde stukken dient u langer te bewaren, bijv. uw investeringsfacturen. Deze moet u bijhouden tot … zeven jaar na het laatste jaar waarin ze zijn afgeschreven. Datzelfde geldt ook voor wie ‘vorige verliezen’ in rekening brengt.

Zijn er nog uitzonderingen? Ja, facturen in verband met een nieuwbouw moeten vijftien jaar worden bijgehouden al is dit enkel voor de BTW. Gerecupereerde BTW kan 15 jaar lang herzien worden.

Is er iets veranderd? De circulaire bevestigt dat de bewaartermijn voor de Belastingen is gewijzigd naar zeven jaar. Maar dat moest u sowieso voor de BTW!

Conclusie: Terwijl de termijn officieel zeven jaar is, zal u uw stukken in de praktijk toch langer moeten bijhouden.

18/05/2010

Belgische bedrijven betalen sneller hun rekeningen

Belgische bedrijven betalen sneller hun rekeningen. Dat blijkt uit cijfers van kredietverzekeraar Atradius. Daarbij wordt opgemerkt dat bedrijven door de economische crisis hun betalingstermijnen hebben verstrengd. Tijdens de eerste maanden van dit jaar kregen klanten gemiddeld éénendertig dagen tijd om hun rekeningen te betalen. Dat is drie dagen minder lang dan vorig jaar.

Door die strengere deadlines wordt er volgens Atradius ook daadwerkelijk sneller betaald. Gemiddeld betalen Belgische bedrijven hun rekening na achtendertig dagen. Dat is nog altijd zeven dagen na de gestelde deadline, maar wel zes dagen sneller dan vorig jaar. Rekeningen van buitenlandse klanten zijn gemiddeld na vijfenveertig dagen afgehandeld. Dat is ongewijzigd gebleven tegenover vorig jaar.

Atradius zegt dat de verschillen in Europa soms zeer groot zijn. In Duitsland bedraagt de gemiddelde betalingstermijn negentien dagen, maar in Italië is dat zestig dagen. (MH)

18/05/2010

De crisis op de arbeidsmarkt is nog niet voorbij

In de loop van april ontving de VDAB 20.077 vacatures. Eind april stonden er 36.763 vacatures open. De vacaturecijfers van april blijven daarmee hangen rond het belabberde niveau van vorig jaar. De cijfers liggen bovendien ook iets lager 37.903 van maart dit jaar.

In maart was het aantal vacatures sterk gestegen en sommigen zagen daarin al de definitieve ommekeer op de arbeidsmarkt.

VDAB-topman Fons Leroy waarschuwt om geen al te snelle conclusies te trekken uit de cijfers, noch in positieve, noch in negatieve zin. “Ik blijf voorzichtig,” stelt hij, “de crisis op de arbeidsmarkt is nog niet voorbij. Uiteraard was het positief dat het aantal vacatures in maart in Vlaanderen opnieuw toenam. De stijging van het aantal vacatures in de horeca en toerisme was voorspeld. Geruststellender was dat er opnieuw meer vacatures zijn in de transportsector en de logistiek. Die sectoren zijn heel conjunctuurgevoelig. Maar reden tot euforie is er dus niet.”

Terecht, zo blijkt op basis van de recentste VDAB-cijfers. En Leroy waarschuwt: “In juni komt opnieuw een grote lichting schoolverlaters op de arbeidsmarkt wat ook een effect zal hebben op de werkloosheidsgraad. Het Steunpunt WSE (Werk en Sociale Economie-nvdr) heeft niet zo lang geleden een studie uitgebracht waaruit blijkt dat we bij de vorige recessies zeven jaar nodig hebben gehad om opnieuw op het werkloosheidspeil van voor de crisis te komen. En tal van experts verwachten dat de werkloosheidstoename nog kan duren tot in 2011.”

Heeft de VDAB de middelen om het stijgende aantal werkzoekenden te begeleiden?

Fons Leroy (VDAB): "We zitten wat aan de limiet. Ons personeelsbestand is berekend op een werkloosheidspeil van ongeveer 210.000 werklozen. De kans is reëel dat het aantal werklozen de komende maanden nog zal stijgen, weliswaar minder dan de Nationale Bank en het Planbureau hadden voorspeld. Waar zij dit jaar een toename in België van 60.000 werklozen voorspellen denk ik dat er 40.000 werkzoekenden zullen bijkomen. Voor een deel kan je daaraan remediëren met ons begeleidingsmodel. Mijn principe blijft momenteel wel dat we moeten proberen meer te doen met dezelfde middelen.

Wij zullen zien hoever we raken. De VDAB heeft een afspraak met de Vlaamse regering: als de bestaande middelen onvoldoende zijn, kloppen we bij hen aan. De VDAB gaat niet zomaar extra middelen vragen op basis van een cijfermatige evolutie. Eerst en vooral willen we zelf zo efficiënt mogelijk met de middelen omgaan. De impact van de modernste begeleidingsplannen moet zich nog bewijzen. Als blijkt dat de VDAB geen kwalitatieve begeleiding kan garanderen voor een deel van de werkzoekenden dan zullen we een gesprek vragen met de regering."

Hebt u daarbij een deadline voor ogen?

Fons Leroy (VDAB): "In het najaar komt een nieuwe lichting schoolverlaters op de arbeidsmarkt. Dan zal duidelijk worden waar we staan. Er is ook de discussie rond de activering van 50-plussers. Als de VDAB hier een extra opdracht krijgen dan zijn er ook meer middelen nodig. "f

18/05/2010

Belgische economie groeit nauwelijks in eerste kwartaal

De economie in ons land is in het eerste kwartaal 2010 met amper 0,1 procent gegroeid. Dat is de traagste groei sinds België langzaam uit het dal van de recessie klauterde, blijkt uit een flashraming van het Instituut voor de nationale rekeningen.

In het derde kwartaal 2009 kon de Belgische economie de zwaarste recessie in decennia achter zich laten. Toen was er sprake van een toename van het bruto binnenlands product (bbp) met 0,7 procent tegenover het tweede kwartaal van dat jaar.

Sindsdien is het groeiritme aanzienlijk vertraagd: +0,3 procent in het vierde kwartaal van 2009 en met slechts +0,1 procent in het eerste kwartaal 2010.

In vergelijking met een jaar eerder neemt het bbp tijdens het eerste kwartaal toe met 1 procent, tegenover een achteruitgang op jaarbasis van 0,8 procent in het vorige kwartaal.

Het Instituut voor de nationale rekeningen bevestigt vrijdag nog dat de Belgische economie over heel 2009 een krimp vertoonde van 3,0 procent.

De toegevoegde waarde viel terug in alle bedrijfstakken en vooral in de bouwsector. De uitvoer stuikte ineen (-12,6 procent) en de consumenten hielden de vinger op de knip.

De werkgelegenheid nam in 2009 af met 0,4 procent, wat overeenstemt met 16.000 werklozen. Die daling blijft beperkt omdat de arbeidsmarkt met vertraging reageert op de economische activiteit en omdat bedrijven intensief gebruik hebben kunnen maken van een maatregel als tijdelijke werkloosheid. Dat uit zich in het arbeidsvolume, dat daalde met 2,1 procent.

Het begrotingstekort kwam in 2009 uit op 6 procent van het bbp, tegen een tekort van 1,2 procent in 2008.

18/05/2010

IMF: "Wereldeconomie herstelt sneller"

Prognose voor eurozone verlaagd.

De economie groeit dit jaar wereldwijd met 4,1 procent. Dat is 0,2 punten meer dan voorspeld in januari. Die prognose zou het Internationaal Monetair Fonds (IMF) binnenkort naar buiten brengen.

De cijfers komen van de Italiaanse krant Il Sole 24 Ore', die een ontwerpprognose van het IMF kon inkijken.

De Amerikaanse economie zou met 3,0 procent toenemen in plaats van de eerder verwachte 2,7 procent.

De eurozone zou het minder goed doen met een groei van 0,8 procent, 0,1 punten minder dan in januari voorspeld. Het economisch herstel in Europa wordt geremd door Griekenland. Maar het is vooral de verwachte groei van Duitsland die terugvalt, namelijk van 1,7 op 1,2

20/04/2010

Jaarrekening kmo’s geschrapt?

Na de Europese Commissie vindt nu ook het Europees Parlement dat kleine ondernemingen geen jaarrekening meer moeten opstellen of publiceren.

Om de administratieve lasten te verlagen wil het Europees Parlement dat EU-lidstaten de mogelijkheid krijgen om ‘micro-ondernemingen’ vrij te stellen van de verplichting een jaarrekening neer te leggen. Die kleine bedrijven moeten voldoen aan twee van drie criteria: een balanstotaal van maximaal 500.000 euro, tien personeelsleden en een netto-omzet van hoogstens 1 miljoen euro. Dat geldt voor 70% van alle kmo’s; in België gaat het om 216.000 van de 303.000 kmo’s.

Een grote meerderheid in het Europees Parlement is voorstander van de opheffing van de boekhoudverplichting, maar de meeste Belgische europarlementsleden stemden tegen. Zij vrezen nl. voor een fragmentatie van de Europese interne markt, als de boekhoudregels per land zouden verschillen. België komt nu onder druk om de blokkering in de Europese ministerraad op te geven. Ons land werkt samen met Frankrijk aan een compromisvoorstel, waardoor nog wel een aantal basisverplichtingen voor rapportering zou worden behouden.

Ook Unizo en de Europese kmo-koepel UEAPME zijn sterk gekant tegen de nieuwe maatregel. “Wie zaken wil doen met een kleine kmo, wil eerst de financiële gezondheid ervan kennen. De jaarrekening is daartoe onontbeerlijk. Schrapt Europa die verplichting, dan zullen bijvoorbeeld banken die info op een andere manier vragen. Geen vereenvoudiging, maar extra werk dus voor kmo-ondernemers”, reageert Unizo-topman Karel Van Eetvelt. Unizo en UEAPME vragen nu de Europese raad van ministers de maatregel tegen te houden en werk te maken van een uniform Europees boekhoudsysteem.

De kleinste kmo’s zullen steeds een boekhouding en jaarrekening moeten bijhouden. In de eerste plaats om de ondernemer zicht te bieden op de situatie van de onderneming. Daarnaast ook voor kredietverschaffers, leveranciers, statistische verplichtingen en de fiscus. Zonder vaste jaarrekening zullen alle gebruikers de informatie afzonderlijk opvragen, wat tot een verhoging van administratieve lasten zal leiden.

Unizo roept de Raad op om, tegen het advies van het Europees Parlement in, het voorstel van de Europese Commissie te verwerpen en te zorgen voor een echte vereenvoudiging binnen een Europees systeem. De door Europa geplande hervorming van de boekhoudrichtlijnen zou daartoe een goede aanzet zijn. Ze moet resulteren in een werkbaar Europees boekhoudsysteem voor alle ondernemingen, vanuit de kmo’s (Think Small First) en de informatiebehoeften van de gebruikers van hun jaarrekening. Het 'only once'-principe, één keer een jaarrekening neerleggen waaruit de gebruikers de nodige informatie kunnen halen, is hierbij de enige weg naar vereenvoudiging, besluit Unizo.

20/04/2010

Opel-topman Nick Reilly heeft vragen bij westerse werkethiek

De werkethiek van de oosterse en Zuid-Amerikaanse arbeidskrachten wordt in het westen nagenoeg nooit geëvenaard. Dat zegt Nick Reilly, topman van de Duitse autoconstructeur Opel, tegenover de Engelse krant The Independent. Reilly stelt dat arbeidskrachten in Korea, China en Zuid-Amerika hard werken en altijd naar vooruitgang streven. Bovendien erkennen die mensen volgens hem dat ze bijzonder hard moeten werken. Reilly vindt dat die mentaliteit in het westen slechts zelden is aan te treffen. Hij voert aan dat men in het westen nog altijd bijzonder zelfvoldaan blijft, ondanks het feit dat er een massale economische verschuiving plaats grijpt naar andere wereldregio's. Op termijn zal het westen volgens Reilly eerder de ontwikkelingsregio worden in plaats van de economische leiders, tenminste op het gebied van levensstandaard.

"Nick Reilly zegt dat het westen moet ophouden met te denken dat de wereld verplicht is hen een inkomen moet verzekeren," aldus The Independent. "De westerling moet volgens hem drastisch een andere kijk op zichzelf krijgen. Hij voegt er aan toe dat het westen nog altijd wel een aantal voordelen heeft, maar die alleen zal kunnen behouden wanneer daar zware inspanningen worden voor geleverd. Op het gebied van technische mogelijkheden en onderwijs heeft het westen volgens hem nog altijd een - zij het steeds kleiner wordende - voorsprong. Bovendien heeft het westen ook zijn grote handelservaring, terwijl andere landen pas nu aan het leren zijn hoe met het buitenland handel gedreven moet worden en daarbij dus fouten kunnen maken. Maar het westen is volgens Reilly veel te zelfvoldaan en zou moeten beseffen waar zijn plaats is."

Nick Reilly zegt dat het westen een antwoord moeten vinden op de uitdaging van de groeimarkten. "Alleen door adequaat te reageren, zal het westen zijn huidige relatieve hoge levensstandaard kunnen behouden," merkt hij op. "Anders zullen we snel achterstand oplopen. Dat zou wel eens bijzonder vlug kunnen gaan. Men zou echt bevreesd moeten zijn voor de ernst van de bedreiging. Er zijn wel een aantal signalen dat de westerse overheden het probleem beseffen en er iets willen aan doen, onder meer door te evolueren in de richting van echte expertise-centra. Maar daar moet bewust aan gewerkt worden. Het is geen onrealistische betrachting, maar dat zal niet bij toeval gebeuren. Er moet nog bekeken worden of er inderdaad een gerichte motivatie schuil gaat achter de retoriek. Landen zoals China en Zuid-Korea hebben de voorbije jaren vele miljarden geïnvesteerd in het opbouwen van kennis en concurrentiekracht.

20/04/2010

Hoe familiair ben ik met mijn klanten?

Een familiaire houding met uw klanten zorgt voor een betere klantenbinding. Toch leren we uit studies dat die invloed tanende is. De mogelijkheid om via het internet prijzen en producten te vergelijken, de mogelijkheid om nieuwe potentiële leveranciers op te zoeken knaagt aan de klantentrouw.

De jongere generatie ondernemers is duidelijk anders wat betreft haar mentaliteit. Terwijl vroeger klant-leverancier relaties tientallen jaren konden duren, komt dit nu minder vaak voor.

In dat kader is het ook belangrijk te beseffen dat een (te) familiaire omgang met klanten het moeilijker maakt om achter geld te vragen als de betaling achterblijft. Hebt u een persoonlijke relatie met de klant, laat dan een derde (intern of extern) de opvolging doen. Uiteraard dient deze persoon vriendelijk, maar neutraal te zijn naar uw klanten.

Uit de ervaring van eXago is duidelijk gebleken dat zo’n opvolging niet tot klantenverlies leidt. Integendeel, klanten vinden het professioneel. Uiteraard zullen er ook enkelingen zijn die dit niet op prijs stellen en hun ongenoegen uiten door te dreigen met weg te gaan. Maar u weet ook wat ze zeggen van blaffende honden zeggen …

20/04/2010

Strategische outsourcing wint veld

 

Terwijl men vroeger vooral uitbesteedde om kosten te drukken, is volgens recent onderzoek van de Warwick Business School en Cognizant die motivatie veranderd. Voor Realising the Real Benefits of Outsourcing bevroeg men 263 CIO’s (52%) en CFO’s (48%) in Europa, waaronder België. Voor 64% van de ondervraagden was de belangrijkste drijfveer in 2009 het gebrek aan competenties in eigen huis. Kostenreductie blijft belangrijk, maar zelfs wat minder belangrijk dan ‘toegang tot innovatieve processen en praktijken’ en ‘interne middelen vrijmaken voor andere doeleinden’.

Er is een trend naar uitbesteding geïnspireerd door meer strategische overwegingen. Robert van der Eijk en Dirk Vermussche, beiden vennoot bij PricewaterhouseCoopers, zien een vraag naar kwalitatief betere rapporteringen met veel meer details en transparantie: “Men wil bovendien de eigen organisatie zo flexibel mogelijk kunnen reorganiseren als dat nodig is voor veranderingen op de markt.” Het is nu eenmaal makkelijker om een activiteit af te bouwen als die geen grote stafdienst heeft. Bart Deckers, vennoot bij KPMG CFO Advisory, ziet bij zijn klanten inderdaad een duidelijke evolutie naar lokale afdelingen die zich gaan toespitsen op het commerciële en/of operationele. De ondersteunende functies en de eerder strategische en managementprocessen gaan naar de hoofdkwartieren.

Bedrijven maken nu eerst een analyse van processen die ze als kernactiviteit beschouwen. Ze gaan op zoek naar de uitbesteedbare niet-kernactiviteiten. Stefan Hendrix, partner Tax, Accounting & Compliance Services bij Deloitte: “Niet enkel meer om kosten te besparen, maar tegelijk ook om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen. De onderneming van de toekomst is die welke zich 100% toespitst op de activiteiten waarmee ze waarde toevoegt en die de andere processen op een optimale en kostengunstige manier uitbesteedt. Ja, dat zie je ook in België bij de spelers met voldoende schaalgrootte.”

Problemen uitbesteden

“Nogal wat early adopters hadden heel drastisch alles uitbesteed en allemaal bij één provider. Dergelijke klanten werden niet zelden geïnspireerd door problemen met hun processen en/of de eigen technologie en hebben als het ware het probleem uitbesteed”, stellen Robert van der Eijk en Dirk Vermussche vast (PwC). “Dikwijls ontbrak het daarbij aan key performance indicators (KPI’s) en dat maakt het moeilijk om service level agreements (SLA’s) vast te leggen. Om de vijf jaar werden die contracten verlengd, maar door de huidige crisis ging men toch nader de toegevoegde waarde van die outsourcing onderzoeken. En men stelde soms vast dat noch de kosten gunstig evolueren, noch de gewenste transformatie gebeurde. Er zijn ook gevallen waarbij men vaststelde dat een kernactiviteit werd uitbesteed en dat men te afhankelijk werd van de leverancier. Je proces moet dus eerst in kaart zijn met KPI’s, goed lopen en dan kan je SLA’s opstellen die je kan controleren aan de hand van KPI’s.”

Nogal wat bedrijven stelden vast dat hun processen duidelijk beter konden, dus wilden ze die problemen uitbesteden, bevestigt Stefan Hendrix (Deloitte). “Maar problemen uitbesteden zal ze eerder accentueren. Of de oplossing via de outsourcer zal een pak duurder uitvallen. Men moet dan immers heel wat extra’s vragen.”

De insourcers stonden met hun doorgedreven procesanalyses ook niet altijd dicht genoeg bij de realiteit van de klant, meent Stefan Hendrix: “Op basis van KPI’s maakt men rapporten van het aantal prestaties en fouten per individu zoals in een callcenterachtige omgeving. Men ging processen als het ware kapot analyseren en specialisten pluizen zaken uit op een Tayloriaanse manier die losstaat van de praktijk en realiteit. Men kan uitbesteding van complexe processen beter doen in partnerships waar ruimte is voor evaluatie en dialoog, in plaats van een permanente monitoring op zoek naar waar de ander in de fout gaat.”

“Ook taalproblemen speelden dikwijls”, bedenkt Bart Deckers (KPMG). “Na een eerste periode van tien tot vijftien jaar komen we nu in een tweede fase met een golf van uitbestedingen door bedrijven die de lessen geleerd hebben en die veel meer aandacht besteden aan culturele en logistieke factoren: taal, sociale omgeving, lokale wetgeving, lokale praktijken rond werkuren, ploegendiensten, etc. Het blijkt in de praktijk niet altijd vanzelfsprekend om de contacten met de uitbesteder vlot te laten verlopen.”

“Die extra aandacht zal nodig zijn om de transitie waar te maken van processen met weinig toegevoegde waarde naar complexere processen. India bijvoorbeeld heeft vandaag profielen met veel hogere competenties ter beschikking dan voorheen. Dat zal de nood aan detachering van mensen van hier naar ginder verkleinen. Ik zie de snelheid in de transitie flink verhogen”, aldus Deckers.

Toch hebben sommige ondernemingen geconcludeerd dat men verbeterde processen even goed kan automatiseren en terughalen, zo stelde Stefan Hendrix (Deloitte) al vast. “Het hele outsourcingverhaal vertoont voor veel bedrijven pas een positieve balans doordat ze verplicht werden hun processen te optimaliseren om ze te kunnen outsourcen.”

17/03/2010

Voka merkt geen kredietschaarste.

De werkgeversorganisatie besluit dit uit haar eerste financieringsbarometer, waaraan zowat 750 ondernemingen deelnamen.

Bijna tachtig procent van de ondernemingen die de afgelopen zes maanden een lening aanvroegen bij de bank, kreeg minstens een deel van de gevraagde financiering toegekend, zo blijkt. De ondernemingen stelden wel vast dat de waarborgvoorwaarden en de informatievereisten om een lening te krijgen, verstrengd zijn. Vier op de tien ondernemingen verwachten dat het de komende zes maanden moeilijker zal worden om een lening te krijgen.

Van de ondervraagde ondernemingen vroeg bijna de helft de afgelopen zes maanden een lening aan bij de bank. Ruim de helft investeert het geleende geld in nieuwe grond, gebouwen, uitrusting of voertuigen. Bijna vier op de tien gebruikte het geld als werkkapitaal.

17/03/2010

Ondernemen? Neen, dank u

Nergens ter wereld geniet een succesvolle ondernemer een lagere maatschappelijke status dan bij ons; ook de media-aandacht voor ondernemerschap is miniem, want slechts 2 van de 54 in de Global Entrepreneurship Monitor onderzochte landen (Denemarken en Griekenland) berichten nog minder over ondernemerschap dan België.

Volgens de GEM zijn 3,3 op elke 100 Vlamingen actief bezig met de oprichting van een onderneming of hebben ze de voorbije 3,5 jaar een zaak uit de grond gestampt. De Global Entrepreneurship Monitor onderzocht de graad van nieuw ondernemerschap in 54 landen .

Vlaanderen en België staan al jaren onderaan in de rangschikking. Met 3,3 procent blijft Vlaanderen ver beneden het EU-gemiddelde van 5,8 procent. In Nederland ligt de score op iets meer dan 7 procent, in Noorwegen op 9 procent.

Vooral ons comfortabel sociaal vangnet zou mensen minder makkelijk aanzetten tot het opzetten van een eigen onderneming. 48% van de Belgen vindt ondernemerschap een goede carrièrezet. Dat is op drie landen na het laagste percentage ter wereld. Op zowat alle indicators scoort ons land (ver) onder het gemiddelde.

Uit onderzoek van de Vlerick School in 2007 bleek ook dat studenten aan Belgische hogescholen en universiteiten internationaal op de laatste plaats staan, wat betreft aanzetten tot ondernemen. Nog schrijnender is de vaststelling dat studenten uit het eerste jaar meer geneigd zijn initiatief te nemen dan de laatstejaars.

17/03/2010

Hoeveel bedragen de nalatigheidsintresten?

Wettelijk zijn er twee tarieven: één algemeen tarief voor handel met particulieren en een ander specifiek tarief voor handel tussen ‘handelaren’.

3,25%, dat is het tarief dat u wettelijk nog krijgt als schade vergoeding van particulieren in 2010. Ter info, in 2009 was dit nog 5,5%.

Toch mag u nog steeds 8% aanhouden als wettelijk tarief voor uw intresten. Staat in uw voorwaarden dat u 10% intrestvergoeding vraagt dan mag u perfect dit tarief aanhouden. Al geldt hier aan particulieren wel de regel dat dit expliciet dient ondertekend te zijn (het moest op de voorkant van uw bestelbon staan.) Mocht een rechter of uw advocaat dit overdreven vinden, kunnen zij dit nog steeds milderen.

Naar uw professionele klanten toe is dit percentage aanvaardbaar, velen passen overigens 12% of 1% per begonnen maand toe.

Is dit wettelijk? Jazeker, uw voorwaarden hebben voorrang op die die door de wet als basistarief zijn vooropgesteld.

Mag het ook 20% zijn? Toch wel, al zal dit door de rechtbank altijd worden herleid tot wat de rechter redelijk vindt. U maak er zich met andere woorden niet sympathiek mee en riskeert net minder te krijgen omdat de rechter u als te gulzig ziet!

Schadebeding? Dit staat los van de nalatigheidsintresten. Deze kunnen dus nog steeds gevraagd worden. Overigens bedragen die wettelijk 10% en mogen ze onmiddellijk vanaf vervaldag opgeëist worden.

17/03/2010

Veel faillissementen, maar beterschap in zicht

De Brusselse rechtbanken zijn verantwoordelijk voor de toename van het aantal faillissementen in januari.

Met 808 faillissementen was de voorbije maand de zwartste januari ooit. Toch ziet het handelsbureau Graydon signalen die wijzen op een economisch herstel, en verwacht het een afname van het aantal faillissementen in de komende maanden.

Tegenover januari 2009, dat ook al een zeer sombere maand was, nam het aantal faillissementen in de eerste maand van 2010 nog toe met 3,46%. Maar die stijging is volgens Graydon vooral te wijten aan het hoge aantal faillissementen dat op de Brusselse handelsrechtbanken werd uitgesproken. Binnen Brussel viel het doek over 206 ondernemingen, maar liefst 75% meer dan een jaar eerder. Zowel in Vlaanderen (-6,67%) als in Wallonië (-13,22%) telde Graydon beduidend minder faillissementen.

Hoewel de horeca nog steeds verantwoordelijk is voor het grootste aantal faillissementen, daalt het aantal bedrijven dat er over kop gaat voor het eerst sinds jaren. Ook binnen de bouwnijverheid worden minder faillissementen geteld (-9,38%).

De sectoren die diensten verlenen aan het bedrijfsleven hebben het echter bijzonder zwaar te verduren. In vergelijking met januari 2009 noteerden we de afgelopen maand een stijging met 69,7%. Ook binnen de transportsector gingen er 15,63% meer bedrijven over de kop.

‘Deze eerste cijfers van het jaar zijn te beperkt om er definitieve conclusies uit te trekken’, aldus een toelichting van Graydon. ‘Toch is het gevarieerd beeld dat verschijnt bijzonder hoopgevend. We stellen vast dat vanuit de meeste gerechtelijke arrondissementen substantiële dalingen van het aantal faillissementen worden gemeld. We zien ook dat die sectoren die het snelst op conjuncturele evoluties reageren ook duidelijk beter cijfers voorleggen. Verder merken we een significante daling van het aantal faillissementen van NV’s.’

Ook lijkt de impact van faillissementen op het jobverlies in Vlaanderen wat af te nemen, zegt Graydon. ‘Dit alles wijst op herstel. Het voedt de hoop dat ook onze economie zich, ondanks het feit dat nog heel wat naweeën zullen worden verwerkt, zeer geleidelijk uit het crisisdal trekt.’

23/02/2010

Angst voor 'double dip' neemt toe

Als de Duitse economie verder bevriest, zoals het water van de Elbe-monding in Hamburg, zitten we ook in België met een probleem: 25 procent van de Belgische export gaat immers naar Duitsland.

De slechte groeicijfers van de Duitse economie in het vierde kwartaal waren een verrassing voor velen. De angst voor een tweede recessie of zogenaamde double dip groeit.

Voor professor Paul De Grauwe van de KU Leuven bestaat het gevaar op een double dip zeker. De financiële markten oefenen een immense druk uit op de overheden om hun gigantische overheidsschulden terug te dringen. Maar op die manier riskeren we volgens hem in een vicieuze cirkel terecht te komen. Als de overheden hun schulden versneld wegwerken, kunnen ze de economie niet of onvoldoende stimuleren en als de economie niet gestimuleerd wordt, dan valt de groei stil. En als de groei hapert, kunnen de tekorten niet worden weggewerkt enz.

De Grauwe vindt wel dat de overheden zelf niet geheel onschuldig zijn. 'Ze hebben de crisis in Griekenland veel te lang laten aanslepen. Daar had sneller ingegrepen moeten worden.' Dat getreuzel heeft op zijn beurt de speculanten geïnspireerd om massaal de aanval tegen die slabakkende overheden in te zetten. De limieten van hun speculaties zijn bovendien haast grenzeloos. Vroeger beperkten ze zich tot de verkoop van overheidsobligaties die ze bezaten. Nu kunnen ze de druk bijna onbeperkt verhogen door overheidspapier te shorten. Ze verkopen obligaties die ze niet bezitten.

De Grauwe vindt ook dat de overheid zou moeten optreden tegen het wapen van de zogenaamde credit default swaps of kredietderivaten. Hij vindt het aberrant dat de banken die gered zijn door de overheden, nu dezelfde overheden beginnen aan te vallen.

Rudi Thomaes van het VBO is iets minder pessimistisch. 'Op basis van de cijfers die wij kennen en de enquêtes die wij doen bij de bedrijven, kunnen we op dit ogenblik nog niet spreken van een aankomende tweede recessie Toch niet voor onze economie in het algemeen. Er zijn wel enkele specifieke sectoren waar de groei uitblijft. Dat zijn de bouw- en de automobielsector.'

Hij is wel verrast door de stilstand van de Duitse economie in het vierde kwartaal. 'Dat hadden we niet zien aankomen en dat is natuurlijk een tegenvaller voor ons.' De Duitse economie is van cruciaal belang voor België en Europa. 25 procent van de Belgische export gaat naar Duitsland en de Duitse economie is goed voor een derde van het Europese bbp.

Rudi Thomaes hoopt dat de Duitse economie de komende maanden beter kan profiteren van de groei in China. 'De Duitse overheid heeft de jongste tijd toch enkele maatregelen genomen waardoor het wat meer munitie in handen krijgt. Lukt dat niet, dan riskeert ons land inderdaad te maken te krijgen met de negatieve gevolgen uit Duitsland. De economische stilstand van Duitsland mag voor ons dus zeker niet te lang duren.'

Professor De Grauwe is ook verbaasd over het negatieve nieuws uit Duitsland 'Ik heb er geen onmiddellijk verklaring voor, maar je moet er wel voor waken om er meteen grote conclusies uit te trekken. Het kan een eenmalig effect zijn. Hopelijk.'

Officiële cijfers over de economische groei in ons land tijdens het vierde kwartaal zijn er nog niet. De raming is een bescheiden groei van 0,4 procent.

23/02/2010

Kredietverzekeraars zijn te ver gegaan

De kredietverzekeraars geven schoorvoetend toe dat ze er in de crisis misschien niet altijd geweest zijn voor hun klanten. Maar dat was louter een kwestie van zelfbescherming, want het aantal schadegevallen was extreem hoog. Dat meldt het weekblad Trends.

Kredietverzekeraars verzekeren bedrijven tegen wanbetaling. Sommige spelers, zoals Coface, moesten wereldwijd historische verliezen slikken. Maatregelen drongen zich op: kredietverzekeraars verlaagden de kredietlimieten van hun bedrijfsklanten, of trokken ze zelfs helemaal in, en de premies van kredietverzekeringspolissen werden opgetrokken.

Een storm van protest was het gevolg. Niet alleen bij de bedrijven die een verzekeringscontract hebben afgesloten bij een kredietverzekeraar, maar ook bij de leveranciers van die bedrijven. Die laatsten - in veel gevallen zelf niet eens klant van een kredietverzekeraar - kregen vaak te horen dat ze hun producten of diensten niet meer konden leveren. Bepaalde transacties waren namelijk niet langer verzekerd wegens een te hoog risico op wanbetaling. Kortom: 2009 was een moeilijk jaar, ook voor kredietverzekeraars.

CRiOn, een makelaar in kredietverzekeringen, vond het daarom tijd om alle belangrijke sectorspelers rond de tafel te brengen voor wat zelfreflectie en een debat in haar kantoren in Sint-Denijs-Westrem. Waren aanwezig: de Belgische vertegenwoordigers van de drie grootste wereldspelers EulerHermes, Atradius en Coface. En bovendien ook de Belgische kredietverzekeraar Delcredere, die zich specialiseert in het verzekeren van moeilijke exotische risico’s, en de nichespeler TC Re. Moderator van dienst was Rudy Aernoudt, gewezen Vlaams topambtenaar, en nu actief in de nieuwe Personenpartij van advocaat Michaël Modrikamen.

Een perceptieprobleem

De perceptie bij de ondernemers is dat kredietverzekeraars je alleen een paraplu geven als de zon schijnt, en dat ze hem gewoon afpakken als het begint te regenen. En ja, perception is reality, beseffen nu ook de kredietverzekeraars. Zijn ze te ver gegaan in hun anticrisismaatregelen? Nee, klonk het in koor. Louter een kwestie van zelfbehoud. Toch was er ruimte voor nuance. “Soms zijn we misschien wat kort door de bocht gegaan”, bevestigt Etienne Defraigne, Belgisch CEO van EulerHermes. “Onze grootste frustratie in 2009 was dat we noodgedwongen meer met ons zelf bezig waren dan met onze klanten.”

Gert Lambrecht, sales director bij Coface in België, voegde daaraan toe dat het totale volume aan kredietlimieten intussen weer op hetzelfde niveau zit als in het begin van 2008, en dat er in België en Luxemburg zelfs klanten werden gewonnen. “Blijkbaar vinden bedrijven het nog steeds nuttig om zich te laten verzekeren tegen wanbetaling.”

De kredietverzekeraars in België juichen alvast toe dat de crisis veroorzaakt heeft dat bedrijven zich nu meer dan ooit bewust zijn van hun kredietrisico’s, en ook beseffen dat er een prijskaartje hangt aan het verzekeren ervan.

Leergeld betalen

Trekken de kredietverzekeraars lessen uit de crisis? Yves Windelincx, CEO van Delcredere: “Misschien zijn we vroeger iets te ver gegaan in ons acceptatiebeleid van nieuwe klanten. We zijn te genereus geweest in de vette jaren.” Met een overdreven prijscorrectie als gevolg dus. “We hebben ons laten leiden door een te scherpe concurrentie”, vindt Gert Lambrecht van Coface. “Onze klanten zijn daar nu het slachtoffer van. Ze worden geconfronteerd met premiestijgingen tot 30 procent.”
(n.v. eXago: tot bijna 100% voor Atradius.)

De ondernemingen in kwestie begrijpen daar in veel gevallen helemaal niks van. Een betere communicatie dringt zich op. Coface bijvoorbeeld werkt aan een transparency charter: binnenkort krijgt elke klant een overzicht van de risicoscore van elk van zijn debiteuren. Zo kent de bedrijfsklant perfect de gezondheidstoestand van zijn leveranciers, en is er minder kans dat hij voor een verrassing komt te staan als een bepaalde kredietlimiet wordt ingetrokken.

23/02/2010

Hoe lang gebruikt u al dezelfde aanmaningsbrief?

Veel boekhoudprogramma’s bieden u de mogelijkheid om automatisch uw schriftelijke aanmaningen te genereren. Handig

Alleen blijkt dat de allereerste brief die in het systeem wordt gezet, ook direct voor jaren moet dienen. Niets is zo nefast voor een opvolging als routine: steeds dezelfde brief, steeds dezelfde tekst.

Na enige tijd beseft uw klant dat hij voor uw opvolging maar een nummer is. Dit is dan het signaal om de betaling nog even uit te stellen.

Verander uw aanmaningsbrief daarom jaarlijks. Een nieuwe lay-out zorgt ervoor dat uw brief toch weer iets extra aandacht krijgt.

Trouwens, vermijd om uw aanmaningen te nummeren, “1ste aanmaning”, “2de aanmaning” …. De klant gaat dan automatisch wachten op de volgende aanmaning, kwestie van te weten hoe uw procedure in elkaar zit. Logisch want na een 2de volgt toch ook nog een derde, niet?

Ook meldt u best nooit aan de buitenkant van een envelop dat het om een aanmaning gaat. Veel brieven blijven zo langere tijd ongeopend op een bureau liggen.

23/02/2010

Deel deze pagina